Ars Rhetorica

Bron : afbeelding Cicero, Google.

Toen ik onlangs iets las over een debatclub, kon ik alleen maar denken : dat had ik ook willen hebben.

Als classica roept het woord rhetorica herinnneringen op. Aan bevlogen monologen. Van Cicero. Een Romeinse redenaarsberoemdheid. Geschreven helaas. In het Latijn dan nog.

Niks mis mee. Alleen had ik dit advocatenpleidooi graag ’s gehoord. Of nog beter: meegemaakt, er aan deel genomen.

Praktische rhetorica. Het lijkt me wat. Een stelling nemen en die positief beargumenteren, of ze verwerpen met  steekhoudende tegenargumenten.

Wel zeker heb ik tijdens mijn opleiding geleerd een steekhoudende tekst te construeren. Compleet met inleiding, onderbouwd betoog en samenhangend besluit.

Maar laat mij datzelfde publiekelijk ten beste brengen, en het wordt een heel ander verhaal.

Niet dat ik nou zo’n ‘die-hard’ debater ben, maar de discipline van publiek spreken, die wil ik graag zo volledig mogelijk beheersen. Waarom ?

Gewoon, omdat het zoveel prettiger is om niet met een knalrood hoofd je toehoorders tegemoet te treden. Want : het is niet prettig als je luisteraars je voorkomen becommentariëren terwijl je nog niet eens uitgesproken bent …

Gewoon, omdat het zoveel prettiger is te kunnen spreken met een stem die niet bibbert. Want die bibberstem klinkt weinig zelfzeker en dus weinig overtuigend. Een stem die echt helemaal klinkt als die van jezelf, die doet luisteren. Daar spreekt gezag uit.

Gewoon, omdat het zoveel prettiger is te kunnen spreken zonder dat de zenuwen zo door je lijf gieren, dat je niet meer hoort wat er gezegd wordt. Want daardoor verlies je de capaciteit om het ook eens van de andere kant te bekijken.

Gewoon, omdat het zoveel prettiger is te kunnen spreken zonder dat je de draad van je betoog kwijt raakt en die pas veel te laat weer terug vindt .

Gewoon, omdat het zoveel prettiger is te kunnen spreken zonder kwaad te worden bij een verbale aanval. Want je wint niks bij een verbale boksmatch. Alleen decibels en spijt. ‘Eat your words’ kan je niet meer toepassen als je ze er al boos uitgeflapt hebt.

De kracht van het woord is veel groter dan je denkt. Zowel in positieve als in negatieve zin.

In het openbaar spreken is een kunst. Je moet niet alleen denken aan wat je zegt, en wat beter niet, maar ook wanneer en hoe je dat zegt.

Niet zo makkelijk, in een cultuur “waarin er geen filter meer is tusssen je onderbuik en je strottenhoofd ” *. Waarin er sprake is van een “semantische inflatie”  ** – en er dus steeds sterkere woorden gebruikt worden.

Dit zijn enkele van de spreekpunten die ik bij mezelf nog beter wil zien.

Wat zou jij, beste lezer, beter willen kunnen als je spreekt voor een groep? Heb je nog tips ? Ik hoor het graag !

—————————————————————————————————

* geen …  strottenhoofd : stelling  van Ramsey Nasr in Reyers Laat, programma  rond actua op 8/11/201

** semantische inflatie : uitspraak van Yves Desmet, te gast in Reyers Laat op 29/11/2011

Advertenties

16 gedachten over “Ars Rhetorica

  1. zapnimf

    Niks. Ik hoef niet te spreken, laat mij maar gewoon een beetje voor wat insiders schrijven, dat is al meer dan genoeg.
    Ooit duwde iemand op het Cactusfestival een microfoon onder onze neus. Dat was niet zo’n schitterend idee. Op naar een meer eloquent iemand dan maar.

  2. Sharp Ben

    Ik heb niets met spreken in groep. Al heb ik een grenzeloze bewondering voor mensen die dat wel kunnen. Geef mij maar het meer bedachtzame werk van het geschreven woord. In een uit de kluiten gewassen blogstuk bijvoorbeeld!

  3. ms

    Ik houd ook meer van het geschreven woord, maar als ik moet spreken houd ik er wel van dat ik de tijd kreeg om het grondig voor te bereiden, niet zomaar plompverloren.

  4. appelig

    Die ene keer per jaar dat ik moet spreken gaat het niet zoals ik wil. Inderdaad ook met bibberende stem en dito handen. Daarna ben ik weer blij dat ik er voor een tijdje vanaf ben, maar ik zou ook wel met zekere stem en goede argumenten de zaal plat willen krijgen.

  5. Molly

    Ik heb een zoon die compleet dicht slaat bij presentaties en ikzelf krijg zo’n droge mond dat mijn tong tegen mijn gehemelte blijft plakken.
    Ik ben best spraakzaam maar niet voor grote groepen.
    Ik heb dus geen tips;-)

  6. Joyce

    Ik heb altijd enorme moeite gehad met presenteren maar het laatste jaar is er een omslag geweest. Ik vind het nu heerlijk om te doen. Wat mij helpt? De fun in het onderwerp te vinden, van jezelf te weten dat jij de kennis hebt.

    Ja ik bloos altijd en dat vind ik nog altijd rampzalig maar tijdens mijn opleiding opende een mede student mijn ogen: ‘Ben je dan een minder persoon als je bloost? Als het ze stoort dan kijken ze maar niet!’ En die instelling helpt mij :D

  7. Linda

    Wij doen dat gelukkig niet op school, want ik ben heel slecht in op commando debatteren. Als ik zelf wil discussiëren kan ik het ontzettend goed, maar op commando: nee! ♥

  8. fotorantje

    petje af voor diegene die dat kunnen zo in het openbaar vanalles verkondigen
    je moet dan wel rad van tong zijn hé en tegelijk kunnen denken en praten zodat je niks onzinnigs zegt
    bbrrrr, nee, is niks voor mij maar moet zalig zijn als je dat wel kan

  9. Nicole

    Ik zat in een debatclub en ik heb Cicero moeten vertalen, dus ik weet wat je bedoelt! Ik zou graag gewoon overtuigend willen overkomen voor een publiek. Ik denk ook dat het afhangt van waar je het over hebt. Dingen waar ik een passie voor heb, zijn natuurlijk veel makkelijker om te presenteren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s