Maandelijks archief: augustus 2013

Maar allez …. Nen Jubilee !

© Appelig

22 augustus komt opnieuw voorbij. Maar allez … Nen jubilee ! Een mijlpaal voor Ariadnesdraad ! Helemaal als je bedenkt dat dit blog aanvankelijk wel leek opgehangen aan de kapstok “weetiknogniet”.

Lezers, niches, onderwerpen, een rode draad, …. ontsproten geleidelijk aan de innerlijke dialoog  met mijn hoofd, die bij conventie schrijven is gaan heten.

Mijn little grey cells stelden dit colloque singulier erg op prijs.  Gaandeweg deden ze niet alleen gezellig mee, ze namen zelfs gewoon de regie over. Daarom hupsen op dit blog naast mezelf ook nog mijn alterego Superwoman, Mr. Dog en de bende van Zeus rond.

De buitelingen die wij hier allemaal maken zijn een ware binnenkijk in mijn hoofd.

Die brengt me dan weer op jouw pad, beste lezer, via prachtige commentaartjes. Telkens en telkens weer… Een streling voor mijn oog en warm aan mijn hart.

Een lezerspad dat – letterlijk én figuurlijk –  veel verder reikt dan ik ooit durfde dromen. Vandaag daarom het lezersenthousiasme in de bloemetjes . Middels de ‘leading lady’ onder mijn vaste commenters : José Appel van Appelig.

Speciaal voor dit  jubileum deed ze Ariadnesdraad tijd en een tochtje in haar lezershoofd kado.

Haar grijze massa  aan het woord dus, in dit ontwapenende stukje.

Over ‘little grey cells’ en mooie woorden

Wat een schitterend taalgebruik, dacht ik toen ik voor de eerste keer Ariadnesdraad bezocht. Ik was na drie maanden voor mezelf bloggen op zoek gegaan naar Nederlandse collega-bloggers.

Nooit had ik er bij stilgestaan dat ik tijdens mijn zoektocht ook Vlaamse blogs zou tegenkomen. Ik dacht dat het ‘andere’ taalgebruik me niet zou bekoren (noem het discriminatie als je wilt). Vergissen is menselijk, zo bleek al snel.

Ariadne kan toveren met woorden, met zinnen.

Soms schrijft ze cryptisch en weet ik niet altijd zeker of mijn gedachten dezelfde kant opdwalen als die van haar. Ze lokt je het labyrint in en laat je daar dan even zitten dromen, maar ze probeert je er ook weer uit te halen zoals Ariadnes dat behoren te doen.

Met haar scherpe blik en ‘little grey cells’ ontrafelt ze mysteries en diept ze onderwerpen uit.

Koninginnen en ministers worden onder de loep genomen. Van woorden kent ze elke betekenis tot aan de mythologische toe. Het is niet alleen een vermakelijk blog, het is ook leerzaam. Als Nederlandse lezer leer je een hoop Belgische gebruiken en uitdrukkingen kennen. Zoals aprilvis, de nieuwjaarsbrief, mercikes en mijn favoriet ‘hoera ende joepie’, die me doet denken aan Sus Antigoon van Suske en Wiske.

Meeleven in een onzichtbaar web 

Soms vloeien er tranen en overstroomt haar woning, haar straat. In een bootje dobbert ze een tijdje hulpeloos rond. Het laat ons niet onberoerd, we leven mee, geven troostende woorden, steken harten onder haar riem en hopen dat ze snel weer vaste grond onder haar voeten voelt.

Ik ben er inmiddels achter dat er heuse blogvriendschappen ontstaan tussen mensen die elkaar nog nooit ontmoet hebben en dat hoogstwaarschijnlijk ook nooit zullen doen. Er wordt een onzichtbare draad geweven tussen blogs en bloggers.

Zo ben ik de ‘topcommenter’ van dit blog, maar raad eens wie deze titel op mijn blog mag dragen? Juist … Ariadne in hoogsteigen persoon.

Ik wil graag een toost uitbrengen op het tweejarig jubileum van Ariadnesdraad. Mogen er nog maar vele blogpostjuweeltjes volgen  !

José Appel van Appelig

Een review als deze maakt het feestje compleet ! Wat een geweldig lezerspubliek heeft Ariadnesdraad  toch !

Bedankt, beste lezers mijn … Tot lees !

——————————————————————-

N.B.  Deze column is het werk van twee auteurs. Credit, copyright en waardering gaan uit naar Appelig. Zij zorgde voor de productie en aanlevering van beeld(materiaal) en tekst.  

Dwaallichtje

Afb. via Google

De dwaaltocht van mijn moeder in het Alzheimer-woud is ten einde. Ze is vertrokken naar ergens waar het hoofdelijke duister geen macht heeft.

Wij – mijn vader en ik – gaan ook op tocht. Naar het Land of Sorrow. De paden zijn bekend. Een labyrint van tristesse, met – nu nog ver – haar dwaallichtje dat de weg uit verdriet wijst.

Opnieuw op reis, met ingelopen schoenen, dezelfde indrukken** en bekend gezelschap – verdriet en troost.

Mooi, maar moeilijk. Opnieuw.

Noodgewongen op reis doorheen het land van de troostelozen, is dit wat me opvalt als het over troost gaat.

Troost is universeel. Van de Neanderthaler tot de mens nu, iedereen krijgt er mee te maken. Je zou dus denken dat we al tijd genoeg hebben gehad om te oefenen.

Toch blijft het moeilijk. Hoe pak je het aan ? Wat is het beste ? Welke maatschappij brengt het makkelijkst dit vers * in de praktijk ?

Kom dan bie mie om je te warmen
‘k maak een kamer voor u gereed
‘k zal u wiegen in mijn armen
‘k zal u duiken in mijn kleed

De Neanderthaler, die  – niet gehinderd door taal – vast niet piekerde over de vraag of ie nou wel de juiste woorden had gezegd ?

Of de Moderne, die onder zoveel communicatiemiddelen bedolven wordt, dat ie al lang niet meer toekomt aan een écht gesprek over moeilijke dingen. Al helemaal niet in de taal die je voor troost toch wel nodig hebt.

De maatschappij verhardt, klinkt het. Kan wel zijn, maar het leven als Neanderthaler was nou ook niet direct “a walk in the park”.

De haast waarmee tegenwoordig alles gaat – ook verdriet hebben en er weer bovenop raken – maakt het allesbehalve makkelijker.

Om nog te zwijgen van de angst voor de confrontatie met verdriet.

Troost, dat is verdriet onder ogen zien, het je inbeelden, voorstellen, en toch over de angst stappen dat het jou (ook) zal treffen. 

Troost is ook veelzijdig. Want je kan diegene zijn die troost behoeft. Of diegene die troost. Of allebei tegelijk.

Troost is,  net als all things that matter in life, veelvormig. Troost bezit Egidiuskwaliteiten.

Misschien is het die arm die je naar zich toetrekt, om de wereld even buiten te sluiten en zo ruimte te maken voor je verdriet.

Misschien is het de zakdoek, aangereikt op het moment dat je de weg naar de jouwe kwijt bent in een tranenzee. 

Misschien is  het een kopje koffie bij een gesprek over, of juist zwijgen bij dat bakje troost. Samen, dat dan weer wel. 

Of misschien is het bloggen. Omdat dat een vorm van praten is die je kan oppakken of laten rusten. Praten zonder moet, maar met bijzonder steunende reacties. Een vorm van schrijven ook, die helpt om de chaos in je hoofd te stroomlijnen.

Troost is ook onverwacht.

Het zit in woorden en gebaren verpakt die je soms pas na enige tijd als troostrijk herkent. Soms van mensen waarvan je het absoluut niet had gedacht. Dat maakt troost moeilijk,  maar mooi.

Mooi, want troost geeft steun. Helpt een brug te slaan. Over verdriet heen.

En dat maakt het de moeite waard om de kunst van de vertroosting te blijven (be)oefenen !

Nog even zeggen, beste lezers, hoe goed jullie reacties doen in deze tijd.  Een warm dankjewel voor jullie steunbetuigingen. Jullie zijn stuk voor stuk geweldig !

———————————

* Het origineel is van West-Vlaming Willem Vermandere, van wie ik jammer genoeg geen volledig fragment kan vinden.   Maar  : de vertolking van Herman van Veen mag er ook zijn.

Update : Uit onderstaand reactievak blijkt echter  het succes van Menck.

** : N.B. Deze column is een bewerking van een eerder verschenen stuk op Ariadnesdraad met troost als topic.

Worlds Apart

Mettertijd

haar ik vervlogen,

Vermist

in de nevel der vergetelheid

Memorie

opgebroken, als een puzzel

waarvan steeds meer stukjes kwijt.

Losgerukt.

Nu zijn weer alle stukjes samen,

Losgerukt,

uit de kerker

waarin haar ware ik zich sloot

Op weg, naar een aparte wereld.

Worlds Apart, daar kunnen wij even niet komen,

Maar zij,

haar ware ik,

is niet meer kwijt

Alleen vervlogen

© Ariadnesdraad

Het lange afscheid is ten einde : mijn moeder woont niet meer in het hoofdelijke duister, maar is op vertrokken op haar grote reis.