Zuske Zurenbol

Mijn vader en ik doen een spelletje “wie is wie ?” boven een blikken doos. Vol zwart-witjes. Lijntjes met het verleden, dat nu even bij ons komt zitten.

Lijntjes die mijn moeder tot een historiek zou smeden. Het bleef bij “zou”, “eigenlijk”, en “was van plan”, want toen raakte de kennis-lijn kwijt.

Daarop kreeg de voormalige koekjesdoos eerst ’n laagje stof der vergetelheid, toen een paar mysteries en daarna een flinke portie beladenheid.

Nog weer later werd het Gulliver’s queeste om de beeltenissen bij mij te krijgen. Het idee dat dit deel van z’n nalatenschap mij niet of onvolledig zou bereiken deed ‘m bossemuren* aan z’n gat krijgen. Dus popte het thema ‘fotoboek’ regelmatig op in de conversaties en werd ik – geleidelijk – enlisted voor het inplakwerk.

Ik liet het gebeuren, want ik snapte wel dat dit voor Vadermans een echte ‘kelk’ zou zijn.

Happy-de-peppy worden van foto’s is een gave. Sneu, maar ik ben (vandaag) geen mens dat uren kwijt kan in een stapel albums.

’t Kan te maken hebben met het ‘kwijt en voor altijd weg’ – gevoel dat portretten bij me oproepen. Niet echt pink feelings dus, maar toch ga ik fotobundelen.  Want soms vertellen foto’s dingen die woorden niet duidelijk kunnen maken.

Woorden scheppen beelden en kiekjes anekdotes, weet ik. Kijkend naar mijn vijfde-klas foto voel ik me weer even net zo blij als toen. Ik hoor weer de stellige bewering van mijn vader “O, jahaa, die kopen we ! Allemaal ! ” Terwijl ie eerder die week nog had aangegeven het obligatie schoolfoto-koopgedoe moe te zijn … Om van het veelbetekenende lachje van mijn moeder hierop maar stilletjes te zwijgen.

Die schitterend septemberdag beent mijn vader aldus bij me binnen : “Dit zijn de plaatjes die moeten worden ingeplakt”. In zijn armen heeft ie twee dikke albums, stapels mapjes, een leger fotosplitjes, en de mystery-box named Delacre.

Ik steun bij de Hercules-job die me wacht, maar ben ook best curieuzeneuzig bij de verhalen die ik ga ontsluiten.

Konden ze maar praten, de gezichten van soms 100 jaar geleden, die ons  ernstig bekijken. Wat zou ik dat beetje meer afstand graag ruilen voor een clou. Er zit niets anders op dan het levend archief dat vader heet aan te spreken. We gaan er saampjes voor zitten en hij kraakt braaf zijn hersentjes.

Met retrospectieve blik bekijkt ie een oud dametje in voorgeschreven donkere kledij en zegt : ‘dat is Meetjen**, die hebbekiknoggekend’. Geen wonder dat ie dat bijzonder vindt, want het is mijn moeders grootmoeder. Ik staar naar een kwiek kijkend dametje wier geboortejaar dik 135 jaar terug ligt. Voor-vorige eeuws, schiet het door mij heen, terwijl ik me stiekum afvraag wat Dieke van mijn moeders prille vrijage heeft gedacht.

Vijftig tinten grijs komen voorbij. Zo is er mijn vader in soldatenkostuum en Dieke met 2 meisjes. Kleinkinderen ongetwijfeld, maar van wie ? We dichten Blondie maar toe aan de witte TantAlies***, al weten we ’t niet zeker. Nou goed, een niet-goed-geld-terug garantie is d’r niet, maar keus te over dan weer wel. Alies heeft opties  : een heule doos vol… !

We piekeren en peinzen, maar namen zijn een echt manco. “Als je ’t ni weet, schrijf je d’r maar Zuske Zurenbol bij !” Terwijl ik strijk lig, debiteert Gulliver nijver het hele scala aan bijnamen in onze familie-dynastie ; Fonske Pomphol, de Sekken, Paster Poes, Tieleke Pan en Zuske Zurenbol. 

Van laatstgenoemde hoop ik vurig dat ’t een leukerd was, want anders doen we het darling-dolletje waar het voor nu even op slaat groot onrecht… Gelukkig blijft het prachtig gekiekte babymeisje, met bruine karbonkels, karakteristieke haarkrul en dito babyvet er vrolijk bij !

De staande conclusie : Moederszus moet mee op een reisje in de tijd, om wat orde te scheppen in de massa’s Joseffen, Cissen en Peuten****. Om van de Maria’s ni te spreken … ! Een hele hemel vol ! En nu we de schepper er toch bijhalen : ik ben godsallemachtig blij dat ik ni Zuulmmaaaa heet. Brr, spaar het mij !

En de doorgeschoven taak : nog niet één plaatje plakt in. Volgens ’t adagium van mijn moeder is het nou immmers veel te mooi weer voor zulk winterwerk.

To be continued dus. Door nog te schrijven tekstballonnetjes en slecht plakkende fotohoekjes, ongetwijfeld …

______________________________________________________

* bossemuren : mieren . Hier bedoeld als ‘ongedurig worden’

** Meetje : zo werd Dieke genoemd

*** TantAlies : tante van mijn moeder en moederszus

**** Peut : verbastering van Petrus

 

Advertenties

4 gedachten over “Zuske Zurenbol

  1. bea

    Die ouwe foto’s vond ik vroeger zooooo saai, er stond gene mens op die ik had gekend en de bijhorende verhalen interesseerden mij toen niet. Wel, nu zou ik blij zijn moest ik, samen met iemand die wat kan vertellen over zij die op die ‘pertretten’ staan, ook eens terug in die blikken doos kunnen wroeten. Veel plezier allebei, komende winter natuurlijk, uw moeder heeft gelijk ;-)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s