Categorie archief: Ariadnesdraad

Druk, drukker, drukst … (Swoon 57)

Allereerst : het duimwerk heeft gewerkt; de op is gelukt. Over ’n huis springen doe ik nog niet, en daarom staan lezen en reageren voor nu op een laag pitje. Maar dat zegt niks over hoe hoog jullie in mijn bloggershart zitten. Wel integendeel, beste lezers. Dankjulliewel !

Bij de aanzegging van de meest recente op, klapten de grey ones allemaal luikjes open, met daarop to-do’s. Iets in de zin van : in die week dit, en in de volgende, zeker nog dat doen. Niet raar, na meer dan 20 edities. Mijn alterego Superwoman leefde zich uit op strakke regie.

De ware gannefjes die mijn celletjes zijn, voelen meer voor ‘altijd wat te draaien’. Op rolletjes, dat is té saai, vinden ze. Al heb je dan energiepeil plumpudding.

Zo kon het gebeuren, dat ze ‘geen lasten tillen’ en ‘bib aan huis’ aaneenregen en doorlopend in mijn hoofd voorbij lieten komen.

Ze krijgen haast standaard hun zin, want ik heb geen animo voor kermis onder mijn schedeldak. Aanmelden dus. Driewerf is scheepsrecht, maar ik ging pas bij de vierde poging de boot in. Niet bepaald soepeltjes, maar goed, Bibfee was feit.

Ik ben nogal van boekenlees-turf, en het zeulen ermee beloofde nog wat, strakjes.

Geen betere krakkemikkigheid dan diegene waarvan je geen last hebt. Geef toe, dat staat als een huis, dus overstag.

De wervelwind die zich bij me meldde, was het absolute tegendeel van krakkemikkig. Een onstuitbare driejaars, leesgraag en breed-geïnteresseerd. Onversaagd bovendien, want ze droeg de dikste tomen voor me aan.

Wie bij haar nog leeshonger ervoer, moest het achtste wereldwonder wezen !

Best van al, was nog, dat het geen droge gort was – waardoorheen je je de weg moest slijpen, maar lekker beklijvend leesvoer. Dat moest goed gaan komen ; ik voelde ’t aan mijn water !

Goeie dingen heb je nooit teveel, dus belde ik Bibfee omtrent een reservatie die de bib voor me klaar had staan. Kraakvers thuis, voelde ik me nog lichtelijk brak, namelijk.

De openingsuren niet, maar de gedachte dat ik voor Bibfee ultravroeg uit bed zou moeten schoot wél door mijn hoofd. Ach wat, als ’t voor Dokter Huis kon, dan ook voor haar.

Zei ik al onstuitbare wervelwind ? Daags daarop woei een tornado mijn woonkamer binnen.

In de hurry die ze had, om haar overboekte agenda bij te houden, raasde ze voorbij de stapel retour-boeken, mijn leeslijstje en welja, de openingsuren ook. De vaart voorop lopen dus. En de haan, hij repeteerde het kraaien alvast.

Overnieuw, die boekenmissie. Hoera ende joepie voor mij, niet meer in de vroege morgen.

Als Bibfee wegsnelt, duizelt het me ! Ik voel een jacht die vast niet erger kon zijn, al zat een leger tsee-tsee-vliegen me op de hielen… Phie-ieewwwf.

Ach nou ja, ik ben duidelijk nog niet in de running, druk ik Stemmetje Ongemak weg. Nooit doen, beste lezers. Kraaiende paashanen zijn uiterst ongezellig, en slecht voor de sereniteit.

Weer terug met boekenbuit, meldt Bibfee dat er een saldo openstaat. Haan 1.

Haan twee is mijn “O, ja, da’s die reservatie.” Wat is dat toch met al die omen die je maar niet oppikt, hm?

Haan 3 dan eindelijk, is de ontdekking dat de reservatie van “Je ziet mij nooit meer terug” er niet tussenzit. Een half leven nadat Bibfee is gevlogen. WAAR IS HET ? Ochere ochottekes, laat dit übertoepasselijke voorteken geen waarheid worden …. voel m’n hartverzakking.

POTVERhierenginderenoveral is de gecensureerde transcriptie van mijn verder allesbehalve vriendelijke gesprekje met God. De Verlossing kwam niet van Hem, maar van de alleraardigste bibmedewerker.

Het vervolg laat zich raden. Toen kreeg IK het druk. Exact met dat wat ik zo graag had willen laten. Boeken zeulen, over een hobbelig weggetje, met pijnlijke onderbuik. Niet goed. Maar echt, ik moest frisse lucht. Om niet uiteen te klappen.

Bij thuiskomst hing ik zonder pardon ‘niet storen’ op de deur. In één moeite door stopte ik een kattebelletje in mijn voor de volgende ronde klaarstaande ziekenhuistas met “vermijd stress, A. !”

Het zal me benieuwen, of ik tegen dan nog weet hoeveel energie en geduld al dat aansturen van me vergt, zo post-operatief …

Voorlopig hou ik ’t maar bij “Lekker slapen en morgen gezond weer op !”

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Alea iacta est* ! (Swoon 55)

Opschrijven garandeert overzicht, beste lezers. Vandaag daarom een helikopterperspectiefje.

Wie mijn ‘vrouwenstuk’ van laatst onder z’n leesoog heeft doorgeschoven, weet, dat ‘r weer een casinootje zit aan te komen. Needs must …

Toen dit verhaal ruim 10 jaar geleden aanving, had ik géén idéé. Blissfully. Met een lonkende Sidonia-crisis, kon nog meer er NIET bij.

‘Zalig de onwetenden’ : inzake het aantal openingen, waarlangs tubetjes naar binnen kunnen gepropt. Tegelijk, wel te verstaan : drukmeting heet zoiets. Gezien de onmetelijke bochten waarin je je hiervoor moet zien te plooien : tortuur.  Pech, als je via ‘uitsluitende’ onderzoeken in dit perpetuum mobile sukkelt.

Door heftige medicijnintoleranties bleef beterschap uit. Toen m’n waterleiding slootwater ging produceren, wist ik : tijd voor ’n radicaaltje.

Ik speelde ijlings stand-in van iemand, die al stond geboekt, bij de arts wiens opinie ik wilde. Met medeweten en uitdrukkelijk fiat. Toch was Dr. Waterwerk ‘not amused’.

Géén Gramschap evenwel, wegens de Oceaan die ik  in z’n spreekkamer demonstreerde. Als er nou één moment was, waarop ik graag was ‘verdampt’….

De zware kanonnen moesten ingezet : het Beau-monde alternatief. En werkelijk waar, na enige tijd, en nachten vol onafgebroken slaap, voelde ik me mooi.

Fraai ging geldtechnish allerminst op. Dus, helloo, again, witte nachten en kangoeroe-wallen.

Ik zette omtrent de situatie niet ’n boompje, maar ’n heus bos op. Links en rechts brandhout makende, van allemaal ziekenhuisprotesten, betreffende betalingsregelingen. Als ik hier per definitie aan vastzat, waren ze conditio sine qua non. Punt.

Nu ze van de verdrinkingsdood waren gered, en weer in Morpheus‘ armen mochten liggen, vonden die celletjes van me, dat ik beloond mocht. Subliem.

Geen frontale confrontaties meer, maar ’n Florence, geparkeerd tussen mezelf en het ziekenhuis. Uit de samengesmolten girl-poweRR onzer kokers kwam consensus, waar amen op werd gezegd.

Oef, lucht. Het volgende huzarenstuk dat ik verrichtte, was de ‘als’-en en ‘wat’-tes opsluiten. In de diepste krochten der grijze massa.

Vastbeslotenheid is kracht. Want er begon iets te bewegen – op dat hogere echelon ‘overheid.’ Van ‘nabij’ ging de geldelijke tussenkomst naar ‘feit’.

Ter vergroting van de feestvreugde, ging mijn corpus ook rustiger wateren bevaren.

Van ontredderd zoeken naar afspraak, ging ’t naar sereen afstel. Het was spelletje ping-pong geworden, waaraan de medisch secretaresse met plezier deelnam. Maar spelersgeluk raakt op, ooit.

En dus is NU de teerling geworpen* : mijn fiche voor de passage in het casino ligt klaar.

The grey ones zeggen dat het goed is. Dik duizend dagen is record, en de vooruitzichten zijn om blij van te worden. Er zit best nog wat positieve rek op … Maar min herte, min herte, dat speelt gevoelsmatig toch de verliespartij.

Ik pendel nog een paar daagjes tussen “Blue, dabadee” en “Why does my heart feel so bad ?”

Duimen jullie mee dat de volgende ronde pas over 2000 dagen hoeft ?

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Hiep hiep hatsjie ! (Swoon 54)

Flex en ik, we go back a loooooooooonnngg time.

’t Begin lag in ’t tea-roompje, waar ik überharkerig zo’ n vermaledijd koffie-roompje in mijn mok wilde mikken. Gehannes. Het dekseltje was oester-vast besloten tot NJET. In ruil voor ‘geen melk overal’ nam ik dus m’n verlies maar …

Diepe zucht, en hand onder de kin. Zie het stripwolkje. Koffieloos gitzwart …

Zat ik dan. Verhuisd naar die prachtige woonstee, met al dat boeiends. Waar ik niks mee kon, omdat ik piepte en kraakte. De pijn werd heftiger, en de grey ones non-actief. Geesteloos .

Vaart, zwier, temperament, vavavoem : dat bén ik – in weerwil van de verstoorde motoriek. ‘t Lekte weg – terwijl ’t vizier der passiviteit almaar scherper stelde.

Dit kon niet zo. Ik liep de vaart voorop, met ’n bewegingsvrijheid die haast compleet was omzwachteld. Er was luttel tijd, tot dat mummie-punt.

Advies klasseren was één. Wat dan wel iets heul anders … Weten wie je daarbij kan helpen de graal. De keerzijde van die clean slate was, heg nog steg kennen. Sterker : niemand erin.

Bij referentiepunt Zero gestrand, moest de telefoongids maar. Je kunt je voorstellen, dat er nog tig middagen, en dito koffiemokken, vergleden, voor ik strategie had.

Toen ik op ener middag chocola probeerde te maken van m’n routeplanning, zat daar zomaar, uit het niets, Ingwia naast me.

Gereserveerd timide, met steelse blikken langszij. Niet zo gek. We waren elkaars spiegel. Ik zag alle emballages die niet open wilden, en zij, zij zag  teleurstelling die ik met sloten koffie doorspoelde. Net als, maar dan met thee.

We raakten aan de klap, en ik vertelde van mijn doel : de fysio vinden die aan dit ‘hopeloosje’ een begin zag. En liefst, in de onmiddellijke toekomst : progressie.

Allengskens raakte Ingwia er stelliger van overtuigd : haar kiné, Flex, was wat, voor mij.

Zij zou vast verhaal doen, en ik moest bellen. Daar ging die nobele onbekende, die zichzelf graag ergens buiten hield, met mijn story.

Ik bewonderde mijn voorspraak. Flex, die Ingwia’s stille inborst langer kende, ook.  Dus ik belde en zei : “Hallo, met Ariadne. Volgens Ingwia ben jij mijn (kinematische) redding. Kan ik een keertje langskomen ?” Dat kon. Een kiné-gewijs interessant geval, waar ie geen weet van had, jeukte Flex beroepsmatig te erg.

“Ingwia meent stellig, dat ik precies in je straatje pas”, rapporteerde ik. De beste aanbeveling bleek niet mijn conditie, maar haar hoog hebben zitten.

Jaaaaaaaaaaaaaren later nu, hebben we gekibbeld, gehuild, gegiebeld, gewrocht, en vooral veul van elkaars leven gezien. Het intrieste, maar ook wat onuitgesproken beter gaat. Zoals dat gaat hebben we al wel es, kort door de bocht, elkaars communicatiehoorn neergepleurd – met een stevige vloek er achteraan. Om daarna groot genoeg te zijn om dat recht te trekken.

Allebei weten we wat niet meer. Hij geen huisbezoeken, ik geen dagen na-pijn.

Dus trotseer ik, met grinta, de elementen. Flex dan weer mij, met godsgeduld. Als ik voor de miljoenste keer wéér es voorbij het laatste momentje afbel, wegens stortbui …

De interesses zijn opgeschaald. Ingwia, Meteo-vista, en welk afspraakslot ik kan kapen als ‘het weer’ tegenzit.

‘Zuster Anna’ vraagt regelmatig: “Hebde nog iets ?” “Neuh, spijtig” switcht soms  in “Hoera, ik heb ’n zieke !” waarop ik dan “Hiep hiep hatsjie !”. In koor giebelen we ‘niet netjes’ er achteraan.

Benieuwd, wat Ingwia mag denken, over de capriolen van het duo dat ze samenstak…

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Birthdaygirl ! (Swoon 53)

Tussen de waan van de dag door, moest er ook nog jarig geworden gewezen zijn, beste lezers.

Daarvoor haal je, her en der, wat in huis. En dan afrekenen in de winkel-lange kassarij.

Iedereen profiteert natuurlijk van dat éne droge intermezzo tussen die gietende snert van de laatste tijd. De bende van Zeus lijkt zich maar één act van zijn repertoor meer te kunnen herinneren : water, en doe ze nog es vol. Tja, het is niet anders.

Voor mij, in zo’n winkelkarretje met zit, zit ’n Zonnetje, dat geen snipje last heeft van dat humeurverpestende regenwater.

Niet moeilijk, ze draagt een verjaardagskroon. Zo’n door de juf bijeen-geniet knutselstuk, dat je de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele dag mag dragen. Zonnestraaltje neemt dit op het woord, want ook nu, al een poos na schooltijd, siert ie haar jarige koppetje. Ze demonstreert aan papa hoe de klas voor haar heeft gezongen – en hoe ze alles heeft begrepen !

?????????? – denk ik …

Algauw zingt de trotse vader met zijn allerschattigste oogappeltje mee. In vlekkeloos Nederlands – terwijl moeders naderhand invalt in wat Arabisch moet zijn.

De kleine miss vind het heer-luk, en ik, die er vlak nakom, mag delen in de feestvreugde !

Haha, zalig toch, die twinkelende oogjes ! Helemaal blij, ik.

De taalinclusie zorgt voor elfendertig coupletten van Happy Birthday. Zekerheidshalve werpt het ouderduo wat zijdelingse blikken, om te kijken of het niemand àl te errugg enerveert. Als dat al zo is, wordt het in ieder geval tactvol gemaskeerd.

De spekjes, waarop ze vol overgave, en met ouderlijk OK, de toehoorders trakteert, verzoeten. Happend zit ieder weer bij ’t moment waarop ie zélf ooit vier werd, waarschijnlijk. Met juffenkroon, dat spreekt…

Als de lekkernijen op zijn, maar de adem voor zingen nog niet, krijg ik een lachend “Sorry,” van paps.

“Welnee”, zeg ik, lekker mee-giebelend. Kon niet gepaster komen immers, nog luttele daagjes, en dan ben ik OOK jarig.

We wisselen nog wat gemeenplaatsen, ze rekenen af en dan, dan ben ik. Zo, die verjaardagskous is gebreid, zou je denken.

Het naadje moest echter nog  ingestopt. Dus houden ze halt bij mijn bocht naar huis.

Wat timide biecht Zonnestraaltjes paps op: “Mevrouw, ze wil absoluut nog ’n keer voor u  zingen, omdat u strakjes ook jarig bent.

Aaaaaaaaaaaawwh, wat lief  ! Kan je geen nee op zeggen, vinden m’n celletjes. Groot gelijk. Maar de ‘grey ones’ hebben nog wel ’n verzoekje. Wie jarig is, mag wensen, niet ?

“Eh”, begin ik dus voorzichtig, “mag ’t in uw taal, Mevrouw ? ” Arabisch, zoals gedacht.

Als je die avond iemand voor ’n driekoppig, glunderend koor hebt zien staan : dat was ik. Met de serieux des hymnes werd ik toegezongen. Misschien wàs ’t dat ook wel. Weet ik veel – ik snapte er geen Griekse Jota van.

Maar hierin ben ik stellig : het was heu-mels prachtig. Meerstemmig ook nog, en mesmerizerend gewoon.

Zelden heb ik me ZO jarig gevoeld, zonder het dan al te zijn !

Duimpje op voor zulk een ‘Toezang’ ! Je moet het maar doen … Helemaal geweldig !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Mr. Leeflust (Swoon 51)

Vooraf : Deze Swoon is een ode aan Leeflust, een bijna-eeuweling met zwier, nu wolkzitter.

2017. Een loodgrijze februari-morgen, een keukentafel en ik. Dat is de setting, beste lezers. Allemaal even troosteloos. ‘Mijne kop’ voelt als het vierarmen-kruispunt : oren, sinussen en ook één oog zitten potdicht. Het enige dat loopt is mijn neus, en tranen. Het doorgaande verkeer bestaat uit een file tissue-propjes.

Oorzaak is het momentum, dat me de fakteurfactor liet trotseren. Sinds mijn correspondentie inclusief vensteromslagen is, vergt dit zo nu en dan vermetelheid. Het is nu dat andere gevaar, het gebroken wit met zwart randje, dat voor stupéfait zorgt.

Leeflust’s tien dagen eerdere “Halloooo, ik ben er nog !” was nu : ik ben niet meer. Ik kijk er daas naar. Mijn oog wordt onweerstaanbaar getrokken naar het bijtend roze Post-itje van Buur dat de ingetogen envelop ontsiert.

“Dit vond ik in de bus, na een paar daagjes weg”. Potverhierenginderenoveral ! Te laat. De gestrenge correctheid van m’n nieuwste wolkzitter indachtig, speelt zich binnenskops de begrafenis van de postbode af. Op het geplogen witte scherm hierbij, nu eens geen wapenfeiten, maar welgemeende tirade. Van MIJ. Want dit brei je niet even recht, n’est-ce pas.

Ook hoofdelijk, hoor ik Leeflust scanderen : “Kijk naar wat je wel nog kan, Ariadne”. Nou. Vooruit. Een reuzemok dampende koffie dan maar. Niet dat ik ze proef, maar de opstijgende warmtekrinkeltjes vertroosten. Een dosis obligate zuivel, en een Exce.drinnetje erachteran.

Now we’re talking ! Vlug condoleren, voor ik weer inzak. Aldoende hoor ik, dat er ’n koffietafel 2.0 komt, omdat er nog liefhebbers waren, voor ‘de postbode schabbernakken’*.

Toentijds. Soms breken mensen binnen in je bestaan op, eh, ‘liefst-niet’ moment. Wat nou, alles in de plooi…? Overhoop is ook mooi. Echtigentechtig.

Ik – pas een half land verderop verhuisd zijnde – was fysiek óp. Alles weigerde dienst, maar ikzelf, noch de dokter, toen nog te leen, begrepen er éne jota van. Dus : ’n batterij opzettelijk ver uiteen geplande onderzoeken, bedrust en ‘kamertje alleen’. Met uitkijk op de badkamer.  Daarin  : ’n gehoofddekseld heertje, zichtbaar moeite hebbend niet te ontploffen. Z’n doodzieke Cupidaatje werd van hot (badkamer) naar her (gang) gesjouwd, namelijk. Kamertekort…

Dat ging zo, tot ik ’t tafereel – plus de lege ruimte naast mijn bed – niet meer kon aanzien, en de verpleging er op aansprak.

“Weet je ’t zeker, ” roloogde witkapje, niet overtuigd.

27 zijnde, wist ik ook wel wat leukers dan ’n haast-hemelende, maar m’n hart was bij dat meneertje, dat straks – kinderloos, net als ik – met een gapend gat kwam te zitten. Moest-ie zich dit alles herinneren, met heisa en beddengeschuif op de voorgrond ? Mooi niet, als ik ’t helpen kon. Met stip iets waarin ik onwrikbaar absoluut was, beste lezers. Zo adopteerden we elkaar, die dag, de 80-er en ik.

Personeel meldde zich prompt kies afwezig. Ik trok dus maar m’n meest fluwelen handschoen aan, en vertelde zo zachtzinnig als kon, dat Piet Hein onafwendbaar onderweg was.

Z’n die-ie-pe zucht en één ontsnapte traan deden konde van de inzinking, maar, ik zag ook iemand die gaandeweg herrees, met lust tot leven. Leeflust.

Precies één week na ’t verscheiden, stond ie weer aan m’n bed ?! Mét ribbelchips paprika. Want was mijn zoutgehalte niet gekelderd, volgens de dokter ?

Was er dan draad doorgeknipt, er werd ook een nieuwtje gesponnen. We hielden contact, en giebelden en grienden wat af. Hij maakte me wegwijs, in m’n nog ampertjes ontdekte woonstee, en ik was dol op mijn levend archief. Samen hadden we ’n geschiedenisboontje. De grote oorlogen kwamen dus voorbij, hoewel heul summier. Want op dit punt was Leeflust   oester. Die ik dan weer niet probeerde open te breken.

Hierover verhalen aan ‘jonge’ mensen vond ie passen als ’n vlag op een modderschuit. Dit verlies nam ik sportief. Wat moet je anders, als iemand haast drie keer jouw leeftijd telt ? Af en toe liet zich tóch iets wetenswaard kennen. Zo begreep, sprak en las ie prima Duits. Maar hij zette de toenmalige Voldemort en zijn groot begane kwaad op zijn manier gevangen – door complete negatie van de taal die ze spraken.

De generatiekloof, ze ís er, maar niet bij deze man – die goed twéé keer mijn opa kon zijn. Deze ware gentleman, met humor en open, twinkelende blik, was zowel verademing, als eer, om te kennen.

Zijn oorlogsattitude om ergens voorbij te kijken, zijnde mijn gammele constructie, en de waardering van mijn vrouwelijke input bij dilemma’s, waren kadootjes. Van hem, aan mij.

Kortom, het was me een hemelsbreed genoegen.

Spontaan kwam Harry Belafonte naar voor als swoontje. Deze maartmaand jarig, en ook 90+, met charisma.

Geniet van Hava Nagila, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


*: iem. schabbernakken : iem. bij ’t nekvel grijpen

Maravilhoso ! (Swoon 49)

De eerste swoon van 2017 alweer ! Een redactioneeltje ook nog.

Intenties

Maar, aangevuurd door de wondermooie commentaartjes, zal deze eerste zeker en vast niet de laatste wezen ! Ik heb errugg genoten van de reply op m’n Soft Sides in Superswoon-editie, dus neem ik hierbij de draad even enthousiast als eigenzinnig weer op. Schijnbaar m’n handelsmerk, en de grey ones werden/worden er veels te blij van. Voor grijze gannefjes – met de pet opzij  – doe ik wat, beste lezers.

Ze hebben niet de klagen, die cerebellumjes, en Ariadnesdraad evenmin !

Cijfertjes

Elke maand van 2016 raakte in het archief. Wat zeg ik, élke week :#droomdiewaarwordt. Goed voor + 50 postjes en dik 5000 views. Like(d)… A lot kennelijk, want de like-button werd smooth and swiftly aangeslagen.

In 2015 was de ratio columns/views nog 30/3000 – ter vergelijk. Met dank aan de Zwijmelclub, waar ik me als een vis in het water voel, stel ik vast dat afgelopen blogjaar een stuk lees-en schrijfgerichter is uitgedraaid.

Hoera ende joepie ! Niet alleen voor fijne lezers en #goudenreageerders, maar ook voor het inzicht, de humor, de kadrering en het afvlakken van menig scherp kantje die ’t mijzelf bracht.

Doel

Het doel voor 2017 : het stukjes totaal van Ariadnesdraad richting de 350 manoevreren – en vooral de tel niet kwijtspelen …

Mét esprit, een stevige snuif (zelf)spot en ‘er bovenstaand’, zodat jullie, beste lezers, een overview krijgen van de capriolen, waarop de wereld en niet in het minst m’n little grey cells zullen gaan broeden … De #SG17, Spreekwoorden en Gezegden van Carel, om maar iets te noemen.

Dat we er maar es goed om mogen gibberen ! Smering van ’t kraakbeen der pijne harten, immers.

Voor nu doe ik ’t nog maar efkes met glucosamine, lenige hersentjes en de uitslaande beentjes van dit danspaar, dat een heel eigen paso – of is het ’n seguidilla ? – ten beste geeft. Ma-ra-vil-ho-so, die souplesse. Ik kan niet anders dan Arturo Artus * bijvallen die stelt  : “… ich wollte, ich könnte es nur annahërnd so.” Einde citaat.

Vavavoem

Het blogjaar is geopend, beste lezers : met bling bling en vavavoem !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

—————————-

*: Artus : één van de commenters op dit clipje.

Soft Sides : The 2016 edition – Superswoon

Wat is met z’n cheesy crust aan mijn ribben blijven plakken ? Tafereeltjes in  woord, beeld en klank. 2016 aaneengeregen van dag tot draad. In de vorm van een Superswoon. Goed voor ’n zwierige overgang !

Super dark wave, stond bij de commentjes op deze clip. Accurate beschrijving voor de donkere en duistere golven, die de diepste krochten der wereld, en ook Belgenland, overspoelen. In 2O16 borrelt en ‘boemt’ er overal van alles …

Maart : #Praying for Belgium : Dit lied, en deze Mohamed blijven me bij… Belgenland wordt met #failedstate om de oren geslagen, maar andere naties zullen zich, later dit jaar over diezelfde vraag moeten buigen – Nice, Berlijn …

Ooit in het nieuws, en ik geloof het instant : toestellen gaan bewust sneller stuk. Mijn stofzuiger, oven en tv, ze deden of doen niet meer mee. Niet eerder in huis, maar prachtig functioneel : mijn zonnewering. Whoe-hoei ! – Juni.

En nog een bom : Brexit. Het kon niet, mocht niet, zou niet, maar het wàs plots feit. #Falende peilingen.

Thema van de cartoon op deze pagina: Een te groot deel van Engelsen wil uit Europa, klik op de cartoon om naar de volgende te gaan

Juli : dit blog boomt. De lezersaantallen schieten uit de startblokken – mijn meest gelezen maand – en de Tour ook. Ariadnesdraad heeft het wielervirus te pakken – Gele & Gouden Greg – maar lezers nemen ’t sportief op ; #mijngeweldiglezerspubliek, dat waarschijnlijk wel een danske placeerde toen ’t ein-de-luk klaar was ! Toch nog even ’n Sagannetje, om het af te leren …

Ik zwijmel dit jaar vrolijk mee, en krijg de meest opgewekte reacties : “Ohh heeerlijkk dit, schitterend hoe jij pech in hoofdletters zo hilarisch kunt opschrijven dat ik bijna buikpijn van het lachen krijg…. en dat terwijl dat zo herkenbaar is ook hier momenteel.” -Melody. Geweldig lief, en humorvol, mijn lezers !

Zomer is ook : Pokémon zoeken.

Augustus dan. Het Baantjer-thema van Toots is favoriet, maar voor deze immer lanchende Vlamerikaan mag ’t internationaler <3. The American Dream…

Oktober : uit de VS komt het fenomeen horrorclowns overgewaaid. Niet veel later zitten ze er zélf met één opgescheept. Trump is president-elect en de Amerikanen dragen speldjes. # Amerika kiest.

Leaving the table, Leonard Cohen – en Come Back To Me zingen zal niks helpen.

Afscheid van de charismatische Obama, dus.

Hillary conceeds : november. ’t Kon niet, mocht niet, zou toch niet, maar …WAS. #Falende peilingen, op repeat. Een Stevige Snuif Girlpower mag op Ariadnesdraad niet ontbreken. Daarom de integrale speech, beste lezers.

december : Aarrghhh, Pietendispuut again. Wereldprobleem. Mooi opgelost in dit Sint-Clipje :

Kerst komt, maar de vrede nog lang niet. Schwere Sachen, ook voor girlboss Angela Merkel. Wie wil er nou als Kerstkado ’n aanslag in Berlijn ? Voor het mooie, maar niet meer bestaande Syrie – Alleppo, deze van Ofra Haza. Er mag wel es een nieuwe, schallende klopper op die hemeldeur !

Grmmpf : nutsvoorzieningen weer duurder in 2017 : wanneer denken die prijsstijgingen nu es “We kunnen er beter mee ophouden ?”

Ach. Wij hebben ze tenminste – dat kunnen de hopen op de vlucht en in erbarmelijke omstandigheden niet zeggen. Fiat lux ! Vooral in de hoofden van diegenen die hiervoor een uitweg moeten zien …

Donald Trump officieel bevestigd als President. De eerste steen van wat allemaal ?

Misschien toch gehoord, daarboven : Music for Life breekt records met de goede doelen-actie, en in NL doet de tegenhanger het ook super. Op deze warme gloed zwaai ik 2016 uit …

Fijne jaarwisseling !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Celestial Sounds

Ariadnesdraad zit weer op de radar, beste lezers ! Er ruiste van alles, in en om ’t spreekwoordelijke struikgewas. Toegegeven, mijn lees- en reactie inhaalslag is nog geen feit, maar lezers in m’n hart, dàt zeker.

Net als deze Kerst. Want, jaahaa, ik had mijn eigen versie van ’t Bakske vol met stro. Zijnde een niet langer ingestort ladenkastje. Uniek als kribbeke.

Want er ruiste ’n blogstuk in het struikgewas – gelezen door Gulliver.

“Ha, je vraagt je af of ik dat kastje weer ineen krijg ?” “…?!” “Ik las Swoon 46”. Via de SOS die blog heet kwam dus, op Kerstavond, Gulliver de deur door, met zowat alles wat je als stakend kastje vrezen moet : strong determination, hamerende handigheid, stevige nagels en een professionele nieter.

Keukenkastje wist van affront niet meer waar kruipen. Wij van onze kant gingen er tevreden naar zitten kijken. En een beetje onwennig naar elkaar ook wel, want weer heel anders dan vorig jaar.

Heel veel leuker. Maar omslag, na eerder inktzwart, en Dametjes Buur die je met een volledig klaargemaakte (!) menu laten zitten. Huilen is dat, helemaal als je weet dat in laatstgenoemde editie, Vadermans drie kerstdiners voor de kiezen kreeg. 3-0. Blamage op het kerstig palmares.

Daar kan je ’t niet bij laten zitten, dus pasten en maten we een nieuw format. Vandaag ben ik ietwat gesloopt, maar opgewekt.

De grey ones diepen daarom in de stilte na het feestgedruis ’n fotootje van vroeger op. De rekwisieten : een kuipzeteltje, een godsonmogelijk wakkere kleuter in roze ponnetje, met fuchsia toet als bewijs van doorgetrokken onweer. Op mijn hyperactieve koppetje een giga-pothelm waarmee je rustig ten oorlog kan. En : aandachtig glinsterende oogjes.

Niet op de foto : op een goddeloos uur op zijnde ouders, Messiaans blij met hun koptelefoon. Heiland van gemoeds- en nachtrust. Getroffen door de uitwerking van de muziek – hence het kiekje.

Dat rumoertje nachtbraker luisterde naar ‘Kleine Nachtmusik’. Nou ja, Mozart was ook een spitant gevalletje, tenslotte.

Great minds think alike – tot ze op internaatsleiding botsen die Euridykei heet en gek is op aria’s zingen met sopraanstem. Met klassiek, en opera in het bijzonder, kwam het daarna niet meer goed, beste lezers. Die éne verplichte schoolvoorstelling in die aard was me kwelling, van alfa tot omega. Wàt een kelk !

Bloedongelukkig maakte ‘t, met rugrillingen toe. Geen idee of Amadeus zulks ook bij het componeren ervoer, maar indien ja : ocharme sukkelaar.

Een arsenaal ervaringen verder, is Wolfie vast weer blij met me. Muziek mag me weer met emoties overspoelen, de wave is soort van terug.

Het is geen Kleine Nachtmusik, maar Moosje heeft vast ’n boontje voor de kwieke Bobby McFerrin, die een Bach-gounod fenomenaal kan laten klinken, terwijl een doorregend publiek daartoe ’n impressionante zangprestatie levert !

Don’t worry, be happy now. All’s not well, maar hierna wél weer eventjes.

Al helpen het maatpak en z’n dreads, het is toch gave om iedereen mee te krijgen en dusdanig te beroeren. Kan de wereld nog wel even achter komen,zeg.

Fenomenaal, hemels en hartverwarmend ! Precies zoals ik hoop dat de Kerst mijner lezers is geweest …

Finders, keepers (Swoon 45)

Het moet onderhand een reeksje wezen, mijn boodschap-expedities. Vandaag tijd voor een nieuwe episode, beste lezers.

Tijdens het stormweekend van laatst, kletsen Gulliver en ik gezellig vijf kwartier in een uur weg.

In de 1.0 versie van zichzelf, deed Vadermans dit nooit-van-zen-leven-niet. Toen kon hij ZO gereserveerd klinken, dat de andere kant – nog zonder nummerherkenning – zich werkelijk afvroeg of hij het wel was ???!

We raakten een heul end op scheut, toen ie tenslotte m’n kookmomenten als leidraad nam. Ten huize Ariadnesdraad is het allesbehalve raar, als de kooksessie ter achtster ure ’s avonds nog in volle gang is. Vaak is dat preparatie voor de dag van morgen. Want met een verstoorde motoriek is één zaak zeker : alles gaat ten hemel schreiend traag.

De mise-en-place, het koken – alles in de (braad)pan mikken, niet er naast – en welja, het opeten ook.

Dat laatste is cultureel bepaald. Moeders maakte ’n punt van goed kauwen, en dat komt me, nu m’n eetfabriek soms maar van de noen tot den twaalven draait, prachtig uit.

Tussen het bikken van toen en nu zit ook nog de man mijner toenmalige dromen. Samen eten was nog wat.

Nee, niet omdat we het niet gezellig hadden. Maar de eetslak die ik was, mis-matchte met zijn Speedy Gonzalez-eettempo. Zo lang wij een ‘item’ waren, is de beste man nimmer meer aan zijn bord begonnen, voor het mijne half leeg was. Het zou ’n Kimmetje kunnen zijn : “Liefde is  … pas opscheppen als haar bord haast leeg is”.

Halverwege is top, maar niet als je drie pannen op het vuur hebt, terwijl Dumdiedummetje zingt. Dé siliconenspray voor ’n geolied gesprek, is de looptelefoon, waarin je al roerend kan schallen, dat je rijstebrij blub-blubt, en dus klaar is.

Pannen die niet asfaltzwart zien, omdat je te lang kwekte : dat is je ware. Je begrijpt, beste lezers, dat ik wàt blij ben dat bellen zonder beeld kan. Al zou het die zaterdag best wat geweest zijn, om die woest zwarte wolken te laten zien.

“Gauw dan, voor ’t begint”, zegt Gulliver, die mijn godsgruwelijke hekel aan natte pakken kent – én mijn patent erop.

Prompt schiet ik uit m’n sloffen, m’n jas in. Maar ’t zit me niet mee. In de ene superette is het artikel waarvoor ik dit hondenweer trotseer, opper-dan-op. Ik koop dus maar de komkommer die ook op mijn lijstje stond, om in de aanpalende buurtsuper te ontdekken dat ie hier 20 ct goedkoper is. Geen wereldramp natuurlijk, maar alsnog geen strakke actie ; rap gekocht is geld toe.

Om ’n wit voetje te halen, joelen de grey ones ‘nootmuskaa-aat,’ als ik voorbij het kruidenrek kom. Maar schoon, scheef, of lelijk, ik kan d’r niet bij. Hm. Sja, de vakkenvuller is duidelijk meer dan 152 cm. Dan, als geroepen, is daar opeens Guitige Lach, die met mij de strooibusjes naloopt. We kiezekeuren, en zijn allebei tevree. Zij met het toch wel diverse aanbod, en ik met mijn ‘vangst’.

Fluks de bocht om, want het loopt tegen sluit. Een tulbanddrager stuit me schoudertikkend de opmars. Met ’n “Is dit vijfje van u ?” doorbreekt m’n Belgenlands-Bengaalse medemens het hypnotiserend effect van z’n hoofdtooi. Deze tulband zit wérkelijk pico bello. Ik ruk me los uit de overpeinzing, hoe ie dat voor elkaar krijgt, als ik kopspeldjes ontwaar.

Weer bij de les, zie ik dat we nog de enigen zijn, op een kassa-file na.

Waarin niemand het vijfje kwijt lijkt, dat op de open handpalm voor me ligt. Mijn celletjes racen. Dilemma : vóór mij een imposante kerel, die ik niet zomaar voorbij kom. Achter mij, de kassa, die er als havikken op zal duiken, onnoemelijk veel trammelant genererend. Zo geen zin in.

Tulbander leest mijn hoofd. “Dit lag op de grond, Mevrouw, bij ’t kruidenrek”.

Ik heb daar halt gehouden, m’n artikeltjes tellende. Want die Zilveren Vloot van mij, die lijkt wel verdwaald in het Midden-Oosten …

Ik kijk een meetlat hoger, en zie zacht staande zwarte karbonkels. Wat er ook van zij, hij had ‘r allang, spoetnik-gewijs, met ’t geld vandoor  gekund. Finders keepers, tenslotte. Ik denk nog even aan de losers, weepers, en zeg dan welgemeend : ” Dank u ! “. Wat me ’n stralend witte lach oplevert. Wie ben ik, om een goeie daad te dwarsen.

Weer thuis schiet me ‘toeval is logisch’ door het hoofd als ik het geplooide vijfje zie – dat in zich nog een verrassing draagt : zijn twin !

Welwel. De Goedheiligman heeft me in z’n boek ! Nog wel zónder dat ik mijn schoentje zette.

Ach wat. Dank u, Sinterklaasje !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Over Feniksen en Kaneelvogels (Swoon 43)

De hoeveelste versie van dit stukje je nu voor je hebt, weet ik echtigentechtig niet, beste lezers. Bij de tigste versie ervan, ben ik maar met tellen gestopt. Nee, dit is ’t niet, dacht ik telkens weer. Opnieuw dus maar. Opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Opnieuw beginnen. Exact wat ik sinds het ontstaan van mijn Novemberverdriet dag-aan-dag heb gedaan. Net als al wie er evenzeer door werd getroffen.

Met wisselend succes, en vooral, een zilte zee aan tranen. Al dan niet zichtbare.

Het is vreemd, om dingen te doen, waaraan zij geen deel heeft. Het is be-vreemdend, om haast hààr leeftijd te hebben, verre van oud, en me terzelfdertijd te voelen, alsof in mijn voorbije lustrum, er even ‘n heel honderdjarig leven zit bij-gepropt.

Hoe bizar zal het zijn, om straks even oud te zijn, als de dame op de roze wolk …

Qua buitenissigheid komt er vast een streepje bij, als er, ooit, méér jaren op m’n teller staan dan zij er heeft verzameld. Het zusje, zonder zus – en toch ouder dan.

Enigmatisch is het. Net als in juist déze week het 43ste Swoontje schrijven. Desondanks doe ik het.

Want, de afgelopen 72 maand hebben geleerd, dat de verbijstering steeds weer toeslaat, ongeacht dag of tal.

Als er wordt opgelegd (cfr. Dr. Tinus) dat het na 6 jaar wel es klaar moet zijn, of juist als de andere kant van de lijn haarscherp bij je aanvoelt – en ook nog in woorden giet – wat er aan emoties bij je kolkt.

Dan kan ik de ene inmiddels gepast op z’n plaats zetten*. En de ander terugbellen, om te zeggen : ” Sorry, ik moest eerst even uithuilen”.

Soms voelt ‘t, als de gedaantewissels, van een eerstejaars tovenaarsleerling. Vanuit het ene, de feniks, even in het andere, de kaneelvogel. En op de geslaagde dagen, de twee in één. Ik.

Bestendig tussen hamer en aambeeld. Continu tussen omgevings- en eigen verdriet geklemd.

Gevolg van die giga-omwenteling die alles, mijzelf incluis, voor altijd heeft veranderd. Onherroepelijk. Zonder dat je er even vrij van kan nemen.

Voor al wie ook (November)verdriet heeft : de kracht van een Feniks stuur ik je toe, samen met de zoete troost die deze kaneelvogel in zich heeft. Wholeheartedly.

Want verdriet, dat is tenslotte dat ding met veren.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

______________

* : intussen kwam een nieuw consult voorbij, dat van een leien dakje ging …