Categorie archief: Ariadnesdraad

Kop tegen kei (Swoon 42)

Afbeeldingsresultaat voor someecards

Noot : De vandaagse zwijmel zit onder het linkje mét ster.

Nu het politieke stof neerdwarrelt, is het weer tijd voor de (dokters)realiteit van alledag. Op het moment van schrijven wees niets erop, dat de tegenstelling ‘empathie versus hork’ ZO zou worden uitgemeten. Ik wuif dus maar even naar de jongste presidentsverkiezing, én mijn input leverende lezers.

Dat m’n constellatie vaklui vergt, is publiek geheim.  Constructief bekeken ben ik ’n heus bouwbedrijf. Er is Die Dokter, voor de bewegende delen, met Flex, als onderaannemer. Verder de loodgieter, en voor de algemene constructie Dokter Huis. En dan nog de aandrijving – die van ’t witte wondertje.

Een hele santenboetiek. Tijd voor ‘stratego’ mijnerzijds.

Genre : ik ga op controle en ik neem mee …

Geduld, analytisch vermogen en zakelijkheid.

Ik heb gewoonweg afspraak met m’n gezondheid. Van punt tot punt, en niet verder. Dit houdt scherp.

Wat is noodzakelijk, nuttig, wenselijk ? If not, say no. Zo hoorde ik mezelf ooit tegen Die Dokter, die van een rugscan droomde, zeggen : “Enne, wat hoopt u te zien, behalve dat ik meer versleten ben dan doorsnee ?” Ik hoorde de Rx-jongens al sakkeren op mijn motoriek, namelijk. We proestten het samen uit, want de beste man zàg zich al plaatjesgewijs gokken, naar ieders leeftijd …

Goed, dat gaat mee. Verder nog een I-pod, ’n tablet en ouwerwetsch notitieblok. Wég klaagzangen, tijd vliegt, en voor je ’t weet heb je ’n blogstuk bijeengewacht.

Best niet in je survivalkit : angry bird en struisvogelpolitiek. Dan krijg je kop-tegen-kei momentjes.

Die vrijdagse mei-morgen ben ik ’n errrugg benauwde, krassende kraai. Malheur, dat ik net nu mijn tracheetjes in oorlog zijn met het allergieseizoen, bij de eetfabriek wordt verwacht.

Hondsberoerd + Wachtkamer = Bedblijven. IJzersterk axioma, maar ik doe ’t maar met Ziek = Dokter, dat staat ook als ’n huis. De wachttijd tot de volgende afspraak beneemt me immers helemààl de adem.

Dan ben je dus, ten arren moede, in ’n verdàcht rustig ziekenhuis. Het héle pc-netwerk is alvast aan vrij begonnen, en pen en papier zijn zo voorbijgestreefd dat ze vanuit de diepste krochten moeten opgediept. Enneuhh, goed notuleren, hoe ging dat ook alweer ?

Ziek + wachten = onbedààrlijk hoesten. Dik 80 helse minuten later ben ik. Ik ben niet blij, en Arts heeft ’n dik erop liggend pesthum.

Spekschieten.

Voor ik de eerste halve zin ver ben en ‘Negatie !’ heb kunnen denken, blaft de andere tafelkant : ” Je moet me dat niet vertellen !!! ” ??? Bizar. Ik knipper, maar blijf in de plooi. Uiterlijk dan, want binnenin zijn fluitketel-allures omgeturnd tot ’n stoomtrein.

Je kunt op m’n koorts-verhitte hoofd ’n eitje koken, maar tóch voelt ’t koud in mijn hart.

Nogmaals onderbroken door “IK WIL ‘T NIE WETEN”, ben ik bluspoeier, en heeft Arts honderd.

Dat gevalletje ontact zit hier potjanstropie poen te scheppen, zonder ook maar één klap uit te voeren. ’t Moet niet zo gek worden, dat ik braaf blijf bij ‘mond snoeren en doorgeven als ’t paard van Troje’. *Wat denkt hij nou !*

Kome wat komt, dit neem ik niet. Ik ben zo goed als ieder ander, en mijn hersens, geld en tijd ook. Van m’n medicus verwacht ik de fijnbesnaardheid, die hoort bij verstand. Punt. Hoe menselijk slecht geluimd ook. Je kan het gesprek anders versporen.

Ik dus, op identieke toon : JAHA, MAAR DAAROM  IS HET NOG WEL ZO ! Ik wil ook niet an waarom ik hier zit, maar het blijft feit.

Sensibel is goed, maar snoeihard beter. Ver-bluf-fend, dat empathie-skippen.

Het register toonladdert eensklaps. Arts neuzelt nog iets als ‘Ik zie, dat je je weg erin gevonden hebt’ en speert weg. Duidelijk niet bedacht, op het vàrken, na z’n spekschot.

Ik gok, dat in de volgende ronde, de struisvogelpolitiek is ingewisseld voor poeslief.

Kan me niet voorstellen dat Arts een nieuwe ‘from-cute-to-gorgeous’ wil …

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Pakkers, potters en grabbelaars (Swoon 40)

Noot : dit is geen lieflijk (September)-stukje. De topic is fysieke integriteit. Maar zolang Trumps de wereld bevolken, moet dit verteld. Ik weet zeker dat hoofse (mannelijke) edelborsten die dit lezen het hiermee eens zijn, en goed 735 woorden later, nog méér. Ik zeg : Courtesy for President !

“Da’s misschien wat laat”, denkt Flex mee, bij het opnieuw inplannen van mijn uitgestelde fysio.

Ik ben blij toe, dat ik niet in z’n ochtendshow zit. Uitgewrongen was ik, gister, na heftige protestacties van de inwendige mens.

Vandaag deplorabel, lichte verbetering. Linksom of rechtsom, Flex is m’n beste kans op griepverbetering. Ik moet en zal er raken, of ik heet geen Ariadne meer.

Ik meld me ter zevender ure. Niet meer dagklaar, maar nog verre van diepduister. Met wat geluk ben ik zelfs het potdonker voor, bij terugkomst.

Al is het dan het énige succes die week, het lukt.  Zonder horrorclowns, kom ik  in het voorportaal mijner woonstee. Aan de sleutelkast staat ’n onfris (gewassen) heerschap. Hij morrelt aan de bel van Buurman, die wel wijzer is, en ‘m laat staan. Ik keer mijn hoepels maar, voor deze pot-roker.

Oef, gelukkig had ik mijn sleutel niet in de aanslag, denk ik bij mijn blokjes rond. Nog één, en nog een, en dan moet ik de knoop in m’n maag echt hakken : hoog water.

Hij staat er nog, en ramt intussen Buurman z’n bel. Dan opent Sesam zich. Mijn werk, en dus stort Potter zich op mij, een volle toot* plantend. Getverderrie, wat is dat toch met  ongewenst pakkend en plakkend mansvolk ??! Waar ergens sluipt handtastelijkheid in het ‘goed fatsoen’ ? Dat kan toch niet, via weldenkende moeders of vaders ?

Als ik ’t een dikke week later aan Gulliver vertel, beslaan zijn oogbogen z’n heeeele voorhoofd.

Maar wat ’n kelk. Onbedwingbare waterkrachten drijven me, en ik ben verbazingwekkend kalm. In de stilte van mijn hoofd hoor ik de celletjes des te beter. “Oppassen !” En ja, ik ‘las’ goed.

Al ligt religie vér achter me, ik leen nog even wat ‘decorum’. Nut moet je niet versmaden, tenslotte.

Dat denkt Potter, net zo duivels als Lucifer, ook. Pakt me bij de schouders, en glijdt doelbewust af, naar de bos hout voor mijn deur. Plet mijn balkon, waarvan ik voel dat het ’n blauwtje loopt.

Als de stok stijf staat, is de uil gaan vliegen. Omdat je nut niet moet versmaden, plant ik NU een elleboog in zijn maag en ben los.

Opeens snap ik de grey ones. Ze dirigeerden me naar de zijkant van de sleutelkast, mét scheeeeeeeeeeeerpe punt. Zonder één kik te geven stort ik me op hem. Voor één keer komt mijn onevenwicht van pas.  Geeft de zwaartekracht een welkom zetje.

Potters rug wordt geschuurd. ’t Was me net zo lief wat anders.

Onverholen woest sis ik : ” Van grabbelaars ben ik niet gediend, uit mijn ogen, potverdulleme !!!!!!! “

Potter is op slag nuchter. Heeft hij zich even in dit onderdeurtje geTrumpeerd. De handen excuserend heffend, weet-ie niet hoe snel ie de lift in moet. Wat dénkt die knakker nou, zeg ??!!

Als de meubelen al gered zijn, doet de Voorzienigheid – eindelijk – ook nog wat. De lampen in de hall zijn aangefloept, en onbewust sta ik zo, dat ik goed in het licht sta. De spiegel in de openstaande lift blikkert heftig.

Rrrrrrrrrr …… de buitendeuren openen. Hercules, de vriendelijke, bovenwonende reus, monstert het tafereel. Duiiiiiiktt de lift in,  Potter bij de lurven vaststekkende. Het rommelt en stommelt tot boven.

Pfiieeee-eeeee-eeeuww.  Ik heb het gehaald. Droog, op méér dan een vlak.

Ik neem een welverdiend kopje koffie, en ben blij met mezelluf. Niét met Kennis, die zegt dat ’t vast goed bedoeld was.

Ja, zeg, hallllllllllllllllloooooooooooo !

Slikken bij mijn blauwe borst. Maar lang niet zo bitter als Potter doet.

Hercules vees hem even bij. Potter liep ’n gegund blauwtje (oog) plus gebroken neus op. Hij mag nog wat snakken. Naar lucht dit keer.

Als de beduusdheid wegebt, voel ik mee, met al wie dit overkomt. Maar ook met de hoofse heerschappen die dergelijke holbewoners tot soortgenoot hebben. Geen reclame, dit.

Tot zover koud bibberen op micro-level.

Op macro-niveau voel ik tegenwoordig eveneens koud zweet parelen, als ik bedenk dat ene Donald. J. ‘aut Caesar, aut nullus’ wil gaan spelen. Chaplin was daar great in, maar dit sujet ?

De hemel beware ons voor dergelijk exploot als Amerikaans President : die afspiegeling op de wereld lijkt me verre van mooi…

 

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


* toot : dialect voor kus

I’ll Rise, still (Swoon 39)

Vandaag even kijken wat mijn hart zegt over de aanstormende dertig dagen, beste lezers.

Met de elfde maand alweer aan de deur, zet ik me schrap voor de stukjes glas, die weer af en toe extra hard in mijn hart zullen prikken. Niets aan te doen. Novemberverdriet. Van het meerluik van toen tot nu heb ik een hele weg afgelegd.

Maar toch, het blijft balanceren. Vallen. Onderstromen. Opkrabbelen. Opstaan. Doorgaan. Onbedachte voetangels ontwijken. Schimmig gefluisterde opmerkingen niet laten afketsen op je pijne hart. Te hard om niet te denken : ” waarom toch ? ” en te zacht om goed te horen, die pijl van het geniep.

Bovenstaan. Naast laten gaan. Neerleggen. Veel, vaak en steeds opnieuw. Want tegen onverstand valt niet op te tornen.

Denken, weten, voelen én uitstralen : “Ik doe het, en van jou moet ik het nog zien !”

En, als je boos, maar toch nog ‘composed’ genoeg bent, ’t ook nog zeggen. Dat is rouw, in pakweg honderddertig woorden.

Natuurlijk zijn er meerdere situaties te bedenken, waarbij iets snijdends zomaar over je uitgestort wordt. Dat vind ik zo sterk aan Still I Rise van Maya Angelou : universeel toepasbaar.

Mijn Swoontje staat hier. Met Engelse tekst en audiofragment erbij.

Ik kwam dit op het spoor door een docu rond Serena Williams. De langdurigheid waarmee de Williams-zusjes nu al aan de top staan, doet onsportiviteit ontluiken, weet ik.

Bots ik op een match met Williams, dan supporter ik standaard voor de opponent. Dat wil zeggen, als ik me er al toe kan zetten, het uit te zitten.  Tja, niets menselijks is me vreemd, beste lezers. Voorspelbaarheid verveelt stierlijk. Hoe leuk het waarschijnlijk ook is, om het momentum te keren, te sturen, en finaal aan het langste eind te trekken.

Frut voor de toeschouwer die ik ben. Maar, als Serena dan een boontje blijkt te hebben voor Maya Angelou  – en ok, met een pluchen Disney beddewaarts gaat – dan smelt ik zowaar toch.

Want : I am the dream and de hope …

I rise. I rise. I rise.

Still I rise.

Valt weinig anders op te zeggen dan Amen.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Een Statler & Waldorfje (Swoon 37)

Bloginspiratie komt niet, of juist alom. De muze wierp me ’t veertje toe, waarmee Matroos Beek haar zelfbeeld scheef zag gebreid. Terug dus naar de knutseluurtjes op school, waarvan ik denk : ” Ochotte, raaaaaaaaaaammmmmmp-zaaaaaaaaaaa-ligggggggggg”.

Handwerk is (mijn) horror, beste lezers. Met gestoorde, toen niet eens deftig in de steigers staande motoriek helemààl. Een lefty zijn draagt in deze geenszins bij.

‘Demonstratief linkshandig’, was destijds explosief, voor wat bedoeld was als gezellig theekransje – met Moedersmoeder en diens zus Alies. Moederstante was niet wat je noemt het grootste licht, en megalomaan antiek in denken, bovendien. Op brandweervolume kreette ze dat ‘linksepoten wel van de duvel bezocht’ waren ???????!!!!!!!!!!’

Ku-uccccccccccccccccccccchhh. Krijg dat op je bord tijdens je afternoon-tea.

Nu vind ik het ronduit hilarisch. Toen zette het de traansluizen open.

Arme, arme grootmoeder. Je wil het niet dromen dat je zus, dochter en kleinkind in één-en-hetzelfde incident betrokken zijn. Respectievelijk als oen/kop van Jut.

Zat mijn moeder penibel gewrongen, (mijn) zus was dusdanig verbouwereerd, dat ze zowel de koffie- als de theekan leegkiepte in één mok. Niet goed, niet goed.

Gelukkig was Mit ’n vrouw van de daad. Ze stelpte de watervallen goeddeels, met een vastberaden en overduidelijk woest toegeblaft, “ALLLLLLLLLIEEEESSSSSSSSSSSS, hoe duurrrrrrrrrffffffffffffffffffffde !!!!” Een paardenmiddel, dat zijn effect niet miste, beste lezers !

Haar pàl voor mijn neus geafficheerde afkeer trok veel recht, bij de ‘linksepootclub’ die we thuis waren.

Want, Vadermans was óók meervoudig betrokken partij – hoewel hier stille vennoot. Zijn moeder én broer waren ook geen rechts-schrijvers, namelijk, al wist ik dat toen niet.

Logisch, want Gulliver’s moeder had zoveel ‘handenslaag’ geïncasseerd dat ik ‘r nevernooit heb zien schrijven. Dit trauma spoorde niettemin aan tot ‘een boomstam’ steken voor de herhaling bij haar oudste zoon.

Nonkel trof ’n begripvolle meester, die weliswaar rechts prefereerde, maar de linkse schriftuur waardeerde, wegens mooi. ’t Resulteerde in ‘ongeslagen tweehandige schoonschriftschrijver’. Die, toen ik de schrijffase inging, vurig supporterde, want dat links-zijn had ik, als zijn petekind, toch van hem, zekerst !

Waren ze thuis heulemaal mee, met ‘op het oog gevaarlijk onhandig, maar eigenlijk niet’, op school was ’t nop.

’t Zal ergens rond de zesde klas (groep 8) zijn geweest, dat ik uit mijn weerbarstige motoriek een soortement mandala-tekening had weten te wringen. Mét resultaat, al zeg ik ’t dan zelluf.

Ik dus uitpuffen, én jubelen, binnenin. Enter de goedkeurende juf. Hoerastemming, en zelfbeeld ok.

Toen de co-juf, die zuurtjes keek ? Ja! werd ‘maar’ en “waarom hebde da nu ZO gedaan !”. Pats ! Daar lag m’n prille kunstenaarshart aan diggelen. Naast zelfbeeld, en de façade, want de tranen brandden gemeen.

Tja, de één kon de ander voor ’n kinderhart niet afvallen, natuurlijk. Dus ging het van ‘goed’ naar ‘niet slecht’ naar ‘kan beter’ naar ‘trekt op niks’.  Wegens duobaan dubbelop, uiteraard. Statler en Waldorf waren er schàtjes bij.

Moeders had flink kluif aan het opvijzelen van duchtig verguisd moreel. Mana-mana zeggen was toen (nog) geen sterk punt …

’t Is dit juffen-duo op ingewreven imagoschade komen te staan, die eerstvolgende ouderavond !

Twéé mopperpotten, dan kom je natuurlijk bij Muppets en ’n schouwburgbalkon uit.

Mana mana !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

A-ha ! x 17

Een goed gedacht vindt altijd volgers, beste lezers. En warm ijs is niet lekker, dus waarom zou je ’t opnieuw uitvinden ? Daarom 17 a -ha-tjes, naar analogie met the crib. 17, omdat hierna mijn celletjes een stakingsaanzegging deden, het ’n leuk getal is, en ik zeventien zijn destijds best apart vond …

Hier komen ze, mijn erlebnisjes !

  • Kwezelkens dansen niet, zegt het spreekwoord. Ze zijn druk met de koeien uit dat ànder zegswijs. Ontspoor de eerste de beste zemelknoper die je treft, es met een opgewekt : “Voor zeuren heb ik geen tijd !” en kijk wat er gebeurt. Span je zelf de viool, knip de snaren dan door met een lachbui om jezelf.
  • Wees gepassioneerd, niet lauw-lauw : er zijn al vijftig tinten grijs ! Dondert niet of dat door de Tour is terwijl je zelf geen trap doet. Blij worden van iets dat je verder ontduikt is een aparte discipline.
  • De schaar van smart wordt stomper, ooit. Maar altijd stukken trager dan het nu waarin je dat nodig hebt. That’s a given.
  • Moeilijk gaat ook, alleen wat – ok, megaveel – trager.
  • Morgen komt altijd. Misschien niet met raad, maar dan toch met hout om pijlen van te maken…
  • Niet is beter bij boos. Maar durf je ’t toch te worden, dan geef je een grens aan, en dat is ook wat. Wees wel groot genoeg voor excuses, in iedere richting : maak of aanvaard geméénd. Dat trekt korte bochten recht !
  • Je kan. Soms omdat je wil, soms omdat je moet. En soms niet, ondanks je beste best. Maar een deconfituurtje ligt zoeter op de maag dan spijt …
  • Laat jezelf dagelijks uit. Neeje, niet alleen als het hondeweer is en de buurtjes vragen of je gaat wandelen, ook op andere ogenblikken is het een warme opstart van je geest.
  • Oefen je in je zorgen thuislaten ; ze willen toch standaard ergens anders heen dan jij, de ambetanterikjes
  • Doe es gek, groet de vuilnisman. Geniet van z’n opperste verbazing. Na een poos groet ie terug, en heb je allebei schik. Leukste milieuzorg.
  • Doe hetzelfde met de buschauffeur. Dé uitzondering is dat nare exemplaar dat niet stopt, je op een haar na mist en prompt ook nog aan zijn claxon blijkt gelijmd. Daar mag je boos op wezen. Hartverzakkingen moeten geen feestje.
  • Draai jezelf bij dilemma in een Gordiaanse knoop, die je vervolgens eigenhandig doorhakt. Je hebt nu twee stukken, waarvan je d’r één kiest om achter te gaan staan. Dat is je besluit. Heb je de acrobatentoer goed uitgevoerd, dan zal je mettertijd merken dat je slotsom je gaat  zitten als goed ingelopen schoenen : pijnvrij.
  • Vraag maar na bij Paulho Coelho : een goede keus maken is niet hetzelfde als opteren voor het leukste.
  • Je kan ‘m niet swatchen en er ook geen stash mee bouwen, maar je lach is je belangrijkste beauty-tool. Hoe mooi is het niet, dat je na jaaaren, weer tegen iemand op botst die zegt :  “Ik herkende je meteen, aan je lach.” Diamantschittering van genoegen, I promise.
  • Maya Angelou zat juist, toen ze stelde dat mensen je vergeten, maar niet het gevoel dat je ze gaf. Dat beklijft. Dus : je hebt ze toch, die onsterfelijkheid .
  • De beste dokter voor je, is deze, waarbij je durft, kan en màg in de clinch gaan. Jij immers bent diegene die hun woeste plannen opvolgt en betààlt. En heus niet van dat doktersloon, dat hem of haar over praktikale obstakels heen laat kijken. Dat geeft je een stem in het kapittel. Gebruik ze. Wijs, dat spreekt… een consult is géén verbale boksmatch.
  • Geduld verzet bergen. Met schuifspeldjes tegelijk. Kijk naar buiten en zie wat tijd kan bouwen… Stunning.

Zo, signed, sealed, delivered, die erlebnis-doos. Zonder die vervelende Pandora nog wel ! Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Pon de replay : Tulpen uit Amsterdam (Swoon 31)

Daar ben ik dan weer, beste lezers !

The heat is on, zegt een zeker lied, waarop m’n blogzin fluks de off-switch indrukte. WordPress deed ook nog even moeilijk, door van reageren een crime te maken. Mogelijks woon(de) ik bij menigeen in de spam-bak – in veelvoud ook nog. Zo ja, excuus. Zo nee, ik kom er aan, want ook met lezen vlotte het even niet. Ik kom er aan, met terugwerkende en vooral lezende kracht, want de temperatuur is gezakt en de zin weer terug.

Voor vandaagse zwijmel even een pon de replay met Tulpen uit Amsterdam. Dit stukje mét liedlink verscheen in ’n iets andere versie eerder op Ariadnesdraad.

Het voert terug naar mijn studententijd …

De tijd waarin de zomers nog langer duurden dan de spreekwoordelijke vijf minuten, ze ook bloedheet konden zijn, en als klap op de vuurpijl nog ’n heel eind vóór de vakantie begonnen.

In dat tijdvak zwoegde en zweette ik.  Neem dat laatste maar letterlijk, want in het studentenhuis waar ik resideerde, waande je je in de tropen. In juni.

Om niet helemaal weg te smelten, sprak ik met mijn overbuur af, die wél een schaduwrijk stekje had, dat ik tijdens de blokperiode haar paleisje – toch al een volle m² groot – de status ‘bewoond’ mocht verlenen. Overdag dan toch.

Studiegenoot had d’r bed al naar de thuisbasis meegenomen, dus ging ik na een dagje lichtjes bakken, in mijn eigenste little castle nog wat braden bij nachte.

Van slapen was geen sprake. Hoogstens kon je je hoofd een paar uur op non-actief zetten.  Maar zelfs deze missie kon enkel slagen mits ijsgekoelde waterflessen.

Na de line-up voor de diepvries trok ik met verhitte tegenzin richting beddenbak.

Rits ! Daar bewoog mijn rolgordijn!

“Goh, dat krijg je nou, als je zo lang studeert dat je little grey cells soep zijn geworden” dacht ik nog laconiek, terwijl ik neerplofte.

Grits! Daar had je het weer … ?!

Oventemperaturen én disturbing noises, dat gaat waarlijk niet samen.

Mijn huiszoeking levert niets op. Net als ik me begin af te vragen of ik niet droom, rinkelt de foon. Ha. Mijn persoonlijke klaagmuur meldt zich.

Ik reik naar de hoorn van mijn lange-afstandslijn als ik de laaaaaaaange staart zie. Het verlengstuk ervan zit bovenop mijn foon. Zijn eigen, bruine, rattige zelf te wezen. Groen strikje om de nek. Signed : Ramses. Whaaaaa !!!!

Neem het van me aan : een op slot zittende deur opengooien met de daver op het lijf is géén sinecure.

Hoe het verder ging ? Door mijn krés*  kwam het hele gebouw in stelling. Zegge en schrijve 300 kamers op 5 verdiepingen.

Dat ik dit durf te schrijven zonder door de grond te zinken komt doordat niet minder dan 8 dames zowat een attaque kregen …

Yepyep. De Ramses-route reikte 12 kamers  ver.

De keuken werd crisisopvang, de rest strijdtoneel.

“Brandt het ergens ?” werd gevraagd. ” Neeje, ’t Is Ramses maar ! We hebben kokers, tunnels en kooien nodig om ‘m te klissen … ! “

’t Was 300 tegen 1 en Ramses legde er zich – na een klopjacht –  tevreden bij neer. In het hok van Rammeke, een minder uitstapgericht dwergkonijn.

De langstaartige had zich monter een uitweg geknaagd uit zijn veel te warme kooi. Onderweg z’n bijt-opties vergrotend via potloden, vlakgummetjes, pc-kabels en waterflessen …

Harry, zijn baasje, had er achteraf heel wat mee te stellen.

Z’n tripje naar thuishaven Amsterdam viel “ietsje” duurder uit dan eerst begroot. Naast de tickets werden potloden, vlakgums, pc-kabels en een gratis vat in rekening gebracht. Plus tulpen uit Amsterdam .

Gelukkig kostten de excuses die hij diende te maken hem alleen wat moeite, en een glimlach, want het waren er aardig wat.

Maar eind goed, al goed.

Menig student kreeg een deliberatie omdat hij, zo sluitend dat het wel waar moest zijn, aan de prof wist te verklaren waarom zijn studie-efforts te niet waren gedaan.

Harry’s mams raakte verlost van haar ergste nachtmerrie. Nou ja, op de onkostenvergoeding na dan.

De “jagers” werden gratis gelaafd.  En ik, ik kreeg rode tulpen. Met vaas en al.

Ideaal als bewijsstuk voor mijn  – in een deuk liggende – entourage. Want er hing toch onmiskenbaar een kaartje aan met daarop een rattenverhaal in een ander handschrift. Goed gek konden ze me dus niet meer verklaren.

’t Zal niet verbazen : sinds toen ben ik niet meer in de buurt te krijgen van alles met een lange staart en knaagtandjes … Nog voor geen miljoen !

Ramses. The King of My Castle. Of anders gezegd : de kortste weg naar tulpen uit Amsterdam!

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

———————————————–

* krés : giiiiiiiiil

Jubileumpost : Het Toet-effect (Swoon 30)

Dit Jubileumpostje is een gastlogje van zij van Wiebeltjes, Rianne. Credit, copyright en dank gaan dan ook naar haar en de Boyszzz. Eerder verschenen ‘jubilerende’ postjes zitten onder het zoekwoord jubileum vervat…

Met de paukeslag van de vorige zwijmel nog in de oren en de zwierige mood plus hapjes bij de hand, kan het beloofde feestje van start. Want ja, beste lezers, Ariadnesdraad is deze week jarig en wordt alweer 5.

Naar inmiddels traditie, laat ik weer m’n lezers aan het woord. Wat is een blog immers zonder. Steeds blijer en trotser ben ik, op dit blog en haar bijzondere lezers !

Vandaag geef ik podium aan mijn pluchen lezertjes : Toetjes en Fantjes. Omdat ikzelf een pluizig huisgenootje heb, stond het vast dat Huize Wiebel, het adoptieburo van mijn trotse Toetemie, zou speechen. Altijd wat te draaien, en te dansen ook, met ’n Roodneusje in huis. Het Roetsssssssssssssssjt en het roffelt, met waar Toet-effect, op de zwijmel van Denise LaSalle’s Toot-song, bijvoorbeeld.

Lees mee hoe het begon, beste lezers, en waar het met al die sjarremes en daardoor smeltende harten heen gaat…

Na een zware dag plof ik thuis op de bank en pak de laptop.

‘Je hebt een mailtje’, zegt Toet. ‘Van Toetemie’s mens’, voegt Rozifantje er aan toe.

‘Zeg maar gewoon ja’, vervolgt Toet, ‘Dan regelen wij het verder wel.’

Ik open mijn mail en lees ‘Ariadne’s Draad bestaat 5 jaar’ en ‘Gastblog’.
Zonder nadenken, en met de hete adem van twee knuffels in mijn nek schrijf ik per kerende post dat ik vereerd ben. Ik maak een notitie in mijn planner, denk even na over een opzet, bedenk mij dat ik nog tijd genoeg heb en laat het los…
Fast forward is er ineens bijna geen tijd meer en maak ik dankbaar gebruik van een bewolkte zondag en de zoekfuncties op ons beider blogs om wat data bij elkaar te schrapen.
Dat ik Ariadne’s draad al een hele tijd volg weet ik namelijk wel.
Dat ik elke keer weer word gegrepen door haar prachtige poëtische zinnen is een feit. Dat ik sommige blogs meerdere keren moet lezen om al de taalvirtuoosheid te begrijpen beken ik hier nu voor het eerst.
Dat de achterliggende boodschap negen van de tien keer op gevoelsniveau binnenkomt is een gegeven; iets waar ik niet omheen kan. Echtigentechtig!
Maar hoe lang precies? En wie van ons huppelde (daar wij beide motorisch gestoord zijn zal het meer vallen dan huppelen zijn geweest) als eerste bij de ander binnen? Ik wist het niet meer.
Na wat research dus wel.
Op 1 mei 2012 was het Ariadne die een reactie bij mij achterliet op een blog over mijn dementerende vader. Twaalf dagen later liet ik een reactie op ‘Katjoesja’ bij haar achter. Een paar dagen later werd ik door het blog ‘Zonder rum maar even zotjes’ gegrepen en belandde Ariadne’s Draad op mijn lijst van ‘Te volgen blogs’.
‘Allemaal leuk en aardig, maar wanneer ga je het over mij hebben?’. Voor mij zit Toet met zijn armpjes boos over elkaar geslagen. ‘Over jou Toet?’, vraag ik onschuldig. ‘Over mij ja!’, antwoord hij. ‘Dankzij mij is jullie contact ge-int-tent-ti-vie-seerd’. ‘Ge-int-tent-ti-vie-seerd?’, vraag ik, ‘Hoe bedoel je Toet’. ‘Nou, anders geworden. Door mij hebben jullie ook contact buiten jullie blogs om’.
‘Door Toetemie toch’, zegt de kleine roze olifant.
Door MIJ!’, bromt Toet. ‘Ik kwam, ik zag en liet alle grote mensen harten smelten en toen kwam die loterij en toen trok wit Toetje het lootje met Arrri euh Draadjes naam en nu heet wit Toetje Toetemie en woont in België’. Zonder mijn sjarremes was dat nooit gebeurd.
Oh en Rozifantje, Arrri euh Draadje was zo blij met Toetemie. Daar heeft zij zelfs een blog over geschreven’. Toet duwt mij aan de kant en laat zijn pootjes rap over het toetsenbord vliegen. Even later staan beide Boyszz te swingen op My Toot Toot.
Daardoor aan mij de eer om zonder verdere onderbrekingen het slotwoord te schrijven.
Ariadne, gefeliciteerd met het vijfjarig jubileum van Ariadne’s Draad. Ik hoop dat wij, de rest van de wereld en ik, nog vele jaren van jouw prachtig woordgebruik mogen blijven genieten.
Knuffel en kus (ook names de Boyszz) voor Toetemie en jou.
XXX, Rianne

Exit-eritis : Swooning Saturday 24

2016 is wervelend.  Ik durf ’t haast het rol-uit jaar noemen. Vanwege voetbal en het vele exit-ten : Grexit, Brexit, EK-exit. Exit-eritis, dus. Alleen niet van m’n sporthekel, snik ende snif.

Tussen al dat sportgeweld door is, ’n mens blij met wat actua. Al ga je van die getoonde onbeteugeldheid – onbeheersbaarheid ?  –  nou  niet bepaald stràààlen. Maar : dat is andere koek.

In twee landen thuis zijn verhoogt je kansen, wat betreft duidingsprogramma’s. Dit pikten m’n ‘grey ones’ op.

1 juli, Nieuwsuur

Op de avond van de Belgenlandse voetbalexit door Wales heb ik Nieuwsuur op de achtergrond, bij de constructie van m’n ‘weekly column’. Hèhè, alleen horen en niks zien, is nog wel zo rustig. Géén toeters en bellen, op een klein ploooooing-etje van mijn tablet na.

Het Nieuwsuur-anker met dienst duidt even op het waarom hiervan.

Ook zónder de Belgen op het EK gaat de sportzomer vrolijk door ….”. Ik blauwkleur subiet. Niet door de uitschakeling, wél door ’t frivole toontje.

Nou ja, zeg, we zijn wél ’n kwartfinale verder geraakt, dan al wie er eerder uit gegoald is, of het niet eens zover geschopt heeft.

Dan een hoop geboom, over het opstappen van de bondscoach, dat per se moet aangebracht via ’n interview met de zogenaamd ‘gefaalde’. De zuinig mediatieke Wilmots toon zich z’n eigen korzelige – en vooral zwijgende – zelve. Standvastig de penalty’s aan vragen trotserend.

Publiekelijk heeft de landstrainer de responsvijzen goed vast, en hij zal wel Gekke Gom wezen, om even ’n  jobtechnisch mijnenveld van misbegrepen oneliners aan te leggen.

Ik wil net dankje-de-koekoek zeggen tegen dit roeptoeteren, als die arme Courtois present geeft. Je zal ’t maar zijn, op zo’n moment, de verlies-incasserende doelman.

Lieve hemeltjes, wat staan m’n stekels op, en ik like balletje-trap niet eens … !

Stekels neer, bij het “Knap dat je hier staat …” van de Nederlandse sportjournalist.

Kijk, dàt is de Hollandse directheid waarvan ik hou : ad hoc een pluimpje strak weten te verpakken. Kwaliteit.

Daarmee is de Nederland-Belgenland-balans in mij weer in evenwicht. Dat kan van het volgende nieuwsitem niet gezegd. Het Verenigde, edoch zeer verdeelde, Koninkrijk. Wat zal divide et impera geven in de Britse Bananenmonarchie ** ? Wordt vervolgd…

6 juli, De Avondetappe,

Holland boven ! Want ja, hier  besteden ze wél ruim aandacht aan de Belgenlandse Tour-hattrick van de dag.  Puik, al kijken ze dan sipjes. Drie keer het zegetrapje. Kom er maar achter. Dat doet Eén dan ook, waar ze de Tour laten inbreken in het voetbalmagazine Panenka. En maar verder kalleweien, over iets waar we niet eens meer bij zijn ! Grmbbbbll….

Helaas pindakaas, géén Vive Le Vélo, gesmaakt Tourmagazine met (mijn) held Van Avermaet. Showstelend, nochtans. Wat staat ie toch mooi op dat treetje te blinken. Rode schoentjes, gele trui en zwarte haardos. Een heuse tricolore. Belle Gigue.

Exit die voetbal(kater) ! La fête nationale valt ietsje vroeger dit jaar, beste lezers. Vandaar deze mooie Bialec-zwijmel …

Heulemaal goed, want eens niet over sport !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


kalleweien : * doorzeuren over iets

Bananenmonarchie** : prachtig etiket, geplakt door buitenlandcorrespondente Lia van Bekhoven.

# Praying for Belgium

Noot : Met zoveel brandende terreur-actualiteit hier te lande, is dit ’n opiniestuk dat ik  eerder schreef, maar herwerkte, en nog eens, anno hodie. Vandaag dus Ariadnesdraad-indrukken van de laatste 18 weken omtrent berichtgeving, gezien door een menigmaal kittelorig oog. Gericht nu, op niet één, maar twee memorabele data. Nog méér proud, maar tevens praying for Belgium, beste lezers …

18 maart : Koekeloerepoezewoefkes kunnen het : z’hebben hem !

Mijn tablet klingelt onophoudelijk, als waren de paasklokken er. Het nieuws is echter nog veeeeeeeeel beter.  Meestgezochte is gevat. Heilige Bimbam, zou ’t heus ? Aan die kijkkast… !

Mijn favo nieuwsanker, Martine Tanghe. Kittig geknipt, en dito zeggende: ” z’hebben ‘em ! ” – compleet met genoeglijk blinkende oogjes.

Niet perfect neutraal, nee, maar wel accuraat precies wat dit kleine, in mijn hart zittende apenlandje hebben moest : positief bekrachtigende journalistiek. Zo raakt Belgenland van z’n Calimerostatuut af en komt haar motto “ik is klein, maar mijn daden benne groot “ ein-de-lijk op de voorgrond.

We hebben vanalles dat scheef loopt.

Tampontaks, Turteltaks, kibbelkabinet, een partijvoorzittende burgemeester die al wat meer geweld moet doen om moed te vinden.

MAAR daarnaast, ten goede, een jonge premier die weer vader wordt en met Obama belt. Voor personal congrats in hét terreurdossier !

Ha ! Schoon scheef is ook niet lelijk, en we kunnen wat ! Immens blij dat het underdogproject ‘trots zijn op brave little Belgium’ weer wereldbasis krijgt.

Als kind van twee culturen is en blijft het nog best lastig, om je op de ene dan wel de andere te laten voorstaan. Wél weer helder is, dat mijn keus altijd die voor de underdog is.

Het stormt in de wereld, zoveel is zeker. En het oog ervan heet(te) Molenbeek.

Driekwart november 2015 heeft het serieus geknald – met politieraids, dreigingsalarmen, dichte scholen en hoodstedelijke lockdowns die de weg vrijmaakten voor een virale kattenbelegering op het www. En van de blauwfrakskes een kommetje kattenvoer als merci.

Dat is nou eens een koekeloerepoezewoefke * par exemple. Belgenlands flegma dat tot surrealisme wordt gepromoveerd.

Waarvoor we werden geprezen. Pijnlijk genoeg wel in dezelfde adem als die waarin we tot ebolavirus of terrorismedraaischijf worden verklaard. Ofte een failed state. Door Frankrijk, de VS, zeg maar tout le monde. Mijn onverstoorbaarheid krijgt wat barstjes als ik de vaudeville die wordt opgevoerd aankijk.

Ik wil vievan bomma, pataaten mee saucissen, vievan bomma, pataaten mee salaai aanheffen, maar slik dat toch maar in. Wegens niet politiek correct. Van de bomma zijn gauw bommen gemaakt, en die salaai is nu een gezondheidsrisico.

Mijn kaken doen pijn van het klemmen, als ik de zoveelste Molenbeek-kenner, een ex-inwoner, met de wijsheid in pacht, en pas heeeeeeeeeeel recent op ’n nieuw adres, hoor beweren dat ie het altijd wel geweten heeft, dat ’t daar het nieuwe Sodom en Gomorra was.

Ja zeg, waarom er dan tijden wonen ???????????!!! Grote grom erbovenop, aan de binnenlandse journalistiek, die hiervoor eigener beweging een massief podium schept.

Ikke kwaad, en ferm ook, over zoveel reputatieschade. Ja zeg, Belgenland is een Europese draaischijf – en die molen draait voor goed én kwaad. Dat geeft behalve een geldelijke kater, ook Zwartepietengeschuif, blijkt.

Dat heb je met processen, die jaaaaren zijn blijven gisten, omdat ze onnoemelijk ingewikkeld zijn en ook altijd lekker ver weg. Nu dus niet meer verder dan Brugge. Daar zit meestgezochte nu opgesloten, broedend op een toneel dat strafbepaling , -maat en -uitvoering heet.

Hoe moet ie gestraft ? In ene valt me de kanttekening van Trump door Marc Reynebeau te binnen, die met droge cynic – maar uiterst levendig ’s mans visie uiteenzet. Waterboarden is voor mietjes, terroristenfamilies – dus niet alleen daders – de kogel bezorgen het echte werk.

Dat wordt nog wat, als Donald aan de knoppen komt.

Eerst zien. En eventjes, vooral genieten van Hollandes borstgeklop aan Belgenlands adres. Aussi vite que possible wil ie dat lastpak – dat de Franse nationaliteit heeft – van ons overnemen. Van mij mag ie. Maar : eerst zien.

22 maart : Praying for Belgium

Doesn’t pay to make predictions – maar dat wordt nog wat.

Onder dat Succes borrelde iets. En vandaag is het tot ontploffing gekomen, in Brussel. Op de luchthaven van Zaventem, en in metrostation Maalbeek. Op moment van schrijven staat het dodental boven 30, en de gewondenteller op plus 100.

Dat wordt niet wat – het is wat. Four Seasons in One day. Een prachtige lentezon, met een zwarte rouwrand eromheen. The world is praying. For Belgium.

Mijn tablet klingelt onophoudelijk. Intrieste belletjes, dit keer.

———-

*koekeloerepoezewoefke : eigenaardig iem. of iets – bomma : oma

Rarara … gewone zijn er al genoeg !

Internationale vrouwendag vandaag. Dat moet onder de aandacht natuurlijk.

Met een campagne tegen vrouwenmishandeling, groepsverkrachting, gedwongen of juist niet toegestane abortussen, tienerzwangerschappen, meisjesbesnijdenis, kindhuwelijken, het weigeren van meisjesonderwijs,…

Een eindeloze trits aan hier zelfs nog niet genoemd, schrijnend vrouw-gerelateerd leed – genoeg om aan te werken, zou je denken.

En toch, beste lezers, ben ik gister haast ‘op mijn gat’ gevallen van verbazing toen ik naar het actuamagazine ‘De afspraak’ keek.

In aanloop naar vandaag kwam daar de tampontaks ter sprake. Neeje, je scherm doet het nog perfect – het staat er echt. TAMPONTAKS.

Een beetje Belgenlander ligt niet zo gauw van z’n paard, bij een belastingverhoging en het daaraan gekoppeld stafrijm. Alliteratie-creatie is nationale sport hier te lande. Denk hierbij aan een minister Turtelboom en haar ‘Turteltaks’.*

Maar dit, dit is echt zotter dan zot.

Want wat blijkt : hoewel maandverband, tampons en aanverwanten geen overbodige luxe zijn – om die maandelijkse rode vlaggen, tante Roza’s, en uiterst irritante Russen te bestrijden –  moet hier vooralsnog de hoogste sales-taks op betaald. Van vrouw-onvriendelijke fiscaliteit gesproken !

Wat hebben kleurboeken, standbeelden en binnenbanden meer dan wij dames, dat hun percentage consumptietaks lager ligt, dan die van ‘Damenbinden’ ?????????????!!!!!!!!!!!!!

De eerste kleurt binnen de lijntjes, de tweede blijft er onverstoorbaar bij in de plooi en de derde, die is uitermate bloedstelpend. Dàt zal het zijn.

Nu gij en dan ik weer.

Dus, vrouwvolk allerlanden, loop voortaan eens binnen bij de bandencentrale. Scheelt was, en centen. Zoek wel een latexvrij-tje uit, want anders heeft Moeder Natuur je alsnog bij de kladden.

Snik ende snif voor contactallergie. Daar gaat mijn profijt. Latex is immers mijn vijand. The bloody mess rukt dan heftig op, want mijn velletje gaat er ZO heftig van branden dat ik bloedblaren krijg.

Niet gewoon, ik. Sterker nog : ik ben een beetje raar, als in zeldzaam. En daar ben ik fier op, zéker op ’n dag als vandaag.

Och, als ik dan toch raar moet zijn, dan graag zoals deze madam. Els de Schepper. Terug Normaal. Zakenvrouw, beeldend, met een eigen GPS-systeem, met goudvissen en eigen tuinonderhoud – van zelfvoorzienend gesproken … ! Ad rem en fashionable en plus …

En de deurbel beantwoordend, zoals ik voor de loodgieter laatst, toen de badkamer blank stond en mijn kleren net zo vrolijk zwommen, als waren ze Boulemieken & Anorexiaken.

Heerlijke onderzoekster van het hoofd, ook.

Wakkere wekker-eetster met tijd tekort.

Hulde aan jezelf (zijn), beste lezers !

Welkom in mijne (en hare) kop !

———– * : Turteltaks : maakt de Belgenlandse energiefactuur flink duurder ! ** : moeder Natuur: cfr. Allways-reclame