Categorie archief: Causerietjes

Belle poupée, bonne journee

Fris en fruitig opstaan, het is wat.

Bij ’t morgenkrieken van die woensdag is mijn façade catastrofaal. Ook bij m’n alterego, Superwoman, is de Super dus wel es kwijt.

Te wijten aan dinsdagavond die om te huilen was, wat ik dan ook deed.  Als Sidonia commando heeft, bestaat soepeltjes even niet, helaas .

Aan de basis van de inzinking niks wereldschokkends, eerder een slepende kwestie. Iets in deze zin : Oef-t-is-opgelost-neeeeeeeeeee-toch-niet-miljarste-caramba-hoe-lang-nou-nog-voor-dit-de-wereld-uit-is !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!  Zaagtandjes dus, en  iets  als dit erin : pddritjimbmùgoiugUHujdghhhhhhhreufyeyeyeyeyeyryfgygeèyf !!!!!!!!!!!!!!!!

Moedeloosheid got the better of me. Geen houden meer an de Zoute Zee. Ai ende oei. Vooral dan bij de volgende wekker, als ik zie wat al die zouttoevoer voor mijn voorkomen heeft gedaan.

Vivat voor de koelkast met daarin ijskoude lepels en dito dagcreme. Het helpt niet alleen, je bent zomaar op slag wàkker.

Awel awel, ik ben weer presentabel, al rateer ik vandaag dan de schoonheidsprijs.

Beter geharnast zo. Voor de dag, en voor Flex. Die kijkt es, zegt tactvol niks en werkt bijna mijn hele hoofdpijn weg. De weergoden – de bende van Zeus ? – helpen ook een handje door het des morgens frisssssss te laten zijn. Zachte winter of niet.

Ha, het wallenspoor maakt plaats ! Je fais non-non-non-non-non tegen een slechte dag ! Brrrrrrrrr, even Bl.Okker binnen om bij te warmen.

Dan richting kassa. De lange aanschuif doet me even zitten : je hebt ’n slechte motoriek, of niet, tenslotte. Voor mij, in de sjarette*, een kleine dame van net geen drie – Dottie. Zij, Maman en Bonmaman keuren me uitvoerig. Twee laatstgenoemden breedvoerig én ‘en français’.

Niet erg snugger te denken dat de tweede landstaal niet ‘gecomprendeerd’ wordt omdat ik Nederlands sprak met de kassierster. Om het over netjes nog maar niet te hebben.

Enfin, ja, zalig de onwetenden. Weten zij veel, dat ik ooit vijf talen te jongleren kreeg. Niet allemaal graag en zeker niet allemaal even gecultiveerd, maar soit. Zalig zij die niet weten, dat je, gezeten op een Vlaanderlandse school, ’n bovenmatige tour de force moet uithalen, om geen énkele notie van Baudelairiaans op te doen.

Du moment zie ik de praktikale kant van Franse les in, al zou ik mezelf bezwaarlijk Fransminnend noemen. Mijn vocabulaire is roestig, door luttel gebruik, maar mijn taalbegrip daarentegen verbeterd. Onmiskenbaar weten mijn praat-overs dat allemaal niet …

Ik voel weerzin, tegen zoveel hooghartigheid. Bahbahbah.

En mijn celletjes, die voelen iets opborrelen, dat ze nog even onder de pet houden. Toute pour la surprise, nietwaar.

Zo dicht als mijn oren gaan voor die misplaatste klets, zo wijdopen gaan de karbonkels van Dottie. Niet zo gek dat ik haar in het oog zit,  wij twee zijn saampjes kleiner dan de rest. Ik val in de smaak, want plots klinkt het klokjesklaar : “Voyez, une poupée, une belle poupée !”

Op het draaien van àlle kopjes, valt Maman stil. PR van de bovenste plank, dit ! Ik ben instant gecharmeerd door dit darling dolletje. Hihi … !

En wat meer is, die kleine sloeber maakt baan voor een tegenzet !

Met ’n kushandje naar dochterlief, gooi ik het gezicht van maman aan gruzels, terwijl ik allervriendelijkst zeg: “Merci pour ça, ma petite, c’est un compliment très jolie ! “

Ik is blij – zeker na mijn oorlogsgezicht ! Ceci est une bonne journée ! Mijn celletjes zijn uitgelaten over het welslagen van hun move, en zingen  “La poupée qui fait non.” Dat wordt nog nagniffelen bij dit lied …

————————————————————-

sjarette : buggy

Christmas Calling : replay

Je eigenste blogarchief kan een golden thread of inspiration zijn, beste lezers. Zeker als een eerdere situatie zich wéér voordoet en je opnieuw warm wordt van de uitkomst.

So, something old, something new, something borrowed and feeling a bit blue it is. Dat laatste slaat voor de verandering es niet op mezelf, maar op mijn dossierdame. Flo kampt temporeel met ‘an ailing health’.

De ronding die mijn besognes maken, komt er subiet hoekig uit te zien. Ach ende wee. Maar Flo zou geen Flo zijn, als ze niet met ’n onverwachte move in de bocht zou springen. Nog niet fit, maar wel fluks tovert de lieverd de weg weer vrij …

Flootjes heb je nooit genoeg. Daarom met deze ‘pon de replay een eresaluut aan àlle exemplaartjes wereldwijd. Moet kunnen…

Precies één week voor Kerstmis laat ik een bruine omslag achter op het buro van m’n Florence. Want niet alleen zij zet paperasserijen op het juiste spoor, ik ook. Zeker als het jaar op z’n laatste benen loopt. Dan hou ik er nog meer van, als losse eindjes netjes worden ingestopt. Al is het dan in een verfoeid jasje … 

Bruine enveloppes, da’s dikke dislike. Ze representeren vaak een warboel, vergelijkbaar met een breiwerk. Een knopenfestijn.

Dit idee flitst door mijn hoofd als ik aan mijn dossierdame denk. Ik kan me zomaar indenken dat er beslist een kleur briefcover is waar ze niet blij van wordt … Nu maar hopen dat dat niet bruin is ! 

Mijn little grey cells houden ook niet van donker, want ze seinen onmiddellijk deze lichte boodschap door  : “Maar de inhoud maakt veel goed !”

Haha, die celletjes toch ! Het werkt nog ook. Bij thuiskomst is de gedachte dat mijn postale verbiage voor Kerst vlotjes is gegaan frontnieuws in m’n hoofd.

In goeie luim buig ik me vervolgens over de kwestie hoe ik twee  ovengerechten in mijn kerstmenu kan passen … Grondige naloop van diverse schalen, mijn oven, de tijd.

Zodoende verdwijnt de favo kleur van Flo naar de achtergrond. Ik hou de traditie van een goeie daad in ere – ik denk er niet meer aan.

Twee dagen later. Ik ben naast keukenattributen naarstig op zoek naar mijn kerst-hum.

Dat is tussen de spullen die ik had-maar-nu-natuurlijk-niet-kan-vinden, een opkomend cimbaalstuk en het plotse Adieu van Dokter Huis even de weg kwijt.

Geen leuk kerstkado, denk ik nog, als de bel van mijn foon opnieuw klingelt.

Ik kijk er scheef naar, want de nummerherkenning van mijn vaste dumdiedummetje doet ’t niet. De batterij is alvast aan Kerstvakantie begonnen. Tja, dan maar zo opnemen. Je hebt tenslotte geen foon voor ‘staren als ’n koe naar ’n trein’. Ook mijn systeem is stevig geconditioneerd door de wetmatigheid ‘ opnemen als ’t lawaait’.

Dus dat doe ik. Met een “halloooo ?!” die ergens tussen verbaasd en argwanend in zit, schat ik.

“Hallo, met Florence !” klinkt het opgewekt in mijn telefoon-oor.

In mijn hoofd ruzieën “toch weer geen stop-bericht-met-opgewekte-intro” en “de goeie inhoud is aangekomen” om voorrang.

Florence is van veel markten thuis, blijkt andermaal. Niet alleen kan ze van puinhoopjes weer mensen maken, ze kan ook prima blij worden van kerstkaartjes die een foute façade (bruine envelop) hebben. 

Gedachten lezen kan ze ook. Zonder dat ik de vraag hoef te stellen, hoor ik al de gerustelling : ” Ik stop nog niet met werken, hoor ! En jouw kaartje geeft moed …”

Verdraaid, ik word er zélf blij van ! De mist in mijn hoofd trekt op tijdens een aangenaam gesprekje met mooie wens : dat de zachtheid van mijn entourage naar voor mag komen.

En dat, beste lezers, is meteen mijn Kerst- en vroege Nieuwjaarswens voor ieder van jullie. En mocht dat moeilijk zijn : een eigen Florence om hierbij te helpen.

Van harte gegund !

Mrs. Boekee : Ronde Twee…

Telefoon cliparts

Bron

Met de zon in ’t hoofd en de klok in m’n hart vergat ik die sunny day mijn agenda. Niet slim, maar pas slameur als je little grey cells onweersgezind zijn, beste lezers. 

Het ene doktersconsult is het andere niet. Na mijn rencontree met the Bucketwoman, gingen de consulten bij Die Dokter vlotjes. Ik roetsjte er  doorheen. Zodus was er vervolgafspraak op de 26ste.

Binst Happy Diary die datum voorstelt, rommel ik wat an, met attestjes. Papier-plooigeluid overstemt mijn celletjes. Vinden ze niet tof, maar ach, ’t zijn gannefjes, en ze moeten niet altijd hun zin ! 26 is ’n leuk getal, goed uur – dus dikke prima.

Terug thuis zat m’n zakboekje weer ‘ns in de verkeerde handbag. Dàt was dus ’t protest. Geen erg, dit gaat tijd sparen. Want Kriebelingen ontcijferen … ! Celletjes overruled. Ze zwijgen, als vermoord.

Weer ’n paar warme weken later, zit ik mét agenda voor mijn weekplanner en zie dat die 26ste niet mijn vaste consultdag is.

Hoewel de haan nu voor de 3de keer kraait, en ik door deze misser op éénendezelfde dag dan maar 2 keer ’n haast identiek parcours moet belopen, doe ik niks. Ik accepteer dit bummertje. De wereld blijft er wel recht bij, al is ’t niet geschikt. Pfff, consult verzetten in vakantietijd …

Petrus wist ’t al, dat die haan je écht wat wil inpeperen, en ik nou ook. Mijn straf : Mrs B., ronde twee. Jawel, die planner, die me ooit door poolweer stuurde, omdat ze ‘slecht weer zonder auto’ geen valabel excuus vond.  So, there’s no love lost.

Nog niet eens bij de balie, voel ik mijn hart zakken, bij haar snerpende stem. Goodness !

Ik heb de waarheid lief, dus moet ik bekennen dat Boekee dit keer beter gezind is. “Ha, Ariadne !” klinkt ‘t.

Dat je iemand die je absoluut niet mag, benadert alsof dat wél zo is, ik blijf ’t knullig vinden. Daarom plooien m’n expressiebogen zich via een ontstemd “Pardon, mijn voornaam ?” in een hoge frons.

Meneer Rechtover wenkbrauwt geamuseerd, als ie ziet dat ik ‘strategisch’ ga zitten wachten. Terwijl Boekee voor de tigste keer d’r riedeltje opdreunt, hamer ik mezelf wat Zen in.

Alleman kijkt dit keer schutterig, omdat we  wel errrugg persoonlijke redenen vernemen van verhinderd zijn. Oef, dat CleanWait – wie het betreft – in consult zit, aan het eind van ’n redelijke gang. Wij toehoorders doen allemaal ferm ons best niks te horen. 

CleanWait is ‘n medicus die ZO van lege wachtkamers houdt, dat ie het liefst ieder een onderzoekskamer induwt. Ja. Maakt geen zier uit, of het de eigen spreekkamer dan wel andermans patiënt betreft. Doortastend, maar toch is de wachtzaal altijd gezellig vol. Want  : niemand zit graag voor nop én ongenood in ’t dokterskabinet.

Pure correctheid. Tenminste, ik zie mezelf nog niet soepeltjes de behandelkamer van Die Dokter inlopen, zonder z’n uitdrukkelijke invitatie.

Omdat niemand van het binnenvallen is, zitten we ons weetgraag af te vragen of CW Boekee’s aanpak onderschrijft. En wie bij Clean wordt geroepen, vast ook nog wat zeggen.

Ten langen leste antichambreren alleen Meneer Rechtover en ik nog. Giebelend. Want we hebben allebei de evolutie gehoord. Van “in opdracht van CleanWait bel ik … ” schakelde Boekee naar : “het ziekenhuis laat weten” om simpeltjes te eindigen bij “IK ga … verplaatsen”. Wat een autoriteitsopgang !

Rechtover en ik kunnen onze oogbogen niet meer strak houden en proesten. Nét voor we hiervoor van Boekee ‘onder ons vijs krijgen’ is ’t aan ons.

Ik enter de praktijk gierend en praat daarom maar Die Dokter bij. Daarop vraagt hij, met de glimlach, hoe ’t leven staat.  Achterom duimend zeg ik, “Oh, ik heb wat probleempjes die te vermijden zijn”. Zonder verpinken, maar met begrip, repliekt ie: “Zo, dan zie ik je over een maandje of 3, 4, op een vrijdag“.

Die blikseminslag vat ik gelukkig wel.

Ik dus een vrijdagse Novemberafspraak. Mijn knoken doen het redelijk, maar 4 maand tussentijd in winterweer gaat niet gebeuren.

Boekee : “4 maand, zei de dokter !”

Ik : “3 à 4 maand, heeft ie gezegd. 3 dus, want ik ben diegene met ’t gammele lijf, die ook nog mag betalen. Dus ik heb, geloof ik, ook nog wat te vertellen !”

M’n ooghoek gaf tijdens deze kif ’n kiertje bij Die Dokter’s deur aan … Wordt vervolgd !

 

Murphy’s Law

Geen televisiereeks, dit keer, beste lezer. Al had dit cursiefje schrijven dan weer wél wat van een soap. Zo van : wanneer staat ’t ?

Zat ik bij het zingen van Cupido nog zo’n beetje op een deuntjeswolk, intussen ben ik d’r vanaf getuimeld. En hard neergekomen ook.

Hij Die Niet Bij Naam Genoemd Mag Worden had me afgelopen vrijdag de 13e goed liggen.

Of het nou kwam omdat Amor toch vals kweelde, of omdat Murphy niets moet van ontbrekende broeken en pijldoorboorde harten, zal ik nooit weten. Maar gevoeld heb ik ‘t, en hoe… !

Celletjes die geen datum meer kunnen plakken op je laatste valpartij, daar kan Murphy niets mee. Geen eigen schuld, wél dikke bult is zijn devies. Die morgen heb ik géén idee. Integendeel.

Ik stap lichtvoetig uit bed. ’t Is te zeggen : voor zover dat lukt met een weerbarstige motoriek. Niet betrubbeld door het snipje te laat dat ik eigenlijk ben, begin ik aan mijn matineuze worsteling met m’n outfit. Ik win vlotjes het pleit en weet nu zeker : met wat passen en meten moet ’t gaan lukken.

Een goed uitgetekende dag, ’n missie en goed weer, wat wil je nog meer ? Hm, … een gelukje, zou ik snel ontdekken.

Een haperende motoriek is garantie voor valpartijen. Die horen erbij voor me, net zo hard als licht bij de dag. Maar evengoed is voorkomen een sport. Een stoel doet de truc. Logisch dus, dat deze ‘vierpotige’ een vast item is in mijn ochtend. Wat zeg ik : mijn ochtend mààkt.

Met een zwierige zwaai maak ik de switch van bed … en al even gezwind draait Stoelemans nét dan, de andere kant op. Zul je zien, preventie die uiteindelijk je ondergang is. Tja, stoelzingen is niet bij Cupid opgekomen…

Het kleinste kind weet : daar komen vodden van. Maar toegepast op tijd geeft de relativiteitstheorie nog denkpistes genoeg, zo tussen besef, duikvlucht en crash.

Stap gezellig in de interne conversatie van mezelf en mijn cerebellumpjes, beste lezer. (O, ja, omdat mijn celletjes gezellig door elkaar kletsen, zijn ze gemakshalve genummerd.)

Ik : Miljarstecaramba, ’t is vrijdag de 13e ! Nou ben ik zalig ! Hoe gaat dit aflopen…?!

C1 : Snoeihard op de grond … !

C2 : Weet ik. Maar ’t is extra spannend als zélf opstaan niet in het script staat en die grond keihard beton is met een verwaarloosbaar laagje vinyl er bovenop …

Ik mag die morgen blij zijn dat de ‘grey ones’ meer souplesse aan de dag leggen dan m’n spieren.

C1 & 2 : Valbreken ! (gilbrullend)

Op hun commando graai ik in m’n val de kussens en het dons van m’n bed, om m’n val te breken. Tegelijk gris ik ergens vandaan Dumdiedummetje vast. De neerwaartse spiraal vordert, maar denken gaat door.

Ik : Een zwabber zou te pas komen, om es duchtig onder ’t bed te stoffen, zeg !

C1 & 2 : ??? !!!

Ik registreer bijna  journalistiek objectief, terwijl de duikvlucht onverminderd doorgaat.

Inmiddels zit ik op het ‘brace for impact !’-punt.

C1 : Hoofd beschermen, klein maken, zoveel mogelijk ontspannen… 

Op automatische piloot zit ik weer in de dril van de valtraining destijds. Je reinste fysiomatiek sadisme, maar (opnieuw) onbetaalbaar. Die gefundeerde marteling zorgt ervoor dat ik dit afwas zonder breuken en met crisiskalmte de toegesnelde hulp kan geruststellen.

Na de BAAAAAAFFFFFFFFFF ! is handelen nog een heel ander chapiter. Je gaat dan immers je rechts wel erg gekneusde en ei zo na ontwrichte lijf zo voelen. En geloof me, dat wil je niet, met weekend voor de deur.

Inmiddels ben ik beurs als ’n gladiator. Verbouwereerd vordert mijn grijze massa : ‘Koffie en chocola !’ Midderwijl is ze druk met endorfines en vooral adrenaline.

Als ik alles op heb, vinden mijn celletjes het tijd voor Flex.

Ik geef ze groot gelijk en ga dus aan de bel. Maar Murphy is er ook nog, dat wordt karwei.

Mrs. Flex neemt op. Beloven is goed, maar weten nog beter, inzake boodschappen. Geen idee meer wat ik zei, en hoe, maar ik kan de beste dame wel zoenen, als Flex zich instant zélf meldt. Goeie zet om in z’n tijd in te breken, zegt z’n stilte, als ie me ziet.

En nu ? Nog niet alles, maar beter – er zit schot in.

Maar auch, die Valentijn, zeg ! Deze editie was ’t meer Valenpijn !

Cupid Sings : My Jolly Sailor Bold

Hoewel de timer van m’n lichtschakelaar al een zwierige draai naar achter heeft gekregen – geluksmomentje dat het lengen der dagen bewijst – is het rijk der cocooning nog verre van uit.  Multimediacenter, zetel en fleeceje, here I come … !

Als er wat te kijken valt dat niet tien kwadraten boven saai uitstijgt, tenminste.

Mijn kijkkast wegdoen gaat me een brug te ver, maar tegenwoordig ben ik allerminst boven de huizen over wat ik te zien krijg. Integendeel. ’t Is huilen en de lamp vasthouden.

Die lamp heb je bij tijden écht wel nodig om tussen alle bagger en brak nog een visueel pareltje te kunnen spotten. Gelukkig ben je met een digicorder al een heel eind op scheut. 

En halleluja, voor die beeldbuisvrije avonden, als je een blog hebt en die ook nog zo’n beetje up and running wil houden. Doet wonders … !

Rechttoe-rechtaan tellywatching is ten huize Ariadnesdraad eerder uitzondering, want die grijze korreltjes van me weten wat ze willen ! Die slimmerds zijn niet met om het even wat te sussen, moet je weten …

Tenzij doodmoe, zorgt ‘zalig neerploffen’ zomaar voor aanvaring met m’n innerlijke bossemuurtjes. Niks geen rust en stilte, maar eerder kermis in de hel !

Ten behoeve van m’n arme hoofd, leg ik dus, zo nu en dan, het deskundig advies om me niet door multimedia te laten overprikkelen naast me neer. Vrank en vrij. 

Of juister : zo vrij als je zijn kan, als je celletjes de bokkepruik op hebben en daarbovenop ook nog ‘ns doordouwers zijn. Voor ’t geluk van je grijze massa doe je wat, alleen al omdat ’t amusante gevolgen heeft.

Tss, dictaat van m’n grijze massa. Meestentijds kijk ik maar met één oog.

Die gewoonte sloop erin, toen ik – uit protest tegen ‘flut’ – voortaan weigerde een programmablad te kopen. Onwaarschijnlijk groen en geldtechnish een gelukje, maar weinig verhelderend. Want net als grijze celletjes weigeren digitale tv-gidsen soms sportief mee te doen.

Veelal skip ik zo moeiteloos – want zalig onwetend – heel wat filmische snert.

Héél af en toe ook wel ‘ns een paar key-moments, maar ach, dat geeft verder kijken suspence. Op een klassieker na – Spartacus bijvoorbeeld – heb ik echt niet de idee dat ik nou een Gouden Palm mis … Alles komt terug  – en heroïeke prenten al helemaal. Met genoeg geduld en boterhammen !

Maar als die kleine gannefjes van celletjes hun muts weer opzij zetten, dan klopt het hele plaatje.

Dan krijg ik ‘n sprookje voorgeschoteld. Zeg maar : een flinke snuif mysterie, met een schepje ongeloof erbovenop. Het evenwicht daartussen wordt zorgvuldig bewaard door een piraat met ’n hoek af. Zijn naam is Jack Sparrow, Captain of it all.  In de ware piraterij vast een vloek, maar voor de elastiekjes van m’n goeie hum ’n zegen.

Uit wroeging voor alle kijkgewijs bezorgde kopbrekers zorgen ze dan ook nog voor een muzieksken waar ik Zen van word. Zimmer-zen, zeg maar.

Dik twee weken terug was ’t weer zover. Tijd voor een goed-maak-offensief van mijn cerebellumpjes.

Om het verstoorde tij van mijn hum weer in rustiger vaarwater te krijgen doen ze me met één – eigenlijke ongeplande – zapflits in de Pirates-film ‘On Stranger Tides’ belanden. Ik breek nog net op tijd in om een bevallige jonkvrouw met vissenstaart deze serenade te horen zingen : ” … My heart is pierced by Cupid, I disdain all glitter and gold … “

Glitter en goud misschien wel, maar niet dit lied !

Je zou warempel in mythen, sagen en sirenes gaan geloven ! Het mesmeriseert. Daar moet en zal ik meer van weten :

Reuze, maar nogal kort van tekst … Na tig fragmenten die niet om aan te horen zijn, komt deze uitschieter boven drijven.

Van een jongmens dat Apathetic Onion heet, en zich verstopt achter de looks van Gemma Ward, die het ook verre van slecht uit haar stembanden toverde.

But this, I like even better ! A capella, zonder falderietjes en met een degelijke tekst.

Mysterious, incredible and heart-melting ! Perfect om het hartje van Cupido mee te doorboren, als je ’t mij vraagt …

 Have a jolly sailor bold Valentine, beste lezers !

————————————————————————————–

* tekst : hier nog es volledig. Lichtjes aangepast, omdat de troubadour kennelijk enige moeite had met het Oud-Engelse ‘ye’. Maar dat kan de pret niet drukken…

Breadgate

seo zoekmachine optimalisatie

Brood halen bij de bakker is ZO vorige eeuws, beste lezers. Nog even, en je kunt voor je dagelijks brood ’t beste naar de bouwmarkt. Da’s wel zo handig.

Meteen zijn die hoogstaande snijmachines van de baan – materiaal genoeg daar om dat te verhelpen. Ajuus haperende zwenkwieltjes ! De remmen van de breadcutter tekenen daar wél present en grote kans dat ze ook nog heel netjes níet piepen.

Het snijmes doet het gewoon, en die tonnen kruimels – eigenlijk heelder vermassacreerde broden –  kunnen in 1 veeg weggeborsteld. Niet met een handvegertje van dubieuze komaf, maar met een échte schuier, die de concurrentie met tante Sidonia’s kapsel aankan. Wat zeg ik : met gemak weerstaat.

Om het helemaal af te maken : de bouwmarkt-broodzak heeft daarbovenop het juiste formaat. Dat wil zeggen dat je niet eerst een halve aankoop moet verorberen, om je verpakking te laten passen. Ha, hoe mooi is dat ?

Antwoord : te mooi om waar te zijn. Vooralsnog verleent de doe-het-zelf geen dergelijke service, en de bakkers in mijn woonstee zijn om te huilen.

Zonder uitzondering hebben ze de bakstiel geleerd op een blauwe maandag, zo ergens tussen de noen en ‘den twaalven’.

Dan toch in het beroepscircuit gesukkeld, houden ze meestentijds vakantie – om bij te komen van het vroege uur waarop brood moet gebakken. Áls ze al in actie zijn, dan produceren ze kalissendzjap*. Of kauwgum, ter afwisseling.

Anno nu moet ik ‘t doen met zuchten, dromen van Vadermans’ brood … en de superette nextdoor.

Gewéldig dat Voorzienigheid de broodvermenigvuldiging te mijnent ter harte nam. Maar soms wenste ik, dat ie d’r een beheerder bijdeed, die de strubbelingen bij het ‘broodmachien’ daadwerkelijk aanpakte, door desgevraagd zélf ’t brood te snijden.

Nu verdwijnt Gerant bij die vraag de keuken in, voor handenwassen of zoeken naar niet beschikbare latexvrij-tjes. Zó lang dat je wel moet denken dat het om parure gaat. 

Je duimendraait je dus een ongeluk, terwijl je andere broodgegadigden de weg verspert. Pas als zeven paar handen ter hulp zijn geschoten – die dus allemaal in en aan je brood hebben zitten pulken – en ’t klaar is, is Gerant er weer. Met een droog : “O, ’t is al gelukt !” Insert hoerastemming.

Ik ben tegen dan dóódongelukkig en verlang terug naar het time-frame waarin m’n super gesneden-en-verpakt-brood had. Kiezen, pakken en Bob’s my Uncle.

Heb ik even pech dat Voorzienigheid Nonkel Bob uit de tijd vindt ! Het beste universum is in voor hippe oplossingen. Te weten : Señor Sonrisa.

Kwam helemaal vanuit Cuba in ‘mijn’ superette werken en zag zich genoodzaakt in ijltempo Nederlands te leren, omdat de klanten niks bakken van Spaans. Een uitdaging waarbij een broodmachine hanteren een lachertje is. Dat gaat bij Sonrisa als een tierelier : floeps, perfect gesneden komt het gebakken meel te voorschijn en belandt – via een indrukwekkende salto – strak verpakt in je mandje.

Ik ontmoette Sonrisa tijdens gestuntel : ik met ’t brood, hij met de taal. We werden maatjes toen ik een ouwe brompot, die ‘m zijn onbestaande ‘Vlaams’ verweet, afpoeierde.

Hoe goed geregeld ook, soms heeft Sonrisa vrij. Cache misère. Dan moet ik het stellen met Jongmens.

Die heeft geen taalbarrière, maar mist toch de clou van ‘een brood samenhouden’. Wat wil je, als je smartphone interessanter is … Het uiteengevallen baksel propt ie tot een bal samen. Zo vakkundig dat de broodzak scheurt. Niet een kéér, maar twee. Met vieze handen ook nog !

Ik zie ’t aan en kook over. Vuur Op Een Stokje is ontketend en wint het van m’n celletjes. ’t Lukt ze niet meer om een woest toegeblaft : “Blijftervanaf !!!!”  tegen te houden. Consternatie alom.

Terwijl ik door diep ademhalen het Rode Monster weer in z’n diepste onderkrochten opsluit, ga ik maar op huis aan. Daar inventariseer ik m’n imagoschade. Als boetedoening ben ik niet al te boos op m’n arme brood : ’t is tenslotte gemarteld.

Drie dagen later ben ik terug, want opperdepop is m’n vierkant-wit. Idem voor mijn zin in netelige toestanden – vooral zelf geïnstigeerde. Daarom spreek ik m’n temperamentvolle ik nog even streng toe, alvorens mijn schouders te rechten en m’n entree te maken.

Señor Sonrisa zit nijver aan de kas te tikken, maar ziet toch kans om me z’n breedste smile te schenken. Deze lookalike van Mr. Proper is immer goed gezind. Een wandelende definitie van het begrip gentleman.

Ik voel ‘t, dit keer komt ’t goed. Nog niet eens in de buurt van brood, is m’n persoonlijke voorsnijder er al.

” Ik zag je binnenkomen, en dacht dat je misschien brood zou willen ? ” Bij deze ingreep van Gerant voel ik een verlegenheidje opkomen, dat ik wegwerk door Sonrisa ‘en Espagñol’ met z’n uitstekende service en dito Nederlands te feliciteren.

Een glunderende Sonrisa is m’n deel ; plus een brood dat zelden beter smaakte  !

————————————————–

N.B. : Dit stuk kadert in een sputterende motoriek en alle issues die dit meebrengt .

* kalissendzjap : zoethout – je blijft kauwen

Drink Pink

seo zoekmachine optimalisatie

Dorstig werkje, dat namen plakken op ‘pertretten‘* . Een bakje troost zwengelt de celletjes an en krikt de ‘moral’ op, dus daar gaan Vadermans en ik even voor zitten. Met ’n lekker strooptoetje d’r bij, dat verzoet de herinneringen.

Terwijl ik barista-gewijs aan de slag ga in de keuken, zie ik Gulliver’s oog vallen op mijn waterkoker. ’t Ding fascineert ‘m, en zijn ogen lichten op als ie ‘m automatisch hoort afslaan.

“Da’s m’n gerief !” poneert ie stellig. Ik val nét niet om. Ik kan ampertjes geloven dat mijn basic equipment belangstelling wekt – een écht He.ma witgoed waterkoker en een zwarte Mel.itta-opzetfilter op een Ti.ger-thermoskan. Voor mij geen steamers, Senseo’s, melkopschuimers en wat nog allemaal. Confession : ik downshiftte behoorlijk in koffie-toebehoren. Dat kwam zo.

Ik ging op eigen kracht varen, qua gezinsmanagement. Hoewel rust, reinheid en regelmaat hierbij een hoeksteen is, was de regelmaat waarmee de afwas opdoemde om die reinheid te bereiken, me al snel een doorn in het oog.

Mijn erfstukkige waterkoker en m’n koffiezet – allebei écht Douwe Egberts – tekenden protest aan tegen het wel errugg kalkrijke water dat ze te slikken kregen. Na een stoomrijke, rochelende strijd gaven ze er getwee de brui aan.

Daarop verscheen een collectie veel belovende, maar weinig gevende opvolgers. Ik had er geen koffie, maar tabak van en wilde wat anders. Demolition-proof, meerbepaald.

Net toen mijn portemonnee de toevloed aan gesneuvelde ‘kitchenware’ niet meer trok, ontdekte ik de Witte van He.ma. Voor een tientje werd ie de mijne. Onder het motto : gaat het kapot dan is ’t geen goudgeld.

En eerlijk, om aan Morpheus te ontsnappen, is niks zo goed als ’s morgens met je slaapkop boven een koffiefilter hangen.

Maar om nou te geloven dat Vadermans zo’n overweldigende nostalgie naar grootmoeders tijd heeft ? Neuhh, …?

De makke van zijn RVS-exemplaar komt boven. De weerstand is kapot. Erg bezoekvriendelijk is dat niet. Want Gulliver moet nu zo elegant mogelijk de wacht houden naast het ding, terwijl het bezoek, een keukeneiland verder, zo elegant mogelijk aan plafondstaren moet doen, als ze op zijn rug zijn uitgekeken. Awkward.

Daar denk ik aan als ik later, op een holletje, naar He.ma ga en mijn vaders ‘nieuwe liefde’ zie. Ik toom het enthousiasme van de grey ones in met “roze ?!” 

Op ronde twee – want Gulliver is bijna jarig – tref ik de laatste. Roze en wel. Ik hink een poos op twee gedachten en beslis dan. Ronde drie komt er niet en een roze is stukken beter dan géén.

“Dat wilde ik nou eigenlijk liever niet”, pruilt ie. “Ik heb al een zilveren koffiezet  plus een blauwe Senseo “… “en nu dus ook iets roze,” maak ik de zin af. 

Ik snap ’t protest wel. Gulliver wil alles ‘bij de werk’ hebben. Versta hieronder : op het keukenschap.  Zijn uitstaldrift zal nu toch een tikje ingebonden moeten, om een ‘uitdragerswinkel’ te voorkomen. Maar zeg nou zelf, beste lezer : wie maalt er, achter een gesloten kast, om het design van een waterkoker ?

Ik appelleer aan mijn vaders praktikale kant. Gelukkig, het werkt. Hij wordt even blij van de capaciteit : 1.7 liter zijn best veel kopjes !

Dan doorkruist een aarzelend “Is het opvallend roze ?” de positieve vibe. Tactvol zijn in pink is nog best lastig. ‘Nee’ is geen optie en ‘knal’ al helemaal niet. Dus zeg ik : moeilijk om naast te kijken. Stilte.

Ik : Steek het lekker op mij als ze d’r wat van zeggen, ik ben er toch niet.

Deze advocatentip fleurt ‘m op en hij gniffelt bij ’t idee dat ie dat gaat doen als Mrs Cook & Clean langskomt.

Roze in het offensief.

Vadermans móet wel met pink feelings aan z’n dag beginnen : naast Think Pink is nu ook Drink Pink het devies !

————————–

* pertretten : portretten. Mooie woordleen van lezeres Bea.

Een matchboxken. Maar dan écht.

Bron

Nu de matchen en het (voetbal)boksen in zijn, moet ik het er maar ’s over hebben. Het matchboxke. Je weet wel, de mini-versie van die bolide die vér buiten je bereik ligt. Ergens ter hoogte van dromenland. Of …. ?

Dit verhaal gaat van start in de Nieuwjaarsmaand, met de mededeling dat ’t Autosalon is.

Ben ik dan niet autogek, ik weet  wel dat dat kortingen betekent. En rekensommetjes in het hoofd van mijn vader, wiens wagen er nog gelikt uit ziet, in weerwil van het aanschafjaar.

Zou ie, of toch maar niet ? “Doen,” beantwoord ik de onuitgesproken adviesvraag, “als je ’t rond krijgt”.

Voor mij moet een auto een dak, 4 deuren en wielen hebben en probleemloos rijden. Verder zegt ’t me weinig. Of Kit heten, en dus een gezellige Kwebbelmie zijn, waarmee je nooit je navigatie verliest. Maar : vind die maar ‘ns.

Ook geen sinecure voor Vadermans, want ik hoor van geen vervolg. Jammer, want ik gun ‘m een ‘mannenproject’ om een beetje uit zijn dip te komen.  Met de beste wil van de wereld, inzake mannenpraat stel ik niks voor …

Done and dusted – tot die woensdagavond mijn Dumdiedum piept ! 

“Een nieuw paard op stal.” Mijn vaders dierenliefde is niet zo groot dat ie een stoeterij is begonnen, dus moet ’t toch een nieuwe vierwieler zijn.

Mijn pc onthult een Gl(v)am(p)  ! Het zonnetje in huis ! Een Knightrider-Kit !

Ik krijg een opgewekte Gulliver aan de lijn die uitbundig verslag uitbrengt over zijn ‘boxmatch’ met de dealer. Die heeft ie gewonnen. Dat z’n onderhandelingstechnieken snor zitten verbaast me niks. Je bent een leeftijdsgenoot van de loodgieter* of je bent het niet …

Zelf bewonderen zit er niet direct in, maar dat doen Popeye en zijn broers met brio voor me.

In daaropvolgende gesprekjes staat Kit centraal. Ik vertel over hoe ik in mijn thuisbasis een groene spotte en de hoogst verbaasde eigenaar ervan vroeg of ik de binnenkant es mocht zien, voor alvast een eerste indruk. De beste man stemde blinkend als een spiegeltje toe.

Gulliver laat weten hoe zijn studie inzake nieuwe snufjes vordert en hoe vreemd genoeg het bedrag van zijn tankbeurten almaar daalt bij gelijk aantal gereden kilometers.

Of hoe de familie al van verre met zwaaien begint, als ie voorbijkomt… Begrijpelijk, want de kleur maakt een herkenningsblunder quasi onmogelijk.

Afgelopen week was mijn eerste ontmoeting met Kit.

Toegegeven, hij praat nog niet, al heeft-ie een machtige geluidsinstallatie die me danig intrigeert. Maar verder is ie al aardig op weg : hij stopt zelf, assisteert bij parkeren en onthoudt de stand van de passagierstoel.

Popeye verschijnt, en peilt even naar mijn reactie. We gniffelen even, als duidelijk wordt dat we onze stoel precies gelijk hebben ingesteld voor een fijn ritje !  

“Het ging vooruit, ver vooruit, het ging verbazend goed vooruit !” is absoluut van toepassing op dit karretje !

Glammen zal het ! Een v(l)am(p) is het, beste lezer !

———————————————————-

* loodgieter : bijnaam van voormalig premier Dehaene, een krak in onderhandelen.

Getikt. En blijven botsen ook nog… !

M’n expertise met het krieken van de dag leverde vroeger al matineuze kolder op ter lezing. Jongste zaterdag bracht een refresh.

Hou je vast, beste lezers, dit is episode elf-en-dertig van “Kat & Muis” met Klaas Vaak. Getiteld : ” De morgenstond heeft goud in de mond, met een metalig zinderend smaakje.

Denk voor de setting terug aan nachtuiltjes, Babylonische spraakverwarringen, klabatsboembaf-toestanden, rondcrossende sleutels in de dwaaltuin die handtas heet, broeken die ’s nachts groeien en de ‘onweerstaanbare drang’ van mijn Dumdiedummetje naar een stoombad.

Vergeet ook vooral de bijbelse plaag die een ontploffend aquarium heet niet, de zwarte Piet-toestand die hier op volgt en je haar dat daarvan onverbiddelijk uit de plooi raakt, al heb je dan een Sinead-snit.

Kwestie van zeker niet kreukloos uit de armen van Morpheus te komen, moet in dit rijtje tevens vermeld : een slurfloze kraan die je een face-wash bezorgt, plus een foon die rink-aan-een klingelt, wegens boodschappen die per se geaccepteerd willen worden.

Aangeleverd door klaarwakkere verkoopsjongens die met niks minder dan ’t laatste woord genoegen nemen. Zelfs als dat betekent dat ze suggestieve acties – een hijgstem – moeten gebruiken om je toch maar dat niemendalletje aan te smeren. Die godsvermogenkostende lingerie die je – in het kader dat je ultravief in de oren wordt geblazen – net zo goed uit het script kunt weglaten.

Mega-vermoeiend, allemaal. Maar ook bekend en vertrouwd. En daar valt beslist ook wat voor te zeggen.

O ja, ik ben niet vreemd aan de ochtendlijke nevel waaruit de klaarte van de dageraad optrekt. Na een witte nacht dan.

Matinale mist klinkt echter compleet anders als de nacht woest wordt opgebroken. Lawaaieriger vooral. Tot die  ontdekking liet het Zandmannetje me komen. Tja, als dat ventje iets in zijn kopje heeft, dan heeft ie het echtigentechtig niet in z’n kont zitten …

Het nocturnale moment waarop je jezelf kunt horen denken heeft hele andere voeten in de aarde dan het des morgens vroege, weet ik nu. Stampende voeten, om precies te zijn.

De flip-side van die bewuste vroege morgen is een noodgedwongen early night door een pijnstillend paardenmiddel. Waarvan je  niet fris als een hoentje opstaat. Neeje, veeleer met ‘een kop als een zompot’ (zombie).

Daarom waarschijnlijk, dringt het enerverende getik op mijn voordeur mijn brein niet binnen. Later wel, maar ‘je droomt het’ en ‘watismedatte’ kunnen het eerst niet op een akkoordje gooien.

Morf’s tegenspeler wint, als het zachte getik keihard gebots is geworden. Wie staat daar nou toch het WK te promoten tegen mijn deur ?

Het laatste restje dubio omtrent opendoen gaat met een snerpende, volgehouden rinkel aan flarden.  Ik vaar mijn bed uit, om de bolwassing te gaan geven, die ik voor mezelf wil zien uitblijven. Iets met nabije buren, aangrenzende muurtjes en gehorigheid.

Met een woeste ruk plant ik mezelf tussen de deurstijl.

Het contrast kan – zeker op dat uur  – niet groter. Ikke, omvallend van slaap en gehuld in het eerste wat ik om kon slaan, versus een nog niet uitgefuifd jongmens, in groot ornaat en vol in de make-up.

Vergezeld van Kabaal. Aan mijn adres. Omdat ik uit haar Beulenfrans maar niet wil begrijpen dat ze haar handtas kwijt is en ‘k naar de pomp kan lopen. 

Frans met haar op is het, dus ik begrijp er pomp noch pompstok van. Het volume escaleert en ik roep de buurtjes, die ik graag in slaap had willen houden, te hulp om de ongemanierde met klank buiten te zetten.

Iedereen is present – op een klomp en een sloef en in vaan. We gieren, ondanks onszelf.

De pomp hebben we gehad, en de pompstok arriveert nauwelijks driekwartier later. Omdat ’t nu Engels is, word ik tot spokeswoman benoemd.

Shakespeare zou huilen, maar ik weet er toch uit te distilleren dat dit deurbonkende duo op dezelfde locatie de bloemetjes heeft buitengezet en daarbij elkaars ‘sakosj’ heeft meegegrist. Zonder portemonnee weliswaar.

Door derden op elkaars spoor gezet, doen ze nu een deur-aan-deur. Maar : ze weten nog niet eens zichzelf te wonen, laat staan de ander. Geen idee ook, welke deuren ze langs geweest zijn. Al is het dan 6 uur, ze zijn nog niet voor zessen klaar. Wij naastelkaarwoners evenmin.

Goeiemorgend, morgen, goeiedag !!!

Getikt en blijven botsen, zeggen ze dan …

Belgian Style

Sport. Ik kan er maar niet warm voor lopen, beste lezer. ’t Is geen overdrijving te zeggen dat ik er een godsgruwelijke hekel aan heb. 

Voor mij dus huilen met de (tricolore) pet op tegenwoordig. Want zet om het even wat waar beeld of geluid aan te pas komt op en ’t is groenes groenes grasje. Eerst Roland Garros, nu WK voetbal. Of nog erger : ooovverr-enthousiaste (radio)commentatoren die ” Jjjajaa-jaaaaaaa !!! ” in mijn luisterend oor brullen bij een momentum dat mij helemaal-totaal ontgaat. Snik ende snif.

Het compleet ontbreken van dat sportgen is evenwel een raadsel te noemen. Of eigenlijk eerder een godswonder, als je bedenkt dat ik dochter ben van een man die RX-gewijs kan aantonen dat ie een sporthart heeft. En daarbovenop aardig uit de voeten kon op een renbaan. Als in : aan atletiek doen in vroeger tijd.

Ondanks bovenstaande feiten, beste lezer, is mijn jeugd  geen sportieve kwelling geworden. Want ik bewees mezelf als doorzetter eerste klas(se) en mijn vader van zijn kant bleek zich prima te kunnen verzoenen met m’n verder niet-sportieve inborst. En die van mijn zus en moeder erbij.

Wij dames waren wàt blij dat we ten huize geen voetbalfanaat hadden met toeters, bellen, vlaggen en wat al niet meer. ’t Was echtigentechtig een waar genoegen dat vadermans er niet moe(s)t aan denken. Pfoe-pfhoe !

Bovenstaande context maakte dat niemand zich thuis stoorde aan een occasionele voetbalsamenvatting of een nog sporadischer WK-match.

Een geweldig uitgangspunt, waarmee je als vrouwelijke niet-sportieveling heel wat kunt. Bijvoorbeeld nog meer voetbal ontduiken, als je later zelf huis gaat houden.

Maar vandaag ligt die strategie aan diggelen. Want zelfs in mijn favoriete duidingsprogramma is voetbal geïnfiltreerd. Opgewekt hoor ik Annelies, het Terzake-anker zeggen: ” U keek voetbal en wij keken hoe u keek “. In deze beeldgewijs toegelichte one-liner zit zowaar het allerkortste voetbaloverzicht van mijn hopelijk lang leven vervat. En nog met een goeie uitslag ook ! Hoera ende joepie !

Een zenderflits later hoor ik iets van sputteren en wissels door Wilmots (bondscoach). Misschien wel onder ’t motto : comme si, je n’existe pas ?

Nog een switch later een Grote Grinnik als ik een radio-presentatrice op JOE hoor zeggen ” … om de Algerijnen te bedanken dat ze niet al te goed gespeeld hebben, nog es hun nationale trots – dat is dus niet de voetbalploeg – maar deze Khaled met Aïcha.”

Typisch Belgian Style, dit. Eerst sputteren, dan toch doen en daarna nog even de tegenstander bedanken.

Ik ga alvast de Algerijnen, vertegenwoordigd in deze Khaled, niet passeren – daar is deze Aïcha te mooi voor.

De beste man had waarschijnlijk geen idee hoe profetisch en/of inspirerend de zin ” Comme si, je n’exist(e)(ais) pas ” nog wel zou worden….