Categorie archief: Gericht Schrijven

Comme si, comme ça ? Ça va, Ça va … (Swoon 59)

Het zal niet verbazen dat mijn vandaagse schrijfsel een Frans tintje heeft, beste lezers. Maar erewoord, ik ga niet voor holle slogans, in roeptoeterende verkiezingsdebatten waaraan niet te ontsnappen valt – met als ‘kriek op de gâteau’ flinterdunne, haast niet waar te nemen analyses. Peurre d’être faux, quoi.

Neuheu, ik ga voor zwier. Vavavoum et joie de vivre. Kan ik zelf ook best gebruiken, want mijn gebruikelijke roetsj is nog niet terug ; ik kan nog altijd gigaveul sneller denken dan doen. Ik mis het megabyte verschil, zeg maar.

Die post-op vrijdag loop ik met m’n ziel onder de arm. Het gaat prachtig – als je van plan bent stil te zitten en mooi te wezen. Op het eerste zicht dus. Het tweede zicht vertelt une toute autre histoire. Rugpijn hors catégorie na de ingreep, dus daar moet wat mee. Mijn buik en rug hebben pech : klinkers vormen de scheidslijn tussen Die Dokter en mezelf. Schobberdebonk is de prijs die ik betaal, om van die oei-ai status waarin ik zit, af te komen.

Met het nodige gedoe hijs ik me in mijn Noordpoolpak en haast me weg. Nog geen halve bocht verder hoor ik een bekende stem … “ier é ier woont vroeger clientèle van mij “… en …. Floeps, ik val pardoes in de armen van ma petite Dame de Paris (PD). Mijn Engel zonder vleugels !

Zoals alleen zij dat kan valt ze uit de lucht, op penibele momenten. In een vroeger leven mijn interieurverzorgster, nu mijn seingever van de Voorzienigheid. In ieder geval : altijd daar als m’n ‘moral’ een boost moet.

Héhe, wat ‘n zet van het hippe universum zeg, dat ik nou es ’n keertje op afroep verschijnen mag. Met blije verrassing trekt PD me tegen zich aan, om “ça va mieux ?” in mijn oor te fluisteren, en vite-vite, voor de haast ons weer uiteenrukt, een kus op iedere wang te drukken. Ben ik dan niet heus ’t couchie-couchie-type, een knuffel van PD sla ‘k niet af.

Wat een heerlijke opkikker, dit. Nét wat ik nodig had.

Destijds botsten we, even hoepla-boem als nu, op elkaar. Zij, op zoek naar een vaste ‘standplaats’ en ik, de ontelbare wissels dan wel afzeggingen beu.

Ten tijde was de weg in mijn woonstee weg, en had ik ter vervanging ’n immer aangroeiende zandwoestijn binnenshuis. Hopen-lozen was het devies. Na wéken was ik he-le-maal klaar met Sisyphusje  spelen. Niet liefjes meldde ik daarom de Firma Rap en Proper, dat ik geen nee meer zou accepteren. Kwam het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte, maar klaar moest het zijn.

De breedte hield in, dat naar mijn Frans werd gepeild. Enige notie was nodig, om de vrijstaande PD niet helemaal het Nederlandstalige bos in te sturen, namelijk.

De diplomatie kon ik er niet mee in, maar me een Franse blaas wijsmaken, NON. Bovendien: ik wist hoe het woordenboek werkte, en met wat ouwerwetse aanwijsgymnastiek waren we al een end op scheut. En, zo bedacht ik, dat taalbad Frans was ook niet verkeerd. Alles beter dan de letterlijk smerige ellende waarin ik zat …

Het stof is niet van m’n dictionnaire geraakt. Maar dat is dan ook het énige plekje waar ’t op bleef zitten, want de pétillante verschijning die bij me aankwam, bleek ’n ware schoonmaaktornado, die in geen tijd haar Nederlands wist op te krikken – naar het niveau waarvan ik droomde dat ’t mijn Frans betrof.

PD had ’n tweevoudige uitwerking op me. Injectie en ontspanning tegelijk. We giebelden wat af, want ze had humor. Toen onvermijdelijk le temps d’adieu arriveerde, was dat nog best even slikken – wederzijds.

Hoewel : we zaten en zitten sindsdien altijd wel in een hoekje van elkaars oog.

Ook dan, op die Siberische dag. In de trein, op weg naar afscheid.  Als ze mij zo in de kreukels ziet is ze aangedaan – helemaal als ze tot de conclusie komt dat ze precies even oud is als de dame op de roze wolk.

Samen vervolgen we de reisweg en delen we de stilte. Voor mij een echt geschenk.  Toen, en ook nu nog. Helemaal omdat ze zich eraan had kunnen onttrekken, maar dat hoegenaamd niet deed.

PD is voor mij zo’n zandkorreltje dat zichzelf tot een prachtige oester heeft weten te slijpen. Een ware Coquille Saint-Jacques.

En het mooiste : ze deelt haar glans graag met anderen !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

NB : dit stuk is een herwerking van “Deze cirkel, daar kan je niet rond“, eerder verschenen op Ariadnesdraad.

 

 

Advertenties

Wereldboekendag (Swoon 58)

Morgen Wereldboekendag.

Je ontdekt nog es wat, als je leest. Een stuk minder druk dan mijn wervelende Boekenfee, maak ik er nu ruim de tijd voor, en stort me op Sonja Barends nieuwste. Ernstig, wat naar binnen gericht, laat het de lezer feitelijkheid(jes) weten, zonder ze daarom volledig uit te (kunnen) diepen. Onnavolgbaar. Een beetje zoals ons hoofd – of in ieder geval het mijne – werkt. In goeie balans, met humorvolle scenes die naadloos in dit boek vervlochten zitten.

Een review voor deze letterkesdag dus. Doe ik toch nog wat met mijn eerder opgedoekte boekenrubriek.

‘Je ziet mij nooit meer terug’* is een boek rond Sonja’s vader David. Ze komt hem op het spoor door een verjaardagskalender, met daarop een gelijknamig meisje : Sonja. En toch ook weer niet, want eh … Barend, wie is dat ?

David Barend zat in Polen in een concentratiekamp. Ergens in ’43 viel hij ten prooi aan de zinsverbijsterende Nazi-ideologie, nadat hij in 1942 thuis werd opgepakt. Het enige dat heel helder over hem is, is de door hemzelf gemaakte lotsvoorspellig : je ziet mij nooit meer terug.

Verder is de beste man in mysteriën gehuld : de archieven, Sonja’s moeder, de wereld : niemand laat iets van tel los. Niet makkelijk, dat summier versus ruim gewetene.

Dus is hij, en blijft hij eeuwig en drie dagen, ik citeer : ” … een verhaal, mijn verhaal, een met mijn fantasie en veronderstellingen aangevulde geschiedenis. Dat verhaal vult mijn hersens, houdt mij bezig, en levert als een accu vreemde brandstof, energie voor wat ik wil, doe en heb gedaan.” (p 282.)

Dit boek laat via de summiere geschiedenis van vader Barend ook Sonja’s moeder zien. Zij is dan weer ruim vertegenwoordigd. Begrijpelijk, ze telde veel meer levensdagen. Niettemin zet dit boek op heel veel manieren aan, om stil te staan bij breed en beperkt. Plus het waarom daarvan, en heus niet alleen inzake informatie(vergaring).

Haar strapatsen zijn herkenbaar, en beeldend verwoord. Hier bijvoorbeeld heb ik echt om gegierd ; zelf pas uit het ziekenhuis was onderstaande situatie nog net dat tikkeltje échter, beste lezers.

Het plaatje : Sonja’s moeder moet op zeker ogenblik toch echt richting ziekenhuis. Natuurlijk niet per ambulance, want veel te veel bekijks (!), aldus moeders … (p.275)

Ik hielp haar met veel moeite de trap af en vouwde haar in mijn veel te lage tweepersoonsauto.

‘Ik wil niet in een rolstoel het ziekenhuis ingereden worden, want de gang zit altijd vol met mensen.’

Ik vond het te gênant on in het ziekenhuis te vragen of er een andere mogelijkheid was dan een rolstoel, maar deed het toch. Twee verpleegsters tilden mijn moeder uit de auto, ze kruisten hun armen tot een zitje, waar ik haar bovenop zette. Op haar troon, een arm om de hals van elke verpleegster, werd ze de lange gang door gedragen. Haar hooggehakte benen bungelden boven de grond.

De wachtenden in de gang keken hun ogen uit.

Ik kwam niet meer bij van de lach. Zie het voor je, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


* : Dit boek komt op korte tijd twee keer aan bod : geheel toevallig. Gelinkt aan (persoonlijke)  boeken-actualiteit, die los staat van welke sponsoring dan ook …

Birthdaygirl ! (Swoon 53)

Tussen de waan van de dag door, moest er ook nog jarig geworden gewezen zijn, beste lezers.

Daarvoor haal je, her en der, wat in huis. En dan afrekenen in de winkel-lange kassarij.

Iedereen profiteert natuurlijk van dat éne droge intermezzo tussen die gietende snert van de laatste tijd. De bende van Zeus lijkt zich maar één act van zijn repertoor meer te kunnen herinneren : water, en doe ze nog es vol. Tja, het is niet anders.

Voor mij, in zo’n winkelkarretje met zit, zit ’n Zonnetje, dat geen snipje last heeft van dat humeurverpestende regenwater.

Niet moeilijk, ze draagt een verjaardagskroon. Zo’n door de juf bijeen-geniet knutselstuk, dat je de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele dag mag dragen. Zonnestraaltje neemt dit op het woord, want ook nu, al een poos na schooltijd, siert ie haar jarige koppetje. Ze demonstreert aan papa hoe de klas voor haar heeft gezongen – en hoe ze alles heeft begrepen !

?????????? – denk ik …

Algauw zingt de trotse vader met zijn allerschattigste oogappeltje mee. In vlekkeloos Nederlands – terwijl moeders naderhand invalt in wat Arabisch moet zijn.

De kleine miss vind het heer-luk, en ik, die er vlak nakom, mag delen in de feestvreugde !

Haha, zalig toch, die twinkelende oogjes ! Helemaal blij, ik.

De taalinclusie zorgt voor elfendertig coupletten van Happy Birthday. Zekerheidshalve werpt het ouderduo wat zijdelingse blikken, om te kijken of het niemand àl te errugg enerveert. Als dat al zo is, wordt het in ieder geval tactvol gemaskeerd.

De spekjes, waarop ze vol overgave, en met ouderlijk OK, de toehoorders trakteert, verzoeten. Happend zit ieder weer bij ’t moment waarop ie zélf ooit vier werd, waarschijnlijk. Met juffenkroon, dat spreekt…

Als de lekkernijen op zijn, maar de adem voor zingen nog niet, krijg ik een lachend “Sorry,” van paps.

“Welnee”, zeg ik, lekker mee-giebelend. Kon niet gepaster komen immers, nog luttele daagjes, en dan ben ik OOK jarig.

We wisselen nog wat gemeenplaatsen, ze rekenen af en dan, dan ben ik. Zo, die verjaardagskous is gebreid, zou je denken.

Het naadje moest echter nog  ingestopt. Dus houden ze halt bij mijn bocht naar huis.

Wat timide biecht Zonnestraaltjes paps op: “Mevrouw, ze wil absoluut nog ’n keer voor u  zingen, omdat u strakjes ook jarig bent.

Aaaaaaaaaaaawwh, wat lief  ! Kan je geen nee op zeggen, vinden m’n celletjes. Groot gelijk. Maar de ‘grey ones’ hebben nog wel ’n verzoekje. Wie jarig is, mag wensen, niet ?

“Eh”, begin ik dus voorzichtig, “mag ’t in uw taal, Mevrouw ? ” Arabisch, zoals gedacht.

Als je die avond iemand voor ’n driekoppig, glunderend koor hebt zien staan : dat was ik. Met de serieux des hymnes werd ik toegezongen. Misschien wàs ’t dat ook wel. Weet ik veel – ik snapte er geen Griekse Jota van.

Maar hierin ben ik stellig : het was heu-mels prachtig. Meerstemmig ook nog, en mesmerizerend gewoon.

Zelden heb ik me ZO jarig gevoeld, zonder het dan al te zijn !

Duimpje op voor zulk een ‘Toezang’ ! Je moet het maar doen … Helemaal geweldig !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Be A Woman !

Ik breek even temidden de week in, beste lezers. Met een vrouwenstuk. Want internationale vrouwendag vandaag.

Speaker’s corner voor m’n a-typische dametjes die grey ones heten. Over beautysalons aka wachzalen, klaagmuurtje spelen, vrouwelijke tact versus mannelijk(?) ‘ad rem’, gierende dokters, geestige stress-consulentes en pittige pointe.

Voelt alsof ik die veel te grote olifant ben, in die plots akelig kleine kamer. Je merkt ’t : ik ben nog niet over mijn laatste bezoek heen. De – mijn – horror is een beautyconsulent die op je afstevent alsof je ’t te enteren schip bent. Met de deur nog in de hand – en je hoofd nog niet eens voorbij de etalage, gaat het al over douchegelletjeS ?

Do not be mistaken, beste lezers, Géén zeeploze zondvloed hier. Daarvoor moet, schat ik, de wereld nog een zevental vergaan. Maar, zeep, ’t is mijn achilleshiel.

Letterlijk, want de verstoorde band ermee, gaat terug tot een dubbelkantige voetoperatie. Bloody agony. Overduidelijk, dus moest ik opgemonterd.

Karrevrachten rieten mandjes rukten aan. Meest zeep, en sponzen. Aardigheidjes. De laatste in dat rijtje kreeg woest toegeblaft : ” Stinkekzo, misschien ?????????!!!!!!!!!!!! “ het vermaledijde zeepsel erachteraan.

Omfloerst, het is niet voor mij. Heel wat jaartjes, geduld en tact verder ontgaat me nog steeds  waarom vrouwelijk ad rem voor heisa zorgt, terwijl de mannelijke tegenhanger ervan geen spier doet vertrekken. Au contraire …

Het toneel voor deze bedenking is Dr. Waterwerk’s consult. Nu, daar kom je niet als alles, …. eh…. , vloeiend loopt, zeg maar. Wel bij niet, of te.

Zelf zit ik in de laatste categorie, wat me die nacht op zo’n 6 (!) slaapstoringen is komen te staan. Ik ben bepaald brak. Gelukkig de kangoeroewallen, door giga-slaapschuld, onder een goed gelukte make-up-laag weten te schuiven.

Optisch bedrog is je ware, als je je moreel wil boosten. Very Stylish. Vervolgens ging ik de deur uit en vergat ’t heule pleisterwerk.

Terwijl ik in ’n klein spiegeltje m’n présence verifieer, capteert de over-zittende dame me. Gammele constructie, lijkt haar fiat, om verhaal te houden, over de-zoon-met-dwarslaesie.

Mijn celletjes zetten de verbinding ‘mannelijke grinta’ in. Nodig om de heel ‘leuleke’ karakterschets van zoonlief te doorstaan. Bottomline : alle krakkemikkigen zijn monsters. En bedankt ! Tegenwoordig van geest, slik ik nog net de zegging : ‘omdat ze van mama mogen’ in …

Op naar het volgende level. De details van de verstoorde mannelijke afvloeiing. Beeldend, goddank niet geurtechnisch ondersteund. Aaaaaaaaaarghhhhhhhhhh.

Ik schaam me purper, want de problematiek van ’n handvol rolstoelers, full face ahead, is intussen wel bijtend pijnlijk van alle mystiek ontdaan. Sterker nog : àlleman is in zijn blote kont gezet.

“Mevrou-ouw, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje”. Of het missie-negertjes waren waar je ’n centje in stopt, zo heftig knikken alle wachtzaalzitters.

Oef. Bijtreding. Maar het groepsprotest valt in dove oren.

Ik snak naar dampende koffie, die ik niet mag, en de grootst mogelijke zak ribbelchips paprika, om mijn zoutbalans en mijn ergernis recht te trekken.

Ik ben er klaar mee. Hoelang nog ! “Niet te geloven, dat ik, die niet eens een fluit heb, die piet-praat moet aanhoren. Rauss damit !”

Kommen Sie herein ! nodigt Waterwerk de vrouw in zijn spreekkamer.

Arts en ik hebben nooit eerder ZO gegierd, al komt het me dan op ’n casinootje te staan, binnenkort. Buitengaand houdt een hoffelijk Jongmens de deur. Hij wist lachtranen uit z’n ogen en zegt : “Goddelijke repliek, die wij mannen hadden moeten leveren.”

Thuis neem ik tóch dat chipje bij ’n goed boek. No stress*, van Loretta. Sla open, en kom bij dieetpillen uit.

“De pillen werkten, bij wijze van spreken. Ik werd in een ijltempo dun omdat ik alleen nog maar bewoog. Ik was een dansende derwisj. Ik had het meest onberispelijke huis van de buurt. Het ziekenhuis belde op omdat ze mijn keuken wilden gebruiken als operatiekamer.” (p. 91.)

Schaterbuikpijn. De keuken is nog geen O.K., en ik nog geen derwisj. Komt dus goed…

Pointe : durf lachen met je female foolishness. Maar, chica’s, weet dat het hebben van een vlaggemast ‘loterij’ is, géén verdienste.

You need a woman to be a man, tenslotte. Zo. The grey ones have spoken …


  • Relax ! You May Only Have a Few Minutes Left : originele titel

Mr. Leeflust (Swoon 51)

Vooraf : Deze Swoon is een ode aan Leeflust, een bijna-eeuweling met zwier, nu wolkzitter.

2017. Een loodgrijze februari-morgen, een keukentafel en ik. Dat is de setting, beste lezers. Allemaal even troosteloos. ‘Mijne kop’ voelt als het vierarmen-kruispunt : oren, sinussen en ook één oog zitten potdicht. Het enige dat loopt is mijn neus, en tranen. Het doorgaande verkeer bestaat uit een file tissue-propjes.

Oorzaak is het momentum, dat me de fakteurfactor liet trotseren. Sinds mijn correspondentie inclusief vensteromslagen is, vergt dit zo nu en dan vermetelheid. Het is nu dat andere gevaar, het gebroken wit met zwart randje, dat voor stupéfait zorgt.

Leeflust’s tien dagen eerdere “Halloooo, ik ben er nog !” was nu : ik ben niet meer. Ik kijk er daas naar. Mijn oog wordt onweerstaanbaar getrokken naar het bijtend roze Post-itje van Buur dat de ingetogen envelop ontsiert.

“Dit vond ik in de bus, na een paar daagjes weg”. Potverhierenginderenoveral ! Te laat. De gestrenge correctheid van m’n nieuwste wolkzitter indachtig, speelt zich binnenskops de begrafenis van de postbode af. Op het geplogen witte scherm hierbij, nu eens geen wapenfeiten, maar welgemeende tirade. Van MIJ. Want dit brei je niet even recht, n’est-ce pas.

Ook hoofdelijk, hoor ik Leeflust scanderen : “Kijk naar wat je wel nog kan, Ariadne”. Nou. Vooruit. Een reuzemok dampende koffie dan maar. Niet dat ik ze proef, maar de opstijgende warmtekrinkeltjes vertroosten. Een dosis obligate zuivel, en een Exce.drinnetje erachteran.

Now we’re talking ! Vlug condoleren, voor ik weer inzak. Aldoende hoor ik, dat er ’n koffietafel 2.0 komt, omdat er nog liefhebbers waren, voor ‘de postbode schabbernakken’*.

Toentijds. Soms breken mensen binnen in je bestaan op, eh, ‘liefst-niet’ moment. Wat nou, alles in de plooi…? Overhoop is ook mooi. Echtigentechtig.

Ik – pas een half land verderop verhuisd zijnde – was fysiek óp. Alles weigerde dienst, maar ikzelf, noch de dokter, toen nog te leen, begrepen er éne jota van. Dus : ’n batterij opzettelijk ver uiteen geplande onderzoeken, bedrust en ‘kamertje alleen’. Met uitkijk op de badkamer.  Daarin  : ’n gehoofddekseld heertje, zichtbaar moeite hebbend niet te ontploffen. Z’n doodzieke Cupidaatje werd van hot (badkamer) naar her (gang) gesjouwd, namelijk. Kamertekort…

Dat ging zo, tot ik ’t tafereel – plus de lege ruimte naast mijn bed – niet meer kon aanzien, en de verpleging er op aansprak.

“Weet je ’t zeker, ” roloogde witkapje, niet overtuigd.

27 zijnde, wist ik ook wel wat leukers dan ’n haast-hemelende, maar m’n hart was bij dat meneertje, dat straks – kinderloos, net als ik – met een gapend gat kwam te zitten. Moest-ie zich dit alles herinneren, met heisa en beddengeschuif op de voorgrond ? Mooi niet, als ik ’t helpen kon. Met stip iets waarin ik onwrikbaar absoluut was, beste lezers. Zo adopteerden we elkaar, die dag, de 80-er en ik.

Personeel meldde zich prompt kies afwezig. Ik trok dus maar m’n meest fluwelen handschoen aan, en vertelde zo zachtzinnig als kon, dat Piet Hein onafwendbaar onderweg was.

Z’n die-ie-pe zucht en één ontsnapte traan deden konde van de inzinking, maar, ik zag ook iemand die gaandeweg herrees, met lust tot leven. Leeflust.

Precies één week na ’t verscheiden, stond ie weer aan m’n bed ?! Mét ribbelchips paprika. Want was mijn zoutgehalte niet gekelderd, volgens de dokter ?

Was er dan draad doorgeknipt, er werd ook een nieuwtje gesponnen. We hielden contact, en giebelden en grienden wat af. Hij maakte me wegwijs, in m’n nog ampertjes ontdekte woonstee, en ik was dol op mijn levend archief. Samen hadden we ’n geschiedenisboontje. De grote oorlogen kwamen dus voorbij, hoewel heul summier. Want op dit punt was Leeflust   oester. Die ik dan weer niet probeerde open te breken.

Hierover verhalen aan ‘jonge’ mensen vond ie passen als ’n vlag op een modderschuit. Dit verlies nam ik sportief. Wat moet je anders, als iemand haast drie keer jouw leeftijd telt ? Af en toe liet zich tóch iets wetenswaard kennen. Zo begreep, sprak en las ie prima Duits. Maar hij zette de toenmalige Voldemort en zijn groot begane kwaad op zijn manier gevangen – door complete negatie van de taal die ze spraken.

De generatiekloof, ze ís er, maar niet bij deze man – die goed twéé keer mijn opa kon zijn. Deze ware gentleman, met humor en open, twinkelende blik, was zowel verademing, als eer, om te kennen.

Zijn oorlogsattitude om ergens voorbij te kijken, zijnde mijn gammele constructie, en de waardering van mijn vrouwelijke input bij dilemma’s, waren kadootjes. Van hem, aan mij.

Kortom, het was me een hemelsbreed genoegen.

Spontaan kwam Harry Belafonte naar voor als swoontje. Deze maartmaand jarig, en ook 90+, met charisma.

Geniet van Hava Nagila, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


*: iem. schabbernakken : iem. bij ’t nekvel grijpen

Who’s that girl ? (Swoon 50)

Een nieuw jaar gelanceerd. Ouwe struggles ook, want m’n publicatieschema stokt weer – zooo  Januari 2016.

Het Dakar-tempo waarin m’n grijze massa columnpjes vult, is IRL nauwelijks bij te benen.

Zwart op wit is het nog niet zo te zien, beste lezers (lees : inhaalslag reacties) maar ik droom, denk & doe “blog”. Wonder, dat ik in die morgenspiegel nog geen ‘Ariadnesdraad’ op mijn voorhoofd zie gestempeld. Zomaar wat fröbelen doet mijn hoofd niet aan, namelijk : altijd postjes in de maak. Maar: zulk autonoom hoofd is nog best handig. Geen ‘beste concept’-gezeur : gewoon go with the flow.

Vandaag trek ik dus maar ’n sprintje, en laat de springveren van de ‘grey ones’ lekker eigenmachtig werken.

Op de vraag waarover geschreven, popt een republikeins rood mantelpak op. Neeje, niet dat van Trump – die kan zoiets niet forceful & executive aan, dat is linea recta clownesk. Nog niet eens ingezworen is ’t al hommeles met de media, zeg maar de journalistiek. Whatever we may get, dertien in een dozijn beslist niet, met deze man.

Oempppppppppffff, uuche, aiai en ochottekes. Ik gok op vasthouden aan alle takken van alle bomen en de mast – tegelijk. Die gymnastische oefening lijkt nodig, om de eerstvolgende 1460 dagen door te komen. Mijn oogbogen oefenden alvast souplesse bij de megalomane aandacht die de ‘gereputeerde nieuwsgaring’ hieraan gaf …? Was ’t nou net niet die over-aandacht, die van begin af aan, dit roeptoeterend exploot mee op het Presidentiële schild hielp hijsen ? Afwijzende hm.

Mijn celletjes maken ’n 180° bocht en ik zit in ene weer bij ’t felrode mantelpakje met weerstrevende attitude : Angela Merkel. Ha ! Veul beter. Ik verkies Frau Merkel’s ‘Deutsche Gründlichheit’ verre, boven die upcoming American Madness.

Jolige celletjes, als ’t journaille weet te vertellen, dat Angela zich eredoctorandus Leuven én Gent mag noemen. Hoera ende joepie, Sie schaft !

De feministe in mij veert op, uitermate blij. Dat ze even ’n slechtzittend blauw vaan krijgt aangemeten, neem ik voor lief. Knipoog naar de (Amerikaanse) blauwe Democraten, tenslotte. Met niet alledaagse uitdagingen voor én achter me, verfoei ik hartsgrondig vakjes- en stereotiep denken.

Ben de mening toegedaan dat vrouwen, in eender welke discipline, het recht én de kans moeten mogen, om (al dan niet godsgruwelijk) te blunderen. Ook, en vooral, zou ‘k haast zeggen, in de politiek. Wir schaffen das. Was ’t niet beter, ’t zou alvast een vaak verworpen invalshoek hebben. Zo. ik heb gezegd !

En het doctoraats-uitreikende deel van het soms toch best hippe universum heeft warempel verhoord. Nog best cool, die bende van Zeus, als ze geen djak-ken-de regen over je uitstort …

12 januari 2017. Angela Merkel, Belgenlands eredoctorandus. Van Leuven EN Gent, ‘getoogd’ in Brussel. Insert tevreden grinnik. Belgenland, onzegbaar ingewikkeld, maar wél een goed sein gevend.

Een lintje dus voor de (diplomatieke) manier waarop ze aan politiek doet – met ’n menselijk warme kant enerzijds, en de potentie anderzijds, om (door de toekomst) als Grote Persoonlijkheid te worden gezien. Zo’n epitheton ornans roept vragen op.

In dit geval : Who’s that girl  (tekstlink) ?

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

N.B. Dit stuk kadert ook in de #SG17 van Carel, getuige hiervan de cursieve vetjes, rond werken.

Dàt ruist er in het struikgewas … (Swoon 46)

Na mijn sportfase van afgelopen zomer kwam het heulemaal goed met me, beste lezers. Parijs kwam, en ik was op slag weer m’n sport-ontwijkende zelf.

Sterker nog, m’n eigenste beeldbuis kreeg een reces opgelegd. Want over al dat voetbalgeleuter en de daarmee overlappende Tour-gekte werd ook nog een tsunami van Olympische disciplines gestort. In ’t lang en ’t breed bovendien : ‘uit’ was échtigentechtig de enige ontsnappingsroute.

Wat ik prompt deed. Too much of a good (boring) thing is nog altijd té. Per direct kwamen er dagdelen vrij, en nu ik mezelf kristalhelder kon horen denken, schakelde ‘bloginspiratie’ een tandje bij. Buzzzzzzzzzzzziinnnnnnnnngg.

De ‘fuzzing’ die daarop volgde, kwam van m’n bakbeest-kijkkast.

Gevalletje jaloers, die tv van mij, en dat zal ik geweten hebben.

Per augustus, toen ik ‘m uit z’n reces haalde, strafte hij op de zijlijn gezet worden af, met geen beeld bij ‘aan’.

Nou ben ik, sinds die zaptoestand van weleer, niet van ’n kleintje vervaard. Even een white-washje doen, en we spreken er niet meer over, toch ?

Inmiddels is spraak zowat het enige dat mijn beeldbuis nog toestaat, alle witwas-praktijken ten spijt.

Het is een ervàring, beste lezers, om actua en duidingsmagazines beeldloos te volgen. Alleen al omdat écht luisteren, omgekeerd evenredig is met de stoom die me nog wel es uit de oren wil komen …  Ideaal voor de sereniteit, kortom.

Tot gister. Toen deed de afdeling ‘Beeld’ weer gezellig mee. Kijkkast is eigenzinnig, zoveel is duidelijk.  Mét een boontje voor Toon – en voor mij best nog wel wat ‘weetikookweertjes’.

Dus tussen het rommelen met Kerstspul en een mand strijkgoed door, ruiste er ook nog wat in het struikgewas.

In mijn (tot dan toe) drieladig keukenkastje idem, maar dat ontdekte ik pas, toen ik de vrucht mijner noeste arbeid wilde wegplooien en opbergen.

Als houtmoeheid bestaat, dan weet ik nu hoe dat er uitziet. Vier plankjes, een losse bodem. En spijkers op laag water zoeken, natuurlijk.

Nou ja, zeg ! Niet. Leuk. En nog van splinterhout ook, dus dat is helemaal van potverdorie nog aan toe (maal vier ! ).

Dag lade en serenititeit. Plus nachtrust, want ik stuit altijd weer op zoiets op een goddeloos uur. Staat in mijn DNA gegrift, waarschijnlijk. Mja … Potjanstropie nog an toe zeg !

Tot zo’n twee uur in de ochtend – niets van gemerkt, hoewel ’t best voor reuring zal hebben gezorgd. Maar ach, hier in en om het huis biept, flitst of wie-woe-wieuwt er immer wat, dus wie kijkt daar nog van op … ?

Zut.

Maar : het struikgewas is ontraadseld. Ein-de-lijk weet ik wat er ruist.

Het is een … unnne ….

Stakend ladekastje dat met donderend, edoch ongehoord geraas, instort.

Dat je het even weet, beste lezers.

Een raadsel oplossen betekent vaak, dat je een nieuw enigma in het leven roept. Dat is nu niet anders. De nieuwe prangende vraag is dus : krijgt Gulliver het weer ineengenageld terwijl ik daarbij net zo stoïcijns blijf als Toon?

We gaan het zien. Zolang er maar niks begint te ruisen, zitten we goed …

N.B. Vandaag, op zijn verjaardag, is Toon de aangever van dit swoontje.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Finders, keepers (Swoon 45)

Het moet onderhand een reeksje wezen, mijn boodschap-expedities. Vandaag tijd voor een nieuwe episode, beste lezers.

Tijdens het stormweekend van laatst, kletsen Gulliver en ik gezellig vijf kwartier in een uur weg.

In de 1.0 versie van zichzelf, deed Vadermans dit nooit-van-zen-leven-niet. Toen kon hij ZO gereserveerd klinken, dat de andere kant – nog zonder nummerherkenning – zich werkelijk afvroeg of hij het wel was ???!

We raakten een heul end op scheut, toen ie tenslotte m’n kookmomenten als leidraad nam. Ten huize Ariadnesdraad is het allesbehalve raar, als de kooksessie ter achtster ure ’s avonds nog in volle gang is. Vaak is dat preparatie voor de dag van morgen. Want met een verstoorde motoriek is één zaak zeker : alles gaat ten hemel schreiend traag.

De mise-en-place, het koken – alles in de (braad)pan mikken, niet er naast – en welja, het opeten ook.

Dat laatste is cultureel bepaald. Moeders maakte ’n punt van goed kauwen, en dat komt me, nu m’n eetfabriek soms maar van de noen tot den twaalven draait, prachtig uit.

Tussen het bikken van toen en nu zit ook nog de man mijner toenmalige dromen. Samen eten was nog wat.

Nee, niet omdat we het niet gezellig hadden. Maar de eetslak die ik was, mis-matchte met zijn Speedy Gonzalez-eettempo. Zo lang wij een ‘item’ waren, is de beste man nimmer meer aan zijn bord begonnen, voor het mijne half leeg was. Het zou ’n Kimmetje kunnen zijn : “Liefde is  … pas opscheppen als haar bord haast leeg is”.

Halverwege is top, maar niet als je drie pannen op het vuur hebt, terwijl Dumdiedummetje zingt. Dé siliconenspray voor ’n geolied gesprek, is de looptelefoon, waarin je al roerend kan schallen, dat je rijstebrij blub-blubt, en dus klaar is.

Pannen die niet asfaltzwart zien, omdat je te lang kwekte : dat is je ware. Je begrijpt, beste lezers, dat ik wàt blij ben dat bellen zonder beeld kan. Al zou het die zaterdag best wat geweest zijn, om die woest zwarte wolken te laten zien.

“Gauw dan, voor ’t begint”, zegt Gulliver, die mijn godsgruwelijke hekel aan natte pakken kent – én mijn patent erop.

Prompt schiet ik uit m’n sloffen, m’n jas in. Maar ’t zit me niet mee. In de ene superette is het artikel waarvoor ik dit hondenweer trotseer, opper-dan-op. Ik koop dus maar de komkommer die ook op mijn lijstje stond, om in de aanpalende buurtsuper te ontdekken dat ie hier 20 ct goedkoper is. Geen wereldramp natuurlijk, maar alsnog geen strakke actie ; rap gekocht is geld toe.

Om ’n wit voetje te halen, joelen de grey ones ‘nootmuskaa-aat,’ als ik voorbij het kruidenrek kom. Maar schoon, scheef, of lelijk, ik kan d’r niet bij. Hm. Sja, de vakkenvuller is duidelijk meer dan 152 cm. Dan, als geroepen, is daar opeens Guitige Lach, die met mij de strooibusjes naloopt. We kiezekeuren, en zijn allebei tevree. Zij met het toch wel diverse aanbod, en ik met mijn ‘vangst’.

Fluks de bocht om, want het loopt tegen sluit. Een tulbanddrager stuit me schoudertikkend de opmars. Met ’n “Is dit vijfje van u ?” doorbreekt m’n Belgenlands-Bengaalse medemens het hypnotiserend effect van z’n hoofdtooi. Deze tulband zit wérkelijk pico bello. Ik ruk me los uit de overpeinzing, hoe ie dat voor elkaar krijgt, als ik kopspeldjes ontwaar.

Weer bij de les, zie ik dat we nog de enigen zijn, op een kassa-file na.

Waarin niemand het vijfje kwijt lijkt, dat op de open handpalm voor me ligt. Mijn celletjes racen. Dilemma : vóór mij een imposante kerel, die ik niet zomaar voorbij kom. Achter mij, de kassa, die er als havikken op zal duiken, onnoemelijk veel trammelant genererend. Zo geen zin in.

Tulbander leest mijn hoofd. “Dit lag op de grond, Mevrouw, bij ’t kruidenrek”.

Ik heb daar halt gehouden, m’n artikeltjes tellende. Want die Zilveren Vloot van mij, die lijkt wel verdwaald in het Midden-Oosten …

Ik kijk een meetlat hoger, en zie zacht staande zwarte karbonkels. Wat er ook van zij, hij had ‘r allang, spoetnik-gewijs, met ’t geld vandoor  gekund. Finders keepers, tenslotte. Ik denk nog even aan de losers, weepers, en zeg dan welgemeend : ” Dank u ! “. Wat me ’n stralend witte lach oplevert. Wie ben ik, om een goeie daad te dwarsen.

Weer thuis schiet me ‘toeval is logisch’ door het hoofd als ik het geplooide vijfje zie – dat in zich nog een verrassing draagt : zijn twin !

Welwel. De Goedheiligman heeft me in z’n boek ! Nog wel zónder dat ik mijn schoentje zette.

Ach wat. Dank u, Sinterklaasje !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Sugary Sweet

Hillary mag dan niet van de sugar-coating zijn, ik vind het wel wat hebben, met de Sint in het land. Ideaal, om de heftige voorbije maand te verzoeten.

Sinds de invoering van suiker als algemeen keukengoed is er ’n hele weg afgelegd. Niet alleen in de keuken, in baksels en desserts, maar ook door de witte korreltjes zélf. Tegenwoordig hebben die zich gebundeld en plachten ze T-man te heten. Dit suikeren mannetje stal mijn hart, omdat ie mij zo deed denken aan een paarlen ventje dat ik in de eerste klas maakte – met veel hulp van de juf.

Hoor het tromgeschal en de bazuinen in dit feit, beste lezers, want het is een uniek knutselstuk. Ik heb het nog steeds, en ik ben er nog steeds een beetje smoor op.

Wat toverstof heeft mijn kereltje nu opnieuw leven in geblazen. Tegenwoordig wacht deze eigenzinnige suikercollectie zijn huisgenootjes thuis op – na een lift naar huis, gaat voor hen op pannenkoekexpeditie, en blaast hierbij vrolijk een suikersnoet bij een klein meisje. Een persoonlijke favoriet, beste lezers.

De laatste tijd gaat ie skaten, met zijn nieuwste schat : rietsuiker. Maar dat is nog wel es een verlieslatend ritje, tot het weer tijd is voor thee !

De wereld om ons heen slaat harten vaak aan gruzelementen. Een paar suikerzoete elementjes, met wat plakkracht kunnen dan heel welkom wezen.

Ariadnesdraad ruimt daarom graag wat plaats in voor het zachte kantje van schattige reclame.

Als pancake lover nog een keer de pannenkoekentocht  en de laatste nieuwe – omtrent rietsuiker.

N.B. Ik weet niet helemaal zeker of alle filmpjes overal getoond worden door YT. Ik hoop ’t wel, en heb in elk geval voor ééntje een sluipweg. Mocht het meest recente spotje niet te bekijken zijn : ik heb ter verzoeting het muziekfragmentje dat erbij hoort, beste lezers.

Zoete zwijmels gewenst !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Over Feniksen en Kaneelvogels (Swoon 43)

De hoeveelste versie van dit stukje je nu voor je hebt, weet ik echtigentechtig niet, beste lezers. Bij de tigste versie ervan, ben ik maar met tellen gestopt. Nee, dit is ’t niet, dacht ik telkens weer. Opnieuw dus maar. Opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Opnieuw beginnen. Exact wat ik sinds het ontstaan van mijn Novemberverdriet dag-aan-dag heb gedaan. Net als al wie er evenzeer door werd getroffen.

Met wisselend succes, en vooral, een zilte zee aan tranen. Al dan niet zichtbare.

Het is vreemd, om dingen te doen, waaraan zij geen deel heeft. Het is be-vreemdend, om haast hààr leeftijd te hebben, verre van oud, en me terzelfdertijd te voelen, alsof in mijn voorbije lustrum, er even ‘n heel honderdjarig leven zit bij-gepropt.

Hoe bizar zal het zijn, om straks even oud te zijn, als de dame op de roze wolk …

Qua buitenissigheid komt er vast een streepje bij, als er, ooit, méér jaren op m’n teller staan dan zij er heeft verzameld. Het zusje, zonder zus – en toch ouder dan.

Enigmatisch is het. Net als in juist déze week het 43ste Swoontje schrijven. Desondanks doe ik het.

Want, de afgelopen 72 maand hebben geleerd, dat de verbijstering steeds weer toeslaat, ongeacht dag of tal.

Als er wordt opgelegd (cfr. Dr. Tinus) dat het na 6 jaar wel es klaar moet zijn, of juist als de andere kant van de lijn haarscherp bij je aanvoelt – en ook nog in woorden giet – wat er aan emoties bij je kolkt.

Dan kan ik de ene inmiddels gepast op z’n plaats zetten*. En de ander terugbellen, om te zeggen : ” Sorry, ik moest eerst even uithuilen”.

Soms voelt ‘t, als de gedaantewissels, van een eerstejaars tovenaarsleerling. Vanuit het ene, de feniks, even in het andere, de kaneelvogel. En op de geslaagde dagen, de twee in één. Ik.

Bestendig tussen hamer en aambeeld. Continu tussen omgevings- en eigen verdriet geklemd.

Gevolg van die giga-omwenteling die alles, mijzelf incluis, voor altijd heeft veranderd. Onherroepelijk. Zonder dat je er even vrij van kan nemen.

Voor al wie ook (November)verdriet heeft : de kracht van een Feniks stuur ik je toe, samen met de zoete troost die deze kaneelvogel in zich heeft. Wholeheartedly.

Want verdriet, dat is tenslotte dat ding met veren.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

______________

* : intussen kwam een nieuw consult voorbij, dat van een leien dakje ging …