Tagarchief: als uit de hemel gezonden

Comme si, comme ça ? Ça va, Ça va … (Swoon 59)

Het zal niet verbazen dat mijn vandaagse schrijfsel een Frans tintje heeft, beste lezers. Maar erewoord, ik ga niet voor holle slogans, in roeptoeterende verkiezingsdebatten waaraan niet te ontsnappen valt – met als ‘kriek op de gâteau’ flinterdunne, haast niet waar te nemen analyses. Peurre d’être faux, quoi.

Neuheu, ik ga voor zwier. Vavavoum et joie de vivre. Kan ik zelf ook best gebruiken, want mijn gebruikelijke roetsj is nog niet terug ; ik kan nog altijd gigaveul sneller denken dan doen. Ik mis het megabyte verschil, zeg maar.

Die post-op vrijdag loop ik met m’n ziel onder de arm. Het gaat prachtig – als je van plan bent stil te zitten en mooi te wezen. Op het eerste zicht dus. Het tweede zicht vertelt une toute autre histoire. Rugpijn hors catégorie na de ingreep, dus daar moet wat mee. Mijn buik en rug hebben pech : klinkers vormen de scheidslijn tussen Die Dokter en mezelf. Schobberdebonk is de prijs die ik betaal, om van die oei-ai status waarin ik zit, af te komen.

Met het nodige gedoe hijs ik me in mijn Noordpoolpak en haast me weg. Nog geen halve bocht verder hoor ik een bekende stem … “ier é ier woont vroeger clientèle van mij “… en …. Floeps, ik val pardoes in de armen van ma petite Dame de Paris (PD). Mijn Engel zonder vleugels !

Zoals alleen zij dat kan valt ze uit de lucht, op penibele momenten. In een vroeger leven mijn interieurverzorgster, nu mijn seingever van de Voorzienigheid. In ieder geval : altijd daar als m’n ‘moral’ een boost moet.

Héhe, wat ‘n zet van het hippe universum zeg, dat ik nou es ’n keertje op afroep verschijnen mag. Met blije verrassing trekt PD me tegen zich aan, om “ça va mieux ?” in mijn oor te fluisteren, en vite-vite, voor de haast ons weer uiteenrukt, een kus op iedere wang te drukken. Ben ik dan niet heus ’t couchie-couchie-type, een knuffel van PD sla ‘k niet af.

Wat een heerlijke opkikker, dit. Nét wat ik nodig had.

Destijds botsten we, even hoepla-boem als nu, op elkaar. Zij, op zoek naar een vaste ‘standplaats’ en ik, de ontelbare wissels dan wel afzeggingen beu.

Ten tijde was de weg in mijn woonstee weg, en had ik ter vervanging ’n immer aangroeiende zandwoestijn binnenshuis. Hopen-lozen was het devies. Na wéken was ik he-le-maal klaar met Sisyphusje  spelen. Niet liefjes meldde ik daarom de Firma Rap en Proper, dat ik geen nee meer zou accepteren. Kwam het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte, maar klaar moest het zijn.

De breedte hield in, dat naar mijn Frans werd gepeild. Enige notie was nodig, om de vrijstaande PD niet helemaal het Nederlandstalige bos in te sturen, namelijk.

De diplomatie kon ik er niet mee in, maar me een Franse blaas wijsmaken, NON. Bovendien: ik wist hoe het woordenboek werkte, en met wat ouwerwetse aanwijsgymnastiek waren we al een end op scheut. En, zo bedacht ik, dat taalbad Frans was ook niet verkeerd. Alles beter dan de letterlijk smerige ellende waarin ik zat …

Het stof is niet van m’n dictionnaire geraakt. Maar dat is dan ook het énige plekje waar ’t op bleef zitten, want de pétillante verschijning die bij me aankwam, bleek ’n ware schoonmaaktornado, die in geen tijd haar Nederlands wist op te krikken – naar het niveau waarvan ik droomde dat ’t mijn Frans betrof.

PD had ’n tweevoudige uitwerking op me. Injectie en ontspanning tegelijk. We giebelden wat af, want ze had humor. Toen onvermijdelijk le temps d’adieu arriveerde, was dat nog best even slikken – wederzijds.

Hoewel : we zaten en zitten sindsdien altijd wel in een hoekje van elkaars oog.

Ook dan, op die Siberische dag. In de trein, op weg naar afscheid.  Als ze mij zo in de kreukels ziet is ze aangedaan – helemaal als ze tot de conclusie komt dat ze precies even oud is als de dame op de roze wolk.

Samen vervolgen we de reisweg en delen we de stilte. Voor mij een echt geschenk.  Toen, en ook nu nog. Helemaal omdat ze zich eraan had kunnen onttrekken, maar dat hoegenaamd niet deed.

PD is voor mij zo’n zandkorreltje dat zichzelf tot een prachtige oester heeft weten te slijpen. Een ware Coquille Saint-Jacques.

En het mooiste : ze deelt haar glans graag met anderen !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

NB : dit stuk is een herwerking van “Deze cirkel, daar kan je niet rond“, eerder verschenen op Ariadnesdraad.

 

 

Mr. Niceguy (Swoon 52)

Dit stukje is soort van zwaan-kleef-aan, bij afgelopen woensdag (8/3). Zij het, dat ’n sliknatte ik, J-Lo’s elegantie niet evenaart.

Boodschappen doen. Blijvend avontuur, en dito bron van inspiratie.

Wie dit weer trotseert voor boodschappen halen, zou ’n lintje moeten krijgen. Of beter nog, een droge garderobe. Hm. Ain’t gonna happen.

Daarom sprint de sumo-worstelaar, die ik intussen heus ben, de eerste vijf minuten dat het droog blijft richting discount. Verademing om es niet met m’n zeiknatte spijkerbroek te moeten kampen.

Haal ik dan m’n weerslag thuis, die met m’n lengte is een ander paar droge mouwen. In de super laat ik mijn oog vallen, op voorgesneden soepgroenten. Happy & healthy komt wel weer, vandaag moet ’t vooruitgaan.

Ain’t gonna cooking all day, want ik heb stiekumpjes al ruzie met mijn knorrende maag – en ik wil niet dat ze me dit betaald zet met ’n kletterend cimbaalstukje genaamd migraine.

Maar bummer, ik kom er niet bij. ’t Is te zien dat ’t overgrote mensdeel veel groentjes eet, en dus groot groeit … Of zou het toch ’t hoogtebeleid’ van de supermarkt wezen  ? Hier moet je minimaal 1.80 meten, om überhaupt iets te kunnen scoren.

Aan krimpen van m’n al uiterst compacte compositie wil ik niet. 152 cm – nog éven en ik ben onzichtbaar. Ooh-ooh, wat wil ik dat hierbij inclusieve toverstafje.

Gillend-giftig gekleurde opstapjes, her en der opgesteld, doen niets voor me. Of jawel : mijn toch al niet op punt staande evenwichtsgevoel nog meer verstoren. Lekker dan.

Ik staar de tijd weg, met verlangen naar juliennebalkjes. Pfoe-oeh, dat wordt  el-len-lan-ge weg zo, naar de soep waar ik ze in wil mikken …

Dan intervenieert het hippe universum. Plant pàl voor me Organisatietalent. Een vinnige jongedame, die screent, ziet, pakt en besluit. Ingooien, check, afvinken, weer verder.  Als ze in ene naast me staat, ruik ik mijn kans, om d’r voor m’n soepkarretje te spannen. Braafjes plukt ze, flitsend rap, de pakjes met de langste houdbaarheidsdatum uit de rekken. M’n buit is binnen voor de vraag af is ! Hoera ende joepie : ik kan m’n geluk niet op.

Helaas kan dat niet gezegd, van de andere helft van het setje, waartoe Adjuviaartje behoort. Jongeman Bonenstaak, grimmig verveeld, botsautootje spelend met ’t winkelwagentje. Behalve brokken, maakt ie niets klaar. Blauwe plekken kunnen ‘m gestolen worden. Winkelen, en alles anders, al helemaal. Puh.

“Wa stade gij ier na tegen u eigen te kalleweien, heh ?!” – ventileert ie. Op ‘krijg-nou-wat-er-zit-een vijs-aan-los’-toon. Met mijn soepgroenten nog in handen, draait ze naar hem toe en zegt: “Efkes bezig, voor Mevrouw.”

Ploefffff, ik in dit dispuut. Nietsziend staart Bonenstaak over mij, de Lilliputter, heen. Je m’en fou-geste er achteraan. Bepààld niet charmamt, dit.

Dat heet geen waar, zunne, dat iemand, die me zo attent ‘depanneert,’ de wind van voor krijgt … !

Hét moment om scherp te sneren.

“Hei ja, zeg !” ’t Was voor mij, ik tel ook, al kijk je los over mij heen, omdat ik onder 1m80 blijf !”

En wég zeil ik, all this unpleasantness achter me latend.

Om fluks alweer het volgende obstakel te treffen. ’n Heel praktisch steelpannetje, waarvoor ik wel nog even 30 centimeterkes moet bijkweken. Voor ik klaar ben met denken dat ze ’t net zo goed aan ’t plafond kunnen hangen, doemt opeens Bonenstaak op. Jawel hoor, die – van geweldig leuke Adjuviaartje.

Kan ik misschien iets aangeven, Mevrouw ? Niet vriendelijk, maar stuk-ken beleefder dan zopas. Ik herken ‘m, en zeg daarom nog ietsje bozig : ” Gestuurd om die steelpan te pakken, soms ? ” Al wijzende zie ik pioenrood naar z’n haarwortels oprukken. Warempel, he redeemed himself !

Als ik de steven huiswaarts wend, denk ik vergenoegd aan Adjuviaartje. “Ain’t your mama !”, zal ze gedacht hebben, toen ze Bonenstaak voor me liet opdraven.

Ware girlpoweRR !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Mr. Leeflust (Swoon 51)

Vooraf : Deze Swoon is een ode aan Leeflust, een bijna-eeuweling met zwier, nu wolkzitter.

2017. Een loodgrijze februari-morgen, een keukentafel en ik. Dat is de setting, beste lezers. Allemaal even troosteloos. ‘Mijne kop’ voelt als het vierarmen-kruispunt : oren, sinussen en ook één oog zitten potdicht. Het enige dat loopt is mijn neus, en tranen. Het doorgaande verkeer bestaat uit een file tissue-propjes.

Oorzaak is het momentum, dat me de fakteurfactor liet trotseren. Sinds mijn correspondentie inclusief vensteromslagen is, vergt dit zo nu en dan vermetelheid. Het is nu dat andere gevaar, het gebroken wit met zwart randje, dat voor stupéfait zorgt.

Leeflust’s tien dagen eerdere “Halloooo, ik ben er nog !” was nu : ik ben niet meer. Ik kijk er daas naar. Mijn oog wordt onweerstaanbaar getrokken naar het bijtend roze Post-itje van Buur dat de ingetogen envelop ontsiert.

“Dit vond ik in de bus, na een paar daagjes weg”. Potverhierenginderenoveral ! Te laat. De gestrenge correctheid van m’n nieuwste wolkzitter indachtig, speelt zich binnenskops de begrafenis van de postbode af. Op het geplogen witte scherm hierbij, nu eens geen wapenfeiten, maar welgemeende tirade. Van MIJ. Want dit brei je niet even recht, n’est-ce pas.

Ook hoofdelijk, hoor ik Leeflust scanderen : “Kijk naar wat je wel nog kan, Ariadne”. Nou. Vooruit. Een reuzemok dampende koffie dan maar. Niet dat ik ze proef, maar de opstijgende warmtekrinkeltjes vertroosten. Een dosis obligate zuivel, en een Exce.drinnetje erachteran.

Now we’re talking ! Vlug condoleren, voor ik weer inzak. Aldoende hoor ik, dat er ’n koffietafel 2.0 komt, omdat er nog liefhebbers waren, voor ‘de postbode schabbernakken’*.

Toentijds. Soms breken mensen binnen in je bestaan op, eh, ‘liefst-niet’ moment. Wat nou, alles in de plooi…? Overhoop is ook mooi. Echtigentechtig.

Ik – pas een half land verderop verhuisd zijnde – was fysiek óp. Alles weigerde dienst, maar ikzelf, noch de dokter, toen nog te leen, begrepen er éne jota van. Dus : ’n batterij opzettelijk ver uiteen geplande onderzoeken, bedrust en ‘kamertje alleen’. Met uitkijk op de badkamer.  Daarin  : ’n gehoofddekseld heertje, zichtbaar moeite hebbend niet te ontploffen. Z’n doodzieke Cupidaatje werd van hot (badkamer) naar her (gang) gesjouwd, namelijk. Kamertekort…

Dat ging zo, tot ik ’t tafereel – plus de lege ruimte naast mijn bed – niet meer kon aanzien, en de verpleging er op aansprak.

“Weet je ’t zeker, ” roloogde witkapje, niet overtuigd.

27 zijnde, wist ik ook wel wat leukers dan ’n haast-hemelende, maar m’n hart was bij dat meneertje, dat straks – kinderloos, net als ik – met een gapend gat kwam te zitten. Moest-ie zich dit alles herinneren, met heisa en beddengeschuif op de voorgrond ? Mooi niet, als ik ’t helpen kon. Met stip iets waarin ik onwrikbaar absoluut was, beste lezers. Zo adopteerden we elkaar, die dag, de 80-er en ik.

Personeel meldde zich prompt kies afwezig. Ik trok dus maar m’n meest fluwelen handschoen aan, en vertelde zo zachtzinnig als kon, dat Piet Hein onafwendbaar onderweg was.

Z’n die-ie-pe zucht en één ontsnapte traan deden konde van de inzinking, maar, ik zag ook iemand die gaandeweg herrees, met lust tot leven. Leeflust.

Precies één week na ’t verscheiden, stond ie weer aan m’n bed ?! Mét ribbelchips paprika. Want was mijn zoutgehalte niet gekelderd, volgens de dokter ?

Was er dan draad doorgeknipt, er werd ook een nieuwtje gesponnen. We hielden contact, en giebelden en grienden wat af. Hij maakte me wegwijs, in m’n nog ampertjes ontdekte woonstee, en ik was dol op mijn levend archief. Samen hadden we ’n geschiedenisboontje. De grote oorlogen kwamen dus voorbij, hoewel heul summier. Want op dit punt was Leeflust   oester. Die ik dan weer niet probeerde open te breken.

Hierover verhalen aan ‘jonge’ mensen vond ie passen als ’n vlag op een modderschuit. Dit verlies nam ik sportief. Wat moet je anders, als iemand haast drie keer jouw leeftijd telt ? Af en toe liet zich tóch iets wetenswaard kennen. Zo begreep, sprak en las ie prima Duits. Maar hij zette de toenmalige Voldemort en zijn groot begane kwaad op zijn manier gevangen – door complete negatie van de taal die ze spraken.

De generatiekloof, ze ís er, maar niet bij deze man – die goed twéé keer mijn opa kon zijn. Deze ware gentleman, met humor en open, twinkelende blik, was zowel verademing, als eer, om te kennen.

Zijn oorlogsattitude om ergens voorbij te kijken, zijnde mijn gammele constructie, en de waardering van mijn vrouwelijke input bij dilemma’s, waren kadootjes. Van hem, aan mij.

Kortom, het was me een hemelsbreed genoegen.

Spontaan kwam Harry Belafonte naar voor als swoontje. Deze maartmaand jarig, en ook 90+, met charisma.

Geniet van Hava Nagila, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


*: iem. schabbernakken : iem. bij ’t nekvel grijpen

Under the boardwalk : Swooning Saturday 23

“Onze Frank”, zijnde de weerman, geeft mee, dat juni 2016 de natste maand is sinds 1839.  Amai. Sinds de start van het apenlandje dat het mijne is, is het dus niet – misschien wel nooit ?  – veel waterachtiger geweest dan nu. Dat zal ik geweten hebben. Die Zeus ook, met zijn bende en hun waterballetten.

Die galjaars hadden het vorige maand op mij en de wereld gemunt. So much voor een mythologische connectie, dus.

Het regende constant ouwe wijven. Omdat die volgens het spreekwoord toch klompen dragen, trok ik ten langen leste m’n Crocs maar an buitendeurs. Desperate times call for desperate measures, tenslotte. En echtigentechtig, ze zijn stukken sneller droog dan sneakers.

De modepolitie heeft m’n fiat om, bij niet akkoord, de droogtijd van (stoffen) schoenen te timen. Wedden dat zelfs zij niet aan de eeuwigheid willen die dat in beslag neemt ?

Naast modemissers – hip zijn in regentenue of als verzopen waterkieken is nog wat – zag je vooral pluutjes op de bühne. Ze hadden ’n glansrol in het vaak daverende klank en lichtspel dat veelvuldig werd opgevoerd.

Bummer voor al wie om prakticale redenen pluu-loos door het leven moet. Met goeie luim is verregend zijn minder erg, dus hield ik de elastiekjes van m’n goeie hum in vorm door aan shampoo in de regen en daardoor schuimbellen te denken.

Works like a charm, behalve die keer dat ik het halen van papieren boodschappen ZO lang principieel achterwege had gelaten dat er in mijn heule have en goed werkelijk waar niet één keukenrolletje meer te detecteren viel. Toen joegen bozige dromen  – van eeuwig getomateerde theedoeken – me lichtelijk op stang, en de deur uit ook wel, ja.

Open doel was ik voor de wolk die net dan brak – wat zeg ik, met donderend geraas openscheurde. Alweer geen modische voltreffer, maar een regelrechte afgang als trendsetter. Snif.

Om nog wat bij te dragen aan het gewicht van ‘bad karma’ besloten mijn huishoudrolletjes om ook gezellig uit hun verpakking los te scheuren. Want wat die wolken kunnen, kunnen zij ook, en rappperderderr !

Gelukkig zagen ze af van ’t modderbadje voor hun teint, maar het resultaat was desalniettemin zwaar onflatteus. Ten behoeve van de modepolitie geef ik graag  mee, dat dat afscheurpapier een nog langere eeuwigheid dan schoenen opeist, om weer droog en bruikbaar te worden.

Na een miskleun van dat formaat krijgt je weer-app de overroepen hoofdrol. Want het weer, dat kan nog meer dan regenen. ’t Kan vriezen of dooien. Ergo : je trekt tig keer per dag je plunje aan, en dan toch maar weer uit, want de radar predikt hemelwater. Deze klucht is pas klaar als je boos bent, omdat ’t na sluitingsuur is, en je je voordeur niet bent doorgekomen. En de gevallen zeeën ook niet, hoera.

Dat is één optie. Maar er zijn meer alternatieven. Bijvoorbeeld.

Als ’t vriest, dan bibber je haast je vel uit, maar blijft nipt droog. Dat was die keer dat ik bij Flex aan de deur verscheen, die hij met een opgwekt : “’t Regent niet,” opendeed – om mijn duim te volgen, richting die inktzwarte wolk achter m’n rug. Hij wist me zonder een drupje tijdsoverschot naar binnen te loodsen. Hoera ende joepie !

Maar ja, die mooie liedjes, ze duren nooit. Al heulemaal niet als je geen nat pak wil halen. Euforie is de vijand, beste lezers. Want bén je dan een keertje droog thuis én zo slim geweest om een natte braderie te skippen, kan je alsnog zomaar de doorweekte sigaar zijn !

Bij ’n doorbrekend waterzonnetje wil ik nog even over de deur ’n vergeten artikeltje halen. Het omen is goed, dus doorlopen maar, die waterproof-cyclus. Ik ben nog geen ‘gecrocte’ halve meter verder of Zeus draait de douche vér voorbij open. (Jaa, wat had je anders verwacht ? Sliep uit modepolitie…)  Hercle * ! ’t Wil weer es lukken dat terug nog een grotere merde is dan door.

Ik scan de uitweg. Dan valt mijn oog op ’n uitgetekend wandelpad en luifeltjes. Restanten van de voorbije braderie. Vanonderrrrrrrrrrreeeeeeeeeeeennnnnnnnn ! Andere schuilers moedigen me aan : “Hier, hier !” ondertussen plaatsmakend. Eén engel  heeft zelfs een handdoek voor me. Kouwe botten, maar ’n warm hart.

Als ik de waterdruppels uit m’n kijkers heb geboend, kan ik de humor van de situatie inzien. Staan we dan, met zijn allen onder een luifeltje, under the boardwalk. Drenkelingen die aan het driften zijn. Sommigen hun app checkend, en foeterend tegen hun mobieltje ” Awel, isda nu droog en zonnig ?!!!!!!!! ” Hilarisch tafereeltje, dat me tot The Drifters inspireerde.

Enne, Zeus, gehoord ? Droog en zonnig, alsjeblief !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.


  • Hercle : Latijnse krachtterm

Deze cirkel, daar kan je niet rond

Na mijn Alzheimer-boodschap en de huisvesting van mijn eigenste Cliniclown-Toetje heb ik nu wat anders. Breakbaar.

Nee, beste lezer, dit is geen recordpoging goede doelen aanreiken. Evenmin wil ik  Moeder Theresa achterna. Dat laatste is een hopeloze missie, laat me je dat vertellen. 

De – lees : mijn –  weg naar heiligheid is nog lang.  Te lang voor mij, om er in dit bestaan nog te geraken.  En in het volgende level  is ze ook niet zo erg nodig, die “holyness”, me dunkt …

Maar terwijl ik er nu toch ben, kan ik best nog wel een paar acties ondernemen aka ondergaan om het op deze bol wat prettiger te maken. Onder het motto : verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Of eigenlijk moet ik zeggen dat gister iemand mijn wereld verbeterd heeft.

Ik ben deel van de zaterdagse mensenmassa en volg maar een beetje.  Dat gaat zo met stromen. Ondertussen in gedachten verzonken.  Betrubbeld door mijn moodswings in deze tijd van het jaar, en door het feit dat mijn I-pod besloten heeft om niet langer sportief mee te doen, en zodoende oorstrelende muziek doorheen mijn buis van Eustachius te sturen …  Snif.

Natuurlijk kan ik een andere kopen, maar het wordt nooit meer hetzelfde.  Het wordt nooit meer de I-pod die ik van haar heb gekregen.  Niet meer de deuntjesmaker waarvoor ze stiekem met mijn vader samenzwoer. 

Weer een link die breekt.  De tranen, die dezer dagen toch al laten merken dat ze er zijn, zitten hoog. Mijn ogen prikken.

Ik slik. Foeter op mijzelf voor de waterlanders in het openbaar. Druk doende mezelf een standje te geven, merk ik haar niet op.  Dan hoor ik :  “Hey, Ariadne!” gevolgd door een zacht rukje aan mijn mouw.

En daar staat ze dan. Ma petite dame de Paris ! Uit de hemel gevallen en zomaar pardoes voor me neergezet.

Ik huil niet meer, maar ben ook nog niet helemaal tear-proof. Ze ziet het, en legt de link.

Sans gêne slaat ze haar arm rond me – trekt me naar zich toe voor een hartelijke omhelzing en een kus.  “Alles goed ?” vraagt ze zachtjes.  We praten even. Dan moeten we weer verder.  De bijna-sluitende winkels leggen het ons op.  “Schrijf ” zegt ze, en voor ze vertrekt drukt ze vite-vite nog een kus op mijn andere wang.

Daarna lost ze op in de steeds van vorm wisselende menigte. Maar ik zie toch dat ze me enthousiast nawuift. Zo aanstekelijk, dat ik het zelf ook doe.  Prompt heb ik nog meer bekijks dan eerst, maar ach, wat zou het …

Yep.  ’t Is me d’r ééntje.  Uit duizend.  In vroeger tijden mijn interieurverzorgster, nu eerder seingever van de voorzienigheid, zo lijkt het. Een engel zonder vleugels.

Want ze verschijnt telkens uit het niets – op penibele momenten. 

Ook dan, op die Siberische dag. In de trein, op weg naar afscheid.  Als ze mij zo in de kreukels ziet is ze aangedaan – helemaal als ze tot de conclusie komt dat ze precies even oud is als de dame op de roze wolk. 

Samen vervolgen we de reisweg en delen we de stilte. Voor mij een echt geschenk.  Toen, en ook nu nog, als ik er op terugkijk.

In weerwil van de beladen momenten waarop ze er plotsklaps is, word ik blij van la petite Parisienne.  Mijn (slapende) Franse woordenschat wordt geactiveerd als ik haar zie.

Joie de vivre in actie. Pétillante, rigolote – en knuffels uitdelend. Als gezonden : “Here I am“.

Voor de I-pod helpt ’t niet. Maar ik, ik ben een beetje opgeknapt.

Thuisgekomen ontdek ik dat er ook nog andere knuffelaars hun medemens in de armen hebben gesloten…

Misschien niet logisch, maar nodig, en hopelijk even opbeurend !

Mijn actie ? Dat is het onder de aandacht brengen van dit initiatief ….