Tagarchief: back to school

Een Statler & Waldorfje (Swoon 37)

Bloginspiratie komt niet, of juist alom. De muze wierp me ’t veertje toe, waarmee Matroos Beek haar zelfbeeld scheef zag gebreid. Terug dus naar de knutseluurtjes op school, waarvan ik denk : ” Ochotte, raaaaaaaaaaammmmmmp-zaaaaaaaaaaa-ligggggggggg”.

Handwerk is (mijn) horror, beste lezers. Met gestoorde, toen niet eens deftig in de steigers staande motoriek helemààl. Een lefty zijn draagt in deze geenszins bij.

‘Demonstratief linkshandig’, was destijds explosief, voor wat bedoeld was als gezellig theekransje – met Moedersmoeder en diens zus Alies. Moederstante was niet wat je noemt het grootste licht, en megalomaan antiek in denken, bovendien. Op brandweervolume kreette ze dat ‘linksepoten wel van de duvel bezocht’ waren ???????!!!!!!!!!!’

Ku-uccccccccccccccccccccchhh. Krijg dat op je bord tijdens je afternoon-tea.

Nu vind ik het ronduit hilarisch. Toen zette het de traansluizen open.

Arme, arme grootmoeder. Je wil het niet dromen dat je zus, dochter en kleinkind in één-en-hetzelfde incident betrokken zijn. Respectievelijk als oen/kop van Jut.

Zat mijn moeder penibel gewrongen, (mijn) zus was dusdanig verbouwereerd, dat ze zowel de koffie- als de theekan leegkiepte in één mok. Niet goed, niet goed.

Gelukkig was Mit ’n vrouw van de daad. Ze stelpte de watervallen goeddeels, met een vastberaden en overduidelijk woest toegeblaft, “ALLLLLLLLLIEEEESSSSSSSSSSSS, hoe duurrrrrrrrrffffffffffffffffffffde !!!!” Een paardenmiddel, dat zijn effect niet miste, beste lezers !

Haar pàl voor mijn neus geafficheerde afkeer trok veel recht, bij de ‘linksepootclub’ die we thuis waren.

Want, Vadermans was óók meervoudig betrokken partij – hoewel hier stille vennoot. Zijn moeder én broer waren ook geen rechts-schrijvers, namelijk, al wist ik dat toen niet.

Logisch, want Gulliver’s moeder had zoveel ‘handenslaag’ geïncasseerd dat ik ‘r nevernooit heb zien schrijven. Dit trauma spoorde niettemin aan tot ‘een boomstam’ steken voor de herhaling bij haar oudste zoon.

Nonkel trof ’n begripvolle meester, die weliswaar rechts prefereerde, maar de linkse schriftuur waardeerde, wegens mooi. ’t Resulteerde in ‘ongeslagen tweehandige schoonschriftschrijver’. Die, toen ik de schrijffase inging, vurig supporterde, want dat links-zijn had ik, als zijn petekind, toch van hem, zekerst !

Waren ze thuis heulemaal mee, met ‘op het oog gevaarlijk onhandig, maar eigenlijk niet’, op school was ’t nop.

’t Zal ergens rond de zesde klas (groep 8) zijn geweest, dat ik uit mijn weerbarstige motoriek een soortement mandala-tekening had weten te wringen. Mét resultaat, al zeg ik ’t dan zelluf.

Ik dus uitpuffen, én jubelen, binnenin. Enter de goedkeurende juf. Hoerastemming, en zelfbeeld ok.

Toen de co-juf, die zuurtjes keek ? Ja! werd ‘maar’ en “waarom hebde da nu ZO gedaan !”. Pats ! Daar lag m’n prille kunstenaarshart aan diggelen. Naast zelfbeeld, en de façade, want de tranen brandden gemeen.

Tja, de één kon de ander voor ’n kinderhart niet afvallen, natuurlijk. Dus ging het van ‘goed’ naar ‘niet slecht’ naar ‘kan beter’ naar ‘trekt op niks’.  Wegens duobaan dubbelop, uiteraard. Statler en Waldorf waren er schàtjes bij.

Moeders had flink kluif aan het opvijzelen van duchtig verguisd moreel. Mana-mana zeggen was toen (nog) geen sterk punt …

’t Is dit juffen-duo op ingewreven imagoschade komen te staan, die eerstvolgende ouderavond !

Twéé mopperpotten, dan kom je natuurlijk bij Muppets en ’n schouwburgbalkon uit.

Mana mana !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Kantuit ! (Swoon 32)

Nu het schooljaar weer uit de startblokken is, is boterhamdoos weer koning. Of eigenlijk meer, het gezeul ermee. Ik zeg bewust niet lunchbox, want toen ik voor de onmogelijke opdracht stond mijn kantuit * in mijn boekentas te proppen, was dat woord nog niet hip.

Het was toen nog gewoon brooddoos – met alufolietje en servet – en als finishing touch breed postelastiek. Katapultsterk en donkerbruin. Zie ’t vóór, je beste lezers.

Van verhuisladingen aparte doosjes voor de zogenaamd verantwoorde snel-klaar middagbik was geen sprake.

Ik vond dagelijks mijn thermosfles heel thuiskrijgen al ’n heksentoer, namelijk. Hoewel ik doorgedreven trainde in rechtop blijven, ging ik, met dank aan mijn verstoorde motoriek, toch nog vaker horizontaal dan me lief was. Of elke andere richting, die maar enigszins evenwijdig met jezelf is. Alle hoeken die aan een valperspectief vastzitten heb ik gezien, en ’n heus sterrenstelsel ook.

Vallen hoorde erbij, beste lezers. Zozeer, dat de thuiskreet werd : “Je kan niet schudden wat je niet hebt !”. Je moet tenslotte wat, als je iemand dient op te monteren bij d’r twaalf-en-dertigste hersenschudding.

It worked like a charm, want de grey ones doen het aardig, al missen ze dan elk gevoel voor richting.

Nooit oorlog zonder wapens leerde ik op school (cfr. de kompaslezing N-O-Z-W in wijzerzin). Nou, wie met mij ten oorlog trekt, kan erop vertrouwen dat ie nooit (tijdig) ’n slagveld ziet … Al kan het zo maar zijn, dat ik oorlogsgevoelens oproep, door mijn onbestaand oriëntatievermogen. Mea Culpa, zekers.

Was ik dan van oorlog uitgesloten, ik nam natuurlijk wel foerage mee, en mijn moeder deed haar best om alvast dàt niet in een gevechtslinie te laten omslaan. Dus vaak voorgesneden. Nee, niet in ‘juliennekes’, wél in puzzelstukjes.

Zonder de obligate uiteenlopende textuurtjes van tegenwoordig, maar wél met de broodsoort die ik prefereerde : wit. Belegd met eps (hesp), rookkaas, boelie – vond ik zaaaaaaaaaaaaalig, al heb ik vandaag geen precies idee meer van wat ‘t was – en vast nog wel wat ander vleeswaar dat toenmalig door mij gesmaakt werd.

En natuurlijk, het beentje witte chocolade, dat er vaak in terecht kwam, als iemand anders dan moeders ’t bikkesement prepte.

Ik ben er gezond groot op gegroeid. De volle 152 cm mijner lengte…

Zonder nachtmerries. Die hield ik over aan  ’t overblijflokaal, dat bij onze middagpauzes hoorde. Naargeestig geval, dat ook nog als sportzaal dienstdeed. Bemeubeld met aftandse tafels en houten spijlbanken op stalen poten. Hier en daar ook nog wat gammele houten stoelen, die prima bij een dito motoriek pasten.

Daarop vond je me vanzelfsprekend niet terug. Neeje, want ik was heel goed in mijn gebrek aan evenwicht vergeten in het vuur van de actie. En vallen, ach, ’t hoort erbij toch ?

Dus die middag was ’t prijs. Dwars doorheen het snerpende  “…. en we zijn allemaal stil tijdens eten ! ” van de juf en de tig etensgeuren van ouders die wél hun heule koelkast naar school meegaven, klonk de zwooooooooooooinnngg – en daarna de zinderende metaalslag.

Ondergetekende was nogal wiebelig op de spijlbank neergeploft, terwijl ’t andere uiteinde geen tegenwicht gaf. Ergo : zo’n twintig man sterk ging in lijn tegen de vlakte.

De daarop volgende tijd zat ik op kooltjes in die refter, wegens aller ogen, die uiterst synchroon, mijn richting uitpriemden….

Neuh, dan deze office break ! Veel lekkerdere koek. Gekozen omwille van de setting (die de sound te boven gaat) …

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


kantuit* : dit woord zou onlosmakelijk verbonden zijn met de vroegere seizoens- dan wel landarbeiders die hun kostje op een kantje van het land uithaalden en verorberden. Langs de kant uit eten/opdrinken werd kortweg kantuit, en is nog altijd gelinkt aan een snel eetbare maaltijd.

Vamos the children !

Met het geklingel van de (ouderwetsche) schoolbel nog in de oren, is de timing perfect om ’t over kindervreugd te hebben.

Of juister : mijn gebrek eraan. Red flag voor wie aan baby-talk wil ontsnappen.

Voor één keertje laat ik de universaliteit dezes blog es doorslaan naar het ultra-persoonlijke en deel ik ’n diep zielenroersel. Ander geluid op Ariadnesdraad, I know. Maar jullie weten ’t inmiddels wel, beste lezers, die celletjes van me zijn niet voor één gat  te vangen.

Vier jaar bloggen heeft ontegensprekelijk impact. Qua schrijven, maar eveneens als het op anderen-lezen aankomt. Zo leest Ariadnesdraad, na aarzeling, nu menig Mamablog.

Ze raken me allemaal – ik kan echt zot content zijn, als ik de jol van de mama doorheen m’n scherm kan voelen. Maar soms is dat niet. En dan is het hier van  ‘mijn oogskens wenen’.

Een heel scala aan gevoelens blijf ik hebben, bij ‘kinderwens die niet vervuld kon’. Dit stuk is er ééntje voor al die keren dat ik zo onmetelijk veel voelde, doch er het zwijgen maar toe deed. Want die – gedwongen – zijlijn is een slechte commentaarpositie, in this matter.

Daarnaast is dit stuk voor de febel klinkende stem van àlle mams-in-hart-en-hoofd, die opgescheept zitten met een onwillig lijf en ’n bijzonder manco.

Met ’n gestoorde motoriek wéét je : motherhood is géén evidentie. Niettemin viel het verdict, dat ik ’n lijf had dat prima zwanger kon worden, maar onmogelijk veilig zwanger kon blijven, me vies. De verhoogde spierspanning zou mijn organen dusdanig onder druk zetten, dat het ‘danger for life’ zou gaan betekenen, voor zowel mij als de baby.

‘Afgekeurd en verticaal geklasseerd,’ was daarop de insteek van de arts, die me droogweg “Beginnen we niet aan, zenne !” meldde. Slik. Mijn oogskens weenden. Niet alleen vanwege de uitslag, maar vooral omdat ik me nevernooit méér miskend heb geweten. Als vrouw, als mens.

Ok, je verwacht niet dat de dokter met je meehuilt. Maar deze tact-van-een-trekpaard doet ook niks voor je. Neeje, een receptje voor mijn als glas gebroken hart had ie niet even .

Dat m’n corpus het moment gekomen vond, me met een graaf lekkende waterleiding op te zadelen, hielp evenmin. Niet alleen mijn babydromen verdampten, maar daarbij nog de fysieke paraatheid. Net voor mijn oogskens door ’t wenen helemaal droogstonden, trof ik een specialist die z’n schouders onder mijn misericordia zette.

Het is redelijk goed gekomen, al kostte ’t een oceaan tranen. En hartepijn. Pijn om wat niet was, niet is, en niet zal zijn. Want zo’n onvrijwillige zijlijn, omtrent bundeltjes, dat is iets dat je leven(slang) bepaalt.

Die zijlijn, die onderstreepte zichzelf nog regelmatig, vetjes. Want rond mij ontstonden héélder crèches, de ooievaar kreeg ’t niet aangevlogen. En ik, ik stond erbij en keek er naar. Verloren. Mijn oogskens weenden – als je niet keek.

Niemand wist wat zeggen, dus gold dan maar de ‘passeerslag’. Zover ging ’t drossen, dat mij ooit een geboortelijst werd gestuurd met ’n grandioos rood kruis achter het gewenste. Vertel zo es koudweg dat je zwanger bent, zeg … !

Krak-krak. Imiddels was mijn hart een collectie glasscherfjes geworden.

Geen literaire overdrijving, als ik zeg dat ik een moord had begaan, voor iemand die was gaan zitten, om ‘ns écht aan mij te vragen hoe het voor mij voelde, allemaal. En daarna genoeg geduld had voor het zakdoekgerichte antwoord, uiteraard.

Ouch, ouch en ouch.

Gelukkig voor mij vond Life dat ook, en begon ’t daarom m’n pijn wat te eroderen. De Ooievaarsvluchten verlegden zich, en op mijn pad doken gekwelde zielen op, met ’t zelfde probleem. Gedeelde smart is halve smart, tenslotte.

Bovendien : er bleken best miniatuurtjes te zijn die het goddelijk vonden door ondergetekende geknuffeld te worden. En ouders die me zeiden dat ik mum-material was, die bestonden ook ! Hà !

Ik voel(de) weer wat lijm zitten, tussen mijn glasscherfjes. Ook al omdat mijn karkas weer wat opknapte. Wel zo fijn na al die polonaises aan m’n lijf…

Ja, mijn oogskens wenen veul minder.

Ik kan nu met genegenheid denken aan de baby-die-niet-kwam, want dat klein spookske heeft wél gevaarlijke health-issues bloot gelegd. Dankzij groeit er nu geen gras op m’n buik, wegens ’n gruwelijk misgegane kroostwens. Dat bloedje dat het zonder mij zou moeten stellen, is dankzij ook zonder beperkingen.

Natuurlijk gaat Moeilijk ook, maar vanzelf vind ik in deze toch best … Het verdriet is nimmer weg, maar minder. Ik word weer blij van kids.

Maar mijn oogskens wenen nog geregeld, als ik lees dat er na de sprong weinig jubel is. Dat er zo weinig fiducie is in zichzelve, dat de sjeu dat je recht van lijf en leden bent en een zwangerschap überhaupt kan, compleet de mist ingaat.

Zo in-en-in spijtig. Uit de grond van mijn hart gun ik ieder zwangerschapsjool. Want dat is een goed fundament voor wat er op volgt, denk ik zo. Vamos the children, I dare say…

 

Van Nutella-effect tot Milky Waif

September, dat is kermis, een prachtige nazomer, soms een aanloop naar verkiezingen én immer back to school.

Winkels bombarderen je met schoolgerief en een scala aan vieruurtjes.  En kaftpapier ! Genoeg om de hele wereld in te pakken, als je ’t mij vraagt … Yep. Ook in Belgenland is het zomerreces voorbij. De schoolpoort zwaait weer open.

Met of zonder tranen, met of zonder containerklas – de strafste uitzondering hierop vond ik toch wel een circustent, compleet met circusartiesten – school regeert weer over de dagindeling.

Hm. Maar school regeert niet over die van de politici, blijkbaar.  Want die kibbelen er – met de verkiezingen in het vooruitzicht – lustig op los.  Met een heftigheid waar schoolkinderen nog wat van kunnen leren. 

De één moet niet denken aan links, en de ander wil stellig niet met rechts. Het midden ? Daar zijn ze nog niet over uit, want dat heeft vooralsnog niet het juiste kleurtje. Juist ja, te weinig toetsen van zon er in.

Net kleuters, soms.Tja. In de leerschool van het leven zitten heel wat vaardigheden …

Gelukkig is er met het aantreden van september een radicaal middel om van dit gekissebis af te komen. Je zet de televisie uit. Jawel. Je stoft het Off-knopje knopje af. Geeft huisgenoot Beeldscherm groen licht voor een part-time job. 

En : je laat niet merken dat je stiekem de namiddag-cartoons van Tom en Jerry zélf ook een beetje zult missen.

Ach, het ene afscheid staat gelijk aan het andere weerzien, toch ?

Dus : Hallo ! aan de getimede ochtenspits, hallo aan het ochtendhumeur van de slaapkopjes met het ritme van een nachtuil …. en hallo aan de bokes met zoet.

Helemaal zoet is het weerzien met het ochtendboterhammetje choco. Yep. Good old Nutella is back.

Wat zal het er in veel huizen zo aan toe (zijn ge)gaan ! Wie kent niet de rrrrrrrits van de Nutella bokaal die open gaat ? 

Een traditie die je doorgeeft. Want : ze worden goed groot met Nutella op hun brood !

Wie ondanks de chocolade – dé garantie voor een goed humeur –  tegen school opziet, kan altijd bedenken dat je van de melk erin groot, sterk en slim wordt. Je ondergaat een echte milky-waif … !

Stel je Tom als schooldag voor, en je bent er zo doorheen !

Succes verzekerd !