Tagarchief: boodschap

Ebbenhouten Schatje : Swoon 27

Foerageren is een klus bij 30 +, beste lezers.

Je hoofd kookt namelijk hersentjes-soep. Van de boodschappenlijstjes die ik toch al thuis op tafel laat, vergeet ik nou wat er op staat. Sterker nog : wat er op moet. Zwart goud bijvoorbeeld, dat bij conventie koffie is gaan heten. Niet goed, want daar wordt m’n hum git van, en dat moeten we niet hebben

Zo ook Belgian day vorig jaar. Loeihemeltjes-heet.

Tussen nieuwsbulletin en nog wat anders in, passeert King Arthur. Pfoe-pfoe, wat een uitrusting.  Maar ik bekwikkel bij de idee dat ik niet te wapen hoef. Stiff jelly pudding als ik ben, even wibbly-wobbly, verre van aanwinst, voor ’t legerbedrijf, ik .

’t Zal wel door alchemist Merlijn zijn, dat de nikkel tweevoudig valt. De winkels zijn dicht, en de koffiebodem bereikt …! Voor de tooooiiiiiiink berichten de grey ones “maar de buurtsuper niet”.

Ter plaatse kikker ik op, door de koeltogen, die ik nog iets voor bij dat vloeibaar zwart wil ontfutselen. Bummer. Zelfs met het beste rek- en streknummer red ik ’t niet.  O, Balancia, waer bestu bleven…

Verderop, aan de kassa, staat een Ebbenhout Schone. Outstanding door haar statig postuur.

Ze staat soepeltjes in de wachtrij, in geanimeerd gesprek met haar ebbenhouten drieplussertje. De mini is moe, en dreigt in het gevecht met ’t Zandmannetje de elastiekjes van zijn goeie hum te laten knappen. In een poging hem te occuperen, reikt Ebbenhout Mama bovenhoofds en plant ’n brik melk op het hoofd van d’r gannefje.

Het optisch hoogtepunt van dit tafereeltje ligt hoog. Letterlijk. Op het schedeldak drie volle kartons melk.  Het Afrikaanse lastdragen voor je zien is een belevenis, beste lezers.  Impressionante streling voor het oog. A thing of beauty.

Echtigentechtig, ik moet de forcing voeren om mijn kinnebak te dichten. Het lukt, omdat ik metronoomgewijs de niet-staren mantra opdreun. Of hoe mijn hartgrondige hekel aan ‘aangapen’ te pas komt.

Maar verhip en hemeltjes nog an toe, wat (een op)gaaf !

Want de beste dame staat daar zomaar even drie kartons melk – 36 litertjes – en een zopas van de tikband gerold baaltje piepers van 10 kg plus nog wat nitty gritty het hoofd te bieden. Kortom, een zak cement !

Gedragen als was ‘t een donzen veertje. Met souplesse die ik alleen maar in mijn dromen heb, op voorwaarde van leuk zijn dan nog. Maar de dag is nog niet aan slapen toe, en de winkel zo weer dicht.

Dat wordt nog even doorzweten.

Plus : het zwaartepunt van de stille, bewonderende klantenaandacht is verschoven. Ondergetekende zit nu middenin het oog van de aandachtstornado. Het is de vraag wat de doorslag zal geven ; mijn capriolen, of de plots weer opzettende huilbui van ’t ebbenhouten ventje.

Het momentum keert met een duwtje in de rug van Ebbenhout Mama. “Ga even helpen.”

’n Van zijn huilspoor gebrachte mini stapt nieuwsgierig op me toe. M’n geleende slingeraapje doet niet onder voor Tarzan. Als een volleerd trapezist plooit hij zich in zeven streken, om m’n kostje te pakken.

Bij de centwafeltjes spant ’t erom. Veelzeggende blik boven kleutermans richting mams.

Met de buit op, duikt mijn Ebbenhouten Schatje als ’n koene ridder voor mij de koeltoog in. Middels ’n verfrissende buiklanding kaapt ie wat ik niet te pakken kreeg. Wég boze bui, en ik is blij. Mama, die geduldig wachtend op, nog een extra kwartiertje last heeft gedragen, lacht aanstekelijk. Ebbenhouten schatje, wat kàn je zeg !

Ridderlijkheid nieuwe stijl. Lancelot 2.0. Kan Arthur stikjaloers op zijn.

Melk halen bij stervensheet is Ebbenhout-mooier geworden, alvast.

Als die dan thuis in ’n koel chocoladedrankje is omgetoverd, geef ik John Keats overschot van gelijk. A thing of beauty is a joy forever…

Bij al die huidige tropenwarmte dus ode aan souplesse met de Santana Kanté combinatie.

Yeké Yeké !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Vurige tongen

Dit wordt geen episode ” Groene Vingers “, beste lezer. Dat wil ik die arme Sanseveria’s niet aandoen. Mijn fingerspitzengefühl op dat gebied is namelijk  onbestaande.

Goed, ik weet dat een plant water moet, maar hoeveel en hoe vaak, dat gaat m’n petje vlug te boven. Tja. Dat vakje was niet aangekruist op mijn kwaliteitenlijstje. Maar ik wijk af.

Die andere naam voor Sanseveria’s, Vrouwentongen, vond ik altijd geweldig. Als ezelsbruggetje voor het Pinksterfeest. Aka het feest van die vurige tongen.

Als klein meisje had ik weinig boodschap aan verkondigen, en ik snapte maar niet waarom die Heilige Geest – toch echt een rare snuiter – daar nou per se vlammen bij moest hebben.

Later vlamde vooral mijn ergernis op, tijdens de donderpreken van onze pastoor. Ze sloegen nergens op, duurden een eeuwigheid en het ergst van al : je ontsnapte er niet aan. 

Hij stak ze af in een ruimte die meer leek op het gat van een hellepoort dan op de poort naar het Paradijs waarvan zo nodig kond moest worden gedaan. Brr… !

Gelukkig greep God na verloop van tijd in en kwam er een andere herder.

Toen sloeg de vlam pas echt in de pan. Nee, niet omdat ik op mijn tong moest bijten om mijn ergernis binnenboord te houden. Integendeel.

Maar :  ’s mans homilie was een anachronisme. Zijn tijd verrrr vooruit.  Te ver, voor heel wat parochianen. Maar echt : schwung was er. Het vuur van de overtuiging brandde. Zélfs mét gitzwarte kerkmuren.

Maar trop is te veel en teveel is trop.

Na verloop van tijd balanceerde de Almachtige zijn “moves” dus wat uit. Niet voor niets is Hij een aanhanger van het matigheidsbeginsel.

Het kerkje van mijn vroegste jeugd heeft nu dus weer frisse muren en een gewit plafond. 

De voorganger loopt nu min of meer synchroon met zijn tijd. Weg zijn de donderpreken. Weg ook het gevoel werkelijk in het voorgeborgte van de hel te zijn beland.

Major improvement dus. 

Stiekem hoop ik dat er in die geest ook iets aan het kerkkoor is gedaan. Want echt, een wonder is het, dat toen nooit iemand de dierenbescherming heeft gebeld op verdenking van verregaande mishandeling.

Ik wil wedden dat zelfs Lucifer terugdeinsde voor het oorverdovende kattengejank.

Neenee. Zo’n Pinksterboodschap, daar moet power in, harmonie, overtuiging en lol. Dan wordt volgen ’n pak leuker.

Dit filmpje is het wel zeer levendige bewijs :

Nu ik er op terugkijk, moet ik besluiten dat de Almachtige Vader – Hij maakt geen vergissingen – een les heeft aangereikt wat boodschappen overbrengen betreft.

De inhoud én de wijze waarop ze verteld en dus vertaald wordt, telt. De boodschapper moet daar ook nog een beetje bij matchen. Anders komt je bericht geheid niet aan. O, en  je colère al te expliciet verwoorden is helemaal uit den boze.

Naar mijn blog toe betekent dit dat ik mijn stukjes vaak diverse jasjes aan trek : grappig, ontroerend, beeldend, mijnhaarkomtervanrecht, … naargelang de ik van dàt moment .

Vurig, pittig, excentriek, onderbouwd of niet, maar altijd met een zacht kantje, zonder boze woorden.

En jij, lieve lezer, gaat daar al sinds het prille begin van Ariadnesdraad in mee. Ontelbaar veel keer al heb ik in het reactievak mooie, gevatte, troostende comments ontdekt. Klaar om in te kaderen. Reacties met een zacht kantje.

Toen ik recent als lezer en potentieel reageerder onverwachts een vlijmscherp stuk voor de kiezen kreeg, bedacht ik me dat ik mijn lezers wel eens in de bloemetjes mocht zetten voor de warmte van hun schrijfjes, die bij tijden – eigenlijk altijd – heel uplifting zijn …

Ik tref het met m’n lezerspubliek, dat zonder twijfel Ariadnesdraad nog verfraait !

Fijn Pinksterweekend gewenst, beste lezer, en ik hoop vurig dat de Geest veel bloginspiratie brengt !

————————————————–

Disclaimer : dit stukje lees je het best met de nodige ironie wat geloofsovertuiging betreft. Geen pleidooi pro of contra, maar de gedachtengang van een klein meisje rond religie  …. verteld, vertaald door wie ze nu is.