Tagarchief: culinair verfijnd

De link

Tumblr_lr734apmi11qewecwo1_500_large

Bron : weheartit 

tussen denken, endorfines en inspiratie … is een blogboost mij gegeven door Bentenge. Licht in de inspiratie-duisternis.

O ja het overkomt me ook, dat de gloeilamp die het blogpost-proces moet verlichten onherroepelijk pang zegt.

En me achterlaat met een groot zwart gat. Een gapende afgrond, die luistert naar de naam inspiratieloosheid.

Een letterkesmens als ik ben, vind ik dit vreselijk. Meestal ga ik dan over naar plan B. Dat is lezen. Niets is veilig voor mijn leesoog. Van de cornflakes-doos over de tube handcrème tot boeken en blogs.

Op zoek naar een key-word bots ik zo op dit stukje, waar ik notabene zélf de voorzet voor heb gegeven. Goh, ongelooflijk toch, wat een blogje allemaal te weeg kan brengen….

De wiskundige stelling van Descartes, dat zegt me nog steeds niet zo erg veel. Als letterkesmens ben ik niet wat je noemt een wiskundig genie.

Gelukkig voor mij zit Descartes in het tijdvak van de ‘homo universalis’ ofte de tijd waarin je naast een wiskundig genie ook nog een groot filosofisch denker kunt zijn.

Scheikundig aangelegd ben ik ook al niet, maar ik kan me toch voorstellen dat als je denkt, er in je hersens een (chemisch) proces op gang komt waarbij er een endorfine vrijkomt.

Bij mij heet die endorfine inspiratie. Warempel.

Ik hoef geen kilometers, geen work-outs, ook geen tiramisu. Ik zet net zo lief mijn leestanden in een goeie column.

Interessant, die denkkronkels van collega-bloggers. Ik krijg er een beter humeur van (yep, endorfines waarschijnlijk!)

Als een pop-up valt me door endorfiniaans denken de vraag in wat Descartes zo al lekker vond ? Bij mij zijn dat zelfgebakken pannenkoeken, maar of dat nou bij hem ook zo was … ?

Mijn endorfines komen op topsnelheid. Van het abstracte begrip lekker eten kom ik op de concrete vraag wat iemand zoal lekker kan vinden.

De ontmoeting tussen wiskunde, filosofie en endorfines leidt weer tot een ander denkspoor.

Zou het zomaar kunnen dat de vraag wat iemand lekker vindt het grote (over) aanbod kookprogramma’s heeft veroorzaakt ?

Sommige, zoals Komen Eten, vind ik nog wel wat hebben omdat het hele kookproces gevolgd wordt (voorzien van snedig commentaar). En alles wat daarbij komt kijken.

Zoals de interactie tussen je gasten als je een dineetje geeft. De verschillende interpretaties van culinair verfijnd zijn meer dan eens boeiend, ja zelfs pittig te noemen.

Maar andere dan weer, zijn zo vreselijk technisch.

Werkelijk, ik vraag me echt niet bij elk hap af of de aciditeit wel goed zit, het wel croustillant is als bewijs van mijn goede cuisson en of de presentatie wel top is.

Zo vreselijk duur ook. Want topproducten, die hebben ook vaak een topprijs. En quasi altijd een naam die je eerst door Google moet halen, om te weten wàt je nu precies eet.

De vraag die zich (bij mij dan toch) steeds weer een beetje zeurderig laat horen is hoe je dat in een (beperkt) voedingsbudget laat  passen. Of in het budget van ik zeg maar wat, nieuw samengestelde gezinnen, waar het aantal personen toch wel hoger ligt dan drie.

Maar wat me nog het meest stoort bij al die ‘haute cuisine’ is dat het zo weinig ‘down to earth’ is. Al dat opgepoetst gedoe staat zo ver af van de praktische werkelijkheid.

Hoe zou zo’n kookprogramma er uitzien vanuit de keuken van de Familie Allemanswies ?

Waar er tijdens het koken ook nog even een huistaakje moet overhoord, de baby in slaap gewiegd, of op zijn minst afgebracht van snode plannen om te ontsnappen uit de maxi-cosy.

Waar het gekissebis tussen de andere kinderen van uiteenlopende leeftijden moet worden beslecht, met als uitkomst een win-winsituatie voor iedereen.

Waar je nadenkt hoe je de spaghetti afgiet. Met of zonder vergiet, want dat scheelt afwas. Waar je die afwas toch doet, omdat er anders gewoon niet genoeg schoon servies is voor iedereen.

Waar je – tijdens de maaltijd die je zo snel mogelijk op tafel wilt hebben omdat je zélf honger hebt en niet tot middernacht in de keuken wilt staan –  de vraag stelt hoe de dag van je tafelgenoten geweest is, en naar de antwoorden luistert.

En dus niet wakker ligt van de perfecte bakwijze van ikweetnietwat.

Zo’n kookprogramma, van mensen van vlees en bloed, zonder keukenhulpjes, maar met mislukte probeersels en overgoten met budgettaire limieten, wat zou dat geven?

Zou zoiets gesmaakt worden?

Zo beste lezer, hiermee heb je een inkijk in het labyrint van mijn gedachten, waarvan de rode draadjes soms raar verweven zitten. 

Maar waarvan ik wel hoop dat je literaire endorfines gaan stromen!

Advertentie