Tagarchief: de bende van Zeus

Under the boardwalk : Swooning Saturday 23

“Onze Frank”, zijnde de weerman, geeft mee, dat juni 2016 de natste maand is sinds 1839.  Amai. Sinds de start van het apenlandje dat het mijne is, is het dus niet – misschien wel nooit ?  – veel waterachtiger geweest dan nu. Dat zal ik geweten hebben. Die Zeus ook, met zijn bende en hun waterballetten.

Die galjaars hadden het vorige maand op mij en de wereld gemunt. So much voor een mythologische connectie, dus.

Het regende constant ouwe wijven. Omdat die volgens het spreekwoord toch klompen dragen, trok ik ten langen leste m’n Crocs maar an buitendeurs. Desperate times call for desperate measures, tenslotte. En echtigentechtig, ze zijn stukken sneller droog dan sneakers.

De modepolitie heeft m’n fiat om, bij niet akkoord, de droogtijd van (stoffen) schoenen te timen. Wedden dat zelfs zij niet aan de eeuwigheid willen die dat in beslag neemt ?

Naast modemissers – hip zijn in regentenue of als verzopen waterkieken is nog wat – zag je vooral pluutjes op de bühne. Ze hadden ’n glansrol in het vaak daverende klank en lichtspel dat veelvuldig werd opgevoerd.

Bummer voor al wie om prakticale redenen pluu-loos door het leven moet. Met goeie luim is verregend zijn minder erg, dus hield ik de elastiekjes van m’n goeie hum in vorm door aan shampoo in de regen en daardoor schuimbellen te denken.

Works like a charm, behalve die keer dat ik het halen van papieren boodschappen ZO lang principieel achterwege had gelaten dat er in mijn heule have en goed werkelijk waar niet één keukenrolletje meer te detecteren viel. Toen joegen bozige dromen  – van eeuwig getomateerde theedoeken – me lichtelijk op stang, en de deur uit ook wel, ja.

Open doel was ik voor de wolk die net dan brak – wat zeg ik, met donderend geraas openscheurde. Alweer geen modische voltreffer, maar een regelrechte afgang als trendsetter. Snif.

Om nog wat bij te dragen aan het gewicht van ‘bad karma’ besloten mijn huishoudrolletjes om ook gezellig uit hun verpakking los te scheuren. Want wat die wolken kunnen, kunnen zij ook, en rappperderderr !

Gelukkig zagen ze af van ’t modderbadje voor hun teint, maar het resultaat was desalniettemin zwaar onflatteus. Ten behoeve van de modepolitie geef ik graag  mee, dat dat afscheurpapier een nog langere eeuwigheid dan schoenen opeist, om weer droog en bruikbaar te worden.

Na een miskleun van dat formaat krijgt je weer-app de overroepen hoofdrol. Want het weer, dat kan nog meer dan regenen. ’t Kan vriezen of dooien. Ergo : je trekt tig keer per dag je plunje aan, en dan toch maar weer uit, want de radar predikt hemelwater. Deze klucht is pas klaar als je boos bent, omdat ’t na sluitingsuur is, en je je voordeur niet bent doorgekomen. En de gevallen zeeën ook niet, hoera.

Dat is één optie. Maar er zijn meer alternatieven. Bijvoorbeeld.

Als ’t vriest, dan bibber je haast je vel uit, maar blijft nipt droog. Dat was die keer dat ik bij Flex aan de deur verscheen, die hij met een opgwekt : “’t Regent niet,” opendeed – om mijn duim te volgen, richting die inktzwarte wolk achter m’n rug. Hij wist me zonder een drupje tijdsoverschot naar binnen te loodsen. Hoera ende joepie !

Maar ja, die mooie liedjes, ze duren nooit. Al heulemaal niet als je geen nat pak wil halen. Euforie is de vijand, beste lezers. Want bén je dan een keertje droog thuis én zo slim geweest om een natte braderie te skippen, kan je alsnog zomaar de doorweekte sigaar zijn !

Bij ’n doorbrekend waterzonnetje wil ik nog even over de deur ’n vergeten artikeltje halen. Het omen is goed, dus doorlopen maar, die waterproof-cyclus. Ik ben nog geen ‘gecrocte’ halve meter verder of Zeus draait de douche vér voorbij open. (Jaa, wat had je anders verwacht ? Sliep uit modepolitie…)  Hercle * ! ’t Wil weer es lukken dat terug nog een grotere merde is dan door.

Ik scan de uitweg. Dan valt mijn oog op ’n uitgetekend wandelpad en luifeltjes. Restanten van de voorbije braderie. Vanonderrrrrrrrrrreeeeeeeeeeeennnnnnnnn ! Andere schuilers moedigen me aan : “Hier, hier !” ondertussen plaatsmakend. Eén engel  heeft zelfs een handdoek voor me. Kouwe botten, maar ’n warm hart.

Als ik de waterdruppels uit m’n kijkers heb geboend, kan ik de humor van de situatie inzien. Staan we dan, met zijn allen onder een luifeltje, under the boardwalk. Drenkelingen die aan het driften zijn. Sommigen hun app checkend, en foeterend tegen hun mobieltje ” Awel, isda nu droog en zonnig ?!!!!!!!! ” Hilarisch tafereeltje, dat me tot The Drifters inspireerde.

Enne, Zeus, gehoord ? Droog en zonnig, alsjeblief !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.


  • Hercle : Latijnse krachtterm

Omega blocking : Swooning Saturday 19

Het lijkt alsof de wereld huilt, beste lezers. Niet een dipje – maar een megalomane depressie. Het weerbericht leert me dat het zeeploegen van de afgelopen dagen te bestempelen valt als omega blocking. Daar dromen de onfortuinlijken, die tegenwoordig bootje varen in huis, zonder assistentie van hun badkuip nog wel, vast ook van. Iets zegt me, dat de compensatie van al dat leed, ook blocking gaat opleveren.

Met op mijn netvlies de jongeman, die zijn fauteuil met daarop de exceptioneel droog gebleven plunje zag voorbijdrijven in z’n woonkamer, moet water wel de topic van deze column zijn.

Zijn desperate gelatenheid en het cowboyloopje waarmee ie zijn droog kleedsel probeert op te vissen kruipen onder de huid.

Ik zit in éne weer terug in die zomernacht dat plankwolken mij noopten om een onvrijwillige opleiding tot bootsman te volgen.

Met dank aan het houdende ramen, ben ik nu gebrevetteerd Zeebonk. Hoera. Het nachtelijke hozen, met bij het morgenkrieken een ramp in volle glorie is er even niet meer bij. Hout vasthouden …

Zonder dank, maar met waternatte tegenzin, ben ik in kletsnatte tijden wel nog altoos ’n binnenpletsende zeemeermin.  Je hebt het, of je hebt ’t niet, beste lezers, een mythologische connectie met de bende van Zeus. Just my luck dat het ondeugden zijn, met een ongekend zwak voor godsgenadige waterballetten.

Dus : regent het zeeën, dan tref je me buiten de deur. Niet dat ik sta te springen om een hoosbui te trotseren, maar je draait nou éénmaal niet op water alleen. Af en toe moet er toch echt ook wat brandstof in.

Tegenwoordig beperk ik het risico door het verhaalrecht van papieren boodschappen te kelderen.

Scheelt ’n slok op een borrel, maar verder blijft het toch echt springen in het diepe : neus en oren dicht. De periscoop, alias mijn paraplu, laat ik standaard achterwege. Wegens geen vriendjes met mijn niet-standaard motoriek.

Dat valt op natuurlijk. Niet in het minst bij mijn nabuurschap – dat niet betrubbeld wordt door de Bermuda-driehoek die een woeste waai, rechtblijven en daarbij boodschappen dragen van tijd voor me zijn.

Niks aan te doen, ik kleur het buitenbeeld, ook als il pleut comme vache qui pisse aan de orde is.

Wat mij dan weer frappeert, is dat pijpestelen zonder paraplu gegarandeerd de vraag “Ga je wandelen ?” oplevert.

Ja joh, ik ben zo groen dat ik gewapend met shampoo ten allen tijde ’n regendouche neem. Niks liever dan nat tot op mijn hemd, dat dan ook nog es ecologisch verantwoord wordt gewassen. Not.

Op dagen met haast kijk ik ’s scheef, roloog vanbinnen en loop door.

Soms echter loopt mijn emmer wel es over en kan ik ’n afgemeten ” ik heb hond nog leiband bij ” niet blokken. Mild gestoord. Boze variant hierop is :  ” Ik ben geen hond, en hoef niet aan de leiband… !!!!!!”

Wat jammer dat zulke hoekige opmerkingen, uitingen van onbehagen, niet eenvoudig, en voor altijd, aan de ketting te leggen zijn.

Afijn, de ene hond is de andere niet. De zoektocht naar de parerende onliner is nog gaande, beste lezers. Wie het weet, mag ’t zeggen.

Ik zeg : viervoeters in het voordeel. Ze moeten geen puntige respons verzinnen en een leiband hoort gewoonweg bij ze … Het noodweer en al dat gewandel bracht me bij Lou Reed en zijn Take a Walk on The Wild Side.

Hopelijk helpt dit Zwijmeltje om je hum en het weer aan de goeie kant te houden !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Bring me Edelweiss

Woe-woe-woe 

Na (teveel) ralenti : habemus een blogstuk!

Onderstaande oorwurm kwam onlangs voorbij en boorde zich door mijn Eustachius. De Woeeeeeeeeeews en auuuuuuuuuuuuwhhhhh’s passen als een handschoen bij hoe ik me – al even – voel.

Het komt in 3

Mijn inner Sidonia en ik, wij vechten een kras robbertje uit. Of 2. Of 3. Want één komt niet alleen. Neeje, hij komt in drie.

De Bende van Zeus heeft me weer es te pakken. Yep. Wegens goddelijk houdt dit zootje ongeregeld natuuuuuuuuuuurlijk van drievuldigheid. Oei ende ai.

Bring me Edelweiss – of misschien een gelukje ?

But : help is on the way. In de vorm van een ander hemels figuur : de Sint.

Eén dezer doet de Goedheiligman gelukkiglijk weer z’n intrede in Belgenland.  M’n cadeau is zo gevonden : een bokaaltje straffe graanmosterd. Genre :  Sidonia’s kuif gaat strijk.

Het laken tussen Malfortuin en mezelf moet nodig doorgeknipt.

De scheefloop is geen superchoquante sores, maar toch wel ballast.

Het hoofd is vol – hoera ende joepie, ook met stukjes – , de tijd te kort, de  zorgjes talrijk en het lezersgemis groot, lieve lezers. Het goeie hum ? Even naar Spanje, de elastiekjes ervan achterna …

But I survived … vrijdag de 13de !

Mijn ‘plunge into nothingness’ is vast over tegen de tijd dat de 800-jarige pakjesgooier goed en wel aan zijn paard-en-dak-concours begint.

Hou dus de leeslamp en ’n fleeceje klaar voor nieuwe capriolen van mijn celletjes, beste lezers :

  • Take a walk on the wild side : gaan wandelen als ’t blaasjes regent, ’t zal mijn hondenkarma wel zijn, zekerst ?
  • Rain and shine : zeg maar gerust het nougatine-effect.
  • Tutti, Frutti & de Filistijnen : het komt in drie, weetjewel. En Samson, die komt gewoon niet !
  • My Silver Lining : het verband tussen mijn zwarte goud en een witte setting. Ofte ’n schat van een verkoopster die moet ingekaderd …

Voor nu gooi ik jullie allemaal nog een alpenbloempje toe … till then !

Duvelkes kermis

lightening - Google-kuvat

Afbeelding via Weheartit.

Tekstfragment uit : De donder rolt / Rob de Nijs

Als een duiveltje kom ik weer uit m’n doosje gekropen, beste lezer. Voorzichtig nog, maar kom.

In dat doosje beland door de hitte en some other lovely things of life. Ik sta nog een beetje op spaarstand, dus maak ik maar gebruik van  de “okkasie” die de feestjes van de bende van Zeus, die bij conventie weer zijn gaan heten, me bieden.

Yep, ik doe gezellig mee met de recycling – hype en gooi even wat columns van me in de mixer.

Trop is te veel, en te veel is trop.  Ook wat het weer betreft. Dus nadat de Tropen zich weer herinnerden dat ze eigenlijk in andere contreien thuis zijn, kwam er onweer …

Niet zomaar een braaf flitsje en een ergens ver weg klinkend kraakje. Neenee, echt BBBBBROOOOOOOEEM en boenk en KRAAAK ! Oorlog in de lucht. Duvelkes kermis.

Net voor het zover is word ik wakker.

“Waar moet dit toch heen met mijn slaappatroon”, denk ik nog, “halfnacht, en al weer wakker. Die slaapschuld krijg ik nooit nog ingelost !”

Mijn vermoeide brein, onwillig uit haar slaap gehaald, denkt op die ochtend van 27 juli nog ongeveer dit :

Half vier in de morgen…

regendruppels op de voorruit …..

er hangt storm in de lucht…

en de donder rolt, en de bliksem kraakt…..                                                                        

De donder rolt, en ik rol mee in mijn bed, van de ene zij op de andere. De bliksem klieft mijn slaap aan stukjes, dus zoek ik soelaas bij mijn I-pod.

Het on-knopje licht op, en het eerste lied dat ik hoor is “De Donder Rolt” van Rob de Nijs. Frappante beschrijving van wat zich op dat ogenblik boven mijn hoofd afspeelt.

Toen Rob de Nijs op deze uitbreiding van zijn repertoire wrochtte, had ie vast nooit kunnen denken dat ie gelinkt zou worden aan de natuurelementen.

Geen idee welke ambities Rob als artiest met dit nummer had of heeft, maar een accurate weersvoorspelling zit er vast niet bij. Maar het zit er echt wel boenk op. Ach, de waarheid kiest telkens zelf haar moment en weg …

Grappig wel, dat het ene klank en lichtspel het andere zo waarachtig beschrijft!

In plaats van hierover een innerlijk boompje met me op te zetten, manen m’n little grey cells me alleen maar aan mijn verticale stand te verruilen voor een meer actieve.

Enig gevoel van onheil bekruipt me, dus geef ik toe en graai naar mijn blauwekijkersbijlichtende ding. ??????????!!!

Ik zit pal in het vizier van dit klank en lichtspel. Hoewel, licht. Het is voormiddag, maar nachtdonker. De stroom komt tekort tegen de voltages in de lucht, dus de lichtschakelaar geeft ook al niet thuis.

“O nice ! ” denk ik Onslow-gewijs, als ik geholpen door het piereverdriet lampje van mijn zaklamp – die ik uiteraard natuurlijk niet heb opgeladen – mijn raam tot sluiten wil overhalen.

Je wil het op zulk ogenblik niet ontdekken, maar het klemt. Loeihard. Niet dicht te krijgen. Niet Onslow-gewijs spreek ik met God.

Nee. Geen lief, opbouwend, de ander in zijn waarde latend communicatief pareltje. Absoluut niet. Eerder een woordenstroom die in strips wordt uitgebeeld door een donkere wolk met bliksemflits erdoor heen. Met zaagtandjes en iets als dit  erin : pddritjimbmùgoiugUHujdg hhhhhhhreufyeyeyeyeyeyryfgygeèyf !!!!!!!!!!!!!!!!

Deze spaanse colére helpt me de schade toch nog enigszins te beperken.

Ach ja, dan maar hozen straks … al heb ik geen zeebenen en wil ik allesbehalve Te kaapren varen.

Als de hemelsluizen dicht zijn en mijn living geen zee meer is, slaak ik een zucht. Van opluchting. Weliswaar te laat, maar mijn raam verleende uiteindelijk toch medewerking.

’s Avonds knik ik mijn beeldbuis toe, als de weervrouw het heeft over zware onweders en shelf-clouds. Vertel mij wat. Plankwolken … !

“Eén keer is genoeg !” gillen mijn little grey cells. Helaas. Hun protest wordt “overruled”. Want Zeus en de zijnen vinden : de show must go on !

Laat me je dit vertellen, beste lezer. Niet driemaal, maar tweemaal is scheepsrecht.

Dus al ben ik dan geen man met baard, ik ga aan mijn opleiding tot bootsman beginnen.

While at it, kan ik dan meteen ‘ns aan Jan, Pier, Tjoris en Corneel vragen welke planken ze toch uit die wolken kregen om hun boeg te dichten.

Mijn boeg, dat is mijn raam. Het houtwerk errond begeeft het en plots zit ik, zonder zee, toch op de woelige baren…. !

Tss. Dat een mens nu al zeebonk moet zijn, om bij een plankwolk-onweer zijn raam te kunnen trotseren !