Tagarchief: emancipatie

Sounds of breaking glass (Swoon 41)

Sincere apologies, beste lezers, voor mijn late opwachting. Deze week hielden slaaptekort en verbijstering me van het blogscherm weg.

Sinds de uurwissel heb ik ruzie met mijn bioritme, dat er lol in schept me voortdurend tegen mezelf te laten racen. Heel Holland mag dan slapen, mij lukt ’t haast niet …Uiteindelijk maakte ik nog best wat klaar. Mét een slaapschuld die vast het BBP van de Verenigde Provinciën omvat.

De verbijstering dan. Die kwam heul toepasselijk via kanaal 270 (!) van mijn zapper : CNN. De president-elect is een slecht geblondeerd, roeptoeterend geval, wiens gedachten zeven kanten tegelijk opschieten. Kortom, een ongeleid projectiel, met straks toegang tot een immens wapenarsenaal. Auwwwwwwtch …

Vreesde ik vorige keer nog voor die afspiegeling op de wereld, vandaag hebben we ’t zittten gelijk Flup zijne mutten.*

Het universum is niet in voor hippe oplossingen. De voorbode kwam via paus Franciscus. Geen vrouwelijke priesters ! Tot Methusalem terugkomt, heeft-ie niks te vrezen, en daarna wacht gewis de apocalyps, dus …

Dat er ter wereld (tegen dan) niet één vrouw te vinden is, die nog wil gelinkt, aan een ouwe-knarren-instituut dat vastzit in de tijd van Nero, is een detail. Idem voor mannen, die nu al niet meer dik in de rij staan.

Gemiste afspraak met de historie. Vast en zeker dove kwartels, die Petrussen, dat ze àl die hanen maar niet horen kraaien. Niet drie keer, maar zonder ophouden.

Het glazen plafond reikt hemelhoog, kennelijk. Geen neerhalen aan. De enige barst is teleurstelling. Snik ende snif …

Geen Madam Secretary, dus, die het tot president schopt en alzo es een vrouwelijke loep kan houden, boven de mondiale desperatie. Wie weet, de verloren sleutel tot een broodnodige kentering.

A Madam President, acting forceful and executive, ’t is niet voor nu. Wellicht ook gestruikeld over een nog nooit gebeurde re-entry in het Witte Huis.

Godsgruwelijk jammer. Tuurlijk, aan Clintons palmares zat net zo goed bitter als honing. Wie met Farizeeërs omgaat …

Maar evengoed : gemiste kans om het axioma “meisjes zijn evenveel waard als jongens” in werking te zien. Net als het addendum “… en mogen er dus ook balkenbrij van maken !”

Baffled was ik, al wist ik niet waardoor het meest : de victorie, of de respons erop.

Bij de aanhangers heb je Vla.dimir, die z’n loopjongetje krijgt, en het lot der dwazen, De Winter en Wilders, die Sint-blij en wel, van mij met hun witte manen door de roetzwarte schoorsteen mogen. En erbovenop : voor eeuwig vast komen te zitten, graag.

In het land der verduisterden heb je Europa. Grijs en wollig als altijd. Met daarin Frankrijk. Een uitgebluste Hollande doet het ergste vermoeden voor dit speerland. Mij valt vooral die lans met een punt van boter op. De beste man ziet zichtbaar alles al als een Grieks lot boven zijn hoofd hangen, quoi.

Neuh, dan Frau Merkel. Die bleef onverstoorbaar in de plooi. Schouwde haar mantelpakjes, trok het roodste rood aan dat ze vinden kon, rechtte haar rug en dacht bij zichzelf : ” Wir schaffen das ! “

Luidop zei ze, klaar en duidelijk, dat er aan samenwerking met Duitsland voorwaarden zaten.

Toch even gegniffeld, bij die in your face confrontatie met dat Republikeins rood. Heerlijke Girlpower !

Maar iets zegt me, dat we nog zwaar weer gaan krijgen, die 1460 dagen van dit presidentschap.

Voor nu geldt : “Er is geen kwaad dat altijd duurt, en evenmin een goed dat nooit eindigt.”

Glazen plafonds én verbijstering geeft 2 clipjes, beste lezers. The sound of breaking glass en Why tell me why van Anita Meyer, nooit zo accuraat als nu.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


de vetjes waren ooit een briefje van Vadermans, dat ik overal meenam toen ik als enig meisje in een jongensklas zat.

afsluitende quote is van Mandela.

* : hebben ….. mutten : we zijn flink de klos

 

Awkward moments

Myspace

Bron: weheartit

Ik weet niet meer  hoe het begon. Mijn voorliefde voor oude gebouwen. Maar ik heb ze. Meestentijds ben ik er zelfs blij mee. Tot vandaag.

Ongeveer een decennium geleden brengt deze boon voor archaïsche gebouwen me op een mosselfeest in een oud abdijgebouw. De geschiedenisfan en de mosselliefhebber in mij zijn in hun nopjes.

Dat moet de organisatoren zijn opgevallen, want het volgende jaar krijg ik prompt opnieuw een uitnodiging. Het gebouw en de mosselen roepen. Dus ik ga.

De jaren volgen elkaar op, en de uitnodigingen ook. Telkens beleef ik een genoeglijke middag. Ik verwacht niet anders dan een herhaling van dit scenario, dat me uitstekend bevalt.

Geëmancipeerd als ik ben, hou ik geen rekening met een bijkomstigheid. Die is dat ik er dit jaar solo mijn opwachting maak. Als je moet kiezen tussen nergens komen of een leuk uitje hebben, is de keuze snel gemaakt, toch?

Om de tijd tussen de bestelling en de bediening te bekorten neem ik een boek mee waar ik eindelijk eens mijn leestanden in wil zetten. Ik blijf op mijn leeshonger zitten, want ik ben nog niet binnen of ik word ‘aangepield’* door een heerschap dat zichzelf, ongenodigd, tot mijn tafelgenoot uitroept.

“Hebde gij niemand bij?” vraagt ie. Tja, een andere bijkomstigheid die ik over het hoofd heb gezien is dat ik een vrouw ben. Gelukkig voor hem arriveren m’n mosselen op een strategisch moment. Namelijk voor ik mijn goeie hum kwijtraak. Gelukkig voor mij griezelt mijn ongevraagde disgenoot van de zwartgeschelpte weekdieren en verkast hij.

De cover van “De duivel draagt Prada” lonkt, maar moet het afleggen tegen de jumbomosselen met frietjes. Mmmmmm, ik geniet. Maar… niet voor lang.

Zeker vijf onbekenden vinden het hun morele plicht met mij een gesprek aan te knopen. (“Ah ja, want gij zit hier zo alleentjes.”)

Geweldig, een gesprekspartner, hoor ik je denken. Echt niet, want de reden van het gesprek is niet mijn ‘stunning appearance’, maar het feit dat ik zo alleentjes zit. Terwijl ik koortsachtig naga welke wet ik overtreed, just by doing so, word ik getrakteerd op saaie monologen over eenzaamheid. 

Misschien is het een gevolg van de middeleeuwse sfeer die het gebouw uitademt. Toen was het de vrouwelijke helft van de mensheid ook niet zomaar toegestaan er alleen op uit te trekken.

Zelf heb ik het gevoel dat ik gebrandmerkt ben. Met het opschrift : ‘onder geen beding alleen laten’.

Ik laat het over me heen gaan. Omdat ik die zageventen niet de moeite vind om me over op te winden. Omdat ik wil doen waarvoor ik gekomen ben: mosselen friet eten. Bij voorkeur als ze nog warm zijn.

De meest doorslaggevende reden is eenvoudigweg dat praten met een mondvol reuzemoeilijk is. Weinig zinvol ook, als diegene tegen wie je praat om de haverklap iemand anders is.

Na deze grote test voor mijn zelfbeheersing ben ik dan eindelijk bij het dessert aanbeland.

Stiekem ben ik blij dat er  geen spiegel voor me hangt, want intussen moet de stoom zowat uit mijn oren komen. De hele bedoening heeft me inmiddels kolossaal veel (ongewilde) aandacht opgeleverd. Het lijkt alsof ik de bezienswaardigheid ben, en niet het historische gebouw.

Vreselijk zeg je ? Het kan nog erger.

De dame die me het dessert brengt zegt niet alsjeblieft, maar “Hier zie vriendeken.” Ze neemt me in een houdgreep, die zij knuffelen noemt. Mijn kleutertijd ligt al even achter mij. (Trouwens, welke kleuter betaalt zelf de rekening?) Maar ja, ik beken, ik ben klein en zie er poppemiekesachtig uit.

Nu is de maat echt vol. Gedecideerd maak ik haar met woord en daad duidelijk dat ik hiervan niet gediend ben. Je dringt toch niet zomaar een nobele onbekende z’n persoonlijke ruimte binnen? Geen idee wat de geijkte norm voor een knuffel is. Maar voor 100 man en met God en klein Pierke is het vast niet …

Prompt vlucht ze onder veel bekijks naar de keuken. Consternatie. Een man, die oud genoeg is om mijn vader te kunnen zijn, verschijnt. De halve trouwboek van bovengenoemde dame, zo blijkt. Het penibele scenario waar ik me aan verwacht, komt er niet. Geen scheldtirades over de ongemanierdheid van de jeugd van tegenwoordig.

De man stelt zich netjes voor, geeft me een hand en vraagt of het stoort dat ie erbij komt zitten. Hij kijkt de zaal rond. Heeft gemerkt dat we in het brandpunt van de belangstelling staan en zegt daarom duidelijk verstaanbaar: ” Geen zorgen, je hebt alle recht niet gesteld te zijn op knuffels die alle lucht uit je longen persen. Zelf hou ik er ook niet zo van, dus doe ik ’t niet.”  

Daarmee sluit hij het incident. Een man naar m’n hart. Alle monden vallen open. Consternatie compleet.

Betalen stelt geen probleem; plots is men er stellig van overtuigd dat ik daarvoor geëmancipeerd genoeg ben.

Benieuwd of ik volgend jaar nog op de gastenlijst sta. Maar wat ik me afvraag is wat die man achteraf tegen zijn eega heeft gezegd … Zag ik immers geen twinkeling in  zijn ogen … ?

Heb jij ook wel eens zoiets beleefd?

Ik ben benieuwd naar wat jij toen hebt gedaan!

————–

*aanpielen : aanklampen, maar op een vervelende manier