Tagarchief: helpende hand

Druk, drukker, drukst … (Swoon 57)

Allereerst : het duimwerk heeft gewerkt; de op is gelukt. Over ’n huis springen doe ik nog niet, en daarom staan lezen en reageren voor nu op een laag pitje. Maar dat zegt niks over hoe hoog jullie in mijn bloggershart zitten. Wel integendeel, beste lezers. Dankjulliewel !

Bij de aanzegging van de meest recente op, klapten de grey ones allemaal luikjes open, met daarop to-do’s. Iets in de zin van : in die week dit, en in de volgende, zeker nog dat doen. Niet raar, na meer dan 20 edities. Mijn alterego Superwoman leefde zich uit op strakke regie.

De ware gannefjes die mijn celletjes zijn, voelen meer voor ‘altijd wat te draaien’. Op rolletjes, dat is té saai, vinden ze. Al heb je dan energiepeil plumpudding.

Zo kon het gebeuren, dat ze ‘geen lasten tillen’ en ‘bib aan huis’ aaneenregen en doorlopend in mijn hoofd voorbij lieten komen.

Ze krijgen haast standaard hun zin, want ik heb geen animo voor kermis onder mijn schedeldak. Aanmelden dus. Driewerf is scheepsrecht, maar ik ging pas bij de vierde poging de boot in. Niet bepaald soepeltjes, maar goed, Bibfee was feit.

Ik ben nogal van boekenlees-turf, en het zeulen ermee beloofde nog wat, strakjes.

Geen betere krakkemikkigheid dan diegene waarvan je geen last hebt. Geef toe, dat staat als een huis, dus overstag.

De wervelwind die zich bij me meldde, was het absolute tegendeel van krakkemikkig. Een onstuitbare driejaars, leesgraag en breed-geïnteresseerd. Onversaagd bovendien, want ze droeg de dikste tomen voor me aan.

Wie bij haar nog leeshonger ervoer, moest het achtste wereldwonder wezen !

Best van al, was nog, dat het geen droge gort was – waardoorheen je je de weg moest slijpen, maar lekker beklijvend leesvoer. Dat moest goed gaan komen ; ik voelde ’t aan mijn water !

Goeie dingen heb je nooit teveel, dus belde ik Bibfee omtrent een reservatie die de bib voor me klaar had staan. Kraakvers thuis, voelde ik me nog lichtelijk brak, namelijk.

De openingsuren niet, maar de gedachte dat ik voor Bibfee ultravroeg uit bed zou moeten schoot wél door mijn hoofd. Ach wat, als ’t voor Dokter Huis kon, dan ook voor haar.

Zei ik al onstuitbare wervelwind ? Daags daarop woei een tornado mijn woonkamer binnen.

In de hurry die ze had, om haar overboekte agenda bij te houden, raasde ze voorbij de stapel retour-boeken, mijn leeslijstje en welja, de openingsuren ook. De vaart voorop lopen dus. En de haan, hij repeteerde het kraaien alvast.

Overnieuw, die boekenmissie. Hoera ende joepie voor mij, niet meer in de vroege morgen.

Als Bibfee wegsnelt, duizelt het me ! Ik voel een jacht die vast niet erger kon zijn, al zat een leger tsee-tsee-vliegen me op de hielen… Phie-ieewwwf.

Ach nou ja, ik ben duidelijk nog niet in de running, druk ik Stemmetje Ongemak weg. Nooit doen, beste lezers. Kraaiende paashanen zijn uiterst ongezellig, en slecht voor de sereniteit.

Weer terug met boekenbuit, meldt Bibfee dat er een saldo openstaat. Haan 1.

Haan twee is mijn “O, ja, da’s die reservatie.” Wat is dat toch met al die omen die je maar niet oppikt, hm?

Haan 3 dan eindelijk, is de ontdekking dat de reservatie van “Je ziet mij nooit meer terug” er niet tussenzit. Een half leven nadat Bibfee is gevlogen. WAAR IS HET ? Ochere ochottekes, laat dit übertoepasselijke voorteken geen waarheid worden …. voel m’n hartverzakking.

POTVERhierenginderenoveral is de gecensureerde transcriptie van mijn verder allesbehalve vriendelijke gesprekje met God. De Verlossing kwam niet van Hem, maar van de alleraardigste bibmedewerker.

Het vervolg laat zich raden. Toen kreeg IK het druk. Exact met dat wat ik zo graag had willen laten. Boeken zeulen, over een hobbelig weggetje, met pijnlijke onderbuik. Niet goed. Maar echt, ik moest frisse lucht. Om niet uiteen te klappen.

Bij thuiskomst hing ik zonder pardon ‘niet storen’ op de deur. In één moeite door stopte ik een kattebelletje in mijn voor de volgende ronde klaarstaande ziekenhuistas met “vermijd stress, A. !”

Het zal me benieuwen, of ik tegen dan nog weet hoeveel energie en geduld al dat aansturen van me vergt, zo post-operatief …

Voorlopig hou ik ’t maar bij “Lekker slapen en morgen gezond weer op !”

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Mr. Niceguy (Swoon 52)

Dit stukje is soort van zwaan-kleef-aan, bij afgelopen woensdag (8/3). Zij het, dat ’n sliknatte ik, J-Lo’s elegantie niet evenaart.

Boodschappen doen. Blijvend avontuur, en dito bron van inspiratie.

Wie dit weer trotseert voor boodschappen halen, zou ’n lintje moeten krijgen. Of beter nog, een droge garderobe. Hm. Ain’t gonna happen.

Daarom sprint de sumo-worstelaar, die ik intussen heus ben, de eerste vijf minuten dat het droog blijft richting discount. Verademing om es niet met m’n zeiknatte spijkerbroek te moeten kampen.

Haal ik dan m’n weerslag thuis, die met m’n lengte is een ander paar droge mouwen. In de super laat ik mijn oog vallen, op voorgesneden soepgroenten. Happy & healthy komt wel weer, vandaag moet ’t vooruitgaan.

Ain’t gonna cooking all day, want ik heb stiekumpjes al ruzie met mijn knorrende maag – en ik wil niet dat ze me dit betaald zet met ’n kletterend cimbaalstukje genaamd migraine.

Maar bummer, ik kom er niet bij. ’t Is te zien dat ’t overgrote mensdeel veel groentjes eet, en dus groot groeit … Of zou het toch ’t hoogtebeleid’ van de supermarkt wezen  ? Hier moet je minimaal 1.80 meten, om überhaupt iets te kunnen scoren.

Aan krimpen van m’n al uiterst compacte compositie wil ik niet. 152 cm – nog éven en ik ben onzichtbaar. Ooh-ooh, wat wil ik dat hierbij inclusieve toverstafje.

Gillend-giftig gekleurde opstapjes, her en der opgesteld, doen niets voor me. Of jawel : mijn toch al niet op punt staande evenwichtsgevoel nog meer verstoren. Lekker dan.

Ik staar de tijd weg, met verlangen naar juliennebalkjes. Pfoe-oeh, dat wordt  el-len-lan-ge weg zo, naar de soep waar ik ze in wil mikken …

Dan intervenieert het hippe universum. Plant pàl voor me Organisatietalent. Een vinnige jongedame, die screent, ziet, pakt en besluit. Ingooien, check, afvinken, weer verder.  Als ze in ene naast me staat, ruik ik mijn kans, om d’r voor m’n soepkarretje te spannen. Braafjes plukt ze, flitsend rap, de pakjes met de langste houdbaarheidsdatum uit de rekken. M’n buit is binnen voor de vraag af is ! Hoera ende joepie : ik kan m’n geluk niet op.

Helaas kan dat niet gezegd, van de andere helft van het setje, waartoe Adjuviaartje behoort. Jongeman Bonenstaak, grimmig verveeld, botsautootje spelend met ’t winkelwagentje. Behalve brokken, maakt ie niets klaar. Blauwe plekken kunnen ‘m gestolen worden. Winkelen, en alles anders, al helemaal. Puh.

“Wa stade gij ier na tegen u eigen te kalleweien, heh ?!” – ventileert ie. Op ‘krijg-nou-wat-er-zit-een vijs-aan-los’-toon. Met mijn soepgroenten nog in handen, draait ze naar hem toe en zegt: “Efkes bezig, voor Mevrouw.”

Ploefffff, ik in dit dispuut. Nietsziend staart Bonenstaak over mij, de Lilliputter, heen. Je m’en fou-geste er achteraan. Bepààld niet charmamt, dit.

Dat heet geen waar, zunne, dat iemand, die me zo attent ‘depanneert,’ de wind van voor krijgt … !

Hét moment om scherp te sneren.

“Hei ja, zeg !” ’t Was voor mij, ik tel ook, al kijk je los over mij heen, omdat ik onder 1m80 blijf !”

En wég zeil ik, all this unpleasantness achter me latend.

Om fluks alweer het volgende obstakel te treffen. ’n Heel praktisch steelpannetje, waarvoor ik wel nog even 30 centimeterkes moet bijkweken. Voor ik klaar ben met denken dat ze ’t net zo goed aan ’t plafond kunnen hangen, doemt opeens Bonenstaak op. Jawel hoor, die – van geweldig leuke Adjuviaartje.

Kan ik misschien iets aangeven, Mevrouw ? Niet vriendelijk, maar stuk-ken beleefder dan zopas. Ik herken ‘m, en zeg daarom nog ietsje bozig : ” Gestuurd om die steelpan te pakken, soms ? ” Al wijzende zie ik pioenrood naar z’n haarwortels oprukken. Warempel, he redeemed himself !

Als ik de steven huiswaarts wend, denk ik vergenoegd aan Adjuviaartje. “Ain’t your mama !”, zal ze gedacht hebben, toen ze Bonenstaak voor me liet opdraven.

Ware girlpoweRR !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Een Statler & Waldorfje (Swoon 37)

Bloginspiratie komt niet, of juist alom. De muze wierp me ’t veertje toe, waarmee Matroos Beek haar zelfbeeld scheef zag gebreid. Terug dus naar de knutseluurtjes op school, waarvan ik denk : ” Ochotte, raaaaaaaaaaammmmmmp-zaaaaaaaaaaa-ligggggggggg”.

Handwerk is (mijn) horror, beste lezers. Met gestoorde, toen niet eens deftig in de steigers staande motoriek helemààl. Een lefty zijn draagt in deze geenszins bij.

‘Demonstratief linkshandig’, was destijds explosief, voor wat bedoeld was als gezellig theekransje – met Moedersmoeder en diens zus Alies. Moederstante was niet wat je noemt het grootste licht, en megalomaan antiek in denken, bovendien. Op brandweervolume kreette ze dat ‘linksepoten wel van de duvel bezocht’ waren ???????!!!!!!!!!!’

Ku-uccccccccccccccccccccchhh. Krijg dat op je bord tijdens je afternoon-tea.

Nu vind ik het ronduit hilarisch. Toen zette het de traansluizen open.

Arme, arme grootmoeder. Je wil het niet dromen dat je zus, dochter en kleinkind in één-en-hetzelfde incident betrokken zijn. Respectievelijk als oen/kop van Jut.

Zat mijn moeder penibel gewrongen, (mijn) zus was dusdanig verbouwereerd, dat ze zowel de koffie- als de theekan leegkiepte in één mok. Niet goed, niet goed.

Gelukkig was Mit ’n vrouw van de daad. Ze stelpte de watervallen goeddeels, met een vastberaden en overduidelijk woest toegeblaft, “ALLLLLLLLLIEEEESSSSSSSSSSSS, hoe duurrrrrrrrrffffffffffffffffffffde !!!!” Een paardenmiddel, dat zijn effect niet miste, beste lezers !

Haar pàl voor mijn neus geafficheerde afkeer trok veel recht, bij de ‘linksepootclub’ die we thuis waren.

Want, Vadermans was óók meervoudig betrokken partij – hoewel hier stille vennoot. Zijn moeder én broer waren ook geen rechts-schrijvers, namelijk, al wist ik dat toen niet.

Logisch, want Gulliver’s moeder had zoveel ‘handenslaag’ geïncasseerd dat ik ‘r nevernooit heb zien schrijven. Dit trauma spoorde niettemin aan tot ‘een boomstam’ steken voor de herhaling bij haar oudste zoon.

Nonkel trof ’n begripvolle meester, die weliswaar rechts prefereerde, maar de linkse schriftuur waardeerde, wegens mooi. ’t Resulteerde in ‘ongeslagen tweehandige schoonschriftschrijver’. Die, toen ik de schrijffase inging, vurig supporterde, want dat links-zijn had ik, als zijn petekind, toch van hem, zekerst !

Waren ze thuis heulemaal mee, met ‘op het oog gevaarlijk onhandig, maar eigenlijk niet’, op school was ’t nop.

’t Zal ergens rond de zesde klas (groep 8) zijn geweest, dat ik uit mijn weerbarstige motoriek een soortement mandala-tekening had weten te wringen. Mét resultaat, al zeg ik ’t dan zelluf.

Ik dus uitpuffen, én jubelen, binnenin. Enter de goedkeurende juf. Hoerastemming, en zelfbeeld ok.

Toen de co-juf, die zuurtjes keek ? Ja! werd ‘maar’ en “waarom hebde da nu ZO gedaan !”. Pats ! Daar lag m’n prille kunstenaarshart aan diggelen. Naast zelfbeeld, en de façade, want de tranen brandden gemeen.

Tja, de één kon de ander voor ’n kinderhart niet afvallen, natuurlijk. Dus ging het van ‘goed’ naar ‘niet slecht’ naar ‘kan beter’ naar ‘trekt op niks’.  Wegens duobaan dubbelop, uiteraard. Statler en Waldorf waren er schàtjes bij.

Moeders had flink kluif aan het opvijzelen van duchtig verguisd moreel. Mana-mana zeggen was toen (nog) geen sterk punt …

’t Is dit juffen-duo op ingewreven imagoschade komen te staan, die eerstvolgende ouderavond !

Twéé mopperpotten, dan kom je natuurlijk bij Muppets en ’n schouwburgbalkon uit.

Mana mana !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Ebbenhouten Schatje : Swoon 27

Foerageren is een klus bij 30 +, beste lezers.

Je hoofd kookt namelijk hersentjes-soep. Van de boodschappenlijstjes die ik toch al thuis op tafel laat, vergeet ik nou wat er op staat. Sterker nog : wat er op moet. Zwart goud bijvoorbeeld, dat bij conventie koffie is gaan heten. Niet goed, want daar wordt m’n hum git van, en dat moeten we niet hebben

Zo ook Belgian day vorig jaar. Loeihemeltjes-heet.

Tussen nieuwsbulletin en nog wat anders in, passeert King Arthur. Pfoe-pfoe, wat een uitrusting.  Maar ik bekwikkel bij de idee dat ik niet te wapen hoef. Stiff jelly pudding als ik ben, even wibbly-wobbly, verre van aanwinst, voor ’t legerbedrijf, ik .

’t Zal wel door alchemist Merlijn zijn, dat de nikkel tweevoudig valt. De winkels zijn dicht, en de koffiebodem bereikt …! Voor de tooooiiiiiiink berichten de grey ones “maar de buurtsuper niet”.

Ter plaatse kikker ik op, door de koeltogen, die ik nog iets voor bij dat vloeibaar zwart wil ontfutselen. Bummer. Zelfs met het beste rek- en streknummer red ik ’t niet.  O, Balancia, waer bestu bleven…

Verderop, aan de kassa, staat een Ebbenhout Schone. Outstanding door haar statig postuur.

Ze staat soepeltjes in de wachtrij, in geanimeerd gesprek met haar ebbenhouten drieplussertje. De mini is moe, en dreigt in het gevecht met ’t Zandmannetje de elastiekjes van zijn goeie hum te laten knappen. In een poging hem te occuperen, reikt Ebbenhout Mama bovenhoofds en plant ’n brik melk op het hoofd van d’r gannefje.

Het optisch hoogtepunt van dit tafereeltje ligt hoog. Letterlijk. Op het schedeldak drie volle kartons melk.  Het Afrikaanse lastdragen voor je zien is een belevenis, beste lezers.  Impressionante streling voor het oog. A thing of beauty.

Echtigentechtig, ik moet de forcing voeren om mijn kinnebak te dichten. Het lukt, omdat ik metronoomgewijs de niet-staren mantra opdreun. Of hoe mijn hartgrondige hekel aan ‘aangapen’ te pas komt.

Maar verhip en hemeltjes nog an toe, wat (een op)gaaf !

Want de beste dame staat daar zomaar even drie kartons melk – 36 litertjes – en een zopas van de tikband gerold baaltje piepers van 10 kg plus nog wat nitty gritty het hoofd te bieden. Kortom, een zak cement !

Gedragen als was ‘t een donzen veertje. Met souplesse die ik alleen maar in mijn dromen heb, op voorwaarde van leuk zijn dan nog. Maar de dag is nog niet aan slapen toe, en de winkel zo weer dicht.

Dat wordt nog even doorzweten.

Plus : het zwaartepunt van de stille, bewonderende klantenaandacht is verschoven. Ondergetekende zit nu middenin het oog van de aandachtstornado. Het is de vraag wat de doorslag zal geven ; mijn capriolen, of de plots weer opzettende huilbui van ’t ebbenhouten ventje.

Het momentum keert met een duwtje in de rug van Ebbenhout Mama. “Ga even helpen.”

’n Van zijn huilspoor gebrachte mini stapt nieuwsgierig op me toe. M’n geleende slingeraapje doet niet onder voor Tarzan. Als een volleerd trapezist plooit hij zich in zeven streken, om m’n kostje te pakken.

Bij de centwafeltjes spant ’t erom. Veelzeggende blik boven kleutermans richting mams.

Met de buit op, duikt mijn Ebbenhouten Schatje als ’n koene ridder voor mij de koeltoog in. Middels ’n verfrissende buiklanding kaapt ie wat ik niet te pakken kreeg. Wég boze bui, en ik is blij. Mama, die geduldig wachtend op, nog een extra kwartiertje last heeft gedragen, lacht aanstekelijk. Ebbenhouten schatje, wat kàn je zeg !

Ridderlijkheid nieuwe stijl. Lancelot 2.0. Kan Arthur stikjaloers op zijn.

Melk halen bij stervensheet is Ebbenhout-mooier geworden, alvast.

Als die dan thuis in ’n koel chocoladedrankje is omgetoverd, geef ik John Keats overschot van gelijk. A thing of beauty is a joy forever…

Bij al die huidige tropenwarmte dus ode aan souplesse met de Santana Kanté combinatie.

Yeké Yeké !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Clash Boom Bang : Swooning Saturday 9

Stalen wet : life goes on. Ook de dag . Dus moet er gewerkt – én daarvoor aangerekend. Mr. Flex wil dit jaar Paasklokgewijs ’n betaald factuurtje. Niet te beroerd dit waar te maken, richt ik mijn terugweg zo in, dat ik langs mijn ‘ziekenkas‘ passeer.

Ik trek een sneller lotje dan laatst ; de wachtrij is korter. Iets voelt niettemin a-dynamisch. Wijl ik in het atrium neerplof, zoek ik niet zoveel achter de onderstroom. Niet gek dat ieder nog beduusd is, de dag nadat de bom valt.

De medewerkster aait haar buzzer, en dan ben ik. De atrium-confusie staat in schril contrast met de belendende steekvlampolitiek, waarvoor die arme plastic scheidingswandjes geen partij zijn.

Die roerloosheid van net, beste lezers, dat was regelrechte opgelatenheid. Onvrijwillig in een hoogoplaaiende discussie gegooid, voel ik ze nu ook.  Ik slik ‘s, en kijk veelzeggend opzij. Het gezicht van ‘mijn’ Baliedame kleurt van gêne haast even rood als het mijne inmiddels moet zijn, van ergernis.

Consulente* : “Gijpeistgijzeker da da geld hier uit de lucht valt ? Ikmoetekikwerken om alle foliekes in uw schoon leven te betalen !!!!!!!”

Consument – verder Oliveskin genoemd, voel de pointe, beste lezers, is niet de leukste thuis, en zekers niet de schappelijkste  – maar weet wat ie wil. Niks, als wat ie wil, niet kan. De woede-salvo’s gaan als tennisballetjes over-en-weer. Steeds sneller, en vooral driester.

Dit is van beschamend allooi en hoort niet aan ’n publieke balie. Erruggg-errugg-erg. Waar is die gister pas veelvuldig gedebiteerde verdraagzaamheid ? Een béétje maatschappelijk geschoolde moet zich toch van een gezonde dosis neutraliteit kunnen bedienen, om penibele situaties te versporen ?

Komt de stoom je de oren uit en zijn je fluitketel-allures niet meer te maskeren, maak dan plaats, aan die open desk. Ga uit het oog, neem ’n koffie-break en laat antichambreren. Je Colère, net zo goed als de bron ervan.

Als je verdwijnt, kan je klant, hoe lastig ook, niks anders dan wachten. En bijgevolg zelf ook even naar adem happen om bij zinnen te komen.

Om het licht van de zon niet te ontkennen, moet gezegd dat Oliveskin ’n punt had toen ie ging steigeren bij het – nauwelijks – ‘impliciete’ profiteursverwijt.

Want dat sloeg natuurlijk op àlle aanschuivers, die daar allemaal waren in het kader van terugvordering van de ziektekosten. Rondkijkend zie ik ’n rolwagenmens, dus ‘k denk zo dat dat liederlijk genieten van andermans ‘beulenwerk’ nog best gaat meevallen ; je moet er het corpus voor hebben, tenslotte.

En wàs het zo, dan heeft diegene wel eerst netjes alle verschuldigde lidgelden, bijdragen en dokterskosten betaald, alvorens één cent terug te zien.

Tot deze passaat luwt, kan je weinig meer dan tandenbijten en schuddekoppen.

Intussen hoor ik de ‘grey ones’ door Gulliver ingegeven advies repeteren.  “Je moet agitatie niet voeden.” Op een moment dat de bommenrook nog amper is opgetrokken, een gulden suggestie. Ergo : ik spreek el-lek volkorengreintje zelfbeheersing aan, om niet achter het wandje te plooien en bars te vragen van welke foliekes ik met die gammele knoken van mij zoal zou genieten…???!

Baliedame en ik sukkelen door m’n papperasserij. Dan gaat de volumeknop ein-de-lijk uit …! Het moment om iets te stellen.

Met mijn eigen rood monster weer in lockdown, poneer ik dat je begrip pas kan krijgen, als je het niet  met aanslag-woede opeist. Verder merk ik op dat #ikwilhelpen niets te zien heeft met de ‘juiste’ kleur. Tsjakka, ik tref doel – nog meer als ik met door boosheid gedempte  stem vraag of m’n Baliedame mij soms ook tot het ‘profitariaat’ rekent. De opgestegen blos kleurt papaverrood.

Het slotakkoord kan niet anders dan pijnlijk zijn : ’n brochure  met nieuwe openingstijden voor  ‘betere’ (!) dienstverlening. Herementijd zeg, ik hoop hartgrondig dat ‘t  stillere mag zijn.

Dit zindert ZO na, dat het me ‘kopseer’ geeft. Nog maar even door met prayen, dus – of anders ’n goed muzieksken. For praise instead of palaver.

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

————

*Consulente en Baliedame zijn allebei medewerkers, maar niet één en dezelfde persoon.

Christmas Calling : replay

Je eigenste blogarchief kan een golden thread of inspiration zijn, beste lezers. Zeker als een eerdere situatie zich wéér voordoet en je opnieuw warm wordt van de uitkomst.

So, something old, something new, something borrowed and feeling a bit blue it is. Dat laatste slaat voor de verandering es niet op mezelf, maar op mijn dossierdame. Flo kampt temporeel met ‘an ailing health’.

De ronding die mijn besognes maken, komt er subiet hoekig uit te zien. Ach ende wee. Maar Flo zou geen Flo zijn, als ze niet met ’n onverwachte move in de bocht zou springen. Nog niet fit, maar wel fluks tovert de lieverd de weg weer vrij …

Flootjes heb je nooit genoeg. Daarom met deze ‘pon de replay een eresaluut aan àlle exemplaartjes wereldwijd. Moet kunnen…

Precies één week voor Kerstmis laat ik een bruine omslag achter op het buro van m’n Florence. Want niet alleen zij zet paperasserijen op het juiste spoor, ik ook. Zeker als het jaar op z’n laatste benen loopt. Dan hou ik er nog meer van, als losse eindjes netjes worden ingestopt. Al is het dan in een verfoeid jasje … 

Bruine enveloppes, da’s dikke dislike. Ze representeren vaak een warboel, vergelijkbaar met een breiwerk. Een knopenfestijn.

Dit idee flitst door mijn hoofd als ik aan mijn dossierdame denk. Ik kan me zomaar indenken dat er beslist een kleur briefcover is waar ze niet blij van wordt … Nu maar hopen dat dat niet bruin is ! 

Mijn little grey cells houden ook niet van donker, want ze seinen onmiddellijk deze lichte boodschap door  : “Maar de inhoud maakt veel goed !”

Haha, die celletjes toch ! Het werkt nog ook. Bij thuiskomst is de gedachte dat mijn postale verbiage voor Kerst vlotjes is gegaan frontnieuws in m’n hoofd.

In goeie luim buig ik me vervolgens over de kwestie hoe ik twee  ovengerechten in mijn kerstmenu kan passen … Grondige naloop van diverse schalen, mijn oven, de tijd.

Zodoende verdwijnt de favo kleur van Flo naar de achtergrond. Ik hou de traditie van een goeie daad in ere – ik denk er niet meer aan.

Twee dagen later. Ik ben naast keukenattributen naarstig op zoek naar mijn kerst-hum.

Dat is tussen de spullen die ik had-maar-nu-natuurlijk-niet-kan-vinden, een opkomend cimbaalstuk en het plotse Adieu van Dokter Huis even de weg kwijt.

Geen leuk kerstkado, denk ik nog, als de bel van mijn foon opnieuw klingelt.

Ik kijk er scheef naar, want de nummerherkenning van mijn vaste dumdiedummetje doet ’t niet. De batterij is alvast aan Kerstvakantie begonnen. Tja, dan maar zo opnemen. Je hebt tenslotte geen foon voor ‘staren als ’n koe naar ’n trein’. Ook mijn systeem is stevig geconditioneerd door de wetmatigheid ‘ opnemen als ’t lawaait’.

Dus dat doe ik. Met een “halloooo ?!” die ergens tussen verbaasd en argwanend in zit, schat ik.

“Hallo, met Florence !” klinkt het opgewekt in mijn telefoon-oor.

In mijn hoofd ruzieën “toch weer geen stop-bericht-met-opgewekte-intro” en “de goeie inhoud is aangekomen” om voorrang.

Florence is van veel markten thuis, blijkt andermaal. Niet alleen kan ze van puinhoopjes weer mensen maken, ze kan ook prima blij worden van kerstkaartjes die een foute façade (bruine envelop) hebben. 

Gedachten lezen kan ze ook. Zonder dat ik de vraag hoef te stellen, hoor ik al de gerustelling : ” Ik stop nog niet met werken, hoor ! En jouw kaartje geeft moed …”

Verdraaid, ik word er zélf blij van ! De mist in mijn hoofd trekt op tijdens een aangenaam gesprekje met mooie wens : dat de zachtheid van mijn entourage naar voor mag komen.

En dat, beste lezers, is meteen mijn Kerst- en vroege Nieuwjaarswens voor ieder van jullie. En mocht dat moeilijk zijn : een eigen Florence om hierbij te helpen.

Van harte gegund !

Jaja, een paard in de gang … !

Zondag hoort heerlijk hazy-lazy te zijn.

De voorlaatste in m’n rijtje is hiervoor gediskwalificeerd, beste lezers. Prachtig achter glas, maar je moest van heul goeien huize zijn om overend te blijven. Denk hierbij aan ‘haardroger effect for real’.

De laziness woei samen met mij de deur uit, want ‘on a mission’. ” Alles voor afwisseling in ontbijt ” had me hip havermout doen kopen, maar niet eens in de helft van – al chance – het kleinste pak, was ik goed klaar met ‘er des morgens voor haver en gort bijzitten’.

Al brulden en briesten mijn little grey cells erbij, er is geen koerspaard aan me verloren. Tussen al dat protest viel ook nog te noteren dat aardbeiensoep je ware was. Allerliefst stroopsmerend kwam ook nog even de vraag van m’n hoofd of ik daarvoor zondagmorgenvroeg wilde opstaan.

Ziegezagende celletjes wil je niet, dus bromde ik : “Zorg dan maar dat ik de wekker hoor… ! ” De rest laat zich raden, beste lezers.

Mét vierkant wit, maar nog zonder koffie en dus confuus, scheur ik op huis aan. Bad move. De bocht naar mijn voordeur door, zie ik een mannenmens waar ik  twéé keer in pas, druk naar me gesticuleren en op misthoornvolume toeteren “Vraag het aan hààr !” .

Hoe Brulbaas het temidden alle kouwe drukte klaarspeelt het hazepad te kiezen is duister, maar ik ben, nadat ie nog nét niet ’t héle land bijeen heeft geklaroend, gloeiend ’t haasje.

Ik voel ’n zakker in m’n lege maag tot aan mijn voeten, als ik drie (!) wraakgodinnen op mij af zie marcheren. In Slagorde, Sakkerdebleu ! De drie Pedantes* zijn eeuwig bozig en weten op alleman wat. Méér dan goed voor ze is, maar omdat ze buurtje-kijk tot evangelie hebben verheven, leren ze dat nimmernooit.

Bovenstaand karakterdossier maakt ze niet m’n meest teerbeminde wijkwoners. Ik prefereer negeren, maar trotseren is al wat ik kan, met deze aanstormende frontale botsing.

“Gij et oek genen noam, zeikerst. Die eene mee heuren hond, IK gaan daar voor VERDER, ze sleept da bieeest zuuu voorts !  Ik ga na die verantwoordelijken, zunne ! ” (n.v.d.r. : de verantwoordelijken voor de dame (?), niet de hond.)

Gratis ende voor niet krijg ik er schabouwelijke taal bovenop, gericht aan de mindermobiele medemens – waarvan ik er ook eentje ben. Hoezo, hun voorland zien omdat ze haast drie decades ouder zijn dan ik ?

De woeste harpijen zijn niet te spreken over het uitlaatritueeltje van mijn buurtje. Haar hoofd staat stevig vast, maar haar body door weerbarstige spieren stukken minder. Een nood die prima kan gelenigd door een slim hondebeestje, met ‘helpende hand’ als baan.

Goldie en Hazeleyes moeten echter nog wennen en leren. Hun meermaalsdaagse wandeling gaat nog niet in gelijnde pas en het ziet er nogal rauwdouwerig uit, genre lijntjetrap.

Wie goed kijkt, ziet verder. Een instructeur van een hondenschool bijvoorbeeld, die het traject volgt, en Goldie’s poten die met tape omwikkeld zijn ter bescherming.

De viervoeter wier rechten zo ‘manu militari’ verdedigd worden, is best blij met haar lot en neemt het schobberdebonk-ritme  op de koop toe. Met liefde en geduld, zelfs.  Ze vindt de schier onuitputtelijke stroom knuffels van ‘the world and his wife’ het einde en de ononderbroken reeks beloningen of lekkers van bazinnetje te gek. Getuige de vele opgewekte blafjes.

Om maar niks te zeggen van het voorrecht waardoor ze zich waarlijk in het Hondenparadijs waant : slapen aan het beddeneind.

Ik heb een zwak  voor ondernemende hondebeestjes ! Compeet solidair ben ik met ze. Helemaal als ze meer inzicht hebben dan deze misfits.

Daarom hou ik de kaken klem qua info en bedien me van hun toon om ze toe te bijten dat ik me niet inlaat met zaken die de mijne niet zijn. Wie heeft mij nodig als ze weten wat en hoe te doen, tenslotte ?

Geen liefhebber van haver of gort, nee. En – op zondag – ook al niet van paarden in de gang, die ongevraagd bij je binnendenderen .

Goeie daad ? Gerichte actie van me ? Geen idee, want ik zie geen Goldie meer ?! Snik ende snif …

N.B. Pedantes*  : geënt op Pedant mannetje van Wiebeltjes

Mijn helpende hand is een hond !

Commercials. Invasieve dingen zijn het.

In ons multimediaal bestaan kan je er almaar moeilijker om heen.

Zit je net naar iets spannends/leuks/interessants te kijken ….  floept het beeld weg om je op te zadelen met iets waar je tenen van gaan krullen ! Grr.

Tegen de tijd dat je weg-en-weer-terug gezapt hebt, ben je ook nog een stuk kwijt van datgene waar je eigenlijk naar keek. Instant wraak van de reclamespot. Lik op stuk. O, je wil me niet bekijken ? Zelf weten dan :-)

Tussen alle kaf zit koren. Dus tussen de mijnhaarkomtervanrecht-toestanden, vind je ook pareltjes.

De mini-story’s waarvoor je je naar je scherm zou reppen, om er toch maar niks van te missen. Telkens weer. Omdat je er blij van wordt.

Omdat ze grappig, schattig, vertederend zijn.

Zoetjesaan is het een feit : deze commercials krijgen een plaatsje op dit blog.

Niet de saaie waspoedertoestanden of het antikalk-gedoe. Vergeet die van Cillit maar : “Bang, en het vuil is weg !”. Veel dichter bij de waarheid is  : “Damn, het vuil is er nog !”

O, en die spots rond maandverband zijn helemaal om de seskes van de krijgen ! Zelf krijg ik altijd het heen en weer van de “Have a happy period !” van Always.

Bij mijn weten is geen enkele vrouw “over de moon” in deze periode. Hoe zou je ook ? Er zijn de kliedertoestanden – hoeveel voorzorgen je ook neemt – de hoofd- en de rugpijn en de “lekkere goestingskes”, die allemaal op de forbidden list staan.

Het mag dan al een vrouw zijn die je dit noodzakelijk kwaad aanprijst, toch klopt ’t niet. Geen enkele door Moeder Natuur getroffene springt zo fluks en opgewekt een meter hoog in deze conditie. Al helemaal niet in een witte broek !

Is het in deze spots een man, dan klopt de vrolijkheid een stuk beter. Maar toch heb ik dan de neiging om tegen mijn tv te gaan brullen : “Man, wat sta je daar nou, you have no clue !”

Tss. Zouden die spots het hem nou écht doen ?

Naast de échte reclamespot is er ook nog de infomercial. Zo mogelijk nog moeilijker om in een catchy kleedje te stoppen. 

Soms duikt er wél eentje op die de moeite is. Die een echt verhaal vertelt en ook nog een boodschap heeft die mooi gebracht wordt . Zoals deze. Ode aan de (hulp)hond.

Meteen is het bewijs geleverd dat Mister Dog ook energie kan leveren zonder de  elektriciteitsrekening sky-high te laten worden !

Je hebt het door : ik heb een zwak  voor ondernemende hondebeestjes !