Tagarchief: hoofdelijk duister

Bolero-gate ! (Swoon 29)

Alweer drie jaar geleden kwam er ’n eind aan de dwaaltocht van m’n moeder in het Alzheimer-woud. Weg uit ’t hoofdelijke duister, werd ze wolkzitter.

Ergo : de begrafenis regisseren. Dat wil je ’n beetje in stijl met diegene om wie het gaat.

Denk : met goeie teksten, wat zwier en mijn moeders lijflied. Géén mummelende pastoor, met ellenlang, onverstaanbaar gezwatel.

Nou-hou. Goed dat ik zo verdrietig was, anders was ik vast van ergernis even purper-paars aangelopen als ’s mans stola…

Maar alla, de muziek dan.  Voor zijn liefste wilde Vadermans graag hààr lijflied. Mijn zwier-minnende moeder hield van de lange versie van Ravel’s Bolero.

Dat stond als ‘n  oordopjes-dragende paal boven  water, want had ’t gekund, ze had ’t volume nog ettelijke streepjes voorbij HEULEMAAL OPEN gedraaid.

Dat was dus, bij leven en welzijn, wel es duveltjeskermis. Maar : dit masterpiece was voor de occasie bijzonder geschikt.

Duurt lang en begint stil … Kortom, ideaal voor ’t naar buiten schuifelen. Tegen dat het échte lawaai aanvangt, kort de rij al aardig …

Zo bedacht, zo gedaan : mijn hipster-vader prepte zélluf een cd-tje met daarop het masterpiece.

Piece of cake, die muziek, zou je denken.

U..uch..hum. ’t Werd eerder pièce de résistance.

Eerst viel de gekortwiekte zang nog niet zo op, maar toen het koor maar blééf schitteren door afwezigheid, trok mijn vader de pastoor bij het oor. Als opmaat van je ellende, wil je niet ook nog gemarteld door kattengejank. Die historie doorliepen we al een keertje, in een ander godshuis, weliswaar.

De clericus had ’t bepaald niet op persoonlijke streepjes muziek. ’t Kon ‘m niet canoniek genoeg zijn. Al stond dan ’t koor, op hun hoofdaltaar, stommetje te spelen.

Naast toppunt van belachelijkheid, was ’t ook buiten Gulliver gerekend. ’t Werd ’n kop-tegen-kei discussie, want Vadermans stond strak gebeiteld op z’n punt.

Bolero-gate ontspon zich.

P : “… ge zult mij wel ne vervelende vent vinden, maar….” (afgekapt door) Vadermans : “…. da vinnekik zeker !!!!!!!!!!!! “

Alle tristesse ten spijt, kon ik toch mijn lachen niet bedwingen, toen de neerslag van deze discussie voorbij kwam. Ik had een vlieg willen zijn.

Dat laatste afscheidskadootje kwàm er, beste lezers. Tijdens de ‘uitstroom’ schalde de Bolero door de boxen. Hèhè.

Vandaag heb ik ‘m voor jullie in flash-mob. Had mijn moeder prachtig gevonden, wil ik wedden. Zeker dat jochie in rood shirt. ’t Is écht wel ’n cutie-pie.

Wees gezeten, beste lezers, en pak gerust koffie en ander lekkers erbij. Heb je alle tijd voor, want je bent met deze zwijmel wel efkes onder dak. (dik 12′, trommelaar start op 00 : 49)

Ik zou zeggen : geniet, en hou de zwierige mood even onder handbereik tot volgende week, want dan hebben we hier ’n feestje. Stay tuned !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Je harde schijf verzorgen

Niet bang zijn, beste lezer, je bent niet al meer dan 220 postjes een incognito computernerd aan het lezen, je bent de weg niet kwijt – en je peeceetje ook niet.

It is still I, Ariadnesdraad. Dit is simpelweg een hulde aan de ingenieuze computer die we eigenlijk allemaal zijn.

Bart Peeters zal ’t me vast niet kwalijk nemen dat ik een regel uit Het Menselijke Brein tot titel promoveer. Want ik wil het vandaag hebben over de harde schijf die we allemaal hebben : ons hoofd.

21 septembember is Alzheimerdag. Dat brengt me terug naar de dwaaltocht in het hoofdelijke duister van mijn moeder.

Dit jaar werd mijn memorie getriggerd door Gulliver’s droge mededeling dat ie ‘de facturen’ had weggedaan (de verzorgingskosten toen mijn moeder niet meer thuis kon wonen, nvdr). Mijn hart zakte, bij zoveel bewijs van kosten en leed.

Eens te meer heb ik vrede – met haar nieuwe statuut van wolkzitter. Maar mijn hart zakt nog steeds, als ik aan al diegenen denk die nog volop in deze martelgang zitten.

Ik wil daarom graag een pluimpje opgooien naar alle verzorgers, die hun taak met een noodzakelijk eindeloos geduld uitvoeren. Not scolding, cursing and crying in de praktijk …

M’n loftuiging is door Vadermans aangeleverde content. Jaja, die Gulliver is niet alleen een schattige lurker die me tot schrijven zet, (“Ik heb nog eens gekeken, naar je blog ?”) hij blijkt ook ’n romantische Muzenzoon, die mijn celletjes op gang trekt met pakkende teksten*. See for yourselfs, beste lezers.

Over hoe het moet zijn, als je het hebt.

Alzheimer’s Request

Do not ask me to remember,
Don’t try to make me understand,
Let me rest,
And know your with me,
Kiss my cheek
And hold my hand

I’m confused beyond your concept,
I am sad and sick
And lost
All I know is,
that I need you
To be with me,
At all cost

Do not lose your patience with me,
Do not scold, or curse, ore cry
I can’t help the way I’m acting,
Can’t be different though I try

Just remember that I need you,
That the best of me is gone
Please don’t fail
To stand beside me
Love me till my life is done

Wijl jullie z’n kleine gloriemoment erop nalezen, ga ik ‘m bewijzen dat ik echt nog wel weet wanneer ie jarig is. Insert massa’s ???

De  vergezellende situatieschets is ’n foonconversatie waarin ik vroeg welke dag ie ook alweer exact jarig was – om af te kunnen spreken qua vervoer – en ik bij Gulliver toch ’n klein hartverzakkingkje bemerkte. ??!! Stilte. Daarna wederzijds gegniffel, toen mijn haastig ” Ik wéét wel wanneer je jarig bent,… ik bedoel de dàg.” Oeffff… !

Vadermans is weer gerust. Misschien nog niet over z’n verjaardagsgebak, maar wél over ’t feit dat ik kom. On the dot, en op de juiste dag nog wel. Geen sprake dus, van alweer plotseling verjaren

De taart-story krijgt dus een nieuwe episode, beste lezers. Definitely to be continued ….

Ik op naar lekkers !

 ————————————————————-

* van Author Unknown

Dwaallichtje

Afb. via Google

De dwaaltocht van mijn moeder in het Alzheimer-woud is ten einde. Ze is vertrokken naar ergens waar het hoofdelijke duister geen macht heeft.

Wij – mijn vader en ik – gaan ook op tocht. Naar het Land of Sorrow. De paden zijn bekend. Een labyrint van tristesse, met – nu nog ver – haar dwaallichtje dat de weg uit verdriet wijst.

Opnieuw op reis, met ingelopen schoenen, dezelfde indrukken** en bekend gezelschap – verdriet en troost.

Mooi, maar moeilijk. Opnieuw.

Noodgewongen op reis doorheen het land van de troostelozen, is dit wat me opvalt als het over troost gaat.

Troost is universeel. Van de Neanderthaler tot de mens nu, iedereen krijgt er mee te maken. Je zou dus denken dat we al tijd genoeg hebben gehad om te oefenen.

Toch blijft het moeilijk. Hoe pak je het aan ? Wat is het beste ? Welke maatschappij brengt het makkelijkst dit vers * in de praktijk ?

Kom dan bie mie om je te warmen
‘k maak een kamer voor u gereed
‘k zal u wiegen in mijn armen
‘k zal u duiken in mijn kleed

De Neanderthaler, die  – niet gehinderd door taal – vast niet piekerde over de vraag of ie nou wel de juiste woorden had gezegd ?

Of de Moderne, die onder zoveel communicatiemiddelen bedolven wordt, dat ie al lang niet meer toekomt aan een écht gesprek over moeilijke dingen. Al helemaal niet in de taal die je voor troost toch wel nodig hebt.

De maatschappij verhardt, klinkt het. Kan wel zijn, maar het leven als Neanderthaler was nou ook niet direct “a walk in the park”.

De haast waarmee tegenwoordig alles gaat – ook verdriet hebben en er weer bovenop raken – maakt het allesbehalve makkelijker.

Om nog te zwijgen van de angst voor de confrontatie met verdriet.

Troost, dat is verdriet onder ogen zien, het je inbeelden, voorstellen, en toch over de angst stappen dat het jou (ook) zal treffen. 

Troost is ook veelzijdig. Want je kan diegene zijn die troost behoeft. Of diegene die troost. Of allebei tegelijk.

Troost is,  net als all things that matter in life, veelvormig. Troost bezit Egidiuskwaliteiten.

Misschien is het die arm die je naar zich toetrekt, om de wereld even buiten te sluiten en zo ruimte te maken voor je verdriet.

Misschien is het de zakdoek, aangereikt op het moment dat je de weg naar de jouwe kwijt bent in een tranenzee. 

Misschien is  het een kopje koffie bij een gesprek over, of juist zwijgen bij dat bakje troost. Samen, dat dan weer wel. 

Of misschien is het bloggen. Omdat dat een vorm van praten is die je kan oppakken of laten rusten. Praten zonder moet, maar met bijzonder steunende reacties. Een vorm van schrijven ook, die helpt om de chaos in je hoofd te stroomlijnen.

Troost is ook onverwacht.

Het zit in woorden en gebaren verpakt die je soms pas na enige tijd als troostrijk herkent. Soms van mensen waarvan je het absoluut niet had gedacht. Dat maakt troost moeilijk,  maar mooi.

Mooi, want troost geeft steun. Helpt een brug te slaan. Over verdriet heen.

En dat maakt het de moeite waard om de kunst van de vertroosting te blijven (be)oefenen !

Nog even zeggen, beste lezers, hoe goed jullie reacties doen in deze tijd.  Een warm dankjewel voor jullie steunbetuigingen. Jullie zijn stuk voor stuk geweldig !

———————————

* Het origineel is van West-Vlaming Willem Vermandere, van wie ik jammer genoeg geen volledig fragment kan vinden.   Maar  : de vertolking van Herman van Veen mag er ook zijn.

Update : Uit onderstaand reactievak blijkt echter  het succes van Menck.

** : N.B. Deze column is een bewerking van een eerder verschenen stuk op Ariadnesdraad met troost als topic.