Tagarchief: huishouden van Jan Steen

Onverwacht rood

Ik heb écht een talent, beste lezers. Bezoek-flexibel wezen. Geweldig, zou je denken ? Alleen, ik weet ’t nog niet zo. Want, ik beheers nog ’n andere onnavolgbare kunst : uitgerekend dàn temidden iets zitten – niet bezoek-proof, uiteraard.

Met stip op één : de sanitaire stop. Grmbll. Tegen de tijd dat ik alles weer enigszins convenabel heb aangehesen, doe ik het spook van de opera open. Pfffffffffffffttt … in rook opgegaan, die beller. Ach nou ja. Zalig de onwetenden dan maar : zij kennen mijn slakkenvaart immers niet.

Heul anders ligt de zaak, als de andere kant van de deur wél met mijn tempo bekend is, maar het desondanks leukkk vindt, me op te jutten – via het haast door de muur douwen van de deurbel. Godjimmenasssssssssssssssssss !

Echtigentechtig, dan is mijn gastvrouwglimlach elastiekjes-gymnastiek …

Maar goed. Is die horde genomen, dan moet ik nog slechts zien klaar te spelen, elegant te blijven lachen. Onder gelijk welke omstandigheid. Eitje, natuurlijk. Of zou dat gevoel op een ei te zitten, iets te maken hebben, met mijn inderhaast aangesjorde spijkerbroek, misschien ?

Verder maar heulemaal vergeten : m’n tenue. Dat past standaard bij de garderobe van de visite, als ’n vlag op een modderschuit. Ah ja, poetsbestendig versus paasbest.

Bovenstaande situatieschets valt positief te vertalen als ’n uitmuntende training van de lachspieren.

Gezond is goed, en lachen zeker. De rest van het plaatje onthou ik jullie daarom niet, beste lezers. Kwestie van nog even op het pad van de lach te blijven.

Komt-ie.

Aanrecht vol afwas : check. Grumbeldemumbelfrusssssssssssssssstraaaaaaaaaaaaaatie omtrent open keukens. Afwas in progress : check

Ook check voor de open provisie met alom lichten aan, en deksels in het rond.

Vink ook maar an : alle verzorgingsspul – ik kan nog wat oorlogjes vooruit – op tafel uitgestald, met de lege opbergdoos als extra decorum erbij. Tsjaaaaaaaaa, daar sta je dan met je organisatietalent.

Een aangevinkte vogel, die gevangen zit in ’t beeld dat niet klopt. Door de visite als volgt gevat : “Bij ons staat er toch wel minder”. Welja.

Dislike aan interieurkeuring door onverwachte visite. Elastiekjes van m’n goeie hum, zijn jullie thuis ?

Dat ik pas ’n half uurtje van ‘genre uitstalraam’ ben, omwille van een inventariserende foto, is een argument dat staat. Nogal wiebelig, evenwel, dus slik ik ’t maar in.

Mijn celletjes echter, zouden de mijne niet (meer) wezen, als ze niet broedden op de démarche. Neuh, geen pinnige repliek. Wél een vriendelijk gelachen : “Ik ben niet zo van het minimalistische. Als ik klinisch kaal wil, ga ik wel even langs het ziekenhuis, ‘k heb daar toch al een abbo.” Roos !

En dat, die roos, is precies wat ik van mijn wijkwonertje kreeg, op deze eerste mei.

Aww, te lief, dit !

Boos mét roos, dat lukt (me) toch écht niet : veuls te leuk, hihi.

Traditie-tje in wording. Want vorig jaar deed ze dit ook, herinner ik me nu.

En toen danste het huis net zo hard als tijdens deze editie roosjesgeven. Ach wat. OOK traditie.

Daarbij : altijd handig om te weten wat je wacht … !

Een Statler & Waldorfje (Swoon 37)

Bloginspiratie komt niet, of juist alom. De muze wierp me ’t veertje toe, waarmee Matroos Beek haar zelfbeeld scheef zag gebreid. Terug dus naar de knutseluurtjes op school, waarvan ik denk : ” Ochotte, raaaaaaaaaaammmmmmp-zaaaaaaaaaaa-ligggggggggg”.

Handwerk is (mijn) horror, beste lezers. Met gestoorde, toen niet eens deftig in de steigers staande motoriek helemààl. Een lefty zijn draagt in deze geenszins bij.

‘Demonstratief linkshandig’, was destijds explosief, voor wat bedoeld was als gezellig theekransje – met Moedersmoeder en diens zus Alies. Moederstante was niet wat je noemt het grootste licht, en megalomaan antiek in denken, bovendien. Op brandweervolume kreette ze dat ‘linksepoten wel van de duvel bezocht’ waren ???????!!!!!!!!!!’

Ku-uccccccccccccccccccccchhh. Krijg dat op je bord tijdens je afternoon-tea.

Nu vind ik het ronduit hilarisch. Toen zette het de traansluizen open.

Arme, arme grootmoeder. Je wil het niet dromen dat je zus, dochter en kleinkind in één-en-hetzelfde incident betrokken zijn. Respectievelijk als oen/kop van Jut.

Zat mijn moeder penibel gewrongen, (mijn) zus was dusdanig verbouwereerd, dat ze zowel de koffie- als de theekan leegkiepte in één mok. Niet goed, niet goed.

Gelukkig was Mit ’n vrouw van de daad. Ze stelpte de watervallen goeddeels, met een vastberaden en overduidelijk woest toegeblaft, “ALLLLLLLLLIEEEESSSSSSSSSSSS, hoe duurrrrrrrrrffffffffffffffffffffde !!!!” Een paardenmiddel, dat zijn effect niet miste, beste lezers !

Haar pàl voor mijn neus geafficheerde afkeer trok veel recht, bij de ‘linksepootclub’ die we thuis waren.

Want, Vadermans was óók meervoudig betrokken partij – hoewel hier stille vennoot. Zijn moeder én broer waren ook geen rechts-schrijvers, namelijk, al wist ik dat toen niet.

Logisch, want Gulliver’s moeder had zoveel ‘handenslaag’ geïncasseerd dat ik ‘r nevernooit heb zien schrijven. Dit trauma spoorde niettemin aan tot ‘een boomstam’ steken voor de herhaling bij haar oudste zoon.

Nonkel trof ’n begripvolle meester, die weliswaar rechts prefereerde, maar de linkse schriftuur waardeerde, wegens mooi. ’t Resulteerde in ‘ongeslagen tweehandige schoonschriftschrijver’. Die, toen ik de schrijffase inging, vurig supporterde, want dat links-zijn had ik, als zijn petekind, toch van hem, zekerst !

Waren ze thuis heulemaal mee, met ‘op het oog gevaarlijk onhandig, maar eigenlijk niet’, op school was ’t nop.

’t Zal ergens rond de zesde klas (groep 8) zijn geweest, dat ik uit mijn weerbarstige motoriek een soortement mandala-tekening had weten te wringen. Mét resultaat, al zeg ik ’t dan zelluf.

Ik dus uitpuffen, én jubelen, binnenin. Enter de goedkeurende juf. Hoerastemming, en zelfbeeld ok.

Toen de co-juf, die zuurtjes keek ? Ja! werd ‘maar’ en “waarom hebde da nu ZO gedaan !”. Pats ! Daar lag m’n prille kunstenaarshart aan diggelen. Naast zelfbeeld, en de façade, want de tranen brandden gemeen.

Tja, de één kon de ander voor ’n kinderhart niet afvallen, natuurlijk. Dus ging het van ‘goed’ naar ‘niet slecht’ naar ‘kan beter’ naar ‘trekt op niks’.  Wegens duobaan dubbelop, uiteraard. Statler en Waldorf waren er schàtjes bij.

Moeders had flink kluif aan het opvijzelen van duchtig verguisd moreel. Mana-mana zeggen was toen (nog) geen sterk punt …

’t Is dit juffen-duo op ingewreven imagoschade komen te staan, die eerstvolgende ouderavond !

Twéé mopperpotten, dan kom je natuurlijk bij Muppets en ’n schouwburgbalkon uit.

Mana mana !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Jarig Jetje met Hooverphonic : Swooning Saturday 8

N.v.d.r. : Het 8 maart-postje van laatst, met Els de Schepper in de hoofdrol, was aanzet voor het onderstaande.

Riiiinnnnnnnnng, the bell ! Buzzer opens the door …

Goed, beste lezers, deed de postbode deed hier dan niet open voor ’n aan de verkeerde voordeur ” Happy birthday ” blazende fanfare – hij laat me immers veels te graag zeulen met pakketjes van eigen grootte, en foempt*, als ’t effe kan, foute post in mijn bus – het Jarige Jetje was ik wel.

Ik moest ’t stellen zonder een zeven jaar met scampi gevulde diepvries. Waarvoor hoera, want ik heb ’t niet zo op darmkanaaltjes. Het gebrek hieraan maakte mijn huidige koel- en vriescombinatie dusdanig blij, dat-ie zonder morren een gaarkeuken-lading soep accepteerde, en daarbovenop ook nog een eigenhandig gebakken citroentaart.

Een jacuzzi was er ook niet bij,maar wél nog immer opgewekt zwemmende Neon-nekes, Nemo’s en Black Molly’s in mijn sinds vorig jaar geadopteerde visbak. Geef toe, beste lezers, die soortnamen klinken te goed om ze niet te gebruiken. En oké, om ze niet te vergeten ook, want al ben ik dan een Vissen, ze beschrijven – vooral aan kenners – is me een crime.

Ik tel dus mijn verjaardagszegeningen. Functionerende keuken, een aquarium met blits genaamde vissen. Niet onaardig.

Daar komt bij : een op een verjaardagsvrijdag geblazen Brabançonne. Zeg nu zelf, een unieke muzikale omlijsting – en als je niet vaderlandslievend bent, altijd nog handig als wekdienst. Met anti-snooze garantie erbovenop.

Verder : een feestcomité, dat heu-le-maal tegemoetkomt aan je verzuchting op de dag zélf lekker jarig te zijn. Héhé, een jaartje erbij is zo weer wat leuker en makkelijker (dan toen). Met dank aan Gulliver & Moederszus.

En kadootjes. Offeuh, ’n volwassen kado, beste lezers. Mijn eigenste Hoovercraft, in feite.

Geen stofje is nog veilig. Wat zeg ik : hij zuigt met een orkaankracht die zelfs de webben in mijn hoofd aanpakt. Z’n bzzzzzzzzzzzz overstemt mijn gedachten dusdanig dat piekeren geen voet meer tussen de deur krijgt. 

Zalig zen door stofzuigen. Ik geloof ’t zelf ampertjes. Maar echtigentechtig, ’t is stukken effectiever dan al dat mediteren, dat me niet rustig, maar net recalcitrant maakt. En instant zichtbaar resultaat ook nog. Mijn warmeluchtblazertje en mijn deurmatten zijn tien jaar jonger. Mijn spieren tien jaar ouder, daarentegen, maar ach, ’n @home-workout vraagt wat, tenslotte.

Kortom, I’m in luv. The thing is Uzing love. Appelblauwzeegroen, een huishoudelijk deficiet dichtend, en wat meer is, een random act of kindness.

Want  : mee mogelijk gemaakt door een nobele kassierster, die niet alleen over haar hart streek, maar ook ruim over de rol benodigde verminderingszegeltjes – nadat Vadermans spijtig had geconstateerd dat-ie er te kort kwam, en dat zijn verjaardagskado daarmee op losse schroeven kwam te staan.

Wat Jammer nou. Nog maar es tellen, want als Gulliver zijn zinnen op een kado heeft gezet, dan krijg ik ’t ook.

Maar aldus opgemerkt  door ’n verkoopster, aan wie Vadermans vertelt dat de Philips op wie hij een oogje heeft, een kado is “voor mijn dochter die vrijdag verjaart.” Dochters en praktikale cadeaus, daar kan Kassadame wat mee, en dus vinden ze elkaar. Hij gaat met een gigadoos, en zegeltjes op overschot, op huis aan.

Reuzepret aan de foon. Immers, ik kan niet anders dan gieren als ie ’n tikje schelms opbiecht, dat ie dat zijn antwoord op de vraag ” Woont ze pas op zichzelf ? ” nogal vrij was.

Met “toch al een tijdje” kun je wat, beste lezers. Bijvoorbeeld maskeren dat het pas een dikke decade is – toch niet echt het pas dat mijn wilde weldoenster bedoelde.

Proestend gelast ik m’n – publiekelijk eerder schuchtere – vader dat ie  Winkeldame dan maar moet knuffelen ‘on my behalf’. Dik 100 km afstand is namelijk een beetje te ver uit de richting om ’t zelluf te doen.

What happened ?

Open vraag. Maar dit weet ik zekers : never before had ik zo’n straf HHhulpje : vivat Philippa !

Vanaf nu hoover ik lustig, beste lezers. En jullie hopelijk ook, op deze van Hooverphonic.

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

———–

* iets ergens infoempen : slordig insteken

 

Een parel tussen bagger en brak

De tv, het is soms huilen. Bagger en brak. En dan is het oppassen geblazen, dat je niet over pareltjes heen kijkt. Een Haïtiaanse parel in dit geval. Ontroerend mooi, dit! 

In het verlengde van Vaderdag een staande ovatie voor deze meneer, die – om zijn jongste druif een pareltje te kunnen laten worden – besloot haar uit de bagger en brak van Haïti te halen middels open adoptie. Als bijna 7-jarige.  Hoe vreselijk de man het moet hebben gevonden, blijkt wel uit z’n dolblije reactie bij Annette’s terugkomst.

Zo heeft ie haar vast ook weggedragen, kon ik alleen maar denken, toen ik dit filmpje onder ogen kreeg. Moet je nagaan. Wegbrengen. Je leven uit, maar een betere toekomst in. Niet naar de neighbouring village, neenee. Zomaar even naar de andere kant van de wereld, een piepklein Belgenlandje nog wel.

Neeje, ik kan het mij niet indenken. Mijn beste voorstelling van deze geste hinkt meer dan waarschijnlijk mijlenver achter op hoe het ‘in ’t echt’ moet zijn om dit gebaar te stellen. Verder dan Homelessness in het kwadraat kom ik niet.

Maar wat een epiloog ! ’s Mans toekomstplan voor dochterlief – adoptie, het overdragen van zorg, en daarmee zélf van het voorplan stappen – had niet beter kunnen uitpakken !

Zorgoverdracht en Homeless : ik heb er duidelijk wat mee.

Want dan ben ik weer even terug bij m’n lagereschooltijd. Op de ritmische tunes van Paul Simon’s prachtige ‘Graceland’ neemt mijn vader het gezinsmanagement waar.

Hij moet er z’n draai nog even in vinden. Mijn moeder is die kwijtgeraakt tussen zich brak voelen en een operatie in.

Met mijn vader aan het fornuis en mijn moeder nog een tikkeltje brak, maar gelukkig op weg naar beter, knalde dit door onze boxen !

Schwung verzekerd, al liep het links en rechts misschien wat vierkant … Ach wat, het huishouden van Jan Steen mag d’r ook zijn, toch ?

’t Is echtigentechtig he-le-maal goed gekomen, beste lezer ! Het bewijs : ik ben nog altijd dol op Graceland. En mijn vader ook !