Tagarchief: inspiratie

A-ha ! x 17

Een goed gedacht vindt altijd volgers, beste lezers. En warm ijs is niet lekker, dus waarom zou je ’t opnieuw uitvinden ? Daarom 17 a -ha-tjes, naar analogie met the crib. 17, omdat hierna mijn celletjes een stakingsaanzegging deden, het ’n leuk getal is, en ik zeventien zijn destijds best apart vond …

Hier komen ze, mijn erlebnisjes !

  • Kwezelkens dansen niet, zegt het spreekwoord. Ze zijn druk met de koeien uit dat ànder zegswijs. Ontspoor de eerste de beste zemelknoper die je treft, es met een opgewekt : “Voor zeuren heb ik geen tijd !” en kijk wat er gebeurt. Span je zelf de viool, knip de snaren dan door met een lachbui om jezelf.
  • Wees gepassioneerd, niet lauw-lauw : er zijn al vijftig tinten grijs ! Dondert niet of dat door de Tour is terwijl je zelf geen trap doet. Blij worden van iets dat je verder ontduikt is een aparte discipline.
  • De schaar van smart wordt stomper, ooit. Maar altijd stukken trager dan het nu waarin je dat nodig hebt. That’s a given.
  • Moeilijk gaat ook, alleen wat – ok, megaveel – trager.
  • Morgen komt altijd. Misschien niet met raad, maar dan toch met hout om pijlen van te maken…
  • Niet is beter bij boos. Maar durf je ’t toch te worden, dan geef je een grens aan, en dat is ook wat. Wees wel groot genoeg voor excuses, in iedere richting : maak of aanvaard geméénd. Dat trekt korte bochten recht !
  • Je kan. Soms omdat je wil, soms omdat je moet. En soms niet, ondanks je beste best. Maar een deconfituurtje ligt zoeter op de maag dan spijt …
  • Laat jezelf dagelijks uit. Neeje, niet alleen als het hondeweer is en de buurtjes vragen of je gaat wandelen, ook op andere ogenblikken is het een warme opstart van je geest.
  • Oefen je in je zorgen thuislaten ; ze willen toch standaard ergens anders heen dan jij, de ambetanterikjes
  • Doe es gek, groet de vuilnisman. Geniet van z’n opperste verbazing. Na een poos groet ie terug, en heb je allebei schik. Leukste milieuzorg.
  • Doe hetzelfde met de buschauffeur. Dé uitzondering is dat nare exemplaar dat niet stopt, je op een haar na mist en prompt ook nog aan zijn claxon blijkt gelijmd. Daar mag je boos op wezen. Hartverzakkingen moeten geen feestje.
  • Draai jezelf bij dilemma in een Gordiaanse knoop, die je vervolgens eigenhandig doorhakt. Je hebt nu twee stukken, waarvan je d’r één kiest om achter te gaan staan. Dat is je besluit. Heb je de acrobatentoer goed uitgevoerd, dan zal je mettertijd merken dat je slotsom je gaat  zitten als goed ingelopen schoenen : pijnvrij.
  • Vraag maar na bij Paulho Coelho : een goede keus maken is niet hetzelfde als opteren voor het leukste.
  • Je kan ‘m niet swatchen en er ook geen stash mee bouwen, maar je lach is je belangrijkste beauty-tool. Hoe mooi is het niet, dat je na jaaaren, weer tegen iemand op botst die zegt :  “Ik herkende je meteen, aan je lach.” Diamantschittering van genoegen, I promise.
  • Maya Angelou zat juist, toen ze stelde dat mensen je vergeten, maar niet het gevoel dat je ze gaf. Dat beklijft. Dus : je hebt ze toch, die onsterfelijkheid .
  • De beste dokter voor je, is deze, waarbij je durft, kan en màg in de clinch gaan. Jij immers bent diegene die hun woeste plannen opvolgt en betààlt. En heus niet van dat doktersloon, dat hem of haar over praktikale obstakels heen laat kijken. Dat geeft je een stem in het kapittel. Gebruik ze. Wijs, dat spreekt… een consult is géén verbale boksmatch.
  • Geduld verzet bergen. Met schuifspeldjes tegelijk. Kijk naar buiten en zie wat tijd kan bouwen… Stunning.

Zo, signed, sealed, delivered, die erlebnis-doos. Zonder die vervelende Pandora nog wel ! Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

De link

Tumblr_lr734apmi11qewecwo1_500_large

Bron : weheartit 

tussen denken, endorfines en inspiratie … is een blogboost mij gegeven door Bentenge. Licht in de inspiratie-duisternis.

O ja het overkomt me ook, dat de gloeilamp die het blogpost-proces moet verlichten onherroepelijk pang zegt.

En me achterlaat met een groot zwart gat. Een gapende afgrond, die luistert naar de naam inspiratieloosheid.

Een letterkesmens als ik ben, vind ik dit vreselijk. Meestal ga ik dan over naar plan B. Dat is lezen. Niets is veilig voor mijn leesoog. Van de cornflakes-doos over de tube handcrème tot boeken en blogs.

Op zoek naar een key-word bots ik zo op dit stukje, waar ik notabene zélf de voorzet voor heb gegeven. Goh, ongelooflijk toch, wat een blogje allemaal te weeg kan brengen….

De wiskundige stelling van Descartes, dat zegt me nog steeds niet zo erg veel. Als letterkesmens ben ik niet wat je noemt een wiskundig genie.

Gelukkig voor mij zit Descartes in het tijdvak van de ‘homo universalis’ ofte de tijd waarin je naast een wiskundig genie ook nog een groot filosofisch denker kunt zijn.

Scheikundig aangelegd ben ik ook al niet, maar ik kan me toch voorstellen dat als je denkt, er in je hersens een (chemisch) proces op gang komt waarbij er een endorfine vrijkomt.

Bij mij heet die endorfine inspiratie. Warempel.

Ik hoef geen kilometers, geen work-outs, ook geen tiramisu. Ik zet net zo lief mijn leestanden in een goeie column.

Interessant, die denkkronkels van collega-bloggers. Ik krijg er een beter humeur van (yep, endorfines waarschijnlijk!)

Als een pop-up valt me door endorfiniaans denken de vraag in wat Descartes zo al lekker vond ? Bij mij zijn dat zelfgebakken pannenkoeken, maar of dat nou bij hem ook zo was … ?

Mijn endorfines komen op topsnelheid. Van het abstracte begrip lekker eten kom ik op de concrete vraag wat iemand zoal lekker kan vinden.

De ontmoeting tussen wiskunde, filosofie en endorfines leidt weer tot een ander denkspoor.

Zou het zomaar kunnen dat de vraag wat iemand lekker vindt het grote (over) aanbod kookprogramma’s heeft veroorzaakt ?

Sommige, zoals Komen Eten, vind ik nog wel wat hebben omdat het hele kookproces gevolgd wordt (voorzien van snedig commentaar). En alles wat daarbij komt kijken.

Zoals de interactie tussen je gasten als je een dineetje geeft. De verschillende interpretaties van culinair verfijnd zijn meer dan eens boeiend, ja zelfs pittig te noemen.

Maar andere dan weer, zijn zo vreselijk technisch.

Werkelijk, ik vraag me echt niet bij elk hap af of de aciditeit wel goed zit, het wel croustillant is als bewijs van mijn goede cuisson en of de presentatie wel top is.

Zo vreselijk duur ook. Want topproducten, die hebben ook vaak een topprijs. En quasi altijd een naam die je eerst door Google moet halen, om te weten wàt je nu precies eet.

De vraag die zich (bij mij dan toch) steeds weer een beetje zeurderig laat horen is hoe je dat in een (beperkt) voedingsbudget laat  passen. Of in het budget van ik zeg maar wat, nieuw samengestelde gezinnen, waar het aantal personen toch wel hoger ligt dan drie.

Maar wat me nog het meest stoort bij al die ‘haute cuisine’ is dat het zo weinig ‘down to earth’ is. Al dat opgepoetst gedoe staat zo ver af van de praktische werkelijkheid.

Hoe zou zo’n kookprogramma er uitzien vanuit de keuken van de Familie Allemanswies ?

Waar er tijdens het koken ook nog even een huistaakje moet overhoord, de baby in slaap gewiegd, of op zijn minst afgebracht van snode plannen om te ontsnappen uit de maxi-cosy.

Waar het gekissebis tussen de andere kinderen van uiteenlopende leeftijden moet worden beslecht, met als uitkomst een win-winsituatie voor iedereen.

Waar je nadenkt hoe je de spaghetti afgiet. Met of zonder vergiet, want dat scheelt afwas. Waar je die afwas toch doet, omdat er anders gewoon niet genoeg schoon servies is voor iedereen.

Waar je – tijdens de maaltijd die je zo snel mogelijk op tafel wilt hebben omdat je zélf honger hebt en niet tot middernacht in de keuken wilt staan –  de vraag stelt hoe de dag van je tafelgenoten geweest is, en naar de antwoorden luistert.

En dus niet wakker ligt van de perfecte bakwijze van ikweetnietwat.

Zo’n kookprogramma, van mensen van vlees en bloed, zonder keukenhulpjes, maar met mislukte probeersels en overgoten met budgettaire limieten, wat zou dat geven?

Zou zoiets gesmaakt worden?

Zo beste lezer, hiermee heb je een inkijk in het labyrint van mijn gedachten, waarvan de rode draadjes soms raar verweven zitten. 

Maar waarvan ik wel hoop dat je literaire endorfines gaan stromen!

Mosterd

voor een postje. Waar haal ik ze vandaan?

Nee, beste lezer, het is niet zo dat ik, voor ik een postje schrijf, mosterd eet. Het gaat even niet over de eetbare variant, (dit is geen promotiesite voor kookzender Njam!) maar over de geestelijke, met name inspiratie.

Meestal ben ik best te spreken over mijn “little grey cells”. Ze doen al wat jaartjes goed werk, leveren nog altijd nieuwe input aan, hebben een aangename kronkel die de meest creatieve toestanden te weegbrengt. Geen klagen over mijn denktank.

Maar soms komt ze dieselgewijs op gang of – nog erger – staat ze droog. Ik moet bekennen, wee ende helaas, dat m’n inspiratie niet onophoudelijk stroomt.

Dan roep ik hulplijnen in, ga ik lezen. Dat kan van alles zijn : artikels, boeken, columns, krantenknipsels, een receptentip op een pakje puding en … blogs.

Jawel, beste collega-blogger, jouw stukjes brengen al eens een Eureka-moment te weeg. Zoals nu.

Deze blogpost doet me lachen, ik word er helemaal vrolijk van! Ben ook blij te ontdekken dat ik niet de enige ben met een zwak voor de Muppets.

Aah, Miss Piggy! Eentje met peper in de poep en punch … nog altijd!

Alive and kicking en straks weer op het grote doek!

Als ik haar terug zie, moet ik meteen ook aan die twee andere (beruchte ?) figuren denken. Als klein meisje kon ik de naam van deze twee ouwe knorrepotten maar niet onthouden. Wel was ik dol op hun balkon met schouwburg-allure.

Statler en Waldorf ligt me nu beter in de mond. De dubbele bodems snap ik nu ook. Onveranderd is mijn zwak voor het balkon.

Zeg nu zelf, een magnifieke uitbeelding van “de wereld is een schouwtoneel…” toch?

Dit duo deed zeker en vast zijn mosterd op in het groot, liefst van al pikant…

Geniet mee !