Tagarchief: irritatie

Blue light by night

blauwe lamp beeldkwaliteit materiaal

In het kader van de # WOT irritatie deel ik opgewekt mijn jongste misnoeginkje, beste lezers. Iets met blauwe lichten en rare vragen

Of hoe je met uitmuntend zomerweer toch tegen de (blauwe) lamp loopt.

Uitgeregend door een voorspelde ‘drache’, besluit ik te schuilen in m’n persoonlijk walhalla, de boekenbank. 

Inmiddels doorweekt als ’n vlot, ben ik wàt blij dat ik d’r kan binnenzeilen in een drukteluw blok van de openingstijd. Weer wat op mijn effen, bemerk ik dat een deel van de verlichting al in slaapmodus is … ??

“De warmte”, weet Carpe Librum, de bib-assist. Ze helpt me mijn leesdroom te vervullen, door met m’n lijstje op de snuf te gaan.  Versta : slaapgebrek compenseren met dikke tomen, want dromen komt er karig aan te pas. De slaapweigering van m’n celletjes is bij warmte des te halsstarriger.

Pfff … Sterrenkijken doet ’t ook al niet.

Perseïdenregen of niet, de wereld is geen groot astronoom aan me kwijt. Meer dan eens ben ik bozig op Janneke Maan, omdat ik ‘m bij gebrek aan ’n geschikte houten hamer maar blíjf zien.

De straatverlichting daarentegen, valt me na een dikke decade nog nauwelijks op.

Idem voor ’t discobal-licht van de ziekenauto. Dat ik die niet zie is een bewuste keus, beste lezer. Sinds ik er ooit es kwam in te liggen met een spontane pneu*, behandel ik Andermans diepste ellende met de grootst mogelijke discretie.

Zie ik dàt blue light flitsen, kan ik alleen maar zot content zijn dat ik het niet ben.  Zo’n doldrieste rit is namelijk periculeus, helemààl als je verpleger klungelt met de zuurstoftoevoer …

Mijn 24/7 oplichtende omgeving heeft me goed getraind – in niet zien wat me niet aangaat.

Al deze lichtgedachten passeren de revue, terwijl ik met Carpe Librum door het halfduister dwaal. Ook hààr hoofd staat naar licht, zo blijkt.

Samenzweerderig klinkt ’t plots : “Seg, wa zijn die blauwe lichten bij u ?

Mijn nikkel valt te laat, om te zeggen dat het de bliksemafleider is, dus kijk ik verstoord op. ??!

Nog prangender nu : “Ja, bij u, op het dak ?”

’t Zal de ‘setting’ wel wezen, maar ik erger me blauw aan deze conversatie, die ‘k geen leuke kant vind opgaan. Geprikkelder dan ik bedoel, hoor ‘k mezelf zeggen : “Vraag ’t de Sint, die host over de daken, ik lig ’s nachts in mijn trammetje !”

Ik moet er niet aan dénken op het dak van mijn hoogbouw te gaan staan. 1000 mm triggert al intense hoogtevrees.

Waardeloos als vraagbaak, beste lezer. En hopeloos gelukkig met dit ‘mankement’.

Ik ben ’t soort mens dat leeft bij dit devies : als ik iets per se weten moet, zullen ze ’t me wel komen vertellen. De min hiervan neem ik voor lief. Alles voor de sereniteit.

Of alles voor de memoires ? In elk geval die van de brandweercommandant, die ooit via mijn keukenraam binnenstapte, stellende dat ik bijzonder proefpersoon was in een grootscheepse  – aangekondigde – evacuatie.

Justement, ja, diegene die straal aan mijn aandacht ontsnapt was. Oepssss…

Dit geheugenflardje en het beteuterd gezicht van Librum blussen mijn ergernisje.

Toeschietelijker nu, zeg ik : Ja luister, kweetni, maar dit weet ik wel : ’s nachts iets weten betekent vaak ook het snel willen vergeten.

Librum bekijkt me langdurig, met het hoofd schuin. Haar repliek : ” Bedankt voor deze wijze les ! “

Wat nou, les ? Blue bayou of niet , ik ben nog steeds clueless waarom dan wel. Grmbll…

Dekselse blue lights by night ook …!

________________________________________________________

* : pneu(mothorax) : klaplong