Tagarchief: Jose Feliciano

De hemelsluisdeur is kapot

denk ik. Het lek dichten gaat nog niet zo makkelijk.

Het bewijs daarvan is de miezerregen die – na heel even droog te zijn geweest – gezapig wordt. Gezapigheid, daar houdt de bende van Zeus niet van. 

Dus komt de plensbui ten tonele. Die zich uiteindelijk tranformeert in een stortbui, waarbij het water met bakken uit de lucht valt, en iedereen (lees : ik) er komt uit te zien alsof ie met kleren en al in een zwembad is gevallen … dagenlang.

Of zou er wat mis zijn met mijn mythologische connectie ?

Naar mijn idee hebben de weergoden een raar beeld  van een voorkeursbehandeling …

Hoe dan ook, het was weer prijs. Ik heb wat met water. Teveel, of te weinig.

Nog even, en ik ga echt geloven dat Cupido er voor gezorgd heeft dat één of andere weergod “the hots” voor mij heeft.

Nou, laat ik je dit vertellen. Het wordt niks. Wie zit er nou te wachten op die plenzende stortbuien – waarbij het blaasjes regent – die je er doen uitzien als een verzopen waterkieken ? Ik alvast niet.

Maar miljoenen mensen in Afrika dan weer wél. Die zouden er een moord voor doen. Wat zeg ik, ze doen het. Bij gebrek aan dit vloeibare goud. En anders doet de honger het wel in hun plaats.

Hier zou hemelwater niet alleen liefde maar ook leven brengen.

Geen te weinig zonder een teveel. Denk hierbij aan tsunami’s, of aan beginnende overstromingen. Hier zou het dichtdraaien van de hemelkraan het begin van drooglegging kunnen zijn. Van de tranen van miserie in ieder geval.

Ik moet bekennen, water laat me niet onberoerd.

Heb ik te weinig, dan ben ik chagrijnig. Heb ik teveel, dan ben ik een bibberend verzopen waterkieken, dat foetert. 

Als de (matige) regen zorgt voor extra zuurstof in de lucht,  haal ik  – letterlijk – opgelucht adem. Ook met de regen als tranenmasker ben ik blij.

Maar soms, – als ik er niet door hoef –  heeft de regen ook iets geruststellends.

Vanuit een warm bed, heeft dat getik tegen het raam iets vertrouwds. Iets troostrijks. Iets bekends. Een zekerheid. Iets dat er altijd was. Op steeds dezelfde manier. 

Vanuit een warm bed lijkt de regen een wiegelied. Op weg naar een – zorgeloos ? – land der dromen …

Zoals Jose Feliciano me opdraagt, luister ik er naar. Bij elke druppel die naar beneden valt, stel ik me voor dat het mijn verdriet is. Verdriet dat valt, verdampt, oplost, wég is.

Een tranenzee, zonder dat verdoofde en afgematte gevoel achteraf.

Ballast die verdwijnt, omdat ze wordt opgenomen in een veel groter geheel.

De zachte kant van water … Nostalgie.