Tagarchief: kroostwens

Vamos the children !

Met het geklingel van de (ouderwetsche) schoolbel nog in de oren, is de timing perfect om ’t over kindervreugd te hebben.

Of juister : mijn gebrek eraan. Red flag voor wie aan baby-talk wil ontsnappen.

Voor één keertje laat ik de universaliteit dezes blog es doorslaan naar het ultra-persoonlijke en deel ik ’n diep zielenroersel. Ander geluid op Ariadnesdraad, I know. Maar jullie weten ’t inmiddels wel, beste lezers, die celletjes van me zijn niet voor één gat  te vangen.

Vier jaar bloggen heeft ontegensprekelijk impact. Qua schrijven, maar eveneens als het op anderen-lezen aankomt. Zo leest Ariadnesdraad, na aarzeling, nu menig Mamablog.

Ze raken me allemaal – ik kan echt zot content zijn, als ik de jol van de mama doorheen m’n scherm kan voelen. Maar soms is dat niet. En dan is het hier van  ‘mijn oogskens wenen’.

Een heel scala aan gevoelens blijf ik hebben, bij ‘kinderwens die niet vervuld kon’. Dit stuk is er ééntje voor al die keren dat ik zo onmetelijk veel voelde, doch er het zwijgen maar toe deed. Want die – gedwongen – zijlijn is een slechte commentaarpositie, in this matter.

Daarnaast is dit stuk voor de febel klinkende stem van àlle mams-in-hart-en-hoofd, die opgescheept zitten met een onwillig lijf en ’n bijzonder manco.

Met ’n gestoorde motoriek wéét je : motherhood is géén evidentie. Niettemin viel het verdict, dat ik ’n lijf had dat prima zwanger kon worden, maar onmogelijk veilig zwanger kon blijven, me vies. De verhoogde spierspanning zou mijn organen dusdanig onder druk zetten, dat het ‘danger for life’ zou gaan betekenen, voor zowel mij als de baby.

‘Afgekeurd en verticaal geklasseerd,’ was daarop de insteek van de arts, die me droogweg “Beginnen we niet aan, zenne !” meldde. Slik. Mijn oogskens weenden. Niet alleen vanwege de uitslag, maar vooral omdat ik me nevernooit méér miskend heb geweten. Als vrouw, als mens.

Ok, je verwacht niet dat de dokter met je meehuilt. Maar deze tact-van-een-trekpaard doet ook niks voor je. Neeje, een receptje voor mijn als glas gebroken hart had ie niet even .

Dat m’n corpus het moment gekomen vond, me met een graaf lekkende waterleiding op te zadelen, hielp evenmin. Niet alleen mijn babydromen verdampten, maar daarbij nog de fysieke paraatheid. Net voor mijn oogskens door ’t wenen helemaal droogstonden, trof ik een specialist die z’n schouders onder mijn misericordia zette.

Het is redelijk goed gekomen, al kostte ’t een oceaan tranen. En hartepijn. Pijn om wat niet was, niet is, en niet zal zijn. Want zo’n onvrijwillige zijlijn, omtrent bundeltjes, dat is iets dat je leven(slang) bepaalt.

Die zijlijn, die onderstreepte zichzelf nog regelmatig, vetjes. Want rond mij ontstonden héélder crèches, de ooievaar kreeg ’t niet aangevlogen. En ik, ik stond erbij en keek er naar. Verloren. Mijn oogskens weenden – als je niet keek.

Niemand wist wat zeggen, dus gold dan maar de ‘passeerslag’. Zover ging ’t drossen, dat mij ooit een geboortelijst werd gestuurd met ’n grandioos rood kruis achter het gewenste. Vertel zo es koudweg dat je zwanger bent, zeg … !

Krak-krak. Imiddels was mijn hart een collectie glasscherfjes geworden.

Geen literaire overdrijving, als ik zeg dat ik een moord had begaan, voor iemand die was gaan zitten, om ‘ns écht aan mij te vragen hoe het voor mij voelde, allemaal. En daarna genoeg geduld had voor het zakdoekgerichte antwoord, uiteraard.

Ouch, ouch en ouch.

Gelukkig voor mij vond Life dat ook, en begon ’t daarom m’n pijn wat te eroderen. De Ooievaarsvluchten verlegden zich, en op mijn pad doken gekwelde zielen op, met ’t zelfde probleem. Gedeelde smart is halve smart, tenslotte.

Bovendien : er bleken best miniatuurtjes te zijn die het goddelijk vonden door ondergetekende geknuffeld te worden. En ouders die me zeiden dat ik mum-material was, die bestonden ook ! Hà !

Ik voel(de) weer wat lijm zitten, tussen mijn glasscherfjes. Ook al omdat mijn karkas weer wat opknapte. Wel zo fijn na al die polonaises aan m’n lijf…

Ja, mijn oogskens wenen veul minder.

Ik kan nu met genegenheid denken aan de baby-die-niet-kwam, want dat klein spookske heeft wél gevaarlijke health-issues bloot gelegd. Dankzij groeit er nu geen gras op m’n buik, wegens ’n gruwelijk misgegane kroostwens. Dat bloedje dat het zonder mij zou moeten stellen, is dankzij ook zonder beperkingen.

Natuurlijk gaat Moeilijk ook, maar vanzelf vind ik in deze toch best … Het verdriet is nimmer weg, maar minder. Ik word weer blij van kids.

Maar mijn oogskens wenen nog geregeld, als ik lees dat er na de sprong weinig jubel is. Dat er zo weinig fiducie is in zichzelve, dat de sjeu dat je recht van lijf en leden bent en een zwangerschap überhaupt kan, compleet de mist ingaat.

Zo in-en-in spijtig. Uit de grond van mijn hart gun ik ieder zwangerschapsjool. Want dat is een goed fundament voor wat er op volgt, denk ik zo. Vamos the children, I dare say…