Tagarchief: Laïs

Over een bakske vol met stro

Het einde der tijden beleefden we niet, maar de Eindejaarstijd wordt met de minuut meer en meer een feit.  We naderen het gaatje van 2012 …

De cocooning-spirit van Kerst ligt al weer achter ons, het keukenslagveld is geruimd.  Het bruisende, spetterende van een nieuw jaar gaat alras met de belangstelling lopen.

Maar gelukkig is het sprookje nog niet helemaal voorbij. De lichtjes zijn er nog, en dus is een kerstige hymne nog net geen faux pas.

Dus rappekes, omdat het kan, nog even deze klassieker. Voor de fans.

Als klein meisje was ik er dol op. Wat zeg ik, ik heb het GRIJS gedraaid. Tot – toegegeven  – begrijpelijke wanhoop van mijn huisgenoten.

Jaren later nog tovert Urbanus hiermee een lach op mijn gezicht, en activeert Bakske Vol Met Stro steevast mijn duim om de plus-kant van mijn volumeknopje in te drukken.

Een veelvoud van vier zijnde, ben ik effenaf blij dat ik nog geen zak cement kado heb gekregen. Dank je feestelijk, zélfs niet “met ne grote roze strik”.

Maar de mini-versie van het kerstekind dat zichzélf fluks pampert, alvorens in z’n sportwagen te kruipen, dàt wil ik voor al het goud ter wereld (de wierook en de mirre neem ik op de koop toe) niet missen.

Fenomenaal geestige gedachtenkronkels zijn het. Je moet er maar opkomen.

Hoe dat dan gaat, licht de maker van hét Bakske zelf toe in onderstaand clipje.

Een leuke onderschrijving van Urbain’s eigen stelling dat je “om onnozel te kunnen doen nogal wat intellectuele bagage moet hebben”. 

Naast  the full original heb je inmiddels ook de female version, te vinden op de hommage CD Urbanus Vobiscum. Het blijft beeeldend, zelfs met een snuifje folk !

Enjoy !

Zo, beste lezer, mijn bijdrage om je opgewekt De Wissel te laten beleven is hierbij geleverd.

Rest me nog je een Toet-goed 2013 toe te wensen. Dat het aankomende jaar even zacht, knuffelig en troostrijk mag zijn als mijn eigenste Roodneusje !

Roept al uw pottekes en pannekes bijeen

*zangmodus aan*  “Vrienden, ’t is tijd om uw pakske te maken, roept al uw pottekes en pannekes bijeen ….” *zangmodus uit*  

Daar ben ik nu – onder andere – mee in de weer.

Hoewel de zon de wereld vandaag niet mooi heeft gemaakt,  is ze wel opgekomen en draait alles vrolijk (?) door. Tja, het telraampje van de Maya’s begaf het.

Daarom is het toch tijd voor Kerst. 

Dus heb ik nu een zacht lichtgevende versie van hét boompje, een lekker warm dekentje (of eigenlijk vijf), bijna een pakje dat ik nu eens echt zou willen krijgen en rolt – last but not least – Urbanus met mijn lijflied uit de boxen.

Idyllisch, niet ?

Pertinent weiger ik te denken dat het niet werken van de lichtjes in de boom door een wel erg slecht getimede kortsluiting en daarna het wel erg kort uitgevallen lichtsnoertje ter vervanging, te maken hebben met de roep dat de wereld vergaat.

Ook het hartinfarct dat ik haast kreeg, toen ik mijn bestelling wilde doorgeven aan een next to not Nederlands sprekende – een andere lingua trouwens ook niet – Chinees, is pure coïncidentie.

Het gelijktijdig gebeuren van onwil is het. Van Chinaman omdat hij een bestelling refuseert. Niks aan te doen, ik spreek geen Mandarijns.

Van mijn kant omdat ik het vertik op de vooravond van Kerstmis een lichtsnoer van zeker 120 lichtjes te doorploegen terwijl ik slechts een handjevol reserves  heb.

De boom helemaal weer af- en terug optuigen wordt ‘m ook niet.  Want : eer ik heb uitgeknobbeld hoe je een standaard vastgemaakte lichtdraad losmaakt is alle kerstversiering er aan en is het kerst in een volgende editie. Te kort dag.

Maar rampspoed? Watzegjemenou ?!  De grote wereldbol is een eigenzinnig ding dat maar vliegt en vliegt, zonder te verdwalen. Sterk. En draaien ook nog, zonder motor of pedalen. 

Een wonder dat van alles kan, behalve zomaar eventjes verdwijnen op een moment dat door mensjes is opgelegd.

Vergaan is dus nooit ook maar één moment serieus bij me opgekomen. En toch kon je er niet rond in medialand.

Eergister toch even gegrinnikt, toen de nieuwslezer, Jan Becaus – conform zijn (scherm)aard – doodernstig zei : “U hebt ongetwijfeld al gemerkt dat de wereld niet is vergaan, maar we gaan het er toch nog even over hebben …”

Ik snap er niet veel van. Dat zoiets zoveel attentie krijgt. Maar nog minder hoe je er als nieuwslezer in lukt een pokerface op te zetten bij zulk een item. Pluim ! Want de werkelijkheid tart soms de verbeelding … Enfin, die van mij dan toch.

Te weten dat de voorbereidingen van enkele adepten dit lied nog overtreft ! Tss…

Als ze al die energie nou ‘ns staken in het wegwerken van narigheden, dan zou niet de wereld, maar veel leed vergaan!  Het bezongen doemscenario zegt me niks, al zijn sommige suggesties best lekker …

Ik hoop, lieve lezer, dat jouw persoonlijke wereld niet is vergaan, hiermee bezig is – of alsnog – op dit onzalige idee zal komen.

Fijne dagen toegewenst … Met veel lichtjes. In en rond jezelf !

Twee emmertjes water halen …

Onder het motto gedeelde smart is halve smart, deelde ik mijn infrastructuurwerkfrustraties al met jullie, beste lezers.

De hartverwarmende reacties drongen de smart eventjes naar de achtergrond.

Danique verwoordde heel precies wat ik over al dat gewroet en geboor denk : ik kan er totaal niet mee overweg als de weg weg is.

Nu vind ik totaal al behoorlijk veel.  Geen idee wat het taalkundige superlatief daarvan is.

Maar het praktische superlatief, dat ken ik wel.

Dat is, als niet alleen de weg weg is, maar ook nog de waterleiding én de verwarming. In één klap. Niet voor eventjes, maar voor uuuuren.

Tja, wat doe je dan ? Juist. Je schakelt over naar plan B.

Ten huize Ariadnesdraad ziet dat er zo uit :

Stap 1 : Je spreekt met God. Nee. geen lief, opbouwend, de ander in zijn waarde latend communicatief pareltje. Absoluut niet. Eerder een woordenstroom die in strips wordt uitgebeeld door een donkere wolk met bliksemflits erdoor heen. Met zaagtandjes en iets als dit  erin : pddritjimbmùgoiugUHujdg hhhhhhhreufyeyeyeyeyeyryfgygeèyf !!!!!!!!!!!!!!!!

Woede verspilde energie, zei je ? Niks hoor. Je krijgt het er warm van.

Stap 2 is dat je die warmte gaat consolideren, door je aan te kleden alsof je op (gedwongen) expeditie naar de Noordpool gaat. Niet echt handig, maar ikbevriesproof.

Terwijl ik me door deze fase wring, zie ik kans om enkele diepe dingen over mezelf te ontdekken.

Ik heb een godsgruwelijke hekel aan infrastructuurwerken die mijn plannen doorkruisen (lees : onmogelijk maken), aan de weg die weg is, aan expedities en alle rompslomp die daar bij komt kijken.

Wat een geluk dat die voorspelde horrorwinter nog even de weg naar Belgenland kwijt is en de temperatuur voor december zacht is te noemen.

Na dit moment van beschouwing word ik weer de kouwe drogekeelwerkelijkheid ingekatapulteerd.

Even een bakje troost, zegt de koffiefan in mij. Het strakplanbericht dat mijn little grey cells doorseinen wordt ruw verstoord door een serie !!!!!!!!!!!! en de koffie zal voor een andere keer zijn. Je weet wel, de keer dat er water door mijn kraan loopt.

Bij stap 3 overweeg je je opties. Dit zijn ze.

Ik drink geen koffie. Ik schrijf de uitvinding ‘droogwater’ op mijn naam. Ik vertrek op wereldreis zoals Zapnimf me aanraadde. Ik zoek een kraan met schoon water, zo dicht mogelijk bij huis en sla een voorraad in van dit vloeibare goud.

Stap 4 behelst het verwerpen van de drie eerstgenoemde opties.

Respectievelijk omdat het slecht is voor mijn hum, ik het er koud van krijg, ik de puf mis voor geniale invallen en tenslotte omdat ik niet van reizen hou. En er voor inpakken kan ik ook al niet, want ik heb alles al aan ….

Tenslotte brengt de zoektocht naar water me bij een barmhartige Samaritaan,  die mijn flessen, emmers en alles waar verder maar water in kan voor me opvult …

Hiermee bezig duikt ” Twee Emmertjes” in mijn hoofd op !

Ook nu, want ik heb nog steeds een voorraadje. Ieder wil weten wat ik er mee ga doen. 

Gebruiken natuurlijk, en ondertussen vrolijk neuriën van …

“Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen, de jongens op hun houten been, de meisjes op de klompen, ….”