Tagarchief: little grey cells

Onverwacht rood

Ik heb écht een talent, beste lezers. Bezoek-flexibel wezen. Geweldig, zou je denken ? Alleen, ik weet ’t nog niet zo. Want, ik beheers nog ’n andere onnavolgbare kunst : uitgerekend dàn temidden iets zitten – niet bezoek-proof, uiteraard.

Met stip op één : de sanitaire stop. Grmbll. Tegen de tijd dat ik alles weer enigszins convenabel heb aangehesen, doe ik het spook van de opera open. Pfffffffffffffttt … in rook opgegaan, die beller. Ach nou ja. Zalig de onwetenden dan maar : zij kennen mijn slakkenvaart immers niet.

Heul anders ligt de zaak, als de andere kant van de deur wél met mijn tempo bekend is, maar het desondanks leukkk vindt, me op te jutten – via het haast door de muur douwen van de deurbel. Godjimmenasssssssssssssssssss !

Echtigentechtig, dan is mijn gastvrouwglimlach elastiekjes-gymnastiek …

Maar goed. Is die horde genomen, dan moet ik nog slechts zien klaar te spelen, elegant te blijven lachen. Onder gelijk welke omstandigheid. Eitje, natuurlijk. Of zou dat gevoel op een ei te zitten, iets te maken hebben, met mijn inderhaast aangesjorde spijkerbroek, misschien ?

Verder maar heulemaal vergeten : m’n tenue. Dat past standaard bij de garderobe van de visite, als ’n vlag op een modderschuit. Ah ja, poetsbestendig versus paasbest.

Bovenstaande situatieschets valt positief te vertalen als ’n uitmuntende training van de lachspieren.

Gezond is goed, en lachen zeker. De rest van het plaatje onthou ik jullie daarom niet, beste lezers. Kwestie van nog even op het pad van de lach te blijven.

Komt-ie.

Aanrecht vol afwas : check. Grumbeldemumbelfrusssssssssssssssstraaaaaaaaaaaaaatie omtrent open keukens. Afwas in progress : check

Ook check voor de open provisie met alom lichten aan, en deksels in het rond.

Vink ook maar an : alle verzorgingsspul – ik kan nog wat oorlogjes vooruit – op tafel uitgestald, met de lege opbergdoos als extra decorum erbij. Tsjaaaaaaaaa, daar sta je dan met je organisatietalent.

Een aangevinkte vogel, die gevangen zit in ’t beeld dat niet klopt. Door de visite als volgt gevat : “Bij ons staat er toch wel minder”. Welja.

Dislike aan interieurkeuring door onverwachte visite. Elastiekjes van m’n goeie hum, zijn jullie thuis ?

Dat ik pas ’n half uurtje van ‘genre uitstalraam’ ben, omwille van een inventariserende foto, is een argument dat staat. Nogal wiebelig, evenwel, dus slik ik ’t maar in.

Mijn celletjes echter, zouden de mijne niet (meer) wezen, als ze niet broedden op de démarche. Neuh, geen pinnige repliek. Wél een vriendelijk gelachen : “Ik ben niet zo van het minimalistische. Als ik klinisch kaal wil, ga ik wel even langs het ziekenhuis, ‘k heb daar toch al een abbo.” Roos !

En dat, die roos, is precies wat ik van mijn wijkwonertje kreeg, op deze eerste mei.

Aww, te lief, dit !

Boos mét roos, dat lukt (me) toch écht niet : veuls te leuk, hihi.

Traditie-tje in wording. Want vorig jaar deed ze dit ook, herinner ik me nu.

En toen danste het huis net zo hard als tijdens deze editie roosjesgeven. Ach wat. OOK traditie.

Daarbij : altijd handig om te weten wat je wacht … !

Slurfje water, iemand ? (Swoon 56)

Vandaag ’n re-post in waterlijn, wegens even bijkomen, na m’n kunstmatig slaapje.

Een herwerking van ‘De olifant, de slurf en de flexibel’. Anders gezegd : de link tussen ‘your a woman, I’m a man’ en diameters …. heeeeeeeeeeeeeuuuuuuuuul veeeeeeeeeeeeeeeeeel diameters.

Het verlengstuk waarmee je groenten schoon krijgt, en je gootsteen proper – de kraan-slurf – is op zekere morgen stuk. Daar moet wat mee, want dit attribuut en ik, we zijn erg op elkaar gesteld. Slurfloos is mijn keukeninterieur bovendien kaaltjes.

Nu moet je weten : ik heb niks met techniek. Dingen moeten werken. Punt. Het waarom en hoe, dat is me raadsel. Knap vervelend, af en toe.

Technisch vocabularium versus de rest van m’n woordenschat, dat is zoiets als de ontwikkelingslanden, ten op zichte van de Westerse Wereld.

Hoewel de associatie slurf-flexibel-olifant stààt, betwijfel ik toch de literaire kunde van Mister Plummer.

De grey ones laten daarom het veelbelovende luikje ‘logisch nadenken’ openklappen…

Stap 1 : Probleem ? De ‘slurf’ van mijn keukenkraan is kapot.

Stap 2 : Hoe heet zoiets in technische termen ? Brein doet niets dan  ??????????  doorsturen. Subiet gevolgd door de bedenking, dat ik tegen de loodgieter moeilijk over ‘mijne slurf’ kan beginnen.

Enfin, ik kan dat wel, maar niet als de voorwaarden ‘niet gigantisch uitgelachen worden’ en ‘ondubbelzinnigheid’ in één moeite door ook nog vervuld moeten. Slurven zijn beeldende dingen. ‘k Durf ‘r geen eed op doen dat Mr Plummer alléén maar aan olifanten denkt.

Stap 3 : Wie is technisch, niet dubbelzinnig, en ligt niet in een deuk. Ha. Mijn brein doet weer gezellig mee en stuurt fluks het woord ‘vadermans’ door.

Eureka.

stap 4 : Hulplijn bellen. Hulplijn Vadermans is eerst stil, en zegt dan bloedserieus, als gold het wereldvrede : ” Uwe flexibel is kapot. Zeg de loodgieter maar ….”

Dit citaat pen ik op. Hulplijn is niet verbaasd. Heeft tonnen ervaring, met (vrouwelijk) gebrek aan technisch vernuft. Blijft er stoïcijns kalm onder.

In de loop der jaren heeft-ie geleerd, dat het ab-so-luut not done is, lachen met ‘geen flexibel kennen’.

Zo. Nu kan ik aan de slag. Gewapend met de juiste vakterm.

Stap 5 : Ik bel Mr Plummer. Die is verbaasd dat ik zo exact kan uitleggen wat het probleem is.

Dat probleem is lekker vlug de wereld uit, denk je dan. Nope. 2 weken en 3 flexibels heeft het geduurd. Want bij de leerling-loodgieter heet dat gat in zijn vocabularium niet flexibel, maar diens diameter.

Wat is nou erger? Niet weten wat een flexibel is of als Mr Plummer niet de juiste diameter kunnen kiezen ?

Het Swoontje huist deze week onder een vetrood cursiefje, beste lezers. Bert en Ernie zijn  (onweerstaanbaar) toemaatje !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Maravilhoso ! (Swoon 49)

De eerste swoon van 2017 alweer ! Een redactioneeltje ook nog.

Intenties

Maar, aangevuurd door de wondermooie commentaartjes, zal deze eerste zeker en vast niet de laatste wezen ! Ik heb errugg genoten van de reply op m’n Soft Sides in Superswoon-editie, dus neem ik hierbij de draad even enthousiast als eigenzinnig weer op. Schijnbaar m’n handelsmerk, en de grey ones werden/worden er veels te blij van. Voor grijze gannefjes – met de pet opzij  – doe ik wat, beste lezers.

Ze hebben niet de klagen, die cerebellumjes, en Ariadnesdraad evenmin !

Cijfertjes

Elke maand van 2016 raakte in het archief. Wat zeg ik, élke week :#droomdiewaarwordt. Goed voor + 50 postjes en dik 5000 views. Like(d)… A lot kennelijk, want de like-button werd smooth and swiftly aangeslagen.

In 2015 was de ratio columns/views nog 30/3000 – ter vergelijk. Met dank aan de Zwijmelclub, waar ik me als een vis in het water voel, stel ik vast dat afgelopen blogjaar een stuk lees-en schrijfgerichter is uitgedraaid.

Hoera ende joepie ! Niet alleen voor fijne lezers en #goudenreageerders, maar ook voor het inzicht, de humor, de kadrering en het afvlakken van menig scherp kantje die ’t mijzelf bracht.

Doel

Het doel voor 2017 : het stukjes totaal van Ariadnesdraad richting de 350 manoevreren – en vooral de tel niet kwijtspelen …

Mét esprit, een stevige snuif (zelf)spot en ‘er bovenstaand’, zodat jullie, beste lezers, een overview krijgen van de capriolen, waarop de wereld en niet in het minst m’n little grey cells zullen gaan broeden … De #SG17, Spreekwoorden en Gezegden van Carel, om maar iets te noemen.

Dat we er maar es goed om mogen gibberen ! Smering van ’t kraakbeen der pijne harten, immers.

Voor nu doe ik ’t nog maar efkes met glucosamine, lenige hersentjes en de uitslaande beentjes van dit danspaar, dat een heel eigen paso – of is het ’n seguidilla ? – ten beste geeft. Ma-ra-vil-ho-so, die souplesse. Ik kan niet anders dan Arturo Artus * bijvallen die stelt  : “… ich wollte, ich könnte es nur annahërnd so.” Einde citaat.

Vavavoem

Het blogjaar is geopend, beste lezers : met bling bling en vavavoem !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

—————————-

*: Artus : één van de commenters op dit clipje.

Tranen, lachorkanen en … bananen (Swoon 38)

Vandaag zilte gedachten, van beelden gezien door een waterige lens.

“Schrijf ! schrij – ijffffffffffff !” gillen de grey ones. “Reageeeeeeeeeeer”, is weer een andere sectie boos. De house hold-divisie vindt mijn management maar frut. M’n cerebellumpjes voeren druk dialoog.

Goed nieuws : ik win letter voor letter veld, op mijn te-doen lijst. De inner Mrs. Doubtfire zingt dan ook “I’m coming dear(s) !”.

Hoe ik zo op vuur kom, beste lezers ? Ergens Nieuwjaar 2016 had ik een geklemde nekzenuw, met stralingspijn in het gezicht langs links. ’t Voelde als vuurtje stook, waarop mijn oog vol inzette op bluswerken. Hm. Not very charming, en in duidelijke tegenspraak met dat gezond jaar dat je ieder wenst.

Met de jaarwissel alweer kortbij, vond rechts nu, dat ’t hààr beurt was. Deze week stak m’n pioenroosrode hoofd dus boven ’n berrugg witte tissuetjes uit. Mijn hum was communicerend vat met koorts : kelderde het één, dan klom het ander.

Wat gedaan ?

Niet over je klavier zweven, zoals gepland, maar in de weer wezen met coldpacks.

Als je oog na veel vijven en zessen weer enigszins meedoet, kijk je actua-tv. Belgenlandse begrotingsbesprekingen. De analyse van saaie kout zou kloppen, als die begrotingsverklaring er maar kwàm.

In plaats daarvan vaudeville, bananenrepubliek-waardig. In, zo ongeveer, 14-daagse bedrijven.

Die bananen uit de titel, ze doen nog best veel goeds voor deze kromme klap.

Want, in die tijdspanne kunnen wij Belgenlanders wat ontdekken, zeg. Alleen niet Atlantis – ideaal om het geldtechnisch gat dicht te rijden.

Dat we straffe jongens zijn, dat willen we wee-ee-ten. Of schrijven. Kom maar op met die lachorkanen, want uitgeschreven is het des te hilarischer – als ’t tenminste niet zo herculisch was …

Wij, Belgenlanders, komen d’r in ene achter, dat ons begrotingstekort klein dubbel is van wat eerst was begroot. Onversaagd als we zijn, oogbogen we bij onze  discalculische becijferingsminister, en stropen de mouwen flink op. ’t Valt tenslotte maar een kleine helft tegen.

Het leeuwendeel daarvan halen we op departement Volksgezondheid, al zijn dan haar zakken dichtgenaaid. Bahbah … bananen, zegt deze bezitter van een gammel karkas.

Dat ‘booming Block’ Maggie een krak is, geloof ik prompt. Dat ziekenhuizen het aan hen gepresenteerde kostenplaatje niet  doorrekenen, voor geen meter. Bananen dus.

Goed dat we nog geen eerste minister hebben, die “kopke krabben” zegt, anders zat het etiket Bananenrepliek gebeiteld. Wél ter beschikking : een Vlaamsche Leeuw zingende begrotingsminister, met een kapot telraampje, die “J’en ai marre” zegt.

Aan kolder geen gebrek. Enneuh, daar je kan nooit genoeg van hebben toch ?

Nauwelijks heb ik de frons  van mijn facie, of een zondagse (!) parlementszitting tromroffelt  ‘dat de begroting rond’ is. Een dik miljoen is nog gaan dansen, maar begrotingsevenwicht in 2018 blijft. Want ach, dat is tegen dan wel weer terug van het bal – met pijne voetjes neergezegen zekerst.

En dat we straffe jongens zijn, dat … past soms als een vlag op ’n modderschuit. Eéntje die bananen overvaart.

Tja, als je ’t in een apenlandje over politici hebt die ’t bruin bakken, dan kom je dus bij bananen(lied) uit. (tekstlink)

’t Komt heus goed, want origineel zonnig geel, en geroosterd hapt ’t lekker weg.

Happy eating, beste lezers !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Kantuit ! (Swoon 32)

Nu het schooljaar weer uit de startblokken is, is boterhamdoos weer koning. Of eigenlijk meer, het gezeul ermee. Ik zeg bewust niet lunchbox, want toen ik voor de onmogelijke opdracht stond mijn kantuit * in mijn boekentas te proppen, was dat woord nog niet hip.

Het was toen nog gewoon brooddoos – met alufolietje en servet – en als finishing touch breed postelastiek. Katapultsterk en donkerbruin. Zie ’t vóór, je beste lezers.

Van verhuisladingen aparte doosjes voor de zogenaamd verantwoorde snel-klaar middagbik was geen sprake.

Ik vond dagelijks mijn thermosfles heel thuiskrijgen al ’n heksentoer, namelijk. Hoewel ik doorgedreven trainde in rechtop blijven, ging ik, met dank aan mijn verstoorde motoriek, toch nog vaker horizontaal dan me lief was. Of elke andere richting, die maar enigszins evenwijdig met jezelf is. Alle hoeken die aan een valperspectief vastzitten heb ik gezien, en ’n heus sterrenstelsel ook.

Vallen hoorde erbij, beste lezers. Zozeer, dat de thuiskreet werd : “Je kan niet schudden wat je niet hebt !”. Je moet tenslotte wat, als je iemand dient op te monteren bij d’r twaalf-en-dertigste hersenschudding.

It worked like a charm, want de grey ones doen het aardig, al missen ze dan elk gevoel voor richting.

Nooit oorlog zonder wapens leerde ik op school (cfr. de kompaslezing N-O-Z-W in wijzerzin). Nou, wie met mij ten oorlog trekt, kan erop vertrouwen dat ie nooit (tijdig) ’n slagveld ziet … Al kan het zo maar zijn, dat ik oorlogsgevoelens oproep, door mijn onbestaand oriëntatievermogen. Mea Culpa, zekers.

Was ik dan van oorlog uitgesloten, ik nam natuurlijk wel foerage mee, en mijn moeder deed haar best om alvast dàt niet in een gevechtslinie te laten omslaan. Dus vaak voorgesneden. Nee, niet in ‘juliennekes’, wél in puzzelstukjes.

Zonder de obligate uiteenlopende textuurtjes van tegenwoordig, maar wél met de broodsoort die ik prefereerde : wit. Belegd met eps (hesp), rookkaas, boelie – vond ik zaaaaaaaaaaaaalig, al heb ik vandaag geen precies idee meer van wat ‘t was – en vast nog wel wat ander vleeswaar dat toenmalig door mij gesmaakt werd.

En natuurlijk, het beentje witte chocolade, dat er vaak in terecht kwam, als iemand anders dan moeders ’t bikkesement prepte.

Ik ben er gezond groot op gegroeid. De volle 152 cm mijner lengte…

Zonder nachtmerries. Die hield ik over aan  ’t overblijflokaal, dat bij onze middagpauzes hoorde. Naargeestig geval, dat ook nog als sportzaal dienstdeed. Bemeubeld met aftandse tafels en houten spijlbanken op stalen poten. Hier en daar ook nog wat gammele houten stoelen, die prima bij een dito motoriek pasten.

Daarop vond je me vanzelfsprekend niet terug. Neeje, want ik was heel goed in mijn gebrek aan evenwicht vergeten in het vuur van de actie. En vallen, ach, ’t hoort erbij toch ?

Dus die middag was ’t prijs. Dwars doorheen het snerpende  “…. en we zijn allemaal stil tijdens eten ! ” van de juf en de tig etensgeuren van ouders die wél hun heule koelkast naar school meegaven, klonk de zwooooooooooooinnngg – en daarna de zinderende metaalslag.

Ondergetekende was nogal wiebelig op de spijlbank neergeploft, terwijl ’t andere uiteinde geen tegenwicht gaf. Ergo : zo’n twintig man sterk ging in lijn tegen de vlakte.

De daarop volgende tijd zat ik op kooltjes in die refter, wegens aller ogen, die uiterst synchroon, mijn richting uitpriemden….

Neuh, dan deze office break ! Veel lekkerdere koek. Gekozen omwille van de setting (die de sound te boven gaat) …

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


kantuit* : dit woord zou onlosmakelijk verbonden zijn met de vroegere seizoens- dan wel landarbeiders die hun kostje op een kantje van het land uithaalden en verorberden. Langs de kant uit eten/opdrinken werd kortweg kantuit, en is nog altijd gelinkt aan een snel eetbare maaltijd.

Pon de replay : Tulpen uit Amsterdam (Swoon 31)

Daar ben ik dan weer, beste lezers !

The heat is on, zegt een zeker lied, waarop m’n blogzin fluks de off-switch indrukte. WordPress deed ook nog even moeilijk, door van reageren een crime te maken. Mogelijks woon(de) ik bij menigeen in de spam-bak – in veelvoud ook nog. Zo ja, excuus. Zo nee, ik kom er aan, want ook met lezen vlotte het even niet. Ik kom er aan, met terugwerkende en vooral lezende kracht, want de temperatuur is gezakt en de zin weer terug.

Voor vandaagse zwijmel even een pon de replay met Tulpen uit Amsterdam. Dit stukje mét liedlink verscheen in ’n iets andere versie eerder op Ariadnesdraad.

Het voert terug naar mijn studententijd …

De tijd waarin de zomers nog langer duurden dan de spreekwoordelijke vijf minuten, ze ook bloedheet konden zijn, en als klap op de vuurpijl nog ’n heel eind vóór de vakantie begonnen.

In dat tijdvak zwoegde en zweette ik.  Neem dat laatste maar letterlijk, want in het studentenhuis waar ik resideerde, waande je je in de tropen. In juni.

Om niet helemaal weg te smelten, sprak ik met mijn overbuur af, die wél een schaduwrijk stekje had, dat ik tijdens de blokperiode haar paleisje – toch al een volle m² groot – de status ‘bewoond’ mocht verlenen. Overdag dan toch.

Studiegenoot had d’r bed al naar de thuisbasis meegenomen, dus ging ik na een dagje lichtjes bakken, in mijn eigenste little castle nog wat braden bij nachte.

Van slapen was geen sprake. Hoogstens kon je je hoofd een paar uur op non-actief zetten.  Maar zelfs deze missie kon enkel slagen mits ijsgekoelde waterflessen.

Na de line-up voor de diepvries trok ik met verhitte tegenzin richting beddenbak.

Rits ! Daar bewoog mijn rolgordijn!

“Goh, dat krijg je nou, als je zo lang studeert dat je little grey cells soep zijn geworden” dacht ik nog laconiek, terwijl ik neerplofte.

Grits! Daar had je het weer … ?!

Oventemperaturen én disturbing noises, dat gaat waarlijk niet samen.

Mijn huiszoeking levert niets op. Net als ik me begin af te vragen of ik niet droom, rinkelt de foon. Ha. Mijn persoonlijke klaagmuur meldt zich.

Ik reik naar de hoorn van mijn lange-afstandslijn als ik de laaaaaaaange staart zie. Het verlengstuk ervan zit bovenop mijn foon. Zijn eigen, bruine, rattige zelf te wezen. Groen strikje om de nek. Signed : Ramses. Whaaaaa !!!!

Neem het van me aan : een op slot zittende deur opengooien met de daver op het lijf is géén sinecure.

Hoe het verder ging ? Door mijn krés*  kwam het hele gebouw in stelling. Zegge en schrijve 300 kamers op 5 verdiepingen.

Dat ik dit durf te schrijven zonder door de grond te zinken komt doordat niet minder dan 8 dames zowat een attaque kregen …

Yepyep. De Ramses-route reikte 12 kamers  ver.

De keuken werd crisisopvang, de rest strijdtoneel.

“Brandt het ergens ?” werd gevraagd. ” Neeje, ’t Is Ramses maar ! We hebben kokers, tunnels en kooien nodig om ‘m te klissen … ! “

’t Was 300 tegen 1 en Ramses legde er zich – na een klopjacht –  tevreden bij neer. In het hok van Rammeke, een minder uitstapgericht dwergkonijn.

De langstaartige had zich monter een uitweg geknaagd uit zijn veel te warme kooi. Onderweg z’n bijt-opties vergrotend via potloden, vlakgummetjes, pc-kabels en waterflessen …

Harry, zijn baasje, had er achteraf heel wat mee te stellen.

Z’n tripje naar thuishaven Amsterdam viel “ietsje” duurder uit dan eerst begroot. Naast de tickets werden potloden, vlakgums, pc-kabels en een gratis vat in rekening gebracht. Plus tulpen uit Amsterdam .

Gelukkig kostten de excuses die hij diende te maken hem alleen wat moeite, en een glimlach, want het waren er aardig wat.

Maar eind goed, al goed.

Menig student kreeg een deliberatie omdat hij, zo sluitend dat het wel waar moest zijn, aan de prof wist te verklaren waarom zijn studie-efforts te niet waren gedaan.

Harry’s mams raakte verlost van haar ergste nachtmerrie. Nou ja, op de onkostenvergoeding na dan.

De “jagers” werden gratis gelaafd.  En ik, ik kreeg rode tulpen. Met vaas en al.

Ideaal als bewijsstuk voor mijn  – in een deuk liggende – entourage. Want er hing toch onmiskenbaar een kaartje aan met daarop een rattenverhaal in een ander handschrift. Goed gek konden ze me dus niet meer verklaren.

’t Zal niet verbazen : sinds toen ben ik niet meer in de buurt te krijgen van alles met een lange staart en knaagtandjes … Nog voor geen miljoen !

Ramses. The King of My Castle. Of anders gezegd : de kortste weg naar tulpen uit Amsterdam!

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

———————————————–

* krés : giiiiiiiiil

Exit-eritis : Swooning Saturday 24

2016 is wervelend.  Ik durf ’t haast het rol-uit jaar noemen. Vanwege voetbal en het vele exit-ten : Grexit, Brexit, EK-exit. Exit-eritis, dus. Alleen niet van m’n sporthekel, snik ende snif.

Tussen al dat sportgeweld door is, ’n mens blij met wat actua. Al ga je van die getoonde onbeteugeldheid – onbeheersbaarheid ?  –  nou  niet bepaald stràààlen. Maar : dat is andere koek.

In twee landen thuis zijn verhoogt je kansen, wat betreft duidingsprogramma’s. Dit pikten m’n ‘grey ones’ op.

1 juli, Nieuwsuur

Op de avond van de Belgenlandse voetbalexit door Wales heb ik Nieuwsuur op de achtergrond, bij de constructie van m’n ‘weekly column’. Hèhè, alleen horen en niks zien, is nog wel zo rustig. Géén toeters en bellen, op een klein ploooooing-etje van mijn tablet na.

Het Nieuwsuur-anker met dienst duidt even op het waarom hiervan.

Ook zónder de Belgen op het EK gaat de sportzomer vrolijk door ….”. Ik blauwkleur subiet. Niet door de uitschakeling, wél door ’t frivole toontje.

Nou ja, zeg, we zijn wél ’n kwartfinale verder geraakt, dan al wie er eerder uit gegoald is, of het niet eens zover geschopt heeft.

Dan een hoop geboom, over het opstappen van de bondscoach, dat per se moet aangebracht via ’n interview met de zogenaamd ‘gefaalde’. De zuinig mediatieke Wilmots toon zich z’n eigen korzelige – en vooral zwijgende – zelve. Standvastig de penalty’s aan vragen trotserend.

Publiekelijk heeft de landstrainer de responsvijzen goed vast, en hij zal wel Gekke Gom wezen, om even ’n  jobtechnisch mijnenveld van misbegrepen oneliners aan te leggen.

Ik wil net dankje-de-koekoek zeggen tegen dit roeptoeteren, als die arme Courtois present geeft. Je zal ’t maar zijn, op zo’n moment, de verlies-incasserende doelman.

Lieve hemeltjes, wat staan m’n stekels op, en ik like balletje-trap niet eens … !

Stekels neer, bij het “Knap dat je hier staat …” van de Nederlandse sportjournalist.

Kijk, dàt is de Hollandse directheid waarvan ik hou : ad hoc een pluimpje strak weten te verpakken. Kwaliteit.

Daarmee is de Nederland-Belgenland-balans in mij weer in evenwicht. Dat kan van het volgende nieuwsitem niet gezegd. Het Verenigde, edoch zeer verdeelde, Koninkrijk. Wat zal divide et impera geven in de Britse Bananenmonarchie ** ? Wordt vervolgd…

6 juli, De Avondetappe,

Holland boven ! Want ja, hier  besteden ze wél ruim aandacht aan de Belgenlandse Tour-hattrick van de dag.  Puik, al kijken ze dan sipjes. Drie keer het zegetrapje. Kom er maar achter. Dat doet Eén dan ook, waar ze de Tour laten inbreken in het voetbalmagazine Panenka. En maar verder kalleweien, over iets waar we niet eens meer bij zijn ! Grmbbbbll….

Helaas pindakaas, géén Vive Le Vélo, gesmaakt Tourmagazine met (mijn) held Van Avermaet. Showstelend, nochtans. Wat staat ie toch mooi op dat treetje te blinken. Rode schoentjes, gele trui en zwarte haardos. Een heuse tricolore. Belle Gigue.

Exit die voetbal(kater) ! La fête nationale valt ietsje vroeger dit jaar, beste lezers. Vandaar deze mooie Bialec-zwijmel …

Heulemaal goed, want eens niet over sport !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


kalleweien : * doorzeuren over iets

Bananenmonarchie** : prachtig etiket, geplakt door buitenlandcorrespondente Lia van Bekhoven.

Hornblower Swooning : Saturday 22

Het is een beleving, wakker worden in een zonbeluikt huis. Mét blauwgrijze gloed nu, is the room uzing melatonine. Alleen is het die zaterdagmiddag nog een half etmaaltje te vroeg, om m’n eigenste blaffetuurtjes alweer te luiken. Tenminste, als ik geen migraine-ruzie wil met m’n cerebellumpjes. Met de rest van ’t karkas héb ik al bonje. Komt ervan, als je Achtarm dacht te wezen. Ik bakte, braadde, kliefde en sneed dat ’t een lieve en vooral een gesmààkte lust was.

For the zzzzzzzzzinnnnnnnnnnnng in life zet ik zo nu en dan m’n motoriek es op zijn plaats. Dat die dat daags daarop dan ook vrolijk bij mij doet, ach nou ja, dat capteer ik – net als dat post partem diclofenacje.

Mijn armen kunnen de vergelijking met die van een slingeraap doorstaan ; stevig uitgerokken. Spieren als kwatta – net zo lobbig als ’t twee dagen eerder geklopte beslagje.

’t Gaat allesbehave gesmeerd. In sporttermen : overtraind.

Ik voel me weer de mini die door de toenmalige Mr. Flex aan een evenwichtsbalk werd opgehangen met onder mij ’n ‘afgrond’ van 30 centimeter en alleen m’n armen als betrouwbaar instrument om te voorkomen dat ik ter aarde stortte. Iets wat ik zo veelvuldig deed dat ik ’n heuse valtraining kreeg opgelegd. Jaa, hardcore, die fysio van mij.

Ondanks alle ‘aches and pains’ moet ik toch gniffelen als ik terugdenk aan de grondlegging van de Superwoman inside.

Hoewel ze nu niet meer woest geklutst en gekneusd zijn –  en worden – door al die blutsen en builen, doen mijn cerebellumpjes vandaag niet mee. Op dromen van lucifertjes na om de kijkers open te houden, kom ik tot niets.

H … OOOOTTTTTTTT ! HOOOOOOOOOOOOOTTTTTTTTTTTTTTT !

Wasda ?! Ik schrik op uit mijn gedachten. Een vuvuzela ! Niet voetbal, maar een knaloranje blazer met een balletje-trappende Amalia komen in me op. Big smile for that, hihi.

Het volgende uur sneuvelt die lach, want wat ik ook doe – voetbal alom. Geen ontkomen aan.

Alles bliept, klingelt en pingpingt vol overgave – en de Toeeeeeeeeeeet-Toettttttttttttt’s zijn niet van de lucht.

Wat blijkt : Koning Voetbal regeert !  Belgenland speelt weer en kraait victorie dit keer. Zucht. Mijn celletjes zeuren brilsmurfgewijs dat ze niet van voetbal houden en een goei muziekske willen.

Mispoes. Dat chansonneke wordt een stukje radiocommmentaar  … over dat ding waar je achteraanholt om het dan weer weg te sjotten.

Dan toch een deun. Of meer een dril, zeg maar. Left, right … left, right.

Jeeeeeeeeeeeeetjepietje, zeg ! Het leger zegt me nog minder dan voetbal. Hm. Dat follooo da lida klinkt veuls te opgewekt voor den troep, bij nader horen. Meer een kiné-lied, al kan Flex er alleen maar van dromen dat ik zo strak zijn uitgezette koers ga volgen.

Maar kom, it worked like a charm – want de Duivels werden tweede in hun poule en deden dus precies wat de Soca boys voorspelden : follow the leader !

Ze fierljepten zich bijgeval voorbij de tegenstand, maar dat mag de pret niet drukken. Een lijn naar boven is een lijn naar boven – schots gaat ook. Schoon scheef is tenslotte ook niet lelijk !

En zo ben ik via velerlei toeters en nog meer voetbal-bellen bij mijn zwijmel van vandaag beland : Hornblower. Je weet wel, knappe zeebonk Horatio, met de steekhoed en de immer witte kousen – waarvan ik me destijds afvroeg hoe ie dàt toch altijd weer klaarspeelde ….

So, dreaming of Horatio it is, beste lezers. Ben ik nog nét fit genoeg voor !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.

Carrot Clarinet : Swooning Saturday 12

Was het hier vorige week nog van ‘drum up the people and make some cycling-noooooiiiiiiiisee’, dit keer blaas ik Zwijmel-verzamelen vanuit ’n heel ander register. Eéntje dat zacht in het oor ligt, en net zo goed in de hand als je meest geliefde dunschiller.

There’s music in everything. Ook in food en heus niet alleen omdat je d’r soms van gaat zingen. Richting keuken, voor ’n zacht muzieksken, dus …

Met koken straf je me niet, beste lezers. ’t Is de HHM van m’n huishoudmanagement.

Handig, Haalbaar en Matig werk achteraf.  Handig als in : gestoorde motoriek-proof. Zijn m’n klauwiertjes dan niet geweldig, ik ben ‘r aan verknocht, en ’t oog van Mien Publiek wil ook wat, tenslotte.

Het betere hak- en snijwerk is me niet voorbeschikt, beste lezers. De Floere(n) days zijn om, dus liever geen sucadelapjes van –  letterlijk – eigen hand, dankje. Die dekselse Nortia heeft spijkers en hamer als attribuut, dat ze lekker op d’r eigen duim klopt !

Haalbaar dan. Zeg maar : budgetproof, basic, en fabriceerbaar zonder kookboek. Want pagina’s omslaan met paneer-vingers is behoorlijk blegh, ook en eigenlijk vooral, laaang na dat panko-receptuurtje !

Basic & budget gaan hand in hand, zolang die Zilveren Vloot maar steeds op de vergane Armada blijft lijken. Omdat het ermee gaat als met uitkijken naar Blauwbaard – “Zie je nog niets ?” meet ik komkommers, ui, tomaat en peekes* veelvuldig een andere gedaante aan.

Matig werk achteraf slaat natuurlijk op ’t kookslagveld achteraf. De vaat is zo vorige eeuws, dus die minimaliseer ik liefst lekker weg.

O, en Variatie is ook ’n moetje. Wegens jaaaaaaaaaren intern en dus niks te kiezen, afgewisseld met uitjes naar het casino, waarbij al die kunstmatige slaapjes me meestal nààst eetbaar lekkers deden en doen grijpen. Iets als ’n heerlijk eenpans-moussakaatje laat zich nou éénmaal niet zo simpel verslinden net voor of na een algehele anesthesie.

Voor m’n ‘heropstart’ volgende ziekenhuisronde misschien toch maar es de zoetgevooisde klanken van de ‘Oranjepunt’ proberen ?!

Kust nu mijne frak !”, scandeerden de ‘grey ones’, toen ze ene Linsey Pollak een winterpeen te lijf zagen gaan met een drilboor !? De olifant sloeg de mug niet dood. Allesbehalve, zelfs ! Mondstukje erop, ’n trechtertje eronder en “hoi” aan die hippe blazer die wortelklarinet heet.

The coolness of the thing lijkt me ‘geworteld’ in de zwierige hantering van een alternatieve zilvervos die een verduveld goeie instrumentenbouwer is. Met showgevoel, bovendien.

Pollak bouwt het momentum zodanig op, (tot 04:27) dat per drilling ’n almaar groter vraagteken ontstaat op het gezicht van die andere grijze eminentie, Paul Witteman, die Podium verleent aan de smakelijke alliteratie ‘Carrot Clarinet.’

Well, he ate nor shoes, nor carrots, maar luisterde vergenoegd. Net als ik. En het eerstvolgende worteltje dat bij me op de guillotine komt te liggen, kan gerust zijn : ik ben wég van zijn klank(kleur) !

Voor de gegadigden : ik zet m’n verdubbelaar in. Twéé filmpjes in de aanbieding. Het eerste is Podium Witteman. Heerlijk showtje an sich, maar de klarinet zingt wel heul kort (pas vanaf 04:28). Wat weggeknipt is uit fragment 1, zit echter vervat in fragment 2. Doorschuiven naar 01:29 als je geen ‘overlap’ wil.

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

————————

N.B. : kust nu mijne frak is zowat hetzelfde als krijg nou wat en peekes is geen letterreeksje, maar simpelweg worteltjes.

 

Swooning Saturday 2 : ZoZ

Nieuwjaarsnacht leerde, dat de ‘Zwarte God’ me niet zodanig in z’n greep heeft dat ie niet in de O-stand kan komen te staan.

Dit betekent geenszins dat m’n kijkkast op de eliminatielijst komt. De goeie ouwe tijd mag dan niet slecht zijn, hij is geweest, en komt net zomin terug als ik er heen zou willen. M’n veelbeschreven witte nachten, en de door Mr. History ingepeperde liefde voor het nu, laat ‘m blijven.

De onverzettelijkheid van mijn celletjes gaat verder dan slapen alleen : ze omvat ook programmaboekjes …

Weerbarstigheid, een aanvulling op het lijstje mijner imperfecties.

De digitale gids laat dit gebrek regelmatig gevoelen door er een bonte koei naast te zitten*. Een groot exemplaar dan nog. Tja, … Om in het dierenrijk te blijven : wie weet waaromme de ganzen bervoets gaan ?

Beeldbuiskijken op den bots hep ook wat. Zomaar hupseflups een stukje geschiedenis, bijvoorbeeld. Kikkeren mijn celletjes altijd van op.

Dus trokken ze die doorwaakte nacht uit bed, om op een godsonmogelijk uur een vliegreis te gaan maken. De grey ones wreven zich het laatste slaapzand uit de ogen en sprongen mee aan boord met Lucia Rijker. Richting Suriname, haar Verborgen Verleden achterna.

Mijn hoofd knoopt zich als een zakdoek bij koloniaal zwart bloed – wat een karma – en dito namen. ’t Werd een echte Egidius, waaraan ik namen ophing als Acuba, gemanumitteerd, duikweg en verkleurmannetje.

Echtigentechtig, ik breek nog steeds mijn tong over Kofi Atta Annan, maar nu heb ik tenminste beet dat het geen slecht gelukte aoiuooe-reeks is (klinkeroefening).

Neeje, het is naamlogica van de bovenste plank, dat dag en nummersysteem, dat volledig tegemoet komt aan de Afrikaanse liefde voor beschrijving.

Bepaald niet superorigineel, maar bulkend van praktikaliteit : de week doorlopen, iedereen geteld en geen kopbrekers omtrent de roepnaam… ! Losjes op mezelf toegepast zou dat hierop zijn neergekomen : Abena Atta Evelia…?!

Neuh, op de A na, lever ik alles weer in. Doe mij maar Ariadne.  Ben ik even blij dat mijn moeder na ’n Griekse vakantie ontdekte dat ik in aantocht was en dààr haar inspiratie vond …

Over inspiratie en ingevingen gesproken, het was de kapstok waaraan ik het woord verkleurmannetje had opgehangen, die mijn celletjes vrolijk “kamakamakama-kameleon” deed zingen. En je weet, beste lezers, het zijn oorblazers, die grijze gannefjes van me, dus zij hun zin. Karma Chameleon van Boy George it is. En dat carnavaleske tintje erbij, is rond deze tijd leuk bonus…

Enjoy !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

——————————————————-

* : er een koei naast zitten : verkeerd inschatten