Tagarchief: menselijke warmte

Comme si, comme ça ? Ça va, Ça va … (Swoon 59)

Het zal niet verbazen dat mijn vandaagse schrijfsel een Frans tintje heeft, beste lezers. Maar erewoord, ik ga niet voor holle slogans, in roeptoeterende verkiezingsdebatten waaraan niet te ontsnappen valt – met als ‘kriek op de gâteau’ flinterdunne, haast niet waar te nemen analyses. Peurre d’être faux, quoi.

Neuheu, ik ga voor zwier. Vavavoum et joie de vivre. Kan ik zelf ook best gebruiken, want mijn gebruikelijke roetsj is nog niet terug ; ik kan nog altijd gigaveul sneller denken dan doen. Ik mis het megabyte verschil, zeg maar.

Die post-op vrijdag loop ik met m’n ziel onder de arm. Het gaat prachtig – als je van plan bent stil te zitten en mooi te wezen. Op het eerste zicht dus. Het tweede zicht vertelt une toute autre histoire. Rugpijn hors catégorie na de ingreep, dus daar moet wat mee. Mijn buik en rug hebben pech : klinkers vormen de scheidslijn tussen Die Dokter en mezelf. Schobberdebonk is de prijs die ik betaal, om van die oei-ai status waarin ik zit, af te komen.

Met het nodige gedoe hijs ik me in mijn Noordpoolpak en haast me weg. Nog geen halve bocht verder hoor ik een bekende stem … “ier é ier woont vroeger clientèle van mij “… en …. Floeps, ik val pardoes in de armen van ma petite Dame de Paris (PD). Mijn Engel zonder vleugels !

Zoals alleen zij dat kan valt ze uit de lucht, op penibele momenten. In een vroeger leven mijn interieurverzorgster, nu mijn seingever van de Voorzienigheid. In ieder geval : altijd daar als m’n ‘moral’ een boost moet.

Héhe, wat ‘n zet van het hippe universum zeg, dat ik nou es ’n keertje op afroep verschijnen mag. Met blije verrassing trekt PD me tegen zich aan, om “ça va mieux ?” in mijn oor te fluisteren, en vite-vite, voor de haast ons weer uiteenrukt, een kus op iedere wang te drukken. Ben ik dan niet heus ’t couchie-couchie-type, een knuffel van PD sla ‘k niet af.

Wat een heerlijke opkikker, dit. Nét wat ik nodig had.

Destijds botsten we, even hoepla-boem als nu, op elkaar. Zij, op zoek naar een vaste ‘standplaats’ en ik, de ontelbare wissels dan wel afzeggingen beu.

Ten tijde was de weg in mijn woonstee weg, en had ik ter vervanging ’n immer aangroeiende zandwoestijn binnenshuis. Hopen-lozen was het devies. Na wéken was ik he-le-maal klaar met Sisyphusje  spelen. Niet liefjes meldde ik daarom de Firma Rap en Proper, dat ik geen nee meer zou accepteren. Kwam het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte, maar klaar moest het zijn.

De breedte hield in, dat naar mijn Frans werd gepeild. Enige notie was nodig, om de vrijstaande PD niet helemaal het Nederlandstalige bos in te sturen, namelijk.

De diplomatie kon ik er niet mee in, maar me een Franse blaas wijsmaken, NON. Bovendien: ik wist hoe het woordenboek werkte, en met wat ouwerwetse aanwijsgymnastiek waren we al een end op scheut. En, zo bedacht ik, dat taalbad Frans was ook niet verkeerd. Alles beter dan de letterlijk smerige ellende waarin ik zat …

Het stof is niet van m’n dictionnaire geraakt. Maar dat is dan ook het énige plekje waar ’t op bleef zitten, want de pétillante verschijning die bij me aankwam, bleek ’n ware schoonmaaktornado, die in geen tijd haar Nederlands wist op te krikken – naar het niveau waarvan ik droomde dat ’t mijn Frans betrof.

PD had ’n tweevoudige uitwerking op me. Injectie en ontspanning tegelijk. We giebelden wat af, want ze had humor. Toen onvermijdelijk le temps d’adieu arriveerde, was dat nog best even slikken – wederzijds.

Hoewel : we zaten en zitten sindsdien altijd wel in een hoekje van elkaars oog.

Ook dan, op die Siberische dag. In de trein, op weg naar afscheid.  Als ze mij zo in de kreukels ziet is ze aangedaan – helemaal als ze tot de conclusie komt dat ze precies even oud is als de dame op de roze wolk.

Samen vervolgen we de reisweg en delen we de stilte. Voor mij een echt geschenk.  Toen, en ook nu nog. Helemaal omdat ze zich eraan had kunnen onttrekken, maar dat hoegenaamd niet deed.

PD is voor mij zo’n zandkorreltje dat zichzelf tot een prachtige oester heeft weten te slijpen. Een ware Coquille Saint-Jacques.

En het mooiste : ze deelt haar glans graag met anderen !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

NB : dit stuk is een herwerking van “Deze cirkel, daar kan je niet rond“, eerder verschenen op Ariadnesdraad.

 

 

Onverwacht rood

Ik heb écht een talent, beste lezers. Bezoek-flexibel wezen. Geweldig, zou je denken ? Alleen, ik weet ’t nog niet zo. Want, ik beheers nog ’n andere onnavolgbare kunst : uitgerekend dàn temidden iets zitten – niet bezoek-proof, uiteraard.

Met stip op één : de sanitaire stop. Grmbll. Tegen de tijd dat ik alles weer enigszins convenabel heb aangehesen, doe ik het spook van de opera open. Pfffffffffffffttt … in rook opgegaan, die beller. Ach nou ja. Zalig de onwetenden dan maar : zij kennen mijn slakkenvaart immers niet.

Heul anders ligt de zaak, als de andere kant van de deur wél met mijn tempo bekend is, maar het desondanks leukkk vindt, me op te jutten – via het haast door de muur douwen van de deurbel. Godjimmenasssssssssssssssssss !

Echtigentechtig, dan is mijn gastvrouwglimlach elastiekjes-gymnastiek …

Maar goed. Is die horde genomen, dan moet ik nog slechts zien klaar te spelen, elegant te blijven lachen. Onder gelijk welke omstandigheid. Eitje, natuurlijk. Of zou dat gevoel op een ei te zitten, iets te maken hebben, met mijn inderhaast aangesjorde spijkerbroek, misschien ?

Verder maar heulemaal vergeten : m’n tenue. Dat past standaard bij de garderobe van de visite, als ’n vlag op een modderschuit. Ah ja, poetsbestendig versus paasbest.

Bovenstaande situatieschets valt positief te vertalen als ’n uitmuntende training van de lachspieren.

Gezond is goed, en lachen zeker. De rest van het plaatje onthou ik jullie daarom niet, beste lezers. Kwestie van nog even op het pad van de lach te blijven.

Komt-ie.

Aanrecht vol afwas : check. Grumbeldemumbelfrusssssssssssssssstraaaaaaaaaaaaaatie omtrent open keukens. Afwas in progress : check

Ook check voor de open provisie met alom lichten aan, en deksels in het rond.

Vink ook maar an : alle verzorgingsspul – ik kan nog wat oorlogjes vooruit – op tafel uitgestald, met de lege opbergdoos als extra decorum erbij. Tsjaaaaaaaaa, daar sta je dan met je organisatietalent.

Een aangevinkte vogel, die gevangen zit in ’t beeld dat niet klopt. Door de visite als volgt gevat : “Bij ons staat er toch wel minder”. Welja.

Dislike aan interieurkeuring door onverwachte visite. Elastiekjes van m’n goeie hum, zijn jullie thuis ?

Dat ik pas ’n half uurtje van ‘genre uitstalraam’ ben, omwille van een inventariserende foto, is een argument dat staat. Nogal wiebelig, evenwel, dus slik ik ’t maar in.

Mijn celletjes echter, zouden de mijne niet (meer) wezen, als ze niet broedden op de démarche. Neuh, geen pinnige repliek. Wél een vriendelijk gelachen : “Ik ben niet zo van het minimalistische. Als ik klinisch kaal wil, ga ik wel even langs het ziekenhuis, ‘k heb daar toch al een abbo.” Roos !

En dat, die roos, is precies wat ik van mijn wijkwonertje kreeg, op deze eerste mei.

Aww, te lief, dit !

Boos mét roos, dat lukt (me) toch écht niet : veuls te leuk, hihi.

Traditie-tje in wording. Want vorig jaar deed ze dit ook, herinner ik me nu.

En toen danste het huis net zo hard als tijdens deze editie roosjesgeven. Ach wat. OOK traditie.

Daarbij : altijd handig om te weten wat je wacht … !

Who’s that girl ? (Swoon 50)

Een nieuw jaar gelanceerd. Ouwe struggles ook, want m’n publicatieschema stokt weer – zooo  Januari 2016.

Het Dakar-tempo waarin m’n grijze massa columnpjes vult, is IRL nauwelijks bij te benen.

Zwart op wit is het nog niet zo te zien, beste lezers (lees : inhaalslag reacties) maar ik droom, denk & doe “blog”. Wonder, dat ik in die morgenspiegel nog geen ‘Ariadnesdraad’ op mijn voorhoofd zie gestempeld. Zomaar wat fröbelen doet mijn hoofd niet aan, namelijk : altijd postjes in de maak. Maar: zulk autonoom hoofd is nog best handig. Geen ‘beste concept’-gezeur : gewoon go with the flow.

Vandaag trek ik dus maar ’n sprintje, en laat de springveren van de ‘grey ones’ lekker eigenmachtig werken.

Op de vraag waarover geschreven, popt een republikeins rood mantelpak op. Neeje, niet dat van Trump – die kan zoiets niet forceful & executive aan, dat is linea recta clownesk. Nog niet eens ingezworen is ’t al hommeles met de media, zeg maar de journalistiek. Whatever we may get, dertien in een dozijn beslist niet, met deze man.

Oempppppppppffff, uuche, aiai en ochottekes. Ik gok op vasthouden aan alle takken van alle bomen en de mast – tegelijk. Die gymnastische oefening lijkt nodig, om de eerstvolgende 1460 dagen door te komen. Mijn oogbogen oefenden alvast souplesse bij de megalomane aandacht die de ‘gereputeerde nieuwsgaring’ hieraan gaf …? Was ’t nou net niet die over-aandacht, die van begin af aan, dit roeptoeterend exploot mee op het Presidentiële schild hielp hijsen ? Afwijzende hm.

Mijn celletjes maken ’n 180° bocht en ik zit in ene weer bij ’t felrode mantelpakje met weerstrevende attitude : Angela Merkel. Ha ! Veul beter. Ik verkies Frau Merkel’s ‘Deutsche Gründlichheit’ verre, boven die upcoming American Madness.

Jolige celletjes, als ’t journaille weet te vertellen, dat Angela zich eredoctorandus Leuven én Gent mag noemen. Hoera ende joepie, Sie schaft !

De feministe in mij veert op, uitermate blij. Dat ze even ’n slechtzittend blauw vaan krijgt aangemeten, neem ik voor lief. Knipoog naar de (Amerikaanse) blauwe Democraten, tenslotte. Met niet alledaagse uitdagingen voor én achter me, verfoei ik hartsgrondig vakjes- en stereotiep denken.

Ben de mening toegedaan dat vrouwen, in eender welke discipline, het recht én de kans moeten mogen, om (al dan niet godsgruwelijk) te blunderen. Ook, en vooral, zou ‘k haast zeggen, in de politiek. Wir schaffen das. Was ’t niet beter, ’t zou alvast een vaak verworpen invalshoek hebben. Zo. ik heb gezegd !

En het doctoraats-uitreikende deel van het soms toch best hippe universum heeft warempel verhoord. Nog best cool, die bende van Zeus, als ze geen djak-ken-de regen over je uitstort …

12 januari 2017. Angela Merkel, Belgenlands eredoctorandus. Van Leuven EN Gent, ‘getoogd’ in Brussel. Insert tevreden grinnik. Belgenland, onzegbaar ingewikkeld, maar wél een goed sein gevend.

Een lintje dus voor de (diplomatieke) manier waarop ze aan politiek doet – met ’n menselijk warme kant enerzijds, en de potentie anderzijds, om (door de toekomst) als Grote Persoonlijkheid te worden gezien. Zo’n epitheton ornans roept vragen op.

In dit geval : Who’s that girl  (tekstlink) ?

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

N.B. Dit stuk kadert ook in de #SG17 van Carel, getuige hiervan de cursieve vetjes, rond werken.

Celestial Sounds

Ariadnesdraad zit weer op de radar, beste lezers ! Er ruiste van alles, in en om ’t spreekwoordelijke struikgewas. Toegegeven, mijn lees- en reactie inhaalslag is nog geen feit, maar lezers in m’n hart, dàt zeker.

Net als deze Kerst. Want, jaahaa, ik had mijn eigen versie van ’t Bakske vol met stro. Zijnde een niet langer ingestort ladenkastje. Uniek als kribbeke.

Want er ruiste ’n blogstuk in het struikgewas – gelezen door Gulliver.

“Ha, je vraagt je af of ik dat kastje weer ineen krijg ?” “…?!” “Ik las Swoon 46”. Via de SOS die blog heet kwam dus, op Kerstavond, Gulliver de deur door, met zowat alles wat je als stakend kastje vrezen moet : strong determination, hamerende handigheid, stevige nagels en een professionele nieter.

Keukenkastje wist van affront niet meer waar kruipen. Wij van onze kant gingen er tevreden naar zitten kijken. En een beetje onwennig naar elkaar ook wel, want weer heel anders dan vorig jaar.

Heel veel leuker. Maar omslag, na eerder inktzwart, en Dametjes Buur die je met een volledig klaargemaakte (!) menu laten zitten. Huilen is dat, helemaal als je weet dat in laatstgenoemde editie, Vadermans drie kerstdiners voor de kiezen kreeg. 3-0. Blamage op het kerstig palmares.

Daar kan je ’t niet bij laten zitten, dus pasten en maten we een nieuw format. Vandaag ben ik ietwat gesloopt, maar opgewekt.

De grey ones diepen daarom in de stilte na het feestgedruis ’n fotootje van vroeger op. De rekwisieten : een kuipzeteltje, een godsonmogelijk wakkere kleuter in roze ponnetje, met fuchsia toet als bewijs van doorgetrokken onweer. Op mijn hyperactieve koppetje een giga-pothelm waarmee je rustig ten oorlog kan. En : aandachtig glinsterende oogjes.

Niet op de foto : op een goddeloos uur op zijnde ouders, Messiaans blij met hun koptelefoon. Heiland van gemoeds- en nachtrust. Getroffen door de uitwerking van de muziek – hence het kiekje.

Dat rumoertje nachtbraker luisterde naar ‘Kleine Nachtmusik’. Nou ja, Mozart was ook een spitant gevalletje, tenslotte.

Great minds think alike – tot ze op internaatsleiding botsen die Euridykei heet en gek is op aria’s zingen met sopraanstem. Met klassiek, en opera in het bijzonder, kwam het daarna niet meer goed, beste lezers. Die éne verplichte schoolvoorstelling in die aard was me kwelling, van alfa tot omega. Wàt een kelk !

Bloedongelukkig maakte ‘t, met rugrillingen toe. Geen idee of Amadeus zulks ook bij het componeren ervoer, maar indien ja : ocharme sukkelaar.

Een arsenaal ervaringen verder, is Wolfie vast weer blij met me. Muziek mag me weer met emoties overspoelen, de wave is soort van terug.

Het is geen Kleine Nachtmusik, maar Moosje heeft vast ’n boontje voor de kwieke Bobby McFerrin, die een Bach-gounod fenomenaal kan laten klinken, terwijl een doorregend publiek daartoe ’n impressionante zangprestatie levert !

Don’t worry, be happy now. All’s not well, maar hierna wél weer eventjes.

Al helpen het maatpak en z’n dreads, het is toch gave om iedereen mee te krijgen en dusdanig te beroeren. Kan de wereld nog wel even achter komen,zeg.

Fenomenaal, hemels en hartverwarmend ! Precies zoals ik hoop dat de Kerst mijner lezers is geweest …

Finders, keepers (Swoon 45)

Het moet onderhand een reeksje wezen, mijn boodschap-expedities. Vandaag tijd voor een nieuwe episode, beste lezers.

Tijdens het stormweekend van laatst, kletsen Gulliver en ik gezellig vijf kwartier in een uur weg.

In de 1.0 versie van zichzelf, deed Vadermans dit nooit-van-zen-leven-niet. Toen kon hij ZO gereserveerd klinken, dat de andere kant – nog zonder nummerherkenning – zich werkelijk afvroeg of hij het wel was ???!

We raakten een heul end op scheut, toen ie tenslotte m’n kookmomenten als leidraad nam. Ten huize Ariadnesdraad is het allesbehalve raar, als de kooksessie ter achtster ure ’s avonds nog in volle gang is. Vaak is dat preparatie voor de dag van morgen. Want met een verstoorde motoriek is één zaak zeker : alles gaat ten hemel schreiend traag.

De mise-en-place, het koken – alles in de (braad)pan mikken, niet er naast – en welja, het opeten ook.

Dat laatste is cultureel bepaald. Moeders maakte ’n punt van goed kauwen, en dat komt me, nu m’n eetfabriek soms maar van de noen tot den twaalven draait, prachtig uit.

Tussen het bikken van toen en nu zit ook nog de man mijner toenmalige dromen. Samen eten was nog wat.

Nee, niet omdat we het niet gezellig hadden. Maar de eetslak die ik was, mis-matchte met zijn Speedy Gonzalez-eettempo. Zo lang wij een ‘item’ waren, is de beste man nimmer meer aan zijn bord begonnen, voor het mijne half leeg was. Het zou ’n Kimmetje kunnen zijn : “Liefde is  … pas opscheppen als haar bord haast leeg is”.

Halverwege is top, maar niet als je drie pannen op het vuur hebt, terwijl Dumdiedummetje zingt. Dé siliconenspray voor ’n geolied gesprek, is de looptelefoon, waarin je al roerend kan schallen, dat je rijstebrij blub-blubt, en dus klaar is.

Pannen die niet asfaltzwart zien, omdat je te lang kwekte : dat is je ware. Je begrijpt, beste lezers, dat ik wàt blij ben dat bellen zonder beeld kan. Al zou het die zaterdag best wat geweest zijn, om die woest zwarte wolken te laten zien.

“Gauw dan, voor ’t begint”, zegt Gulliver, die mijn godsgruwelijke hekel aan natte pakken kent – én mijn patent erop.

Prompt schiet ik uit m’n sloffen, m’n jas in. Maar ’t zit me niet mee. In de ene superette is het artikel waarvoor ik dit hondenweer trotseer, opper-dan-op. Ik koop dus maar de komkommer die ook op mijn lijstje stond, om in de aanpalende buurtsuper te ontdekken dat ie hier 20 ct goedkoper is. Geen wereldramp natuurlijk, maar alsnog geen strakke actie ; rap gekocht is geld toe.

Om ’n wit voetje te halen, joelen de grey ones ‘nootmuskaa-aat,’ als ik voorbij het kruidenrek kom. Maar schoon, scheef, of lelijk, ik kan d’r niet bij. Hm. Sja, de vakkenvuller is duidelijk meer dan 152 cm. Dan, als geroepen, is daar opeens Guitige Lach, die met mij de strooibusjes naloopt. We kiezekeuren, en zijn allebei tevree. Zij met het toch wel diverse aanbod, en ik met mijn ‘vangst’.

Fluks de bocht om, want het loopt tegen sluit. Een tulbanddrager stuit me schoudertikkend de opmars. Met ’n “Is dit vijfje van u ?” doorbreekt m’n Belgenlands-Bengaalse medemens het hypnotiserend effect van z’n hoofdtooi. Deze tulband zit wérkelijk pico bello. Ik ruk me los uit de overpeinzing, hoe ie dat voor elkaar krijgt, als ik kopspeldjes ontwaar.

Weer bij de les, zie ik dat we nog de enigen zijn, op een kassa-file na.

Waarin niemand het vijfje kwijt lijkt, dat op de open handpalm voor me ligt. Mijn celletjes racen. Dilemma : vóór mij een imposante kerel, die ik niet zomaar voorbij kom. Achter mij, de kassa, die er als havikken op zal duiken, onnoemelijk veel trammelant genererend. Zo geen zin in.

Tulbander leest mijn hoofd. “Dit lag op de grond, Mevrouw, bij ’t kruidenrek”.

Ik heb daar halt gehouden, m’n artikeltjes tellende. Want die Zilveren Vloot van mij, die lijkt wel verdwaald in het Midden-Oosten …

Ik kijk een meetlat hoger, en zie zacht staande zwarte karbonkels. Wat er ook van zij, hij had ‘r allang, spoetnik-gewijs, met ’t geld vandoor  gekund. Finders keepers, tenslotte. Ik denk nog even aan de losers, weepers, en zeg dan welgemeend : ” Dank u ! “. Wat me ’n stralend witte lach oplevert. Wie ben ik, om een goeie daad te dwarsen.

Weer thuis schiet me ‘toeval is logisch’ door het hoofd als ik het geplooide vijfje zie – dat in zich nog een verrassing draagt : zijn twin !

Welwel. De Goedheiligman heeft me in z’n boek ! Nog wel zónder dat ik mijn schoentje zette.

Ach wat. Dank u, Sinterklaasje !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Ebbenhouten Schatje : Swoon 27

Foerageren is een klus bij 30 +, beste lezers.

Je hoofd kookt namelijk hersentjes-soep. Van de boodschappenlijstjes die ik toch al thuis op tafel laat, vergeet ik nou wat er op staat. Sterker nog : wat er op moet. Zwart goud bijvoorbeeld, dat bij conventie koffie is gaan heten. Niet goed, want daar wordt m’n hum git van, en dat moeten we niet hebben

Zo ook Belgian day vorig jaar. Loeihemeltjes-heet.

Tussen nieuwsbulletin en nog wat anders in, passeert King Arthur. Pfoe-pfoe, wat een uitrusting.  Maar ik bekwikkel bij de idee dat ik niet te wapen hoef. Stiff jelly pudding als ik ben, even wibbly-wobbly, verre van aanwinst, voor ’t legerbedrijf, ik .

’t Zal wel door alchemist Merlijn zijn, dat de nikkel tweevoudig valt. De winkels zijn dicht, en de koffiebodem bereikt …! Voor de tooooiiiiiiink berichten de grey ones “maar de buurtsuper niet”.

Ter plaatse kikker ik op, door de koeltogen, die ik nog iets voor bij dat vloeibaar zwart wil ontfutselen. Bummer. Zelfs met het beste rek- en streknummer red ik ’t niet.  O, Balancia, waer bestu bleven…

Verderop, aan de kassa, staat een Ebbenhout Schone. Outstanding door haar statig postuur.

Ze staat soepeltjes in de wachtrij, in geanimeerd gesprek met haar ebbenhouten drieplussertje. De mini is moe, en dreigt in het gevecht met ’t Zandmannetje de elastiekjes van zijn goeie hum te laten knappen. In een poging hem te occuperen, reikt Ebbenhout Mama bovenhoofds en plant ’n brik melk op het hoofd van d’r gannefje.

Het optisch hoogtepunt van dit tafereeltje ligt hoog. Letterlijk. Op het schedeldak drie volle kartons melk.  Het Afrikaanse lastdragen voor je zien is een belevenis, beste lezers.  Impressionante streling voor het oog. A thing of beauty.

Echtigentechtig, ik moet de forcing voeren om mijn kinnebak te dichten. Het lukt, omdat ik metronoomgewijs de niet-staren mantra opdreun. Of hoe mijn hartgrondige hekel aan ‘aangapen’ te pas komt.

Maar verhip en hemeltjes nog an toe, wat (een op)gaaf !

Want de beste dame staat daar zomaar even drie kartons melk – 36 litertjes – en een zopas van de tikband gerold baaltje piepers van 10 kg plus nog wat nitty gritty het hoofd te bieden. Kortom, een zak cement !

Gedragen als was ‘t een donzen veertje. Met souplesse die ik alleen maar in mijn dromen heb, op voorwaarde van leuk zijn dan nog. Maar de dag is nog niet aan slapen toe, en de winkel zo weer dicht.

Dat wordt nog even doorzweten.

Plus : het zwaartepunt van de stille, bewonderende klantenaandacht is verschoven. Ondergetekende zit nu middenin het oog van de aandachtstornado. Het is de vraag wat de doorslag zal geven ; mijn capriolen, of de plots weer opzettende huilbui van ’t ebbenhouten ventje.

Het momentum keert met een duwtje in de rug van Ebbenhout Mama. “Ga even helpen.”

’n Van zijn huilspoor gebrachte mini stapt nieuwsgierig op me toe. M’n geleende slingeraapje doet niet onder voor Tarzan. Als een volleerd trapezist plooit hij zich in zeven streken, om m’n kostje te pakken.

Bij de centwafeltjes spant ’t erom. Veelzeggende blik boven kleutermans richting mams.

Met de buit op, duikt mijn Ebbenhouten Schatje als ’n koene ridder voor mij de koeltoog in. Middels ’n verfrissende buiklanding kaapt ie wat ik niet te pakken kreeg. Wég boze bui, en ik is blij. Mama, die geduldig wachtend op, nog een extra kwartiertje last heeft gedragen, lacht aanstekelijk. Ebbenhouten schatje, wat kàn je zeg !

Ridderlijkheid nieuwe stijl. Lancelot 2.0. Kan Arthur stikjaloers op zijn.

Melk halen bij stervensheet is Ebbenhout-mooier geworden, alvast.

Als die dan thuis in ’n koel chocoladedrankje is omgetoverd, geef ik John Keats overschot van gelijk. A thing of beauty is a joy forever…

Bij al die huidige tropenwarmte dus ode aan souplesse met de Santana Kanté combinatie.

Yeké Yeké !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Under the boardwalk : Swooning Saturday 23

“Onze Frank”, zijnde de weerman, geeft mee, dat juni 2016 de natste maand is sinds 1839.  Amai. Sinds de start van het apenlandje dat het mijne is, is het dus niet – misschien wel nooit ?  – veel waterachtiger geweest dan nu. Dat zal ik geweten hebben. Die Zeus ook, met zijn bende en hun waterballetten.

Die galjaars hadden het vorige maand op mij en de wereld gemunt. So much voor een mythologische connectie, dus.

Het regende constant ouwe wijven. Omdat die volgens het spreekwoord toch klompen dragen, trok ik ten langen leste m’n Crocs maar an buitendeurs. Desperate times call for desperate measures, tenslotte. En echtigentechtig, ze zijn stukken sneller droog dan sneakers.

De modepolitie heeft m’n fiat om, bij niet akkoord, de droogtijd van (stoffen) schoenen te timen. Wedden dat zelfs zij niet aan de eeuwigheid willen die dat in beslag neemt ?

Naast modemissers – hip zijn in regentenue of als verzopen waterkieken is nog wat – zag je vooral pluutjes op de bühne. Ze hadden ’n glansrol in het vaak daverende klank en lichtspel dat veelvuldig werd opgevoerd.

Bummer voor al wie om prakticale redenen pluu-loos door het leven moet. Met goeie luim is verregend zijn minder erg, dus hield ik de elastiekjes van m’n goeie hum in vorm door aan shampoo in de regen en daardoor schuimbellen te denken.

Works like a charm, behalve die keer dat ik het halen van papieren boodschappen ZO lang principieel achterwege had gelaten dat er in mijn heule have en goed werkelijk waar niet één keukenrolletje meer te detecteren viel. Toen joegen bozige dromen  – van eeuwig getomateerde theedoeken – me lichtelijk op stang, en de deur uit ook wel, ja.

Open doel was ik voor de wolk die net dan brak – wat zeg ik, met donderend geraas openscheurde. Alweer geen modische voltreffer, maar een regelrechte afgang als trendsetter. Snif.

Om nog wat bij te dragen aan het gewicht van ‘bad karma’ besloten mijn huishoudrolletjes om ook gezellig uit hun verpakking los te scheuren. Want wat die wolken kunnen, kunnen zij ook, en rappperderderr !

Gelukkig zagen ze af van ’t modderbadje voor hun teint, maar het resultaat was desalniettemin zwaar onflatteus. Ten behoeve van de modepolitie geef ik graag  mee, dat dat afscheurpapier een nog langere eeuwigheid dan schoenen opeist, om weer droog en bruikbaar te worden.

Na een miskleun van dat formaat krijgt je weer-app de overroepen hoofdrol. Want het weer, dat kan nog meer dan regenen. ’t Kan vriezen of dooien. Ergo : je trekt tig keer per dag je plunje aan, en dan toch maar weer uit, want de radar predikt hemelwater. Deze klucht is pas klaar als je boos bent, omdat ’t na sluitingsuur is, en je je voordeur niet bent doorgekomen. En de gevallen zeeën ook niet, hoera.

Dat is één optie. Maar er zijn meer alternatieven. Bijvoorbeeld.

Als ’t vriest, dan bibber je haast je vel uit, maar blijft nipt droog. Dat was die keer dat ik bij Flex aan de deur verscheen, die hij met een opgwekt : “’t Regent niet,” opendeed – om mijn duim te volgen, richting die inktzwarte wolk achter m’n rug. Hij wist me zonder een drupje tijdsoverschot naar binnen te loodsen. Hoera ende joepie !

Maar ja, die mooie liedjes, ze duren nooit. Al heulemaal niet als je geen nat pak wil halen. Euforie is de vijand, beste lezers. Want bén je dan een keertje droog thuis én zo slim geweest om een natte braderie te skippen, kan je alsnog zomaar de doorweekte sigaar zijn !

Bij ’n doorbrekend waterzonnetje wil ik nog even over de deur ’n vergeten artikeltje halen. Het omen is goed, dus doorlopen maar, die waterproof-cyclus. Ik ben nog geen ‘gecrocte’ halve meter verder of Zeus draait de douche vér voorbij open. (Jaa, wat had je anders verwacht ? Sliep uit modepolitie…)  Hercle * ! ’t Wil weer es lukken dat terug nog een grotere merde is dan door.

Ik scan de uitweg. Dan valt mijn oog op ’n uitgetekend wandelpad en luifeltjes. Restanten van de voorbije braderie. Vanonderrrrrrrrrrreeeeeeeeeeeennnnnnnnn ! Andere schuilers moedigen me aan : “Hier, hier !” ondertussen plaatsmakend. Eén engel  heeft zelfs een handdoek voor me. Kouwe botten, maar ’n warm hart.

Als ik de waterdruppels uit m’n kijkers heb geboend, kan ik de humor van de situatie inzien. Staan we dan, met zijn allen onder een luifeltje, under the boardwalk. Drenkelingen die aan het driften zijn. Sommigen hun app checkend, en foeterend tegen hun mobieltje ” Awel, isda nu droog en zonnig ?!!!!!!!! ” Hilarisch tafereeltje, dat me tot The Drifters inspireerde.

Enne, Zeus, gehoord ? Droog en zonnig, alsjeblief !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.


  • Hercle : Latijnse krachtterm

Deze cirkel, daar kan je niet rond

Na mijn Alzheimer-boodschap en de huisvesting van mijn eigenste Cliniclown-Toetje heb ik nu wat anders. Breakbaar.

Nee, beste lezer, dit is geen recordpoging goede doelen aanreiken. Evenmin wil ik  Moeder Theresa achterna. Dat laatste is een hopeloze missie, laat me je dat vertellen. 

De – lees : mijn –  weg naar heiligheid is nog lang.  Te lang voor mij, om er in dit bestaan nog te geraken.  En in het volgende level  is ze ook niet zo erg nodig, die “holyness”, me dunkt …

Maar terwijl ik er nu toch ben, kan ik best nog wel een paar acties ondernemen aka ondergaan om het op deze bol wat prettiger te maken. Onder het motto : verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Of eigenlijk moet ik zeggen dat gister iemand mijn wereld verbeterd heeft.

Ik ben deel van de zaterdagse mensenmassa en volg maar een beetje.  Dat gaat zo met stromen. Ondertussen in gedachten verzonken.  Betrubbeld door mijn moodswings in deze tijd van het jaar, en door het feit dat mijn I-pod besloten heeft om niet langer sportief mee te doen, en zodoende oorstrelende muziek doorheen mijn buis van Eustachius te sturen …  Snif.

Natuurlijk kan ik een andere kopen, maar het wordt nooit meer hetzelfde.  Het wordt nooit meer de I-pod die ik van haar heb gekregen.  Niet meer de deuntjesmaker waarvoor ze stiekem met mijn vader samenzwoer. 

Weer een link die breekt.  De tranen, die dezer dagen toch al laten merken dat ze er zijn, zitten hoog. Mijn ogen prikken.

Ik slik. Foeter op mijzelf voor de waterlanders in het openbaar. Druk doende mezelf een standje te geven, merk ik haar niet op.  Dan hoor ik :  “Hey, Ariadne!” gevolgd door een zacht rukje aan mijn mouw.

En daar staat ze dan. Ma petite dame de Paris ! Uit de hemel gevallen en zomaar pardoes voor me neergezet.

Ik huil niet meer, maar ben ook nog niet helemaal tear-proof. Ze ziet het, en legt de link.

Sans gêne slaat ze haar arm rond me – trekt me naar zich toe voor een hartelijke omhelzing en een kus.  “Alles goed ?” vraagt ze zachtjes.  We praten even. Dan moeten we weer verder.  De bijna-sluitende winkels leggen het ons op.  “Schrijf ” zegt ze, en voor ze vertrekt drukt ze vite-vite nog een kus op mijn andere wang.

Daarna lost ze op in de steeds van vorm wisselende menigte. Maar ik zie toch dat ze me enthousiast nawuift. Zo aanstekelijk, dat ik het zelf ook doe.  Prompt heb ik nog meer bekijks dan eerst, maar ach, wat zou het …

Yep.  ’t Is me d’r ééntje.  Uit duizend.  In vroeger tijden mijn interieurverzorgster, nu eerder seingever van de voorzienigheid, zo lijkt het. Een engel zonder vleugels.

Want ze verschijnt telkens uit het niets – op penibele momenten. 

Ook dan, op die Siberische dag. In de trein, op weg naar afscheid.  Als ze mij zo in de kreukels ziet is ze aangedaan – helemaal als ze tot de conclusie komt dat ze precies even oud is als de dame op de roze wolk. 

Samen vervolgen we de reisweg en delen we de stilte. Voor mij een echt geschenk.  Toen, en ook nu nog, als ik er op terugkijk.

In weerwil van de beladen momenten waarop ze er plotsklaps is, word ik blij van la petite Parisienne.  Mijn (slapende) Franse woordenschat wordt geactiveerd als ik haar zie.

Joie de vivre in actie. Pétillante, rigolote – en knuffels uitdelend. Als gezonden : “Here I am“.

Voor de I-pod helpt ’t niet. Maar ik, ik ben een beetje opgeknapt.

Thuisgekomen ontdek ik dat er ook nog andere knuffelaars hun medemens in de armen hebben gesloten…

Misschien niet logisch, maar nodig, en hopelijk even opbeurend !

Mijn actie ? Dat is het onder de aandacht brengen van dit initiatief ….