Tagarchief: nostalgie

Mr. Sandman, bring me a dream

Wie Ariadnesdraad al langer leest, weet dat matineuze kolder hier wel vaker aan bod komt.

Niks aan te doen, ik ben wat ik ben : een legendarisch slechte slaper. Dreef ik vroeger mijn huisgenoten tot nachtelijke merode, nu ben ik vlakuit zelluf de klos.

Ik wil nog wel es in de veren liggen met Mr. Sandman in het achterhoofd. Maar ach, … ’t Ventje heeft busladingen zand voor me nodig, en die heeft ie op verplaatsing natuurlijk niet voorhanden …

De witte nachten zijn niet ’t ergste. ’t Is dat uitgevloerd opstaan. Dat noopt  bijgeval om de dag met een marathon te beginnen. Achter mezelf aan. Des morgens checken of alles aan me wakker is, zit er dus niet an te komen. Aan pre-opstaan doe ik niet.

Slaap-preparatie gaat zo’n beetje Ernie-style. Al pas ik nog prima bij dat boek en schrijfblok.

Ideaal om die outburst van energie in de kleine uurtjes te kanaliseren. Lief voor de buurtjes ook, die m’n reversed-day-rythm maar matig enhousiast onthalen. Want de diepe stilte van de nacht is nou éénmaal next toe not compatibel met stofzuigen, of ’n handmatig afwasje …

Waar ik zélf maar sobertjes positief over ben, is de ongebreidelde ijver waarmee ik in het tijdvak van Janneke Maan kluslijstjes opstel.

Echtigentechtig, ik krijg ’t nie gerijmd, soms. De nachtstart die me dikke tomen laat oplijsten in het idee ‘doe ik wel even’ en het krieken van de dag die van krék dezelfde opsomming plots straaaten zonder end maakt. Brak als ik dan ben, is het wat, om me m’n Superwoman-kant te herinneren.

Al dat geceel maakt weinig klaar, op een paar ik-heb-hier-zo-geen-zin-in taken na. Mijn celletjes zijn niet blij met ‘de schrijf het van je af, dan moet je er ni meer aan denken’ – methodiek. Ze krijgen er stress van …

En zo komt bloggen in het plaatje terecht. Naastwoners denken niet meer dat je de hel bouwt, en je kan er de fratsen en frutsels van de grey ones in kwijt !

Een gerief, beste lezer, als je nog ‘ns wil schuddebuiken om je eigen straffe stoten. Onder het motto : slapen we niet, dan lachen we wel. Humor geeft pep, toch ?

Dat die grijze guitjes je je bed uitzwieren om stukjes te tikken en filmjes op te snorren neem je op de koop toe … Dorst kan je zo bestrijden met een (grote) beker warme chocola …

en koekjes zijn ook geen punt, want je krjgt nu geen kriebelende kruimels in bed …

’t Moeten tenslotte niet altijd Dumdiedummetjes zijn die voor storing zorgen, nietwaar ?

Als Morpheus dan zijn zandwinkeltje opzet en het daglicht ‘sta  op !’ commandeert kan ik doorgaans toch nog wel ” Relax, take it easy ” zeggen, in de wetenschap dat er toch weer een paar colummetjes in de steigers staan of af(gevoerd) zijn. Of niet.

Geniet mee van het hindernisparcours dat mijn hoofd dit keer voor mijn slaap aanlegde, beste lezer, … Met – gegniffelde – dank aan Bert en Ernie.

Kindernostalgie !

Summertime Sadness

I feel it in the air.

De zachte, z(w)oele zomerbries als transporteur voor de geur van goed weer verliest aan kracht.

Het karakteristieke bouquet van zomer zal weerom de moleculaire wetten gehoorzamen en oplossen, vervliegen. 

Traag, maar onherroepelijk zeker zal het parfum ‘ zomer 2012’ opgeslokt worden.  Dat moet ook, wil het zichzelf vernieuwen – heruitvinden.  Om volgend jaar terug te kunnen komen. Idem, maar anders. 

Om ook dan weer door mij met blije verbazing te worden opgesnoven.  Om onder mijn huid te kruipen en een seizoen lang mijn metgezel te zijn.

Alles verandert, niets dat hetzelfde blijft. De turning tides van een seizoenswissel.

Het gouden licht schittert nog. Piekt zelfs. Maar kort. Dan verzacht het. Wordt een bedachtzaam flou, dat vervaagt, om uiteindelijk helemaal weg te deemsteren.

De gele schijf heerst niet meer alleen.  Ze moet naast zicht een opponent dulden.

Eigenzinnige wolken. Met armen en benen, en als je goed kijkt, ook een gezicht.

De “witgebuikten” gebruiken het luchtruim als een veelkleurig schildersdoek.  Ze verleggen minuut voor minuut  de grens van hun artistieke vrijheid – per week zo ongeveer een kwartiertje. 

Het cumulus-leger effent stelsematig het pad naar de troon voor de duisternis. Erebus rukt op naar een ontegenzeggelijke overwinning. 

Het rijk van Helios wordt onder de voet gelopen, binnengetrokken, ingepalmd.

Ik mis het licht, de lange dagen.  Het nachtuil-ritme van de zon gaf niet alleen de gelegenheid om zoveel dingen meer te doen – of net niet – het verdreef ook de donkerte binnenin.

Samen met het invallende duister treedt ook de tristesse weer op de voorgrond.

Het feeërieke kaarslicht dat zoetjesaan in aantocht is, kan niet tippen aan de zon om de kilte van het gemis te bestrijden …

Summertime Sadness. Dat is wat ik voel bij deze seizoenswissel.

De hemelsluisdeur is kapot

denk ik. Het lek dichten gaat nog niet zo makkelijk.

Het bewijs daarvan is de miezerregen die – na heel even droog te zijn geweest – gezapig wordt. Gezapigheid, daar houdt de bende van Zeus niet van. 

Dus komt de plensbui ten tonele. Die zich uiteindelijk tranformeert in een stortbui, waarbij het water met bakken uit de lucht valt, en iedereen (lees : ik) er komt uit te zien alsof ie met kleren en al in een zwembad is gevallen … dagenlang.

Of zou er wat mis zijn met mijn mythologische connectie ?

Naar mijn idee hebben de weergoden een raar beeld  van een voorkeursbehandeling …

Hoe dan ook, het was weer prijs. Ik heb wat met water. Teveel, of te weinig.

Nog even, en ik ga echt geloven dat Cupido er voor gezorgd heeft dat één of andere weergod “the hots” voor mij heeft.

Nou, laat ik je dit vertellen. Het wordt niks. Wie zit er nou te wachten op die plenzende stortbuien – waarbij het blaasjes regent – die je er doen uitzien als een verzopen waterkieken ? Ik alvast niet.

Maar miljoenen mensen in Afrika dan weer wél. Die zouden er een moord voor doen. Wat zeg ik, ze doen het. Bij gebrek aan dit vloeibare goud. En anders doet de honger het wel in hun plaats.

Hier zou hemelwater niet alleen liefde maar ook leven brengen.

Geen te weinig zonder een teveel. Denk hierbij aan tsunami’s, of aan beginnende overstromingen. Hier zou het dichtdraaien van de hemelkraan het begin van drooglegging kunnen zijn. Van de tranen van miserie in ieder geval.

Ik moet bekennen, water laat me niet onberoerd.

Heb ik te weinig, dan ben ik chagrijnig. Heb ik teveel, dan ben ik een bibberend verzopen waterkieken, dat foetert. 

Als de (matige) regen zorgt voor extra zuurstof in de lucht,  haal ik  – letterlijk – opgelucht adem. Ook met de regen als tranenmasker ben ik blij.

Maar soms, – als ik er niet door hoef –  heeft de regen ook iets geruststellends.

Vanuit een warm bed, heeft dat getik tegen het raam iets vertrouwds. Iets troostrijks. Iets bekends. Een zekerheid. Iets dat er altijd was. Op steeds dezelfde manier. 

Vanuit een warm bed lijkt de regen een wiegelied. Op weg naar een – zorgeloos ? – land der dromen …

Zoals Jose Feliciano me opdraagt, luister ik er naar. Bij elke druppel die naar beneden valt, stel ik me voor dat het mijn verdriet is. Verdriet dat valt, verdampt, oplost, wég is.

Een tranenzee, zonder dat verdoofde en afgematte gevoel achteraf.

Ballast die verdwijnt, omdat ze wordt opgenomen in een veel groter geheel.

De zachte kant van water … Nostalgie.

Turning tides

Amazing Stunning Pictures And Photos Stunning Pictures – FunGur.com

Bron : weheartit

Het instelsysteem dat er voor zorgt dat mijn lampen vanzelf gaan branden, kreeg al een zwierige draai naar voor. Mijn tegenzin om op te staan groeit. Op steelse wijze gebeurt het. De dagen worden korter.

Kleine, maar onmiskenbare indicaties van de overgang naar een ander seizoen.

Mijn outside view ziet er heel anders uit. Het landschap is herschilderd.

Alvorens aan hun winterse rustperiode te beginnen, toveren bomen en blaadjes nog één keer een magische kleurenpracht te voorschijn. Ten afscheid.

Het gras is er nog, maar is langer bedauwd; alsof het huilt.

Zouden het de tranen van het bodemgroen zijn die voor die mystieke herfstmist zorgen?

De zon schijnt nog, maar niet meer zo bright. Ze tovert een ander kleurenpalet te voorschijn. Als afscheid aan de zomer. De diepte van het zonlicht maakt plaats voor een meer bedachtzaam floe. 

Deze versregels illustreren nog het best mijn gevoel van nostalgie.

De natuur leert ons een les. In afscheid nemen.

Ze laat zien hoe een mooi afscheid kan zijn; geleidelijk, zacht, nog één keer uitbundig en met voorbereiding op een terugkeer…

Ik kijk al uit naar dat nieuwe begin, dat lente heet.