Tagarchief: Op je roze wolk

Over Feniksen en Kaneelvogels (Swoon 43)

De hoeveelste versie van dit stukje je nu voor je hebt, weet ik echtigentechtig niet, beste lezers. Bij de tigste versie ervan, ben ik maar met tellen gestopt. Nee, dit is ’t niet, dacht ik telkens weer. Opnieuw dus maar. Opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Opnieuw beginnen. Exact wat ik sinds het ontstaan van mijn Novemberverdriet dag-aan-dag heb gedaan. Net als al wie er evenzeer door werd getroffen.

Met wisselend succes, en vooral, een zilte zee aan tranen. Al dan niet zichtbare.

Het is vreemd, om dingen te doen, waaraan zij geen deel heeft. Het is be-vreemdend, om haast hààr leeftijd te hebben, verre van oud, en me terzelfdertijd te voelen, alsof in mijn voorbije lustrum, er even ‘n heel honderdjarig leven zit bij-gepropt.

Hoe bizar zal het zijn, om straks even oud te zijn, als de dame op de roze wolk …

Qua buitenissigheid komt er vast een streepje bij, als er, ooit, méér jaren op m’n teller staan dan zij er heeft verzameld. Het zusje, zonder zus – en toch ouder dan.

Enigmatisch is het. Net als in juist déze week het 43ste Swoontje schrijven. Desondanks doe ik het.

Want, de afgelopen 72 maand hebben geleerd, dat de verbijstering steeds weer toeslaat, ongeacht dag of tal.

Als er wordt opgelegd (cfr. Dr. Tinus) dat het na 6 jaar wel es klaar moet zijn, of juist als de andere kant van de lijn haarscherp bij je aanvoelt – en ook nog in woorden giet – wat er aan emoties bij je kolkt.

Dan kan ik de ene inmiddels gepast op z’n plaats zetten*. En de ander terugbellen, om te zeggen : ” Sorry, ik moest eerst even uithuilen”.

Soms voelt ‘t, als de gedaantewissels, van een eerstejaars tovenaarsleerling. Vanuit het ene, de feniks, even in het andere, de kaneelvogel. En op de geslaagde dagen, de twee in één. Ik.

Bestendig tussen hamer en aambeeld. Continu tussen omgevings- en eigen verdriet geklemd.

Gevolg van die giga-omwenteling die alles, mijzelf incluis, voor altijd heeft veranderd. Onherroepelijk. Zonder dat je er even vrij van kan nemen.

Voor al wie ook (November)verdriet heeft : de kracht van een Feniks stuur ik je toe, samen met de zoete troost die deze kaneelvogel in zich heeft. Wholeheartedly.

Want verdriet, dat is tenslotte dat ding met veren.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

______________

* : intussen kwam een nieuw consult voorbij, dat van een leien dakje ging …

Hummetjes-gesprek

“Zul je voor haar schrijven, dan ?” vraagt ze. Hmmmm, hum ik nadrukkelijk instemmend. Het blijft stil. Zekerheid is belangrijk, dus zet ik mijn bevestigings-hum kracht bij door er ” Tuuuurlijk, schatje” op te laten volgen. “Maar ik moet er nog even over nadenken.” De geruststelling komt aan, merk ik ; ik krijg een klein hummetje terug.”Hm.”

Bovenstaand hummetjesgesprek is, gemaskeerd als knots, best diepzinnig. Want het is de synthese van dit onmetelijk grote gevoel, dat zich niet zomaar in woorden laat zetten.

Dat ik je mis.

Het is zoveel, en zo vaak. En vooral : altijd. 

Het is de vaststelling die hoort bij : ik moet nu alleen. Het loopt quasi-onmerkbaar naast je, om zich dan met de kracht van een boemerang wooiiiiiiiiiiiing in je maag te splitsen.

Het print zich onuitwisbaar in je ziel, neemt je hoofd over, en zorgt dat er bij tijden niks uit je handen komt, al moet dat nog zo hard.

Het is een mantra, zeg maar, voor niet-wolkzitters. Dit magische zinnetje ontrolt een impressionele erfenis in hoofd en hart van diegene die het uitspreekt. Ik mis je.

Vanaf nu, door Maaike, haast filmisch beschreven en  prachtig bezongen.

Ik hou dit vast, in gedachten, als het nodig is. 

Ik hou dit vast, maar niet voor mezelf alleen : ik stuur het, als troost, aan al wie nog onder de wolken woont, voor wie missen vandaag een werkwoord is…