Tagarchief: Oscar Schindler

Steentje

1 November. Dit is de dag om ‘live’ of in gedachten een laatste rustplaats te bezoeken en te laten weten : ik ben er, ik denk nog aan je. Om het bewijs te leveren van iemands bestaan – en het feit dat diegene nooit zal zijn vergeten.

Dat kan met een bloemetje, of een kaarsje. Maar ook met een steentje.

Sinds Schindler’s List vind ik dit Joodse gebaar nog krachtiger.

Diep ontroerend, die schare survivors, die op weg gaat naar het graf van Oskar – om er elk op hun beurt een steentje op neer te leggen.  O, de symboliek hier achter !

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan
Omdat, door het verleggen van die steen
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan

Proof of someone’s meaning …  Prachtig. Zo helemaal de levensmissie van Oskar Schindler…  !

En de verzuchting, denk ik, van iedereen die nog niet aan de zielenreis is begonnen …

 

——————————————————————————

Bronnen : De cursieve vetjes – van Bram Vermeulen – vond ik op Kanjerguusje,  in een reactie op het bericht van 21/08/2012. De titel van dit stuk is een verwijzing naar Steentje van Willem Vermandere, en het clipje komt uit Spielbergs epische Schindler’s List.

Katjoesja

ook wel Stalin’s orgel genaamd. Dat is me deze World-War II week van National Geographic erg bijgebleven.

Waarschijnlijk omdat het in mijn hoofd ook erg donderde. Een kletterend cimbaalstuk werd er opgevoerd …

Superwoman werd wreed onder de voet gelopen door het Migraine-monster. Dat is dan ook de reden, lieve-lezers-mijn, dat hier eventjes geen nieuwe schrijfjes werden gedropt.

De interne kanonnen zwijgen weer, het gefluit is stil en het stof trekt op. Mijn hoofd is niet langer bezet gebied, maar weer van mij.  Oef.

Tussen al dat inwendig gebeuk door kon ik toch nog een paar pakkende fragmentjes oppikken ….

Katjoesja blijft in mijn buis van Eustachius achter met een beetje een wrange naklank.

Want die ijzingwekkende oorlogsraket – die naast de omgeving ook nog iemands zenuwen kapotschiet – is ook nog eens een koosnaampje. Voor een meisje met de naam Katarina.

O ironie, en eilaas voor alle Katjoesja’s, die waarschijnlijk zo klein waren dat ze in de verste verte nog niet eens aan oorlog dachten. Snif. Wreed is het, om zo van je troetelnaampje beroofd te worden.

Wreed in het kwadraat is dat stukje reportage waarin er publieke terechtstellingen worden uitgevoerd, en je temidden dat alles een Duitse officier bezig ziet zijn hond te leren opzitten en daarbij een pootje te geven.

Het beestje is kennelijk nog de enige die “normaal” weet te reageren, want hij gaat er vierklauwens vandoor bij het horen van al die executieschoten …

En wat te denken van de maquette van een concentratiekamp, die niet direct, maar wel bij nader inzien, een onbeschrijflijk diepe smart van de gevangenen toont ? It speakes volumes.

“Hoe en waarom ?” is de steeds terugkerende vraag hierbij. Lucifer zélf zou “baffled” zijn bij zoveel misdadigheid zonder weerga op zulk een grote schaal.

Het beeldmateriaal is treffend, maar de getuigenissen van de onderzoekers zijn dat evenzeer. Dat deze wetenschappers – alle objectiviteit ten spijt – telkens opnieuw geraakt worden door hun werk, geeft een beetje menselijkheid terug. En hoop.

Belangrijk om het uit te houden, volgens een MIS X-er. “Wie hoop heeft, houdt het langer vol.”

Als je het mij vraagt heb je om bij deze ultra geheime organistatie te werken naast hoop, ook driewerf gestaalde zenuwen nodig. Want via gecodeerde berichten aan spionage doen en met dit doel gevangenen helpen ontsnappen is nou niet echt voor schrikkepuiten …

Wat ik zie geeft me – precies zoals het moet – een gevoel van ongemakkelijkheid. Want tenslotte zijn al die monsters, die zich verschuilen achter de oorlog, ook menselijke schepsels – net als ik.

Het veel positievere uiterste van deze gitzwarte medaille is vastberadenheid.

Ook van Duitsers.

Zoals Willy Field. Een eigenlijke Duitser die in de kampen belandt, hier veel familie verliest en als gevolg daarvan deel gaat uitmaken van Churchill’s German Army.

Na de oorlog komt hij tot de conclusie dat hij nog weinig heeft met het Duitsland uit zijn jeugd en laat zich daarom tot Brit naturaliseren.

Of Claus von Stauffenberg. Deze hoge legerofficier legt zich niet zomaar neer bij wat het nazisme predikt. Hij volgt zijn eigenste verstand en niet de opgelegde doctrine.

Hiervoor zal ie uiteindelijk neergelegd worden. Maar pas nadat ie – gehavend en wel – een serieus onderbouwde poging doet om de zwarte pagina die Hitler heet uit de geschiedenisboeken te scheuren.

Een dikke houten tafelpoot steekt echter een stokje voor deze rectificatie.

In dit rijtje van bijzondere mensen moet ook  Oskar Schindler vernoemd. Deze zakenman schafte zich om economische redenen een lidkaart van de Nazi-partij aan, maar dat belette hem niet om in deze hoedanigheid 1200 Gele-Ster-Dragers te redden.

Een huzarenstuk dat ie in eigen persoon – en vooral met eigen kapitaal – verrichtte …

Het hoe en waarom van veel oorlogstoestanden zal wel altijd een enigma blijven.

Maar een paar certitudes zijn er wel.

Hoe inktzwart ook de bladzij, de humanitas is gedeukt en geblutst, maar nooit gesneuveld. Want altijd zijn er – aan elke kant – mensen geweest die de stem van hun geweten hebben gevolgd.  Bijzonder hoopgevend.

Ook zeker en hoopgevend is, dat deze tragedie nog niet is vergeten, ook niet in deze opnieuw explosieve tijden.

Want zo’n Wereloorlog is niet alleen een feitencollectie. Het is ook  het verhaal van mensen.

Echte mensen, van vlees en bloed, met dromen en verlangens en mensen rond zich die hem of haar miss(t)en …

Dàt is waarom het niet onder het stof der vergetelheid begraven mag worden. En nooit herhaald.