Tagarchief: papperasserij

Clash Boom Bang : Swooning Saturday 9

Stalen wet : life goes on. Ook de dag . Dus moet er gewerkt – én daarvoor aangerekend. Mr. Flex wil dit jaar Paasklokgewijs ’n betaald factuurtje. Niet te beroerd dit waar te maken, richt ik mijn terugweg zo in, dat ik langs mijn ‘ziekenkas‘ passeer.

Ik trek een sneller lotje dan laatst ; de wachtrij is korter. Iets voelt niettemin a-dynamisch. Wijl ik in het atrium neerplof, zoek ik niet zoveel achter de onderstroom. Niet gek dat ieder nog beduusd is, de dag nadat de bom valt.

De medewerkster aait haar buzzer, en dan ben ik. De atrium-confusie staat in schril contrast met de belendende steekvlampolitiek, waarvoor die arme plastic scheidingswandjes geen partij zijn.

Die roerloosheid van net, beste lezers, dat was regelrechte opgelatenheid. Onvrijwillig in een hoogoplaaiende discussie gegooid, voel ik ze nu ook.  Ik slik ‘s, en kijk veelzeggend opzij. Het gezicht van ‘mijn’ Baliedame kleurt van gêne haast even rood als het mijne inmiddels moet zijn, van ergernis.

Consulente* : “Gijpeistgijzeker da da geld hier uit de lucht valt ? Ikmoetekikwerken om alle foliekes in uw schoon leven te betalen !!!!!!!”

Consument – verder Oliveskin genoemd, voel de pointe, beste lezers, is niet de leukste thuis, en zekers niet de schappelijkste  – maar weet wat ie wil. Niks, als wat ie wil, niet kan. De woede-salvo’s gaan als tennisballetjes over-en-weer. Steeds sneller, en vooral driester.

Dit is van beschamend allooi en hoort niet aan ’n publieke balie. Erruggg-errugg-erg. Waar is die gister pas veelvuldig gedebiteerde verdraagzaamheid ? Een béétje maatschappelijk geschoolde moet zich toch van een gezonde dosis neutraliteit kunnen bedienen, om penibele situaties te versporen ?

Komt de stoom je de oren uit en zijn je fluitketel-allures niet meer te maskeren, maak dan plaats, aan die open desk. Ga uit het oog, neem ’n koffie-break en laat antichambreren. Je Colère, net zo goed als de bron ervan.

Als je verdwijnt, kan je klant, hoe lastig ook, niks anders dan wachten. En bijgevolg zelf ook even naar adem happen om bij zinnen te komen.

Om het licht van de zon niet te ontkennen, moet gezegd dat Oliveskin ’n punt had toen ie ging steigeren bij het – nauwelijks – ‘impliciete’ profiteursverwijt.

Want dat sloeg natuurlijk op àlle aanschuivers, die daar allemaal waren in het kader van terugvordering van de ziektekosten. Rondkijkend zie ik ’n rolwagenmens, dus ‘k denk zo dat dat liederlijk genieten van andermans ‘beulenwerk’ nog best gaat meevallen ; je moet er het corpus voor hebben, tenslotte.

En wàs het zo, dan heeft diegene wel eerst netjes alle verschuldigde lidgelden, bijdragen en dokterskosten betaald, alvorens één cent terug te zien.

Tot deze passaat luwt, kan je weinig meer dan tandenbijten en schuddekoppen.

Intussen hoor ik de ‘grey ones’ door Gulliver ingegeven advies repeteren.  “Je moet agitatie niet voeden.” Op een moment dat de bommenrook nog amper is opgetrokken, een gulden suggestie. Ergo : ik spreek el-lek volkorengreintje zelfbeheersing aan, om niet achter het wandje te plooien en bars te vragen van welke foliekes ik met die gammele knoken van mij zoal zou genieten…???!

Baliedame en ik sukkelen door m’n papperasserij. Dan gaat de volumeknop ein-de-lijk uit …! Het moment om iets te stellen.

Met mijn eigen rood monster weer in lockdown, poneer ik dat je begrip pas kan krijgen, als je het niet  met aanslag-woede opeist. Verder merk ik op dat #ikwilhelpen niets te zien heeft met de ‘juiste’ kleur. Tsjakka, ik tref doel – nog meer als ik met door boosheid gedempte  stem vraag of m’n Baliedame mij soms ook tot het ‘profitariaat’ rekent. De opgestegen blos kleurt papaverrood.

Het slotakkoord kan niet anders dan pijnlijk zijn : ’n brochure  met nieuwe openingstijden voor  ‘betere’ (!) dienstverlening. Herementijd zeg, ik hoop hartgrondig dat ‘t  stillere mag zijn.

Dit zindert ZO na, dat het me ‘kopseer’ geeft. Nog maar even door met prayen, dus – of anders ’n goed muzieksken. For praise instead of palaver.

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

————

*Consulente en Baliedame zijn allebei medewerkers, maar niet één en dezelfde persoon.

Christmas Calling : replay

Je eigenste blogarchief kan een golden thread of inspiration zijn, beste lezers. Zeker als een eerdere situatie zich wéér voordoet en je opnieuw warm wordt van de uitkomst.

So, something old, something new, something borrowed and feeling a bit blue it is. Dat laatste slaat voor de verandering es niet op mezelf, maar op mijn dossierdame. Flo kampt temporeel met ‘an ailing health’.

De ronding die mijn besognes maken, komt er subiet hoekig uit te zien. Ach ende wee. Maar Flo zou geen Flo zijn, als ze niet met ’n onverwachte move in de bocht zou springen. Nog niet fit, maar wel fluks tovert de lieverd de weg weer vrij …

Flootjes heb je nooit genoeg. Daarom met deze ‘pon de replay een eresaluut aan àlle exemplaartjes wereldwijd. Moet kunnen…

Precies één week voor Kerstmis laat ik een bruine omslag achter op het buro van m’n Florence. Want niet alleen zij zet paperasserijen op het juiste spoor, ik ook. Zeker als het jaar op z’n laatste benen loopt. Dan hou ik er nog meer van, als losse eindjes netjes worden ingestopt. Al is het dan in een verfoeid jasje … 

Bruine enveloppes, da’s dikke dislike. Ze representeren vaak een warboel, vergelijkbaar met een breiwerk. Een knopenfestijn.

Dit idee flitst door mijn hoofd als ik aan mijn dossierdame denk. Ik kan me zomaar indenken dat er beslist een kleur briefcover is waar ze niet blij van wordt … Nu maar hopen dat dat niet bruin is ! 

Mijn little grey cells houden ook niet van donker, want ze seinen onmiddellijk deze lichte boodschap door  : “Maar de inhoud maakt veel goed !”

Haha, die celletjes toch ! Het werkt nog ook. Bij thuiskomst is de gedachte dat mijn postale verbiage voor Kerst vlotjes is gegaan frontnieuws in m’n hoofd.

In goeie luim buig ik me vervolgens over de kwestie hoe ik twee  ovengerechten in mijn kerstmenu kan passen … Grondige naloop van diverse schalen, mijn oven, de tijd.

Zodoende verdwijnt de favo kleur van Flo naar de achtergrond. Ik hou de traditie van een goeie daad in ere – ik denk er niet meer aan.

Twee dagen later. Ik ben naast keukenattributen naarstig op zoek naar mijn kerst-hum.

Dat is tussen de spullen die ik had-maar-nu-natuurlijk-niet-kan-vinden, een opkomend cimbaalstuk en het plotse Adieu van Dokter Huis even de weg kwijt.

Geen leuk kerstkado, denk ik nog, als de bel van mijn foon opnieuw klingelt.

Ik kijk er scheef naar, want de nummerherkenning van mijn vaste dumdiedummetje doet ’t niet. De batterij is alvast aan Kerstvakantie begonnen. Tja, dan maar zo opnemen. Je hebt tenslotte geen foon voor ‘staren als ’n koe naar ’n trein’. Ook mijn systeem is stevig geconditioneerd door de wetmatigheid ‘ opnemen als ’t lawaait’.

Dus dat doe ik. Met een “halloooo ?!” die ergens tussen verbaasd en argwanend in zit, schat ik.

“Hallo, met Florence !” klinkt het opgewekt in mijn telefoon-oor.

In mijn hoofd ruzieën “toch weer geen stop-bericht-met-opgewekte-intro” en “de goeie inhoud is aangekomen” om voorrang.

Florence is van veel markten thuis, blijkt andermaal. Niet alleen kan ze van puinhoopjes weer mensen maken, ze kan ook prima blij worden van kerstkaartjes die een foute façade (bruine envelop) hebben. 

Gedachten lezen kan ze ook. Zonder dat ik de vraag hoef te stellen, hoor ik al de gerustelling : ” Ik stop nog niet met werken, hoor ! En jouw kaartje geeft moed …”

Verdraaid, ik word er zélf blij van ! De mist in mijn hoofd trekt op tijdens een aangenaam gesprekje met mooie wens : dat de zachtheid van mijn entourage naar voor mag komen.

En dat, beste lezers, is meteen mijn Kerst- en vroege Nieuwjaarswens voor ieder van jullie. En mocht dat moeilijk zijn : een eigen Florence om hierbij te helpen.

Van harte gegund !

Black And Blue

In mijn hoofd is het die dinsdagmiddag even duister als buiten, waar een schip met zure appels aankomt. Ik heb mijn Pandoradoos gedag gezegd, maar wat ze prijsgaf bleek Grieks voor me.  Daarom zit ik in m’n “home-office” geen jota te snappen van m’n papperasserij.

Echtigentechtig, er zijn érgere troubles dan een “issue” hebben. Bijvoorbeeld niet weten hoe je probleem precies in elkaar zit, of wààr het begin van de  puzzel ligt. Had ik haar, ik zat er met mijn handen in.

Nu echter zit ik in de papieren. Alleen geldtechnisch niet zo. Ik kijk en kijk – tot de lettertjes weer bijna van het papier komen – maar ik zie het niet, dat licht. Zucht.

Ik zie door de bomen ’t bos niet meer. Het bos, dat is een probleem waarvan me destijds werd gezegd dat het beheersbaar en dus leefbaar was, maar niet permanent oplosbaar. Boe. De dubbele boe was dat een traditioneel behandelplan ‘m voor mij niet werd wegens heftig medicijn-intolerant. De boe-hoe, dat was het prijskaartje.

Uniek zijn is enig – behalve healthwise. Zó aan ’t eind van mijn Latijn was ik, door m’n sputterende waterindustrie, dat ik met liefde arsenicum had genomen, om van dit slopende probleem af te komen. Mijn lijf was zo lief die wens te vervullen door een filterstop in te lassen.

De Gordiaanse knoop was in twee : het werd het Beau Monde – alternatief.

En werkelijk waar, na enige tijd voelde ik me beau. En mondiaal ook, want ik was ein-de-lijk uitgebroken uit dat kleinste kamertje. Geloof me vrij : als je d’r zo’n 17 (!) keer daags rivieren plast, is het doffe ellende. Hoe funky ingericht  ’t ook is.

Nu mijn little grey cells van de verdrinkingsdood waren gered remercierden ze dit met een strategie om de geldstroom gaande te houden, maar dan zo, dat ik zélf niet kwam te verdrinken. Geweldig. En het mooiste was nog wel dat ’t ziekenhuis dat óók van mijn voorstel vond. Geen zucht, maar een orkaan van opluchtig.

Anno hodie – na veel bomen doorzagen mijnerzijds  en nog meer wetenschappelijk onderzoek – is de bril waardoor men naar dit mankement kijkt gefinetuned. Geldelijke tussenkomst is dichterbij.

Maar ik kan nog niet blij zijn, want de mosselen zijn nog niet aan land. De alfa & de omega van deze procedure is namelijk nog niet bekend. Maar de papierberg die erbij hoort wel, en die is machtig ingewikkeld. 

“Oww my God” is alles waartoe ik kom. Paniek en boosheid (op het vege lijf) drijven als onweerswolken door mijn hoofd. De rivieren die ik vroeger plaste,  willen er nou via mijn traanklieren uit.

Kraters van zuchten later, heb ik de pedalen een beetje terug. Als ik deze zondvloed heb bedwongen, moet ik m’n eigenste dossierdame maar weer gaan bellen. Flo is goed met paniek en boosheid. Vooral met die van mij.

Riiiiiiiiiiiiinggggggg ! rukt een vinnige rinkel me uit m’n maalstroom. Door een laatste traan heen herken ik wat cijfers en mijn celletjes joelen direct : Florence, Florence ! Dus neem ik op, toonvast of niet.

“Ik zat aan je te denken,” zegt Flo. Ze klink een beetje zorgelijk, en ik weet niet helemaal zeker of dat nu alleen maar door mijn casus komt. En toch aan mij denken ! ’t Gaat op slag een tikkeltje beter. Ik vertel dat ik me allesbehalve fluks voel. Gefrustreerd door de “Komt goed !”-reacties.

Al is het dan zo dat ik niet blij zou worden van de tegenovergestelde bewering, het voelt een beetje als kurk in de mond gestopt krijgen. Want de zeggers zijn alweer voorbijgehold voor ik “Hoe dan ?!” kan replyen.  En ik voel ’t niet, die GOED …

We puffen samen wat, en prikken ’n meet & greet. “Je bent toch echt geen allehensje” besluit Flo. Ze gaat voor me op de snuf en maakt van de lingua cryptica weer begrijpelijk Nederlands, onderwijl gezwind een paar wachtrijen skippend.

Héhé. Nu Florence meetilt weegt ’t lichter, en zakt mijn Atlas-gehalte.

Zodoende kan ik nu aan mijn Jack Sparrow-kaliber werken. Want : Black and blue past ‘m als een handschoen en hij komt goed terecht.

Dusss …. Pirates, here I Come !