Tagarchief: potjanstropie

Dàt ruist er in het struikgewas … (Swoon 46)

Na mijn sportfase van afgelopen zomer kwam het heulemaal goed met me, beste lezers. Parijs kwam, en ik was op slag weer m’n sport-ontwijkende zelf.

Sterker nog, m’n eigenste beeldbuis kreeg een reces opgelegd. Want over al dat voetbalgeleuter en de daarmee overlappende Tour-gekte werd ook nog een tsunami van Olympische disciplines gestort. In ’t lang en ’t breed bovendien : ‘uit’ was échtigentechtig de enige ontsnappingsroute.

Wat ik prompt deed. Too much of a good (boring) thing is nog altijd té. Per direct kwamen er dagdelen vrij, en nu ik mezelf kristalhelder kon horen denken, schakelde ‘bloginspiratie’ een tandje bij. Buzzzzzzzzzzzziinnnnnnnnngg.

De ‘fuzzing’ die daarop volgde, kwam van m’n bakbeest-kijkkast.

Gevalletje jaloers, die tv van mij, en dat zal ik geweten hebben.

Per augustus, toen ik ‘m uit z’n reces haalde, strafte hij op de zijlijn gezet worden af, met geen beeld bij ‘aan’.

Nou ben ik, sinds die zaptoestand van weleer, niet van ’n kleintje vervaard. Even een white-washje doen, en we spreken er niet meer over, toch ?

Inmiddels is spraak zowat het enige dat mijn beeldbuis nog toestaat, alle witwas-praktijken ten spijt.

Het is een ervàring, beste lezers, om actua en duidingsmagazines beeldloos te volgen. Alleen al omdat écht luisteren, omgekeerd evenredig is met de stoom die me nog wel es uit de oren wil komen …  Ideaal voor de sereniteit, kortom.

Tot gister. Toen deed de afdeling ‘Beeld’ weer gezellig mee. Kijkkast is eigenzinnig, zoveel is duidelijk.  Mét een boontje voor Toon – en voor mij best nog wel wat ‘weetikookweertjes’.

Dus tussen het rommelen met Kerstspul en een mand strijkgoed door, ruiste er ook nog wat in het struikgewas.

In mijn (tot dan toe) drieladig keukenkastje idem, maar dat ontdekte ik pas, toen ik de vrucht mijner noeste arbeid wilde wegplooien en opbergen.

Als houtmoeheid bestaat, dan weet ik nu hoe dat er uitziet. Vier plankjes, een losse bodem. En spijkers op laag water zoeken, natuurlijk.

Nou ja, zeg ! Niet. Leuk. En nog van splinterhout ook, dus dat is helemaal van potverdorie nog aan toe (maal vier ! ).

Dag lade en serenititeit. Plus nachtrust, want ik stuit altijd weer op zoiets op een goddeloos uur. Staat in mijn DNA gegrift, waarschijnlijk. Mja … Potjanstropie nog an toe zeg !

Tot zo’n twee uur in de ochtend – niets van gemerkt, hoewel ’t best voor reuring zal hebben gezorgd. Maar ach, hier in en om het huis biept, flitst of wie-woe-wieuwt er immer wat, dus wie kijkt daar nog van op … ?

Zut.

Maar : het struikgewas is ontraadseld. Ein-de-lijk weet ik wat er ruist.

Het is een … unnne ….

Stakend ladekastje dat met donderend, edoch ongehoord geraas, instort.

Dat je het even weet, beste lezers.

Een raadsel oplossen betekent vaak, dat je een nieuw enigma in het leven roept. Dat is nu niet anders. De nieuwe prangende vraag is dus : krijgt Gulliver het weer ineengenageld terwijl ik daarbij net zo stoïcijns blijf als Toon?

We gaan het zien. Zolang er maar niks begint te ruisen, zitten we goed …

N.B. Vandaag, op zijn verjaardag, is Toon de aangever van dit swoontje.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Swooning Saturday 7: ZoZ Rock the Boat

 ‘Opsteektelevisie‘. Ik mag ’t graag kijken, beste lezers.

Om die reden ben ik zwaar fan van “Verborgen Verleden” en o.m. “Andere tijden”. Want voetstappen teruglopen, ’t blijft me maar boeien.

Sinds we in een kijklandschap zitten waarin het óf eeuwigdurende komkommertijd is, óf alles tegelijk, óveral, en bovenal op hetzelfde uur, ben ik met dat ‘achteromkijken’ nóg blijer.  Tegenwoordig kijk ik dus lekker uitgesteld, dan wel in herhaling. Krijg ik tenminste tussen al dat ‘kijkerskaf’ alsnog wat koren te pakken.

De weekend-edities van bovengenoemde programma’s geven me, als kadootje, altijd een stukje Fryslân Dok erbovenop.

Het Fries is me Esperanto, maar zo nu en dan komt er een woord voorbij dat prachtig is, gewoon. Neem nou Mienskip ofte gemeenschapszin. Een woord dat scoort. In het hedendaagse nieuws dan toch, maar misschien nog liever en beter daarbuiten.

Vanwege dat ‘skip’ produceerden mijn celletjes hier hardnekkig waterplaatjes bij en speelden ze aldoor bootje-varen, terwijl het in de Friesche docu toch heus ging over groene stroom, energiezuinig, en zonnepanelen. Ook vertier, jawel, maar toch een tikje minder compatibel met waterspelletjes …

Insert heugenisje bij zonnepanelen. Die ‘zwarte zonnevangers’ zagen er, gelegen op dat groooooooooote schuurdak van die ‘ferme Friesche farm’, waarlijk impressionant uit en, in ene, viel mij m’n moeders fascinatie ervoor in.

En mijn vaders niet-warmlopende reactie erop. “Ze wil zonnepanelen” – mét toegeeflijk glimlachje en opgetrokken wenkbrauw erbij.

Binnenkopper : ten moeders huize zijn ze nooit geïnstalleerd.

Hoewel gezegend met groot oor voor mijn moeders* (al dan niet groene) verzuchtingen, sloeg Vadermans welhaast mosgroen uit, bij de gedachte aan deze realisatie. Potjanstropie – al dat werk eraan ! Het destijds gifgroen getinte prijskaartje erbij, hielp ook niet bijster. Njet won dit pleit.

Gulliver’s groene nuchterheid is op mij overgegaan, bemerk ik.

Sorteren doe ik braafjes. Van mij geen afval op de weg. Doorn in mijn oog. Bahbahbah.

Neuh, mijn ‘volgesnuute’ zakdoekjes plemp ik niet her en der in het (lees : ieders) rond, maar netjes in m’n afvalcontainer, thuis.

Edoch. Terzelfdertijd erger ik me groen – dat dan weer wél – aan de woensdagse Flex-route, die parallel loopt met die van de reinigingsdienst.

’t Zijn toffe jongens, en dat willen ze best weten ook. Dus krijgen ze van mij ’n vriendelijk hallo en goeiemorgen, of snelweg een duimpje. Waarom ook niet ? Ik vind de respons – een vette, verbaasde knipoog best leuk, en echtigentechtig, waar zouden we zonder ze zijn ? Deze dame Griezelt bij het idee alleen al.

Dit soort micro-talk biedt niettemin tijd te over, om eigen-ogig, vól te kunnen aanschouwen hoe ze onbezwaard, en bomvol overgave, al dat sorteerwerk fluksweg weer ‘samenklisteren’.

Eeeeh, justement, ja, en wij ondertussen maar hannesen aan die kassa, met veul te kleine, schreeuwend dure, flinnnnnnnnnnterdunne tasjes. O, ecologische gruwel !

Want, of je d’r nou grif en graag – of wat groenigjes – voor betaalt of niet, ’n tweede exemplaartje erbij vragen is heuse heiligschennis en dus ‘no passaran’.

Over het ‘gekoter’ tussen je spullen, op zoek naar dat  bottom-down kasticket – dat moet bewijzen dat je waarlijk niks ‘gelift’ hebt – zwijg ik wijselijk, wegens ‘nog geen accurate omschrijving gevonden’ voor zulk een “door-de-grond-ga-moment’. ’t Vuur slaat me d’r bij uit.

Evenzo bij al die mensen, die bij gebrek aan een tasje, dan maar met hun hele zootje tegen me opbotsen. Alles gestapeld houden vergt superfocus, namelijk. Wetmatigheid is, dat ’t je blikveld vernauwt, en je dus niemand ziet, al staat ie dan nog zo pal voor je neus.

Kortom : overtuigd schuldig. Een zero-waste boodschappenronde zit ‘r hier ten huize beslist nog niet aan te komen.

Zo. Wat een woelige wateren doorzwemmen die celletjes van me ! Where do they got the notion ?!

Terug naar die Friesche wateren … Van mienskip naar schip is kort varen. Vooruit dus maar, met die zeebenen – de zeebonk in mij staat vandaag aan het roer.

Skipper, rock the boat !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

———————————————————————————-

N.B. bij de cursiefjes : omdat dit een moeder-heugenisje is, heb ik enkele van ‘haar’ woordjes in deze column gestopt, zijnde potjanstropie, en snuuten (snuiten). En als we toch mijmeren, Friesche dan ook maar met ‘sche’ geschreven, omdat ’t me deed denken aan het flesje koffieroom dat we vroeger altijd hadden, van Friesche Vlag.

* : groot oor hebben voor : zeker en vast rekening houden met