Tagarchief: slaap

Mr. Sandman, bring me a dream

Wie Ariadnesdraad al langer leest, weet dat matineuze kolder hier wel vaker aan bod komt.

Niks aan te doen, ik ben wat ik ben : een legendarisch slechte slaper. Dreef ik vroeger mijn huisgenoten tot nachtelijke merode, nu ben ik vlakuit zelluf de klos.

Ik wil nog wel es in de veren liggen met Mr. Sandman in het achterhoofd. Maar ach, … ’t Ventje heeft busladingen zand voor me nodig, en die heeft ie op verplaatsing natuurlijk niet voorhanden …

De witte nachten zijn niet ’t ergste. ’t Is dat uitgevloerd opstaan. Dat noopt  bijgeval om de dag met een marathon te beginnen. Achter mezelf aan. Des morgens checken of alles aan me wakker is, zit er dus niet an te komen. Aan pre-opstaan doe ik niet.

Slaap-preparatie gaat zo’n beetje Ernie-style. Al pas ik nog prima bij dat boek en schrijfblok.

Ideaal om die outburst van energie in de kleine uurtjes te kanaliseren. Lief voor de buurtjes ook, die m’n reversed-day-rythm maar matig enhousiast onthalen. Want de diepe stilte van de nacht is nou éénmaal next toe not compatibel met stofzuigen, of ’n handmatig afwasje …

Waar ik zélf maar sobertjes positief over ben, is de ongebreidelde ijver waarmee ik in het tijdvak van Janneke Maan kluslijstjes opstel.

Echtigentechtig, ik krijg ’t nie gerijmd, soms. De nachtstart die me dikke tomen laat oplijsten in het idee ‘doe ik wel even’ en het krieken van de dag die van krék dezelfde opsomming plots straaaten zonder end maakt. Brak als ik dan ben, is het wat, om me m’n Superwoman-kant te herinneren.

Al dat geceel maakt weinig klaar, op een paar ik-heb-hier-zo-geen-zin-in taken na. Mijn celletjes zijn niet blij met ‘de schrijf het van je af, dan moet je er ni meer aan denken’ – methodiek. Ze krijgen er stress van …

En zo komt bloggen in het plaatje terecht. Naastwoners denken niet meer dat je de hel bouwt, en je kan er de fratsen en frutsels van de grey ones in kwijt !

Een gerief, beste lezer, als je nog ‘ns wil schuddebuiken om je eigen straffe stoten. Onder het motto : slapen we niet, dan lachen we wel. Humor geeft pep, toch ?

Dat die grijze guitjes je je bed uitzwieren om stukjes te tikken en filmjes op te snorren neem je op de koop toe … Dorst kan je zo bestrijden met een (grote) beker warme chocola …

en koekjes zijn ook geen punt, want je krjgt nu geen kriebelende kruimels in bed …

’t Moeten tenslotte niet altijd Dumdiedummetjes zijn die voor storing zorgen, nietwaar ?

Als Morpheus dan zijn zandwinkeltje opzet en het daglicht ‘sta  op !’ commandeert kan ik doorgaans toch nog wel ” Relax, take it easy ” zeggen, in de wetenschap dat er toch weer een paar colummetjes in de steigers staan of af(gevoerd) zijn. Of niet.

Geniet mee van het hindernisparcours dat mijn hoofd dit keer voor mijn slaap aanlegde, beste lezer, … Met – gegniffelde – dank aan Bert en Ernie.

Kindernostalgie !

2015 : Hoort de klokken luiden : bim bam bom ….

En we dromen van een kruimeldief, en van een kolenschop … En die kolenschop maakt grote zorgen klein … En die kruimeldief slokt alle onzin van de wereld op, terwijl we nietsvermoedend aan het slapen zijn …

Prachtig toch, zulk een eerste nacht van 2015 ?

Alleen, ik droom nog verre van, als ’t nieuwe al lang en breed van de nacht af is …

Nee, beste lezer, ’t zijn niet m’n goeie voornemens die mijn celletjes aan de gang houden. Gemakshalve maakte ik die niet. Piekernissen zijn ’t ook niet. Ik kan amper denken – laat staan tobben !

’t is Gullivers pendule. Ze tikt met ’n heftigheid als ging er elke seconde een vuurpijl af. Hotemetotem word ik d’r van … ! Verkassen is geen optie, wegens in een gelegenheidsgewijs geassembleerd logeerbed.

Dat wordt dus negeren. Maar sjaa, ’t gaat ermee zoals met alles wat je vééél te graag wil : d’r komt niks van. Tic-tac-tic-tac … Na ogenschijnlijk een half leven, gooi ik ’t over een andere boeg : de oortjes van mijn I-pod. Soelaas is near ! Oefff. Mijn blaffetuurtjes zijn al aardig dicht – een hazeslaapje wenkt …

Onverhoeds : BAMM… ! BAMM… ! BAMM ! Op het uur vervult de pendule haar lotsbestemming : ze slaat. Kan ze niks aan doen, natuurlijk, maar ik ben een hartverzakking nabij … Min herte ! Ik wil voor mezelf instant een off-switch, net als Data.

Dan doen de grey ones weer mee. Ze seinen door dat BimBAM  elk half uur slaat. Ook dat nog ! Conclusie : ’t is van spoeies. In functie van m’n goeie hum vanmorgen moet deze tortuur asap gestopt … M’n elastiekjes liken ‘Broeder Jacob niet zo.

Het volgende onderdeel dat ik van Data wil zijn z’n ogen. Hoewel het lichtknopje vlakbij is, heb ik toch een paar pogingen nodig. Ander ding : BimBAM kan alleen veilig onschadelijk gemaakt worden door Gulliver himself.

Ontmijningsdienst Vadermans moet er aan te pas komen. De catch : hij is al in dromenland. Echtigentechtig, forceful and executive zijn is geen eitje, als je iemand uit z’n slaap moet halen. Vrouwe Justitia verbleekt bij me : ik kan maar niet besluiten. Wat is erger : niet in dromenland raken, of er uit gehaald worden ?

Mijn celletjes, tenslotte, doorbreken de impasse. De snoodaards rekenen me feilloos voor op hoeveel BimBAMs het komt te staan als ik ’t erbij laat zitten. Teveel om gezellig te zijn, dus bel ik toch maar m’n vader uit bed.

Minder dan een minuut later is BimBAM naar Beieren en kunnen we alletwee het deken dat nacht heet over ons heen trekken.

Na het met stomheid slaan van de ‘slaapsteler’ ging tukken als een tierelier. Gulliver en ik staan opgewekt op,  nog nagniffelend. Ik feliciteer m’n kleine ik dat ze jàààren naast BimBam heeft geslapen. Tss, een vergaan talent.

Een nieuw ontdekte gave, daarentegen, is de handigheid waarmee Vadermans uitjes hakt en de perziken van hun bolle kant ontdoet. Wauw ! Zou ie stiekem bij Jeroen * gelest hebben ?

Tussendoor bemerk ik dat de inhoud van Gulliver’s Kerstpakkket al verhuisd is naar de opslag. Een goed omen. Z’n met plezier uitgepakte goodie-bag woont al op Kaap Overvloed.

Ik heb d’r schik in, want Vadermans is toch echt een goed kind van z’n moeder : man, wat een peper heeft ie ! Genoeg om ’n heel leger te doen niezen en ruim voldoende om 2015 pittig te kruiden …

Nou ja, het jaar is goed ingeluid, zullen we maar zeggen !

—————————————————————————

* ’t is van spoeies : haast je !

** Jeroen : tv-kok Jeroen Meus

Lascaux, waer bestu bleven ?

seo zoekmachine optimalisatie

Dat uitslapen, beste lezer, is aan mijn wieg niet gezongen. Is het m’n waterindustrie niet die me belet horizontaal te gaan, dan zijn ’t wel ‘bijbelkenners’ die me met alle (bel)geweld voor de nakende Apocalyps willen behoeden. Vanzelfsprekend liefst als de wereld zélf nog op één oor ligt. Zeg, zondachochtend, half acht.

But, fair and square : de Eindtijd is géén partij voor een deurbonkend duo op sakosjen-jacht. Dan ligt de kick-start van de dag nog een dik uur eerder. Maar de setting – de buurtjes in PJ – is gigantisch veel leuker.

Goed, wat staat er dus zoal in het rijtje ik-geef-het-slapen-er-aan ?

Ergernis, ellende, ’n opdreunactie van de (door mij niet) uitverkorenen, en een ring-ring-erlebnis (zonder de but I’ve got to sing). Gieren (met dank aan de nu eens niet perfect in de make-up zittende overbuur en d’r unieke volt-kapsel) mag niet ontbreken. Wat kan er nog meer bij *zangmodus* ? Zingen niet, maar mystiek is ook een goeike.

Perfect decor hierbij is het orkaangetinte weer van tegenwoordig en zeebonken van ramen, om die zeeën aan water buitenshuis te houden. En ondergetekende, natuurlijk. Die in bed blij ligt te zijn dat ze d’r niet door hoeft…

Ik, die in weerwil van talloze slaapexperten, de mantra “Slaap nou!” steeds dwingender opdreun. Too demanding. Geen verrassing dus, dat ‘vraag en gij zult krijgen’ niet opgaat.

De repercussie is dat ik wide-awake in bed lig en het uit-knopje van mijn hoofd niet kan vinden.

Maar : ik respecteer m’n onuitgeslapen, kikkerkoele lijf en haar leden en blijf liggen. Want : op zondagmorgen om half acht donderen tegen de huisbaas dat de ‘soffage’ het niet doet is geen optie. Niet stijfbevroren en ‘saggerijnig’ opstaan zit er wél nog in, dus daar ga ik voor.

Om deze affirmatie kracht bij te zetten rol ik me strak in mijn dons en ga aan vuurtjes allerhande denken. Al dat visualiseren scherpt echter wél m’n oor.

Grrrrglll. Dat is het badkamermeubel waarmee de band me soms té nauw is – vooral dan in koude nachten. De ‘sjaz-patat’ van m’n bovenbuur doet me denken aan een mondspoeling bij de tandarts. Moet ik toch weer ‘ns heen, binnenkort …

Intussen voelt ’t niet meer alsof ik op een trilplaat lig, en een doezeltje maakt rentree. ZWWWWWWWWWOOOOINNNNNNG !!!!!!!!!!!!!!

Een kudde bizons dendert m’n (relatief warme) badkamer binnen ! Nou ja, die zijn natuurlijk geprogrammeerd om de kortste weg naar een vuurplaats te vinden …

Na ’n tweede ” ZWWWOEOENGGG !!!! ” besluit ik toch maar poolshoogte te gaan nemen. Met rammelende knoken en een ijskelderlach.

In mijn ijskast die welness hoort te zijn, tref ik een heruitgave van de ijstijd. Verschillende vuurplaatsen met nederzettingen. Lees  : kapstokjes met zuignap en de troepjes die er aan hingen. Mijn eigenhandig aangebrachte Lascaux – een skyline van niet permanente haakjes – is niet meer. 

So much voor niet mogen boren in de tegelwand ! Zucht. Na wat koorddansen is de skyline van de wetroom weer in orde. Héhé, ik heb een lekker dampend bakkie verdiend ! Ik zit er nog aan, als de bizons alweer terug zijn … !

’t Was vast de kou, die me ‘vuur met vuur’ bestrijden ingaf. Ergo : ik plakte de weerbarstige haakjes vast met bison-klustape. Een strak plan, toch, om die àndere zwartgelijnde veestapel de weg te versperren ? Mijn vingers en schaar zeiden JA, maar de haakjes : ho maarrr.

Een paar oorverdovende ZWWWWWWWWWOOOENNGSS later is niet alleen Lascaux verzakt, maar mijn hart erbij.

De door ergernis gegenereerde warmte port mijn celletjes weer an. Ik besluit back-to-basics te gaan met nieuwe napjes. Je doet wat, om bizons buiten de deur te houden, tenslotte.  Zoals het inwendig citeren van een gebruiksaanwijzing  : ” aanbrengen op een schone en droge ondergrond.”

Die zondagmorgen lach ik ijsgroen bij ‘eenvoudig te bevestigen’.

En nu ? Bizons eruit, Lascaux d’r weer in.

Het reserveplan : plàkkende haakjes. Aangebracht door Vadermans. Want die heeft geen schoon-scheef-is-ook-ni-lelijk-oog. Kleuterbizons mogen dan authentiek heten, een badkamersilhouet dat aan de kleuterklas herinnert is nou niet bepaald design …

 

Getikt. En blijven botsen ook nog… !

M’n expertise met het krieken van de dag leverde vroeger al matineuze kolder op ter lezing. Jongste zaterdag bracht een refresh.

Hou je vast, beste lezers, dit is episode elf-en-dertig van “Kat & Muis” met Klaas Vaak. Getiteld : ” De morgenstond heeft goud in de mond, met een metalig zinderend smaakje.

Denk voor de setting terug aan nachtuiltjes, Babylonische spraakverwarringen, klabatsboembaf-toestanden, rondcrossende sleutels in de dwaaltuin die handtas heet, broeken die ’s nachts groeien en de ‘onweerstaanbare drang’ van mijn Dumdiedummetje naar een stoombad.

Vergeet ook vooral de bijbelse plaag die een ontploffend aquarium heet niet, de zwarte Piet-toestand die hier op volgt en je haar dat daarvan onverbiddelijk uit de plooi raakt, al heb je dan een Sinead-snit.

Kwestie van zeker niet kreukloos uit de armen van Morpheus te komen, moet in dit rijtje tevens vermeld : een slurfloze kraan die je een face-wash bezorgt, plus een foon die rink-aan-een klingelt, wegens boodschappen die per se geaccepteerd willen worden.

Aangeleverd door klaarwakkere verkoopsjongens die met niks minder dan ’t laatste woord genoegen nemen. Zelfs als dat betekent dat ze suggestieve acties – een hijgstem – moeten gebruiken om je toch maar dat niemendalletje aan te smeren. Die godsvermogenkostende lingerie die je – in het kader dat je ultravief in de oren wordt geblazen – net zo goed uit het script kunt weglaten.

Mega-vermoeiend, allemaal. Maar ook bekend en vertrouwd. En daar valt beslist ook wat voor te zeggen.

O ja, ik ben niet vreemd aan de ochtendlijke nevel waaruit de klaarte van de dageraad optrekt. Na een witte nacht dan.

Matinale mist klinkt echter compleet anders als de nacht woest wordt opgebroken. Lawaaieriger vooral. Tot die  ontdekking liet het Zandmannetje me komen. Tja, als dat ventje iets in zijn kopje heeft, dan heeft ie het echtigentechtig niet in z’n kont zitten …

Het nocturnale moment waarop je jezelf kunt horen denken heeft hele andere voeten in de aarde dan het des morgens vroege, weet ik nu. Stampende voeten, om precies te zijn.

De flip-side van die bewuste vroege morgen is een noodgedwongen early night door een pijnstillend paardenmiddel. Waarvan je  niet fris als een hoentje opstaat. Neeje, veeleer met ‘een kop als een zompot’ (zombie).

Daarom waarschijnlijk, dringt het enerverende getik op mijn voordeur mijn brein niet binnen. Later wel, maar ‘je droomt het’ en ‘watismedatte’ kunnen het eerst niet op een akkoordje gooien.

Morf’s tegenspeler wint, als het zachte getik keihard gebots is geworden. Wie staat daar nou toch het WK te promoten tegen mijn deur ?

Het laatste restje dubio omtrent opendoen gaat met een snerpende, volgehouden rinkel aan flarden.  Ik vaar mijn bed uit, om de bolwassing te gaan geven, die ik voor mezelf wil zien uitblijven. Iets met nabije buren, aangrenzende muurtjes en gehorigheid.

Met een woeste ruk plant ik mezelf tussen de deurstijl.

Het contrast kan – zeker op dat uur  – niet groter. Ikke, omvallend van slaap en gehuld in het eerste wat ik om kon slaan, versus een nog niet uitgefuifd jongmens, in groot ornaat en vol in de make-up.

Vergezeld van Kabaal. Aan mijn adres. Omdat ik uit haar Beulenfrans maar niet wil begrijpen dat ze haar handtas kwijt is en ‘k naar de pomp kan lopen. 

Frans met haar op is het, dus ik begrijp er pomp noch pompstok van. Het volume escaleert en ik roep de buurtjes, die ik graag in slaap had willen houden, te hulp om de ongemanierde met klank buiten te zetten.

Iedereen is present – op een klomp en een sloef en in vaan. We gieren, ondanks onszelf.

De pomp hebben we gehad, en de pompstok arriveert nauwelijks driekwartier later. Omdat ’t nu Engels is, word ik tot spokeswoman benoemd.

Shakespeare zou huilen, maar ik weet er toch uit te distilleren dat dit deurbonkende duo op dezelfde locatie de bloemetjes heeft buitengezet en daarbij elkaars ‘sakosj’ heeft meegegrist. Zonder portemonnee weliswaar.

Door derden op elkaars spoor gezet, doen ze nu een deur-aan-deur. Maar : ze weten nog niet eens zichzelf te wonen, laat staan de ander. Geen idee ook, welke deuren ze langs geweest zijn. Al is het dan 6 uur, ze zijn nog niet voor zessen klaar. Wij naastelkaarwoners evenmin.

Goeiemorgend, morgen, goeiedag !!!

Getikt en blijven botsen, zeggen ze dan …

Lekker slapen. En morgen gezond weer op !

Na de wolken, de storm en het water kwam de rook. Jaaa, beste lezers, er kan altijd nog een tandje bij, na een zondvloed. Geloof me vrij, ‘als de rook  om je hoofd is verdwenen‘ heeft een spiksplinternieuwe betekenis voor me sinds mijn aquarium ontplofte. Van alle bijbelse plagen ontbreken nu vast alleen nog de slangen, me dunkt. Al siste ’t al net zo hard ! 

Zo is d’r geen wolkje te bespeuren, en zo kan je de lucht haast knippen.

Ontploffingen zijn sowieso geen toppunt van handigheid, maar het is extra balen als je uitgerekend dan je hele ramen-arsenaal dicht moet laten, omdat de bende van Zeus het loeien van de wind tegen, say what, 80 /u, een leuk muziekje vindt.

Dat wordt dus met rokerige ogen (bang) afwachten en in het duister tasten. Om de volgende morgen je w(g)itte muren en plafonds met het velletje van Zwarte Piet te vergelijken. Ik weet het nu zekers, beste lezer, die kleurschakering heet Pineut.

Niet zo gek dus, dat ik moe was, na een paar witte nachten die me desondanks toch akelig zwart voor de geest staan.

Met slaapstem zeg ik tegen de andere kant van m’n foon : “Goh, mijn ogen vallen toe !”

Het lijkt of Klaas Vaak dit keer epoxylijm bij z’n slaapzand heeft gemixt. Tegen zo’n krachtpatser kunnen m’n blaffetuurtjes* niet op. Gehypnotiseerd door de echo ‘slaap … slaap !’ benadert m’n systeem nog ’t meest een pc die crassssssssssssssht.

“Slapen. Lekker slapen. En morgen gezond weer op**,” is ’t laatste wat door mijn hoofd schiet voor ik vadems diep wegzink.

Als Morpheus**** me de volgende morgen weer aan de dag overdraagt, voel ik me één nanoseconde gewéldig. Dan beginnen de radertjes in mijn hoofd te werken en sturen ze mijn blik richting horloge. Say whuttt ??! Half TIEN !

“En ook nog woensdag !,” merken mijn celletjes fijntjes op. Per direct voelt mijn hoofd aan alsof iemand er de grootste fles chloroform ooit overheen heeft gekieperd. Snif…

Groot zijn in het verlies betekent dat je je nederlaag erkent. Bellen dus naar Mr. Flex, amper anderhalf uur te laat. Flex grinnikt en meldt dat ik alsnog mag komen. Zou zomaar door mijn (onbedoeld) zwoele slaapstem kunnen komen.

Ik er dus heen. Maar het is potver-hier-en-ginder-en-overal geen makkie om je op te laden voor de dag na zo’n valse start. Voor ik het weet zit ik temidden een broekspijpenoorlog en voel me net Piet die door een te smalle schoorsteen heen moet. En de Pineut, dat ook wel, ja.

Neeje, ’t loopt die ochtend bepaald niet smooth. So much voor dat “lekker slapen en morgen gezond weer op !” van Sonja. Laatavond past toch echt beter bij een nachtraaf als ik. Flits! Dat slaapzand is feetjes-stof geworden. Ik zit opeens weer in een tafereel mijner jeugd.

Haarscherp zie ik mijn moeder voor me, in nachtpon en duster. Op de bank, met Sonja op de buis en hoor weer : “lekker slapen !” Hihi, daarvan ken ik die slagzin dus !

Mijn hum gaat prompt met sprongen vooruit, terwijl ikzelf nog steeds mijlenver achterop hink. Tja, het is even niet anders.

En wat nou met mijn hotel voor siervissen? Daar moet ik nog es even lekker over slapen. Het mag dan wel zo zijn dat er in positieve zin altijd nog een tandje bij kan, maar of dat ook voor mijn portemonnee geldt, weet ik nog niet zo.

Maar ach, ’t gaat vast lukken.

Ook dat verkwikkend, probleemoplossend slaapje. Waarom ook niet. Mijn woonst is tenslotte niet afgefikt en mijn reflexen blijken super. Daarbovenop heb ik Dasty, een geweldige ontvetter en een Dametje Buur met énig poetsmateriaal en tijd. Vrijgemaakt speciaal voor mij.

So, I take my chances.  ‘Terusten, beste lezers !

——————

* blaffetuurtjes : rolluiken, hier figuurlijk

** : Met deze slotzin rondde Sonja Barend telkens haar laatavond-talkshow af

*** : Morpheus : Griekse god van de (helden)dromen

Raspoetitsa ruimt baan !

Uit wrijving ontstaat glans, schreef ik al. En of het waar is ! De nagelnieuwe stoep voor m’n deur is spic-en-span, en de baan blinkt als gitzwarte schoenpoets ! De woestijn is terug naar Egypte verkast en de  modderstromen wasten zichzelf intussen schoon …

Hola-di-ee en hopsasa … Raspoetitsa ruimt baan ! Ja, beste lezer. Je leest het goed : de weg is terug van weggeweest. Na zowat 2 (!) jaar. Dat moet gevierd !

Of het mooi is geworden ? Eerlijk : nou nee. Een parking knàl voor je deur is niet bepaald het summum van schoonheid. Ik mis m’n boom-vanuit-het-keukenraam. De huidige zogenaamd ‘lage beplanting’ is daar geen partij voor. Denk : errrrugg laag, klasse piereverdriet.

Oei, dit klinkt niet vrolijk.  Maar echtigentechtig : het kan me niet verblotekonten.  Alles beter dan wegloosheid. 

Ander heuglijk feit : ik heb mijn nachtrust terug. In principe.

Mijn lijf is daar zo ondersteboven van, dat het tegenwoordig het ene na het andere cimbaalstukje op me loslaat. Totaal ontregeld. Je zou voor minder, na al die maanden van boren, klieven, kappen en kleunen.

Wég zijn de aardbevingen waar mijn bed me aan onderwierp. Geen slaapbevorderende wiegeliedjes waren het, maar regelrechte fakir-tortuur.

Wég zijn de slijpschijven, die me tot op vandaag een nagelvijl-complex bezorgen, annex een nooit meer overgaande hekel aan schuurpapier.  Ze kliefden op het laatst niet alleen stenen en stilte aan stukjes, ook mijn zenuwen…

Maar ’t kan nog erger.

Langstaartigen in huis – met of zonder strikje –  compleet met bijpassende rioolgeur. Die invasie is, met vastbeslotenheid, uitgeroeid. Pfoe-pfoe.

Ah ! Mijn zintuigen  (nose-eyes-ears) komen tot rust ! De martelende luchtspielingen zijn opgelost. Fata morgana’s, vertel mij wat !

Niet zo gek, die woestijntaferelen.  Genoeg zand voor tonnen zandzakjes. Met variatie in kleur als bonus… Gelukkig is de eeuwig opduikende zandvlakte zo finaal overwonnen dat ze zich braafjes permanent liet opborstelen ! Wég woestijn.

Nog een pluspunt is dat je vandaag geen kaartkundig genie meer hoeft te zijn om m’n huis te vinden. Ik is blij.

Aan de weg als inbreker hoeft ook niet meer getimmerd. De deur kan weer open. Mijn loopbaan als acrobaat geef ik er ook aan. Gracieus, dat spreekt.

Wég putten, bulten, loszittende stenen en inzakkende bruggetjes, waarover je je nek kan breken – en de rest van je constitutie erbij. Goed voor de sierlijkheid.

Binnen is het ook weer heerlijk warm. De über-echte pool-simulatie is weer netjes waar ie thuishoort : op de Noordpool.

Weggesmolten zijn de ik-bevries-proof-outfits en de daarbij horende niet-communicatieve pareltjes met God. 

Een bakje troost is weer aan de orde, want de kraantap doet het. Voor mij geen deur tot deur meer, op zoek naar een barmhartige water-samaritaan. De visioenen die me ei zo na een delirium over waterpompen bezorgden, spoel ik nu lekker door. Met datzelfde vloeibare goud kan ik ook nog efkes die kamele(o)n wassen, dus dat komt snor.

Wég zijn ook de onverwachte stroompannes. Dat scheelt aardig  in néééje, “het-werkt-wééér-nie”-momenten. Alles doet het gewoon. Zo goed, dat die kapotte badkamerlamp nu wel heel erg afsteekt. Er is (onvolledig) licht in de duisternis.

Maar ach – een kniesoor die daarover valt. Of het moesten de tele-nuts-bedrijven zijn, die nu een superklant  aan me verliezen. Wellicht verguldt een event met een energieke dj – een cute hondebeestje – deze pil.

Daarna komt de slaap – die nog aardig de weg kwijt is – vanzelf. Is het niet van moeite, dan val je wel om van de energierekening …

Woehoeii ! Let’s party, Mister Dog !

Descartesiaans denken

Tumblr

Bron : weheartit

Ik heb in dubio gestaan over de titel van dit stuk. Stylistisch, journalistiek en vanuit wat mij rond goed schrijven is geleerd, is die belangrijk.  Een goeie titel, trekt aandacht, maakt nieuwsgierig, vat samen.

Daarom zit je, beste lezer, opgescheept met deze. Of ie aan voornoemde criteria voldoet ? Geen idee. Maar hij haalde het van ‘Bollebozen wiens toendertijd maffe ideeën nu heel gewoon zijn, maar daarom nog niet simpel toe te passen’.

Van zoiets slaan niet alleen je hersens, maar ook je tong in de knoop. Bovendien zijn er een hele rist mensen met een hoek af die best briljant zijn. Neem Newton. Dankzij hem weet ik dat ik dagelijks de zwaartekracht onderga. Meer voeling heb ik er niet mee, wegens een gebrek aan begeestering.

Anders vergaat het Descartes. Hij denkt. Hij twijfelt. Denken en twijfelen vindt hij een  universeel recht. Als liefhebber van ‘little grey cells’ doe ik dat ook allemaal. Soms vind ik ’t knap lastig, al dat denken. Dat dan weer wel.

Denken dus. Niet zomaar het gewone hoespeelikdatvandaagallemaalklaar.

Neenee. Het denken over het leven. Het existentiële.

Omdat ik kind van mijn tijd ben, moet het ook nog effectief. Dus met plan, actie en uitkomst. Dan krijg je iets als dit.

Ik wil het onmogelijke. De tijd terugdraaien. Maar Tijd is een universeel gegeven, waaraan niet te tornen valt. Iets dat altijd geldt, voor iedereen, zonder uitzondering. Niets aan te doen.

Ik doe het ondenkbare. Als gevolg van de universele tijdswet ga ik door. Omdat ik niet meer terugkan. Al voelt het  soms als een appendix-operatie die wegens complicaties nog ’s moet worden overgedaan.

Ik bereik het onverwachte. Ik zie heel in de verte een lichtpuntje, af en toe. Dan wiebel ik van binnen. En bij tijden ook van buiten. Omdat er mensen zijn die maar niet kunnen vatten waarom ik maar niet wiebel. En de seconde dat ik het wél doe meteen vinden dat het niet hoort.

Iets prachtigs.Vrijheid van denken. Maar ook niet te stoppen soms.

Soms wou ik dat ik zoals Mr. Data in Star Trek een offswitch-modus had.

Het gevolg hiervan, met name slaap, zou mijn denkproces zeker geen kwaad doen.