Tagarchief: Superwoman

Druk, drukker, drukst … (Swoon 57)

Allereerst : het duimwerk heeft gewerkt; de op is gelukt. Over ’n huis springen doe ik nog niet, en daarom staan lezen en reageren voor nu op een laag pitje. Maar dat zegt niks over hoe hoog jullie in mijn bloggershart zitten. Wel integendeel, beste lezers. Dankjulliewel !

Bij de aanzegging van de meest recente op, klapten de grey ones allemaal luikjes open, met daarop to-do’s. Iets in de zin van : in die week dit, en in de volgende, zeker nog dat doen. Niet raar, na meer dan 20 edities. Mijn alterego Superwoman leefde zich uit op strakke regie.

De ware gannefjes die mijn celletjes zijn, voelen meer voor ‘altijd wat te draaien’. Op rolletjes, dat is té saai, vinden ze. Al heb je dan energiepeil plumpudding.

Zo kon het gebeuren, dat ze ‘geen lasten tillen’ en ‘bib aan huis’ aaneenregen en doorlopend in mijn hoofd voorbij lieten komen.

Ze krijgen haast standaard hun zin, want ik heb geen animo voor kermis onder mijn schedeldak. Aanmelden dus. Driewerf is scheepsrecht, maar ik ging pas bij de vierde poging de boot in. Niet bepaald soepeltjes, maar goed, Bibfee was feit.

Ik ben nogal van boekenlees-turf, en het zeulen ermee beloofde nog wat, strakjes.

Geen betere krakkemikkigheid dan diegene waarvan je geen last hebt. Geef toe, dat staat als een huis, dus overstag.

De wervelwind die zich bij me meldde, was het absolute tegendeel van krakkemikkig. Een onstuitbare driejaars, leesgraag en breed-geïnteresseerd. Onversaagd bovendien, want ze droeg de dikste tomen voor me aan.

Wie bij haar nog leeshonger ervoer, moest het achtste wereldwonder wezen !

Best van al, was nog, dat het geen droge gort was – waardoorheen je je de weg moest slijpen, maar lekker beklijvend leesvoer. Dat moest goed gaan komen ; ik voelde ’t aan mijn water !

Goeie dingen heb je nooit teveel, dus belde ik Bibfee omtrent een reservatie die de bib voor me klaar had staan. Kraakvers thuis, voelde ik me nog lichtelijk brak, namelijk.

De openingsuren niet, maar de gedachte dat ik voor Bibfee ultravroeg uit bed zou moeten schoot wél door mijn hoofd. Ach wat, als ’t voor Dokter Huis kon, dan ook voor haar.

Zei ik al onstuitbare wervelwind ? Daags daarop woei een tornado mijn woonkamer binnen.

In de hurry die ze had, om haar overboekte agenda bij te houden, raasde ze voorbij de stapel retour-boeken, mijn leeslijstje en welja, de openingsuren ook. De vaart voorop lopen dus. En de haan, hij repeteerde het kraaien alvast.

Overnieuw, die boekenmissie. Hoera ende joepie voor mij, niet meer in de vroege morgen.

Als Bibfee wegsnelt, duizelt het me ! Ik voel een jacht die vast niet erger kon zijn, al zat een leger tsee-tsee-vliegen me op de hielen… Phie-ieewwwf.

Ach nou ja, ik ben duidelijk nog niet in de running, druk ik Stemmetje Ongemak weg. Nooit doen, beste lezers. Kraaiende paashanen zijn uiterst ongezellig, en slecht voor de sereniteit.

Weer terug met boekenbuit, meldt Bibfee dat er een saldo openstaat. Haan 1.

Haan twee is mijn “O, ja, da’s die reservatie.” Wat is dat toch met al die omen die je maar niet oppikt, hm?

Haan 3 dan eindelijk, is de ontdekking dat de reservatie van “Je ziet mij nooit meer terug” er niet tussenzit. Een half leven nadat Bibfee is gevlogen. WAAR IS HET ? Ochere ochottekes, laat dit übertoepasselijke voorteken geen waarheid worden …. voel m’n hartverzakking.

POTVERhierenginderenoveral is de gecensureerde transcriptie van mijn verder allesbehalve vriendelijke gesprekje met God. De Verlossing kwam niet van Hem, maar van de alleraardigste bibmedewerker.

Het vervolg laat zich raden. Toen kreeg IK het druk. Exact met dat wat ik zo graag had willen laten. Boeken zeulen, over een hobbelig weggetje, met pijnlijke onderbuik. Niet goed. Maar echt, ik moest frisse lucht. Om niet uiteen te klappen.

Bij thuiskomst hing ik zonder pardon ‘niet storen’ op de deur. In één moeite door stopte ik een kattebelletje in mijn voor de volgende ronde klaarstaande ziekenhuistas met “vermijd stress, A. !”

Het zal me benieuwen, of ik tegen dan nog weet hoeveel energie en geduld al dat aansturen van me vergt, zo post-operatief …

Voorlopig hou ik ’t maar bij “Lekker slapen en morgen gezond weer op !”

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Advertenties

Hornblower Swooning : Saturday 22

Het is een beleving, wakker worden in een zonbeluikt huis. Mét blauwgrijze gloed nu, is the room uzing melatonine. Alleen is het die zaterdagmiddag nog een half etmaaltje te vroeg, om m’n eigenste blaffetuurtjes alweer te luiken. Tenminste, als ik geen migraine-ruzie wil met m’n cerebellumpjes. Met de rest van ’t karkas héb ik al bonje. Komt ervan, als je Achtarm dacht te wezen. Ik bakte, braadde, kliefde en sneed dat ’t een lieve en vooral een gesmààkte lust was.

For the zzzzzzzzzinnnnnnnnnnnng in life zet ik zo nu en dan m’n motoriek es op zijn plaats. Dat die dat daags daarop dan ook vrolijk bij mij doet, ach nou ja, dat capteer ik – net als dat post partem diclofenacje.

Mijn armen kunnen de vergelijking met die van een slingeraap doorstaan ; stevig uitgerokken. Spieren als kwatta – net zo lobbig als ’t twee dagen eerder geklopte beslagje.

’t Gaat allesbehave gesmeerd. In sporttermen : overtraind.

Ik voel me weer de mini die door de toenmalige Mr. Flex aan een evenwichtsbalk werd opgehangen met onder mij ’n ‘afgrond’ van 30 centimeter en alleen m’n armen als betrouwbaar instrument om te voorkomen dat ik ter aarde stortte. Iets wat ik zo veelvuldig deed dat ik ’n heuse valtraining kreeg opgelegd. Jaa, hardcore, die fysio van mij.

Ondanks alle ‘aches and pains’ moet ik toch gniffelen als ik terugdenk aan de grondlegging van de Superwoman inside.

Hoewel ze nu niet meer woest geklutst en gekneusd zijn –  en worden – door al die blutsen en builen, doen mijn cerebellumpjes vandaag niet mee. Op dromen van lucifertjes na om de kijkers open te houden, kom ik tot niets.

H … OOOOTTTTTTTT ! HOOOOOOOOOOOOOTTTTTTTTTTTTTTT !

Wasda ?! Ik schrik op uit mijn gedachten. Een vuvuzela ! Niet voetbal, maar een knaloranje blazer met een balletje-trappende Amalia komen in me op. Big smile for that, hihi.

Het volgende uur sneuvelt die lach, want wat ik ook doe – voetbal alom. Geen ontkomen aan.

Alles bliept, klingelt en pingpingt vol overgave – en de Toeeeeeeeeeeet-Toettttttttttttt’s zijn niet van de lucht.

Wat blijkt : Koning Voetbal regeert !  Belgenland speelt weer en kraait victorie dit keer. Zucht. Mijn celletjes zeuren brilsmurfgewijs dat ze niet van voetbal houden en een goei muziekske willen.

Mispoes. Dat chansonneke wordt een stukje radiocommmentaar  … over dat ding waar je achteraanholt om het dan weer weg te sjotten.

Dan toch een deun. Of meer een dril, zeg maar. Left, right … left, right.

Jeeeeeeeeeeeeetjepietje, zeg ! Het leger zegt me nog minder dan voetbal. Hm. Dat follooo da lida klinkt veuls te opgewekt voor den troep, bij nader horen. Meer een kiné-lied, al kan Flex er alleen maar van dromen dat ik zo strak zijn uitgezette koers ga volgen.

Maar kom, it worked like a charm – want de Duivels werden tweede in hun poule en deden dus precies wat de Soca boys voorspelden : follow the leader !

Ze fierljepten zich bijgeval voorbij de tegenstand, maar dat mag de pret niet drukken. Een lijn naar boven is een lijn naar boven – schots gaat ook. Schoon scheef is tenslotte ook niet lelijk !

En zo ben ik via velerlei toeters en nog meer voetbal-bellen bij mijn zwijmel van vandaag beland : Hornblower. Je weet wel, knappe zeebonk Horatio, met de steekhoed en de immer witte kousen – waarvan ik me destijds afvroeg hoe ie dàt toch altijd weer klaarspeelde ….

So, dreaming of Horatio it is, beste lezers. Ben ik nog nét fit genoeg voor !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.

Belle poupée, bonne journee

Fris en fruitig opstaan, het is wat.

Bij ’t morgenkrieken van die woensdag is mijn façade catastrofaal. Ook bij m’n alterego, Superwoman, is de Super dus wel es kwijt.

Te wijten aan dinsdagavond die om te huilen was, wat ik dan ook deed.  Als Sidonia commando heeft, bestaat soepeltjes even niet, helaas .

Aan de basis van de inzinking niks wereldschokkends, eerder een slepende kwestie. Iets in deze zin : Oef-t-is-opgelost-neeeeeeeeeee-toch-niet-miljarste-caramba-hoe-lang-nou-nog-voor-dit-de-wereld-uit-is !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!  Zaagtandjes dus, en  iets  als dit erin : pddritjimbmùgoiugUHujdghhhhhhhreufyeyeyeyeyeyryfgygeèyf !!!!!!!!!!!!!!!!

Moedeloosheid got the better of me. Geen houden meer an de Zoute Zee. Ai ende oei. Vooral dan bij de volgende wekker, als ik zie wat al die zouttoevoer voor mijn voorkomen heeft gedaan.

Vivat voor de koelkast met daarin ijskoude lepels en dito dagcreme. Het helpt niet alleen, je bent zomaar op slag wàkker.

Awel awel, ik ben weer presentabel, al rateer ik vandaag dan de schoonheidsprijs.

Beter geharnast zo. Voor de dag, en voor Flex. Die kijkt es, zegt tactvol niks en werkt bijna mijn hele hoofdpijn weg. De weergoden – de bende van Zeus ? – helpen ook een handje door het des morgens frisssssss te laten zijn. Zachte winter of niet.

Ha, het wallenspoor maakt plaats ! Je fais non-non-non-non-non tegen een slechte dag ! Brrrrrrrrr, even Bl.Okker binnen om bij te warmen.

Dan richting kassa. De lange aanschuif doet me even zitten : je hebt ’n slechte motoriek, of niet, tenslotte. Voor mij, in de sjarette*, een kleine dame van net geen drie – Dottie. Zij, Maman en Bonmaman keuren me uitvoerig. Twee laatstgenoemden breedvoerig én ‘en français’.

Niet erg snugger te denken dat de tweede landstaal niet ‘gecomprendeerd’ wordt omdat ik Nederlands sprak met de kassierster. Om het over netjes nog maar niet te hebben.

Enfin, ja, zalig de onwetenden. Weten zij veel, dat ik ooit vijf talen te jongleren kreeg. Niet allemaal graag en zeker niet allemaal even gecultiveerd, maar soit. Zalig zij die niet weten, dat je, gezeten op een Vlaanderlandse school, ’n bovenmatige tour de force moet uithalen, om geen énkele notie van Baudelairiaans op te doen.

Du moment zie ik de praktikale kant van Franse les in, al zou ik mezelf bezwaarlijk Fransminnend noemen. Mijn vocabulaire is roestig, door luttel gebruik, maar mijn taalbegrip daarentegen verbeterd. Onmiskenbaar weten mijn praat-overs dat allemaal niet …

Ik voel weerzin, tegen zoveel hooghartigheid. Bahbahbah.

En mijn celletjes, die voelen iets opborrelen, dat ze nog even onder de pet houden. Toute pour la surprise, nietwaar.

Zo dicht als mijn oren gaan voor die misplaatste klets, zo wijdopen gaan de karbonkels van Dottie. Niet zo gek dat ik haar in het oog zit,  wij twee zijn saampjes kleiner dan de rest. Ik val in de smaak, want plots klinkt het klokjesklaar : “Voyez, une poupée, une belle poupée !”

Op het draaien van àlle kopjes, valt Maman stil. PR van de bovenste plank, dit ! Ik ben instant gecharmeerd door dit darling dolletje. Hihi … !

En wat meer is, die kleine sloeber maakt baan voor een tegenzet !

Met ’n kushandje naar dochterlief, gooi ik het gezicht van maman aan gruzels, terwijl ik allervriendelijkst zeg: “Merci pour ça, ma petite, c’est un compliment très jolie ! “

Ik is blij – zeker na mijn oorlogsgezicht ! Ceci est une bonne journée ! Mijn celletjes zijn uitgelaten over het welslagen van hun move, en zingen  “La poupée qui fait non.” Dat wordt nog nagniffelen bij dit lied …

————————————————————-

sjarette : buggy

Mr. Sandman, bring me a dream

Wie Ariadnesdraad al langer leest, weet dat matineuze kolder hier wel vaker aan bod komt.

Niks aan te doen, ik ben wat ik ben : een legendarisch slechte slaper. Dreef ik vroeger mijn huisgenoten tot nachtelijke merode, nu ben ik vlakuit zelluf de klos.

Ik wil nog wel es in de veren liggen met Mr. Sandman in het achterhoofd. Maar ach, … ’t Ventje heeft busladingen zand voor me nodig, en die heeft ie op verplaatsing natuurlijk niet voorhanden …

De witte nachten zijn niet ’t ergste. ’t Is dat uitgevloerd opstaan. Dat noopt  bijgeval om de dag met een marathon te beginnen. Achter mezelf aan. Des morgens checken of alles aan me wakker is, zit er dus niet an te komen. Aan pre-opstaan doe ik niet.

Slaap-preparatie gaat zo’n beetje Ernie-style. Al pas ik nog prima bij dat boek en schrijfblok.

Ideaal om die outburst van energie in de kleine uurtjes te kanaliseren. Lief voor de buurtjes ook, die m’n reversed-day-rythm maar matig enhousiast onthalen. Want de diepe stilte van de nacht is nou éénmaal next toe not compatibel met stofzuigen, of ’n handmatig afwasje …

Waar ik zélf maar sobertjes positief over ben, is de ongebreidelde ijver waarmee ik in het tijdvak van Janneke Maan kluslijstjes opstel.

Echtigentechtig, ik krijg ’t nie gerijmd, soms. De nachtstart die me dikke tomen laat oplijsten in het idee ‘doe ik wel even’ en het krieken van de dag die van krék dezelfde opsomming plots straaaten zonder end maakt. Brak als ik dan ben, is het wat, om me m’n Superwoman-kant te herinneren.

Al dat geceel maakt weinig klaar, op een paar ik-heb-hier-zo-geen-zin-in taken na. Mijn celletjes zijn niet blij met ‘de schrijf het van je af, dan moet je er ni meer aan denken’ – methodiek. Ze krijgen er stress van …

En zo komt bloggen in het plaatje terecht. Naastwoners denken niet meer dat je de hel bouwt, en je kan er de fratsen en frutsels van de grey ones in kwijt !

Een gerief, beste lezer, als je nog ‘ns wil schuddebuiken om je eigen straffe stoten. Onder het motto : slapen we niet, dan lachen we wel. Humor geeft pep, toch ?

Dat die grijze guitjes je je bed uitzwieren om stukjes te tikken en filmjes op te snorren neem je op de koop toe … Dorst kan je zo bestrijden met een (grote) beker warme chocola …

en koekjes zijn ook geen punt, want je krjgt nu geen kriebelende kruimels in bed …

’t Moeten tenslotte niet altijd Dumdiedummetjes zijn die voor storing zorgen, nietwaar ?

Als Morpheus dan zijn zandwinkeltje opzet en het daglicht ‘sta  op !’ commandeert kan ik doorgaans toch nog wel ” Relax, take it easy ” zeggen, in de wetenschap dat er toch weer een paar colummetjes in de steigers staan of af(gevoerd) zijn. Of niet.

Geniet mee van het hindernisparcours dat mijn hoofd dit keer voor mijn slaap aanlegde, beste lezer, … Met – gegniffelde – dank aan Bert en Ernie.

Kindernostalgie !

De Mecenas

Hungry Bites

Bron : Weheartit.

Nadat de marathon-carrière van m’n rikketik middels kalium bruusk ten eind kwam en ie noodgewongen weer in de maat ging slaan, wuifde Arts me mijn  ziekbed uit, naar huis toe. Met de verzekering dat alles goed zou komen, maar dat ik het nog wel “even” zou voelen.

Vertel mij wat. Eenmaal thuis miste ik alle bravado. Energie nam holiday, zonder mij. Tot iets komen bleek heel uitdagend.

Toen werd het zondag, en schenen er zeven zonnen. Ideaal voor mijn alter ego, Superwoman, om haar slag thuis te halen en mij buitenshuis te krijgen. 

Fit of niet, ik ging. Alleen zo kwam ik van Super’s gezanik af.  Eens “op trot” ging het beter. Ik kreeg er zowaar schik in. Helemaal niet gek, om een beetje rond te cruisen… Het zonnetje bracht warempel de geur van goed weer mee. Feest !

Daar hoort een ijsje bij. Het elastiekje van mijn goeie hum springt op en neer, want ik heb muntgeld op zak … ice cream, here I come  !

Bij het kraampje aangekomen, stapt een vriendelijk lachende man op me toe. “Gaat u ook bezwijken ?” vraagt ie, waarop ik : “Yep, maar alleen voor het ijsje”.

Gek, de man kent me, terwijl ik niet eens het flauwste idee heb waar vandaan.

“Goed u lachend te zien.” “Van de meeste klanten weet ik niet hoe het ze nadien vergaat, als ze een trieste rit met me maken”.

Het vraagteken op mijn gezicht maakt plaats voor een aha-erlebnis. Eureka ! Mr Cab, zowaar.

Ik weet het weer, hoe het toen ging. Ik ging de moeilijkste rit uit mijn leven maken. Zonder exacte routebeschrijving. “Sorry”, snikte ik alleen maar. “Geeft niks”, zei Cab. 

Tijdens de rit zag hij nog kans om me van een berg zakdoekjes te voorzien, en een bekertje home-made koffie. “Hiermee gaat het beter,” wist hij.  Gelijk had ie. Ik wist mezelf bij elkaar te rapen.

We ploffen bijpratend op een bankje. Jawel, hij doet nog altijd taxiwerk, maar heeft een uurtje vrij. 

Dan ben ik. Ik vraag de vriendelijke reus het muntje even door te geven, wegens zelf te klein. Hij neemt het geldstuk aan en laat het zweven tussen mij en Ijscoman.  Suspence. Dan klinkt het gedecideerd : “Ik ga het u schenken, mevrouwTJE“.  Alle mensen op en rond het kraam applaudiseren. Weigeren is dus geen optie.

Weer ben ik van de kook. Van blijdschap, nu. Mr Cab ziet het, en ziet er ook al blinkend uit. “Leuk u fleurig te zien. Tot de volgende rit !” Hij zwaait, ten afscheid.

Ondertussen bedenk ik dat het wel goed is, zo. Vergeet me zelfs te storen aan mevrouwTJE. Niks geks aan, als je een halve meter groter bent, riposteer ik de emancipatiedrang van Superwoman.

Een goeie daad mag je niet dwarsbomen. Daarom rijd ik, vrolijk likkend, nog ’s langs de standplaats van Mr. Cab. Zijn duim gaat de hoogte in.

Later thuis, komt het in me op dat we toch een soort van quitte staan.

Hij schonk me het ijsje en ik hem het volledige spiegelbeeld van onze (voor)laatste ontmoeting. Dit keer zal het Cab niet bezwaren. Hij kon immers een verschil maken.  Een leuke twist aan de situatie geven. Eind goed, al goed.

 Heel smakelijk, zo’n ijsco-mecenas. En onbetaalbaar !

Superwoman multitaskt

Superwoman. De tegenhanger van Superman. Wie droomt er niet van haar te zijn ?

Heeft nooit kledingkeuze-dilemma’s. A ja, want ze zit altijd al strak in het pak. De kleuren, de verhoudingen, het klopt allemaal.

Make-up issues ? Kent ze niet. Die van Krypton zien er altijd super uit !  Die goeie look zit net als het pak automatisch gebeiteld.

Want ik heb Super(wo)man zich nooit druk weten maken inzake welness.

Voor haar geen gestuntel dus met fond de teint, camouflagesticks, mascara, lipstick en consoorten … Eender hoe, wat waar en wanneer : super is het epitheton ornans dat bij haar past.

Vermoeidheid ? Daar doen ze niet aan op Krypton. Non-stop paraatheid is de norm. Van de dwingeland slaap en zijn metgezel bioritme hebben ze daar nog nooooit gehoord. Simpelweg tijdverspilling. Punt. Eind aan de lijn.

Tja. Er zijn absoluut pluspunten aan, om een constitutie te hebben die voor een zeker percentage uit staal bestaat.

Een off-day wegens ziekjes heb je immers nooit.

Geen hormonaal bepaalde hoofdpijnaanvallen waarbij het lijkt alsof een heel orkest tegelijk – liefst om ter hardst – cimbaal wil spelen in je hoofd. Zodat het lijkt alsof je door staal verpletterd wordt …

Iets heel anders dan van staal zijn, als je het mij vraagt.

Superwoman heeft geen last van totaal in de soep gedraaide agenda’s.

Voor haar geen elfendertig items die zich allemaal tegelijk op de zelfde plek in je agenda willen nestelen. Gisteren dus.

O, en ook geen overblijvende taken die je allemaal om ter meest met een schuldgevoel opzadelen. Juist ja, omdat je ze niet af hebt, terwijl je dat eigenlijk wel met de over-all planner in je had afgesproken.

Want deze dame is straf in multitasken. Ze kan niet alleen verschillende agenda’s aan. Neehee, ook nog totaal verschillende levens ! Ze switcht er tussen of het niks is.

Al wat nodig is, is een draaideur, of een telefooncel of wat er verder ook maar voor handen is om even ongezien je Super-outfit aan te schieten.

Hoe anders gaat het er bij mij toe !

Ik heb natuurlijk niet de gave dingen op voorhand te zien aankomen. Daarom ontdek ik geweldige initiatieven – zoals de Wijvenweek – ook steevast te laat.

Gevolg daarvan is dan weer dat de aan deze topic gelinkte stukjes onherroepelijk niet op tijd verschijnen. Of zelfs helemaal niet.

O, en dat gesappel met agenda’s ! Niet dat ik niet organized ben. Ik heb er zelfs drie. Jawel. 

Maar het moet gezegd : ik heb altijd nét niet die agenda. Die agenda, die net dat andere segment van mijn leven beslaat. Dat waar ik op hét eigenste ogenblik een kijkje in wil nemen.

Schril contrast met de a-priori-aanpak van Superwoman.

Dus komt het vaak neer op de bereidheid van mijn ‘little grey cells’. Die doen meestal gezellig mee. Behalve dan als ze vinden dat ze niet genoeg slaap hebben gekregen.

Dan durven ze nog wel eens een kletterend cimbaalstukje opvoeren in mijn hoofd.

Als mijn brein slechts mild ontstemd is, dan stuurt het zijn maatje bioritme, die luistert naar de naam Nachtuil.

Ook niet echt een zegen. Want mijn brein laat zich niet in ééntweedrie tot slaap bewegen. Maar als het dan slaapt, dan is wakker worden ook wat.

Vaak te laat, alle formaten – ook lawaaitjes – van een wekker ten spijt.

Eigenaardig genoeg is vroeger naar bed gaan geen oplossing. Wél een garantie op wakker liggen tot het halfuurtje voor ik  moet opstaan.

De telefoon brengt nogal eens soelaas als het er op aankomt de slaap te verdrijven.

Compleet met armwiekend naar de telefoon graaien,  en daarbij zorgen voor iets dat klabatsboembaf doet, juist als ik de door mij verkeerd benoemde mijn vergissing wil verklaren.

Als ik dan die slaaphorde heb genomen,  dan ben ik klaar voor de volgende stap.  Het maskeren van mijn dikwijls astronomische slaapgebrek.

Daarbij moet ik voorzichtig zijn dat ik geen ruzie krijg met mijn roomblank velletje, dat enkel na straffe onderhandelingen iets anders dan Nivea accepteert.

Gelukkig gaat garderobegewijs alles een pak vlotter.

De kleuren mogen dan niet zo flitsend zijn als bij Superwoman, ze combineren wel. Al bestaat het geheel vaak wél uit stukken die ik eerst niet kan vinden …

Minpuntje ? De broeken zijn standaard langer dan ik.

Bezig dit euvel te verhelpen, kan het dan al eens gebeuren dat ik de deur in mijn haast dichttrek, met de sleutel overal, behalve geruststellend in mijn jaszak.

Andere keren heb ik de sleutel wel, maar ben ik de weg ernaar kwijt in mijn handtas. Die glansrijk de vergelijking met een doolhof kan doorstaan.

Conform mijn mythologische connectie zou een labyrint een eitje moeten zijn, maar niks is minder waar. Wee ende helaas.

Maar gelukkig heb ik op dit punt van de dag genoeg raketvaart ontwikkeld om tegen dat tikje vertraging te kunnen…

Tja. Superwoman zijn is een multitask !

Maar het is nog maar de vraag wat Superwoman doet met het het menselijke side-effect chaos. Anders dan dromen, soms heel echt … 

Chaos. Daar ben ik super in!

Superwoman

dope of dopeness

Bron : weheartit

Ken je Tim Visterin nog ? Wel, ik droom er soms van. Zo’n Merlijn die opeens naast me staat, dat lijkt me wel wat. Alleen heb ik het niet zo op vogels.

Als ik  mocht kiezen zou ik graag Superwoman zijn, de vrouwelijke versie van deze Superman. (Ik beken, als kind had ik een crush voor ‘m.)

Jaja, ook omdat ie knap was, maar toen toch vooral omdat hij zich in een mum van tijd kon verplaatsen. In een mum van tijd ter plaatse zijn lukt me nog steeds niet, maar, ik til er niet meer zo zwaar aan. 

Mijn ambities zijn beslist bescheidener geworden, want ook dat vliegen hoeft niet meer zo. Ben al gejaagd genoeg.

Maar het àndere talent van Superman, dààr ben ik gek op. Het al voelen aankomen, wat zeg ik, weten wat er te gebeuren staat. Om er dan, in “a split second”, nog  rappekes een positieve uitkomst aan te geven.

Alsof dat nog niks is, slaagt zijn alias Clark Kent er bovendien ook nog vlotjes in om een steengoede journalist te zijn met een meer dan goedlopende carrière. Moeiteloos stapt hij van de ene ik over op de andere, het ene leven in, het andere uit. Dat is nog eens multi-tasken!

What it takes? In de Supermanfilms is dat vaak een draaideur.

Daar heb je het al! Het eerste wolkje aan de multitask hemel! Draaideuren vind je bij mij niet terug. Aliassen ook al niet.

Wat ik wel heb?

Een strakke planning en een collectie agenda’s. Het agenda-syndroom is niet meer veraf. Daar bovenop nog massa’s planningen van anderen. Ook die zijn vaak niet ideaal, en hebben zo hun effect op die van mij. 

Neem tijd om te plannen, hoor ik vaak. Goed plan, alleen mislukt het bij mij steevast omdat ik dan denk : ik kan beter wat dóen.

Maar ook de knop omzetten van Ariadnesdraad naar de rol van dochter, tante, gezinsmanager, vrijwilliger, … vergt iets meer dan een vingerknip. Bij tijden kom ik echt het swishhhhhhh-effect van Superman te kort.

Hier ten huize is dan ook vaak plan B van kracht.

Maar ik heb natuurlijk ook geen Superwoman pak. Plus, ik kom niet van Krypton.

Zou het werkelijk zo eenvoudig zijn?