Tagarchief: tijdsgebrek

Reading Thoughts Reversed (Swoon 36)

Toen de dieren nog spraken, zat ik op ’t hartsgrondig verfoeide internaat. Geen geweldige uitgangspositie. Ter compensatie verslònd ik boeken. In het boek was uit de kostschool, tenslotte.

Om de verplichte boekenlijst malen was d’r niet bij. Wel erover, want ik greep steevast mis in de schoolbib, en de boekenbank thuis, op plus 50 kilometertjes, kon weinig voor me betekenen. Maar was die dijk geslecht, zat ik gebeiteld. Mét boek, en – naar ik nu weet – formidabele inhoudelijke vragenlijst. Ik las, noteerde, schreef en herformuleerde dat ’t een lieve lust was.

Of het Meneer Nederlands ook zo lieflustig was, geen idéé, mààr : hij kreeg zeker weten het volle pond voor zijn ‘goed uitgewerkt en onderbouwd’ – aspiraties.

Het bewijs : z’n openingsrepliek op m’n allereerste boekverslag in zijn opdracht. “Dit is niet alleen in lengte, maar ook in diepte een goed uitgewerkte boekbespreking.”

Spijkers met koppen, want ’t was op ’n haartje na manuscript, beste lezers. 18 kantjes vol. Bijschrift : zo’n 20 leidvragen en nog best groot uitgevallen hanenpoten.

Na de meewarige blikken en snedige opmerkingen bij inlevering, was diep doorvoeld soelaas én van oor tot oor grijnzende voldoening mijn deel.

Ergo : ik bleef heerlijk boekwonen hierna, en lijvige pillen oppennen. Hoera voor doorwrocht – het werd m’n handelsmerk, slechte motoriek of niet.

Zo ging dat, tot ik groot was, en ik niet alleen in boeken, maar ook in het échte leven van alledag ging wonen. Daarin kwamen dikke tomen misericordia voor, die me zo opslorpten, dat ik, wat lezen aanging, nog slechts ’t geheugen van een goudvis overhield. ’t Leesgekwakkel gold, tot die goudvis lucht wilde, en ik een deur – tussen de tristesse en mezelf.

Met Ariadnesdraad was de leeslust terug.

Ik fact-checkte me een slag in de rondte, en genoot er ook nog van.

Dat feiten nalopen gaf input, en daar moest toch wel een boekrubriek inzitten ? Reading Thoughts.

Parmantige naam in eigen categorie. Met, op vandaag, slechts de inhoud van 1(!) artikeltje erin. In aanvang veelbelovend, maar qua uitvoering om te huilen.

Echtigentechtig, ik mis de leidvragen van weleer, om me door het boekbeschrijf te loodsen. Een heus draagvlak om de inhoud én mijn enthousiasme tot iets leuk leesbaars te transformeren.

Wil ik weer die steunende vraagstelling hebben, dan zal ik ze zelf moeten aanleveren. Ben ik groot genoeg voor, maar er is dat addertje. Het sist niet, maar het gonst zeurderig.

Goeie vragen vereist verdieping – inhoud kennen, dus meermaals lezen – kortom, er eens goed voor gaan zitten. Zo’n spreekwoordelijke vijf eeuwtjes. Vadertje tijd is, wee ende helaas, niet zo goedgunstig …

Knelt het schoentje hier al, dan wordt mijn princiepsbeslissing om geen tijd te gunnen aan niet-boeiend, pas écht pijnlijk lopen.

Bovenop komt, dat ik in denken altijd meer wil dan kan. Om over uitvoersnelheid maar stilletjes te zwijgen. I wrote the book is nog wel even een ander chapiter dan ‘I read it’.

Na veel nee-ja-misschiens, laat ik kortelings de categorie RT opgaan in Gericht Schrijven. Hierin huizen al de WOT- Writing On Thursday – en mijn Swoontjes, de Zwijmeltjes op Zaterdag.

Deze schrijfstuurtjes worden dus vervoegd. Het boekbeschrijf van weleer is niet meer, al zal Ariadnesdraad altijd wel plaats hebben voor rake passages.

Reading Thoughts Reversed dus, ofte een blogtechnische swoon met Beth Ditto !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Niet scricken … ’t is 29 Februari !

Afbeelding via Google 

Een speciale dag vandaag. Eéntje die je niet elk jaar meemaakt. Jaja, ’t Is efkes scricken* als je een 29ste tegenkomt in de tweede maand van het jaar.
 
Wie bedenkt nu het idee tijd ? vraag ik me af. Vandaag nog net ietsje meer dan anders, dat spreekt.
 
Wie vindt tijd plots zo nodig dat ie er heelder systemen en mechanismen voor uitdenkt ?
 
Wie tijd Tijd ging heten, zal wel altijd een mysterie blijven. Maar wie er onze huidige indeling voor uitdacht is wel geweten. ’t de Kalenderman. Juul Cesaar.
 
Straf. Dat voerde zelf geen klap uit, maar wilde wel de tijd naar zijn hand zetten. Niet alleen de zijne, maar ook nog die van alleman.
 
Ah ja, want hij wilde precies weten hoeveel tijd hij kon gebruiken om anderen aan het werk te zetten terwijl hij slapend rijk werd.
 
Lees  : terwijl hij zich bezig hield met zijn hobby. Met name anderen in de pan hakken.
 
Nu ja, het kind moet een naam hebben natuurlijk. Als je Cesaar heet, ben je van mening dat de wereld rond jou draait.
 
Dus noem je je tijdinstrument naar je zelf. De Juliaanse kalender. O, en een verwijzing naar je favoriete tijdverdrijf moet er zeker in. Mars. Dat kan, als je voor god speelt.
 
Wat zeg ik, spelen ? De Juul ging er van uit dat hij er één was.
 
Nu staan goden niet echt bekend om hun bescheidenheid. ’t Zijn echte ijdeltuiten.
Een telraampje om na te checken of alles wel klopt ? Welnee, dat is niet fashionable.
En de Kelten, wat weten die er nou helemaal van ?
 
Sine dubio kwam er dus een kalender met 355 dagen en 10 maanden.
 
De zon en de maan trokken zeiden lekker puh en cirkelden rustig door. Ze zetten Cesaar een neus voor zoveel zelfzekerheid en draaiden zo ergens rond de (late) Middeleeuwen de hele kalender aan flarden. 
 
Tegen dan was de ruzie tussen de kalender en de zon zowat een seizoen groot.
 
Gregoor tenslotte was de gekkigheid beu. Hij kreeg de zon en de kalendertijd weer in de pas. Toen kregen we dus een Juliuskalender met Gregoriaanse twist. Lekker deelbaar, zoals het uur.
 
Met 12 maanden – dat rekende vlotter – 10 extra dagen en op gezette tijden nog eens een extraatje. Kwestie van de zon tevreden te stellen.
 
Want : hij gebruikte z’n telraampje wél, en zijn financieel geslepen inzicht ook !
 
Tijd is dus iets arbitrairs. Kan zomaar beginen of afwijken. Tijd is immers geld waard. Zakelijke motieven zwaaien de scepter.
 
Op West-Samoa wipten ze om die reden van de ene naar de andere kant van de datumgrens. Deden ze al eerder, en zouden ze vast weer doen, als ze er geldelijk gewin in zien.
 
Sinds we al die tijd gekregen hebben, heb ik steeds het gevoel dat ik tijd tekort heb… 
 
Want lege tijd – tijd waarin we écht niets doen –  is het nieuwe taboe. 
 
Wie durft nog zonder het minste beetje schuldgevoel “lekker niks” antwoorden  op de vraag wat er dit weekend op de planning stond ? Je moet uit goed hout zijn gesneden om aan de (verdoken) scheve blikken het hoofd te bieden als dit je respons is.
 
Alles moet nu efficiënt en nuttig zijn. De klok rond.  Maakt niet uit of je jezelf hierbij helemaal voorbijholt.
 
Wanneer komt het genie dat meer dan 24 uur in een dag stopt ?
 
Zodat we ons zelf niet tegenkomen en daarna eeuwen nodig hebben om die mokerslag te verwerken ?
 
Ja, ’t is waar. Tijd, daar heb je nooit genoeg van.
 
Wat deed jij vandaag met jouw “extra”  tijd ?
 
——————————————————————————————-
N.B. In de titel zit een verwijzing naar het middelnederlandse woord scricken, dat later schrikkelen werd en zo de naam gaf aan het jaar dat wordt overgeslagen, het schrikkeljaar.