Tagarchief: Toet

Jubileumpost : Het Toet-effect (Swoon 30)

Dit Jubileumpostje is een gastlogje van zij van Wiebeltjes, Rianne. Credit, copyright en dank gaan dan ook naar haar en de Boyszzz. Eerder verschenen ‘jubilerende’ postjes zitten onder het zoekwoord jubileum vervat…

Met de paukeslag van de vorige zwijmel nog in de oren en de zwierige mood plus hapjes bij de hand, kan het beloofde feestje van start. Want ja, beste lezers, Ariadnesdraad is deze week jarig en wordt alweer 5.

Naar inmiddels traditie, laat ik weer m’n lezers aan het woord. Wat is een blog immers zonder. Steeds blijer en trotser ben ik, op dit blog en haar bijzondere lezers !

Vandaag geef ik podium aan mijn pluchen lezertjes : Toetjes en Fantjes. Omdat ikzelf een pluizig huisgenootje heb, stond het vast dat Huize Wiebel, het adoptieburo van mijn trotse Toetemie, zou speechen. Altijd wat te draaien, en te dansen ook, met ’n Roodneusje in huis. Het Roetsssssssssssssssjt en het roffelt, met waar Toet-effect, op de zwijmel van Denise LaSalle’s Toot-song, bijvoorbeeld.

Lees mee hoe het begon, beste lezers, en waar het met al die sjarremes en daardoor smeltende harten heen gaat…

Na een zware dag plof ik thuis op de bank en pak de laptop.

‘Je hebt een mailtje’, zegt Toet. ‘Van Toetemie’s mens’, voegt Rozifantje er aan toe.

‘Zeg maar gewoon ja’, vervolgt Toet, ‘Dan regelen wij het verder wel.’

Ik open mijn mail en lees ‘Ariadne’s Draad bestaat 5 jaar’ en ‘Gastblog’.
Zonder nadenken, en met de hete adem van twee knuffels in mijn nek schrijf ik per kerende post dat ik vereerd ben. Ik maak een notitie in mijn planner, denk even na over een opzet, bedenk mij dat ik nog tijd genoeg heb en laat het los…
Fast forward is er ineens bijna geen tijd meer en maak ik dankbaar gebruik van een bewolkte zondag en de zoekfuncties op ons beider blogs om wat data bij elkaar te schrapen.
Dat ik Ariadne’s draad al een hele tijd volg weet ik namelijk wel.
Dat ik elke keer weer word gegrepen door haar prachtige poëtische zinnen is een feit. Dat ik sommige blogs meerdere keren moet lezen om al de taalvirtuoosheid te begrijpen beken ik hier nu voor het eerst.
Dat de achterliggende boodschap negen van de tien keer op gevoelsniveau binnenkomt is een gegeven; iets waar ik niet omheen kan. Echtigentechtig!
Maar hoe lang precies? En wie van ons huppelde (daar wij beide motorisch gestoord zijn zal het meer vallen dan huppelen zijn geweest) als eerste bij de ander binnen? Ik wist het niet meer.
Na wat research dus wel.
Op 1 mei 2012 was het Ariadne die een reactie bij mij achterliet op een blog over mijn dementerende vader. Twaalf dagen later liet ik een reactie op ‘Katjoesja’ bij haar achter. Een paar dagen later werd ik door het blog ‘Zonder rum maar even zotjes’ gegrepen en belandde Ariadne’s Draad op mijn lijst van ‘Te volgen blogs’.
‘Allemaal leuk en aardig, maar wanneer ga je het over mij hebben?’. Voor mij zit Toet met zijn armpjes boos over elkaar geslagen. ‘Over jou Toet?’, vraag ik onschuldig. ‘Over mij ja!’, antwoord hij. ‘Dankzij mij is jullie contact ge-int-tent-ti-vie-seerd’. ‘Ge-int-tent-ti-vie-seerd?’, vraag ik, ‘Hoe bedoel je Toet’. ‘Nou, anders geworden. Door mij hebben jullie ook contact buiten jullie blogs om’.
‘Door Toetemie toch’, zegt de kleine roze olifant.
Door MIJ!’, bromt Toet. ‘Ik kwam, ik zag en liet alle grote mensen harten smelten en toen kwam die loterij en toen trok wit Toetje het lootje met Arrri euh Draadjes naam en nu heet wit Toetje Toetemie en woont in België’. Zonder mijn sjarremes was dat nooit gebeurd.
Oh en Rozifantje, Arrri euh Draadje was zo blij met Toetemie. Daar heeft zij zelfs een blog over geschreven’. Toet duwt mij aan de kant en laat zijn pootjes rap over het toetsenbord vliegen. Even later staan beide Boyszz te swingen op My Toot Toot.
Daardoor aan mij de eer om zonder verdere onderbrekingen het slotwoord te schrijven.
Ariadne, gefeliciteerd met het vijfjarig jubileum van Ariadne’s Draad. Ik hoop dat wij, de rest van de wereld en ik, nog vele jaren van jouw prachtig woordgebruik mogen blijven genieten.
Knuffel en kus (ook names de Boyszz) voor Toetemie en jou.
XXX, Rianne

Knap gezegd

Mijn elektronische brievenbus leest vast stiekem mee op Ariadnesdraad. Ah ja, want er is duidelijk aansluiting …

Pas geleden had ik het nog over bloedtransfusies en de kans om  – ten gevolge van grote hoeveelheden chemiek – licht te gaan geven in het donker. Kortom, de big C in short.

Nu verrast de mailbox me met een cirkel-mail hierover. Toettemie en ik wisselen een blik en duwen samen op de doorstuur-button. Tuurlijk doen we mee !

Maar zo’n enkel doorklikje is toch wat povertjes. Dat moet eleganter kunnen. Het mag wat meer zijn … Misschien een postje ?

Hm. Ja, maar ’t mag niet te zwaar zijn. Niet dat kanker nu past in de categorie “Gieren-brullen-en-billenkletsen-op-de-koop-toe”, maar ’t moet – overeenkomstig met het mailberichtje – een tikje hoopvol zijn.

Terwijl de radertjes in mijn hoofd zich in beweging zetten, overzie ik  m’n schrijftafel. Wie m’n schrijfplek ziet bestempelt me zonder pardon als werknemer in de papierverwerkende sector.

Chaotische berg papier. Woordenlijstjes, blogschriftjes en een pennenbak waarin de pen die het lekkerst haar inkt vrijgeeft, standaard onderin zit…

Alle riedeltjesmakende, leuke dingen met schermen en batterijtjes ten spijt, grijp ik onveranderlijk naar het “oldschool” pen en papier als ik maar steeds de verkeerde plek blijf vinden voor wat ik hoop dat de juiste woorden zijn ….

Papiergeritsel en pengekras liggen dikwijls aan de basis. Van het scheppen en ordenen mijner bedenksels.

Ook nu. Ik schrijf om mijn inspiratie aan te zwengelen. Of nee, eigenlijk is het meer pen-racen, schrappen, meerderen, minderen, wikken en beschikken, keuren en scheuren en de snippers net naast de papiermand gooien …

En yep : a little concept is born.

Flitsend als elastiekjes schieten mijn gedachten rond. “I love, I love, I love my Calender Girl”, zingt het opeens onder m’n schedeldak … Ydillisch. 

Het gezicht dat ik hierbij denk, zit in d’r tweede jeugd, heeft blonde krullen, is ultra-energiek en zet een promotie-campagne op touw waar Noël Slangen* nog kan achter komen…

Ligt het aan het veelvoud kalenders hier ten huize, of misschien aan mijn voorliefde voor Britse detectives, waarbij speurneus Jane Tennison ook niet mag ontbreken, maar Calender Girls laat me niet los.

Eureka ! Voor mijn geestesoog ontrolt zich een aula-moment dat van pijnlijk naar prachtig gaat.

Puik ook om de vraag voor aandacht nog ’s extra in de verf te zetten.

Probeer maar eens niet te luisteren als iemand zijn betoog start met : “Look, I hate Plum Jam” (vanaf 08:40) gevolgd door een boodschap die over heel wat anders gaat dan boterhammensmeersel !

Welsprekendheid die klinkt als een klok !

Ernstig, met een funny twist, gloedvol onderweg nog een paar ouwerwetsigheden neermeppend, wegens goed van de tongriem gesneden. Correctie : van een vurige tongriem.

Mijn little grey cells fluisteren, zeuren, ja zeg maar ” bomen door “. Net zo lang tot ik op zoek ga. Naar de vlammende toespraak van Chris Harper, vertolkt door Helen Mirren.

Ik klik een paar schermen weg  – en ook nog wat halve uren –  maar daar is dan het fameuze flamboyante fragment.

Gelukkig skipt YouTube de mededeling : ” het spijt ons” en prompt hoor ik  het onwaarschijnlijke verband tussen plum jam, naaktrennen en kanker weer uitgelegd worden ….

Knapely said !

———————————————————————

* Noël Slangen : voormalig communiecatie-adviseur

Over een bakske vol met stro

Het einde der tijden beleefden we niet, maar de Eindejaarstijd wordt met de minuut meer en meer een feit.  We naderen het gaatje van 2012 …

De cocooning-spirit van Kerst ligt al weer achter ons, het keukenslagveld is geruimd.  Het bruisende, spetterende van een nieuw jaar gaat alras met de belangstelling lopen.

Maar gelukkig is het sprookje nog niet helemaal voorbij. De lichtjes zijn er nog, en dus is een kerstige hymne nog net geen faux pas.

Dus rappekes, omdat het kan, nog even deze klassieker. Voor de fans.

Als klein meisje was ik er dol op. Wat zeg ik, ik heb het GRIJS gedraaid. Tot – toegegeven  – begrijpelijke wanhoop van mijn huisgenoten.

Jaren later nog tovert Urbanus hiermee een lach op mijn gezicht, en activeert Bakske Vol Met Stro steevast mijn duim om de plus-kant van mijn volumeknopje in te drukken.

Een veelvoud van vier zijnde, ben ik effenaf blij dat ik nog geen zak cement kado heb gekregen. Dank je feestelijk, zélfs niet “met ne grote roze strik”.

Maar de mini-versie van het kerstekind dat zichzélf fluks pampert, alvorens in z’n sportwagen te kruipen, dàt wil ik voor al het goud ter wereld (de wierook en de mirre neem ik op de koop toe) niet missen.

Fenomenaal geestige gedachtenkronkels zijn het. Je moet er maar opkomen.

Hoe dat dan gaat, licht de maker van hét Bakske zelf toe in onderstaand clipje.

Een leuke onderschrijving van Urbain’s eigen stelling dat je “om onnozel te kunnen doen nogal wat intellectuele bagage moet hebben”. 

Naast  the full original heb je inmiddels ook de female version, te vinden op de hommage CD Urbanus Vobiscum. Het blijft beeeldend, zelfs met een snuifje folk !

Enjoy !

Zo, beste lezer, mijn bijdrage om je opgewekt De Wissel te laten beleven is hierbij geleverd.

Rest me nog je een Toet-goed 2013 toe te wensen. Dat het aankomende jaar even zacht, knuffelig en troostrijk mag zijn als mijn eigenste Roodneusje !

My sweet little Toet Toet

Soms spant de wereld samen om je blij te maken. Ja echt.

Eerst waren er de prachtige reacties op Vervlogen ik.  Ik werd helemaal warm van de lieve, met zorg samengeschreven commentaartjes.

Maar daar bleef het niet bij. Dit artikeltje werd ook link- en deelwaardig geacht.

Doel van social media en een blog natuurlijk, maar eerlijk is eerlijk : ik bloos er toch een beetje van.  Maar verlegen of niet, ik ben gevleid én blij dat er zoveel mensen zijn (i.c. de lezers van Ariadnesdraad) met een warm hart voor zorg.

Rianne is ook zo iemand. Ze haalde daarom een roodneuzig bedgenootje in huis – Toet. Never a dull moment : dat is de garantie met een Toetertje in huis.

Spice up your life – wie wil dat nou niet ?

Ik vat meteen sympathie op voor deze kleine avonturier die dol is op scharen en helemaal niet bang van ziekenhuizen.

Ziekenhuizen. Gebouwen met stikhete kamers, gangen waar je de weg in kwijtraakt, kerstbomen die slecht versierd aan je arm hangen, verpleegsters met koortsthermometers nét als je in slaap bent gesukkeld en grijsgroene zolderingen.

Plafonds met scheuren in de vorm van een landkaart en gaatjes. Veel gaatjes.

Dat “veel” kan natuurlijk ook liggen aan het feit dat ik er een (jaarlijks) abonnement heb.

Niet leuk, maar je komt wel buiten met het idee dat je wat wil doen voor hospitaalgangers.

Zoals een lid van de Toet-kolonie een nieuwe thuis bieden bijvoorbeeld …

“I’m in !” laat ik wiebelend weten en begin al stilletjes te dromen van m’n mogelijk nieuwe huisgenootje … Toet-toet. Een singing-mood overvalt me. Toot toot.

Waar ken ik die naam nog van ??!!

Nieuwsgierig als ik ben, ging ik vandaag dus kijken. Naar de Toot-Song. Maar voor ik het liedje vond, ontwaarde mijn nog niet helemaal wakker zijnde oog een Toet-bericht.

Tadaaaaaa …. Hoera ende joepie ! Mijn naamkaartje op schoot van een roodneusje ! She is gonna be my sweet little Toot Toot.

Het vreugdedansje is denkbeeldig, wegens een nog grotere houten klaas dan de stropop in het clipje.

Vergeet voortaan de Flintstones-vergaderingen over dansen met de verkeerde dames en het drinken uit gigantische hoorns.

Als ze het over Toot-Toot hebben, dan gaat het over my sweet little Toet-toet.

O yeah … she’s gonna be special ! I won’t mess with her.  Beloofd !