Tagarchief: Vaderdag

Cherchez la femme

“Meisjes kunnen da even goed als jongens … ! Neemt een Primperanneke, eet, ga niet té dicht bij Floere zitten en vergeet niet te kijken als de anderen strakjes groen zien”.

Vwala ! Dat kan tellen, nietwaar ? Dat vond ik eertijds ook, beste lezers. Het meest vrouwgerichte, ja zelfs feministisch getinte advies dat ooit de weg naar mijn binnenoor vond. En vrouwvriendelijk ook nog.

Mijn celletjes vinden het een pareltje om aan het WOT-woord vrouw vast te knopen. Ik geef ze heerlijk gelijk en schilder vandaag graag het tafereeltje dat hierbij hoort.

Geen angst, beste lezers, ik heb tijdens mijn blogbreak geen addictie voor onvindbare quotes opgelopen en ik ben ook niet patsboem een Dollemina geworden.

Die Dollemina was ik. Op het moment dat ik te horen kreeg dat ik een dissectie van een konijn zou moeten overleven. Het leerplan ‘hogerejaars-latinisten’ stelde kennelijk dat het nou wel es tijd werd voor het betere boor-klief-kap-en-snijwerk.

Komt ervan, als je Romeinse veldheren bestudeert, wier bistouri* een zwaard is dat decapitatie simpel als bonjour maakt en een dagelijks eitje bovendien ….

Wat ik wel met die rare jongens van Romeinen gemeen had? ’n Reputatie die ik wilde redden. De mijne.

Ze lag dat lesjaar behoorlijk onder vuur. Ik was destijds van een heel andere school gekomen, volgde een dunbevolkte richting en was ook nog es de enige girl in een verder complete jongensklas. Een hele kluif.

Daarbovenop kwam dat ik legendarisch lang afwezig was, maar mét goeie cijfers . Hierbij gefortificeerd door Mr History, die als (bijna) enige man in een dameskorps leerkrachten, zich alles kon voorstellen bij de trubbels die gender-minority meebracht .

Maar de grootste doorn  in het oog was toch wel de ‘aangepaste’ toiletbreak. Iets met Russen, rode vlaggen en Tante Roza op bezoek .**

Het groene monster kreeg m’n jaargenoten danig in de greep en alras kwam er ’n weddenschap : hoelang zou ik Miss Bio plus ’n op de snijtafel liggende Floere trotseren ??

Was ’t voor Corneel teveel, dan toch zeker voor de “Cornelia” die ik toen was. Dus trotseerde ik die avond de internaatsleiding én het hondeweer om het thuisfront te bellen.

Het panklaar maken van ’n element uit de voedselketen was niet m’n moeders forte, dus kreeg Vadermans de hoorn toegestopt, inclusief mijn overspannen paniektoestand. “Papaaaaaaaaaa, wa-moe-ttuk-kiknu-doehoe-oen???????!!!”

Hoe Gulliver ’t verhaal rondbreidde is me nu nog een raadsel, maar hij bleef onverstoorbaar in de plooi, was gepast kwaad om de op til zijnde speculatie en wist kalmte in de rangen der celletjes te importeren met bovengenoemde gevleugelde uitspraak.

De verbijstering weer wat teboven, ging ik beddewaarts en droomde talrijk van Fluwijntjes. Neeje, niet die waarop je op één oor ligt. Gelukkig bleek d’r errugg veel waarheid te zitten in het Latijnse ‘Noctis Consilia’.

Ik harnaste mezelf die morgen met een extra boke choco en betrad de ‘arena’ met wat elleboogwerk, voor een goed zitje. Om groen en wel de ‘mannen’ over hun benen te zien struikelen in hun haast om uit les weg te komen.

Miss Bio bleek een joviale medestander en verplichtte de klas tot uitbetaling in het artikel van m’n keus. Letterlijk én figuurlijk een zoete zege ! ’t Kwam in de valies. Of misschien voor de jongens eerder eruit, want zij voorzagen mij conform hun wedgetal van snoeprepen.

Mijn cijfer niet, maar de rest kwam heulemaal goed.

Ik kon voortaan prima het ‘zeemanseten’ compenseren, de elastiekjes van mijn hum bleven soepel en ik mocht, nadat ik mijn tanden had laten zien, roze en fluo dragen à volonté. En kampéren op het kleinste kamertje. No offence taken.

Hierna ook zonder gewetensbezwaar carnivoor : ik had de vuurproef hiertoe immers doorstaan.

Vandaag besteed ik aandacht aan mijn présence, hou niet van omfloerst, vermijd hakblokken en heb zowat el-lek denkbaar kapsel en kleurtje uit het kappersboek gehad. Lekker Girlie-Girlie.

En ja, telkens ik wat moeilijks voor elkaar moet boksen, neem ik ’n sneetje choco, al dan niet ’n Primpje***, en bedenk me steevast dat meisjes dit even goed kunnen. Dat de ander net zo goed groen kan kijken als ik. Young man, you too girlie girlie, tenslotte.

Met wat hulp van ’n konijnepoot en Gullivers life-guide heb ik ze wel gevonden geloof ik, die extraverte, niet bio-groene femme in mezelluf !

——————————————————-

* bistouri : scalpel – ** : Russen, rode vlag, tante Roza op bezoek : 3 verschillende Vlaanderlandse termen voor menstruatie – Primpje aka Prim.peran : maagbeschermer

Een parel tussen bagger en brak

De tv, het is soms huilen. Bagger en brak. En dan is het oppassen geblazen, dat je niet over pareltjes heen kijkt. Een Haïtiaanse parel in dit geval. Ontroerend mooi, dit! 

In het verlengde van Vaderdag een staande ovatie voor deze meneer, die – om zijn jongste druif een pareltje te kunnen laten worden – besloot haar uit de bagger en brak van Haïti te halen middels open adoptie. Als bijna 7-jarige.  Hoe vreselijk de man het moet hebben gevonden, blijkt wel uit z’n dolblije reactie bij Annette’s terugkomst.

Zo heeft ie haar vast ook weggedragen, kon ik alleen maar denken, toen ik dit filmpje onder ogen kreeg. Moet je nagaan. Wegbrengen. Je leven uit, maar een betere toekomst in. Niet naar de neighbouring village, neenee. Zomaar even naar de andere kant van de wereld, een piepklein Belgenlandje nog wel.

Neeje, ik kan het mij niet indenken. Mijn beste voorstelling van deze geste hinkt meer dan waarschijnlijk mijlenver achter op hoe het ‘in ’t echt’ moet zijn om dit gebaar te stellen. Verder dan Homelessness in het kwadraat kom ik niet.

Maar wat een epiloog ! ’s Mans toekomstplan voor dochterlief – adoptie, het overdragen van zorg, en daarmee zélf van het voorplan stappen – had niet beter kunnen uitpakken !

Zorgoverdracht en Homeless : ik heb er duidelijk wat mee.

Want dan ben ik weer even terug bij m’n lagereschooltijd. Op de ritmische tunes van Paul Simon’s prachtige ‘Graceland’ neemt mijn vader het gezinsmanagement waar.

Hij moet er z’n draai nog even in vinden. Mijn moeder is die kwijtgeraakt tussen zich brak voelen en een operatie in.

Met mijn vader aan het fornuis en mijn moeder nog een tikkeltje brak, maar gelukkig op weg naar beter, knalde dit door onze boxen !

Schwung verzekerd, al liep het links en rechts misschien wat vierkant … Ach wat, het huishouden van Jan Steen mag d’r ook zijn, toch ?

’t Is echtigentechtig he-le-maal goed gekomen, beste lezer ! Het bewijs : ik ben nog altijd dol op Graceland. En mijn vader ook !

Gigippeke’s vareus

Say what …??! Wie heeft gefronst bij het woord vareus, is heel normaal.

In dat geval, beste lezer, heb je exact dezelfde reactie als ik eertijds.  Omdat ik geen liefhebber ben van permanent verkeerd staande oogbogen, verklap ik direct dat het gaat om een (gebreide) trui uit grootmoeders tijd.

Toen Vintage  nog lekker old-fashioned “vareus” heette.  Aaah, ’t was me wat met die stekencollectie ! 

Naast breiende grootmoeders had je d’r ook die over breien zongen.  Bij mij was dat het geval aan vaderskant.

Voor zover ik me kan herinneren, was deze dame niet bepaald aanhanger van de mondelinge traditie.  Het hoeft dus niet te verbazen dat ze weinig tijd zoek  maakte met het doorgeven van de liedjestekst. Gigippeke’s draadkunsten bezong ze heel apart : met een goedgeplaatste lalalalala, of wat er verder ook maar melodieus wilde klinken naar haar smaak.

Heel jolig allemaal, maar je kwam niks-niemendal aan de weet. Kleur, pasvorm, model, motief, patroon, … kortom de look van de ware vareus : het bleef een onbeschrijflijk mysterie.

Dit gat in de folklore kwam mijn vader later duur te staan.  Want iemand ( lees : mij ) plagend Gigippeke heten is één, maar niet helemaal zeker weten wat een vareus is, of hoe ze er uitziet, daar kom je niet mee weg … !

Meer dan de arme man lief was, werd hij over deze legendarische fashion-blunder geïnterpelleerd.

Maar hoe ie ook piekerde en peinsde, het lot van Gigippeke’s vareus bleef even geheim als het uitzicht van de verzonken stad Atlantis toen ze nog boven de zeespiegel stond …

Tot vandaag dan.

Speciaal voor vaderdag heb ik de wedervaren van Gigippeke en haar vareus uitgespit.

Heb ik even geluk dat zijn modegevoel dat van een “vareus” overstijgt !

Mijn Rosetta-Steen

Afbeelding via Google.

Je kent ze vast wel, die documentaires van NGC. Over de Egyptenaren, pyramides, en de steen van Rosetta.  Ik kan ze haast dromen, en toch ben ik telkens weer gefascineerd.

Zo ook door een zwart geverfd leitje. Kinderkunst van mijn hand. Mijn eigenste artefact. Erop staan witroodgroene tekens.  Codetaal die z’n gelijke niet kent. Zelfs het geheimschrift  op de Rosettasteen is hiermee vergeleken een eitje …  

Zoals een ‘echte’  onderzoeker neem ik het onder de loep. Yep. Een neveneffect van  teveel historische docu’s kijken.

Eveneens zoals een echte researcher – neem ik aan – zucht ik erbij.  Het object is rechthoekig en heeft een zwarte ondergrond die met een olieachtige substantie is afgelakt.  Maar meer geeft het ook niet prijs. 

Net zoals de profs heb ik nu meer vragen dan antwoorden.  Waarom maakte ik het ooit ?  Wat mag er voor de drommel toch op staan ?

En de million dollar question : hoe overleefde het een rigoureuze opruimactie van mijn vader ?

En dan plots, onverwacht, is er een doorbraak.  Ik draai het leitje om.  Op de rugzijde is een papiertje bevestigd met de idealiter op de voorkant te lezen tekst. 

Meteen weet ik ook waarom het mijn vaders triage heeft overleefd. Dit is wat er staat.

De hand van mijn vader *

Aan de buitenkant is de hand van mijn vader een polderland, met riet en pluimgras,

blauw gezwollen beken, en hier en daar verstrooid wat zonnebloemen.

Aan de binnenkant is de hand van mijn vader een stafkaart met snelwegen en wandelpaden.  Ik vind er altijd de weg op naar huis ….

Ik weet niet of dit ook bij historisch onderzoek hoort, maar ik voel tranen prikken terwijl de tekst aan mijn waterig oog voorbijtrekt.

Ik denk aan de hand van mijn vader en de lacunes in de tekst. 

Ze zijn naast de blauw gezwollen beken de zee van tranen nog vergeten.  Want momenteel ervaart ie weinig zon. De zonnebloemen zijn geknakt. Tja.

Verdriet brengt je soms naar eilandjes waar je  – stafkaart of niet –  zomaar niet afkomt.  In elk geval op wegen die niet makkelijk begaanbaar zijn.

Ik pink een traantje weg.  Dan ruimt de tristesse baan voor een zoetere gedachtenflard.

Een glimlach breekt door.  Plots herinner ik me weer wat ik bij deze tekst dacht als klein meisje. 

“Goh, wat een geluk dat ik zijn hand kan vastpakken, want ik, de weg naar huis vinden ?! En altijd dan nog … !” 

Mijn vader, da’s een wandelende GPS. Drop hem in Jakamakka, aan het eind van de beschaving, of in Weetikwaar, en hij komt terug. 

Ik daarentegen heb die inwendige richtingaanwijzers niet, wee ende helaas.

Als “Papa, ik lijk steeds meer op jou” van Stef Bos al voor me op gaat, dan toch zéker niet voor kaartlezen of gevoel voor richting.

Maar mijn vader zou mijn vader niet zijn als hij zich hieraan niet wist aan te passen.

Sinds mijn lerares wiskunde er op een oudercontact in lukte hem heel anders naar mijn ‘mankement’ te laten kijken, is hij radicaal van pad veranderd.

Hij vraagt zich niet meer af waarom het kleinste kind de weg vindt – maar ik dus niet.  Blijft onverstoorbaar in de plooi als ik het noorden weer eens kwijt raak – en de andere windstreken ook.

Zijn hand, dat zijn nu plannetjes die op mijn maat gemaakt zijn.  Al wéét ik dat hij zich zelfs dan nog afvraagt of ik er wel ga raken.

Ach, vaders.

Maar wat geweldig dat de mijne een krak is in de weg vinden !

————————————————————–

Deze vaderdagtekst is oorspronkelijk van een zekere A.Van Assche.  Beetje summier als bronvermelding, maar over meer info beschik ik jammer genoeg niet.  Wie het wél mocht weten : plamuur gerust dit gat in mijn cultuur.