Tagarchief: verstrooide prof

Mrs. Boekee : Ronde Twee…

Telefoon cliparts

Bron

Met de zon in ’t hoofd en de klok in m’n hart vergat ik die sunny day mijn agenda. Niet slim, maar pas slameur als je little grey cells onweersgezind zijn, beste lezers. 

Het ene doktersconsult is het andere niet. Na mijn rencontree met the Bucketwoman, gingen de consulten bij Die Dokter vlotjes. Ik roetsjte er  doorheen. Zodus was er vervolgafspraak op de 26ste.

Binst Happy Diary die datum voorstelt, rommel ik wat an, met attestjes. Papier-plooigeluid overstemt mijn celletjes. Vinden ze niet tof, maar ach, ’t zijn gannefjes, en ze moeten niet altijd hun zin ! 26 is ’n leuk getal, goed uur – dus dikke prima.

Terug thuis zat m’n zakboekje weer ‘ns in de verkeerde handbag. Dàt was dus ’t protest. Geen erg, dit gaat tijd sparen. Want Kriebelingen ontcijferen … ! Celletjes overruled. Ze zwijgen, als vermoord.

Weer ’n paar warme weken later, zit ik mét agenda voor mijn weekplanner en zie dat die 26ste niet mijn vaste consultdag is.

Hoewel de haan nu voor de 3de keer kraait, en ik door deze misser op éénendezelfde dag dan maar 2 keer ’n haast identiek parcours moet belopen, doe ik niks. Ik accepteer dit bummertje. De wereld blijft er wel recht bij, al is ’t niet geschikt. Pfff, consult verzetten in vakantietijd …

Petrus wist ’t al, dat die haan je écht wat wil inpeperen, en ik nou ook. Mijn straf : Mrs B., ronde twee. Jawel, die planner, die me ooit door poolweer stuurde, omdat ze ‘slecht weer zonder auto’ geen valabel excuus vond.  So, there’s no love lost.

Nog niet eens bij de balie, voel ik mijn hart zakken, bij haar snerpende stem. Goodness !

Ik heb de waarheid lief, dus moet ik bekennen dat Boekee dit keer beter gezind is. “Ha, Ariadne !” klinkt ‘t.

Dat je iemand die je absoluut niet mag, benadert alsof dat wél zo is, ik blijf ’t knullig vinden. Daarom plooien m’n expressiebogen zich via een ontstemd “Pardon, mijn voornaam ?” in een hoge frons.

Meneer Rechtover wenkbrauwt geamuseerd, als ie ziet dat ik ‘strategisch’ ga zitten wachten. Terwijl Boekee voor de tigste keer d’r riedeltje opdreunt, hamer ik mezelf wat Zen in.

Alleman kijkt dit keer schutterig, omdat we  wel errrugg persoonlijke redenen vernemen van verhinderd zijn. Oef, dat CleanWait – wie het betreft – in consult zit, aan het eind van ’n redelijke gang. Wij toehoorders doen allemaal ferm ons best niks te horen. 

CleanWait is ‘n medicus die ZO van lege wachtkamers houdt, dat ie het liefst ieder een onderzoekskamer induwt. Ja. Maakt geen zier uit, of het de eigen spreekkamer dan wel andermans patiënt betreft. Doortastend, maar toch is de wachtzaal altijd gezellig vol. Want  : niemand zit graag voor nop én ongenood in ’t dokterskabinet.

Pure correctheid. Tenminste, ik zie mezelf nog niet soepeltjes de behandelkamer van Die Dokter inlopen, zonder z’n uitdrukkelijke invitatie.

Omdat niemand van het binnenvallen is, zitten we ons weetgraag af te vragen of CW Boekee’s aanpak onderschrijft. En wie bij Clean wordt geroepen, vast ook nog wat zeggen.

Ten langen leste antichambreren alleen Meneer Rechtover en ik nog. Giebelend. Want we hebben allebei de evolutie gehoord. Van “in opdracht van CleanWait bel ik … ” schakelde Boekee naar : “het ziekenhuis laat weten” om simpeltjes te eindigen bij “IK ga … verplaatsen”. Wat een autoriteitsopgang !

Rechtover en ik kunnen onze oogbogen niet meer strak houden en proesten. Nét voor we hiervoor van Boekee ‘onder ons vijs krijgen’ is ’t aan ons.

Ik enter de praktijk gierend en praat daarom maar Die Dokter bij. Daarop vraagt hij, met de glimlach, hoe ’t leven staat.  Achterom duimend zeg ik, “Oh, ik heb wat probleempjes die te vermijden zijn”. Zonder verpinken, maar met begrip, repliekt ie: “Zo, dan zie ik je over een maandje of 3, 4, op een vrijdag“.

Die blikseminslag vat ik gelukkig wel.

Ik dus een vrijdagse Novemberafspraak. Mijn knoken doen het redelijk, maar 4 maand tussentijd in winterweer gaat niet gebeuren.

Boekee : “4 maand, zei de dokter !”

Ik : “3 à 4 maand, heeft ie gezegd. 3 dus, want ik ben diegene met ’t gammele lijf, die ook nog mag betalen. Dus ik heb, geloof ik, ook nog wat te vertellen !”

M’n ooghoek gaf tijdens deze kif ’n kiertje bij Die Dokter’s deur aan … Wordt vervolgd !

 

Nog zo ne klop en ’t is donker !

 

Afbeelding via Google

Ofwel : Straffe stoten !

Want :  mijn alterego Superwoman overzomert.

Ik mag hopen dat het niet voor de duur van de laatste regeringsformatie in Belgenland is. Zo ja, dan loop ik straks het gevaar niet meer kredietwaardig te zijn. Of stressbestendig.

Haar eerste vervanger, Chaos, ging nog net. 

Goed, het publicatieschema van dit eigenste blog sputterde, en ten gevolge van al die wegenwerken waarin ik telkens de weg (letterlijk) kwijtraakte, kwam ik zo belachelijk vaak en veel te laat op geprikte uren dat het bijna weer grappig werd.

Nou ja, op de peperdure annulatiekosten na dan.

Maar al bij al niets waar de wereld van vergaat en al helemaal niks dat niet verdwijnt na een deuntje ” Er kan nog meer bij …. ! ” Uit volle borst, dat spreekt.

Maar nu ! Nu is Chaos het snertweer beu.  Hij is de zon achterna. 

Ik zou er bijna vrolijk van worden. Bijna. Want de opvolger van Chaos heet Professor Gobelijn.

In de Jommekesalbums zorgt de legendarische verstrooidheid van Gobelijn voor  hilariteit, maar in het echt valt dat dik tegen.

Echtigentechtig. Laat me je dat vertellen.  Want in de niet door Jef Nijs getekende werkelijkheid ben je niet de facto gerust dat het  wel allemaal op zijn pootjes terecht komt.

Nope. In het echt gaat het zo.

Zaterdagavond ten huize Ariadnesdraad. Na een dag vol hiccups heb ik die vertraging die je nooit meer goedmaakt. Snel nog even dat wasje draaien dan maar.  Hoezo, zakken nakijken ? Mijn dumdiedummetje missen? Watzegjemenou.

Wat later krijg ik mijn lader in het vizier. Zonder GSM. Nergens te vinden, dat rinkelding. Hm, even mijn route teruglopen. Waar heb ik ‘m nou gelaaaaaaaaa ??!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Als the where-abouts van mijn mobieltje me tenslotte duidelijk worden, hap ik naar adem. Bij de zenuwcrisis die volgt, is die van Tante Sidonia niks.

Maar anders dan Tante moet ik het zonder een voor mij geprepareerd mosterdvoetbad stellen. Pech. Dus zit er maar één ding op : uit de red-alertfase  raken en kalm(er) worden.  Maar weten is één, doen een ander.

Ik haal een mentaal STOP-bord boven. De code rood verschiet van kleur. Oranje. Net genoeg om uit de versteenmodus te raken en weer lucht te krijgen.

De extra aanvoer van zuurstof zorgt voor de acute aandrang om Zapsgewijs te gaan krijsen en mezelf de haren uit het hoofd te rukken. 

Maar met mijn coupe is dat geen optie. Zeg nou zelf, stoppeltjes uittrekken is echt nog een graadje idioter dan je jeans met bel-device  in een warmwasprogramma stoppen. Willen of niet, kalmte is de enige kant die ik uitkan.

Die afweging bewijst dat mijn brein weer een beetje meedoet. M’n denkproces komt op gang. En wat voor één. Mijn gedachten schieten weg als hagelkorrels.

Stap even in mijn hoofd, beste lezer, en lees de transcriptie van mijn “inner talk” mee.

Ik :  Wat moet ik nou toch doen ?!!!!!!!!   Brein : De wasmachine moet open. Ik : hoe krijg ik het water weg en de deur open … Geen tijd voor waterafvoer en het kinderslot …

Brein : ” Zet af, die trommel ! ”  Ik staar,  nog steeds besluiteloos wegens geen zin in een overstroomde badkamer,  naar het deurtje met daarachter mijn foon, die rondzwiert in een waterkolk. 

Ongelovig kijk ik er naar. Stomverbaasd ben ik als ik me ineens – now, of all times ! – het wijsje ” Kleine wasjes, grote wasjes, … laat maar lekker draaien ! ” herinner.

Brein laat het er niet bij zitten. Haalt uit zijn trukendoos het woord simkaart boven.

Brein : ” Als je je simkaart hebt, kan je de meubelen redden. Je hebt nog een  zaktelefoon en … “

Abrupt pleur ik het deurtje open, Noachiaanse zondvloed of niet.

Veilig verankerd in mijn broekzak zit mijn riedeltjesmakertje. Na wat viswerk heb ik het te pakken. ‘ t Ziet er wonderlijk heel uit.  Het schermpje is naar de filistijnen, maar het klepje van het achterdek is net een gesloten oester.

Bij het  idee dat mijn simkaart van de verdrinkingsdood is gered, krijg ik de bibbers.  

Na ’n huzarenstukje heb ik het klepje open om met mijn eigenste kijkers vast te stellen dat de batterij nog niet eens het begin van een druppel heeft gezien en de sim, onder dit prachtige afdak, evenmin.

Hallelujah ! Maarrr … waar is nou toch mijn remplaçant ?

Nog zo ne klop en het is donker !

De wereld draait door na een belcatastrofe. Zelfs na twee.

Want na een lange nacht die gekenmerkt werd door zoektochten naar telefoon en nummers, geheugenkaarten en daarop ontbrekende cijfercombinaties plus boze dromen over wasmachines die deuntjesmakende dingen opslokken kwam Zondag.

De dag dat ik het ikhebhetmaarwaarishetnou puin ruimde en zuchtte. Innerlijk smeekte om de terugkomst van Superwoman. Als de wiedeweerga.

Me bedacht dat ik een actieplan achter de hand moet hebben voor als het – onverhoopt ! – weer gebeurt.

Wie alsnog een strategie heeft voor deze verstrooide prof : let me know !

Ondertussen heeft die andere chaoot, Gobelijn, wel weer gelijk natuurlijk. “’t Zijn toeren !”

Yep.