Tagarchief: verwarming

Ode aan Sjoklatteke

seo zoekmachine optimalisatie

Ken je die van dat vrouwtje dat ’s morgens opstond en dacht : dit wordt een dag waarvan ik steil achteroversla ? Die ging zo.

Laat september sta ik naast bed met kletterende cimbalen. Die morgen blieft het m’n celletjes een danske te placeren. Ze negeren fit en fluks m’n twee linkerbenen en zetten een pijnlijke choreografie in. Juist, beste lezers, Mr. Migrain is visiting, again.

Als de ‘grey ones’ een paar uurtjes later hun dansschoentjes over de haag gooien, galmt het hoorbaar ‘Oeffff’ in m’n hoofd. Gevolgd door een verre, vage, echo van ‘slecht nieuws’. Als een voice-over zal dit bericht de hele dag m’n gedachten doorkruisen. Om koekoek van te worden.

Ik ben die avond aan het bedenken waarmee ik mijn hersens tot de orde kan roepen, als Dumdiedummetje zingt. “Ja…, ehm, ik heb geen zo goe nieuws …,” hoor ik Gulliver zeggen. Mijn innerlijk kabaal valt opeens stil ?! Deze frase is een gekende aanloop naar een Jobstijding. Ook nu.

Malfortuna heeft toegeslagen : Sjoklattekes wederhelft is wolkzitter geworden. Ik ben onthutst. Vadermans, denkend dat ik ni mee ben, helpt me op weg : ” Je weet wel, Sjoklatteke, van school …

Of ik Sjoklatteke zou kunnen vergeten ! Mijn onafscheidelijke schaduw. Mijn redder in kouwe nood … Mijn kleine beschermengel. Samen konden we de hele  (school)wereld aan. Wat had ik haar graag eeuwig geluk gegund, en niet dit …

Het duurt niet lang, of mijn vader en ik halen herinneringen op aan de chocomelk van Sjoklatteke. O sweet memory !

Sjoklatteke werd Sjoklatteke in de kouwe winterdagen van de vierde klas. De directeur beende handenblazend binnen ; dat kon alleen maar betekenen dat de ‘sjoffage’ weer es wijlen was. Zumba, om warm te blijven, was geen optie, wegens weerbarstige motoriek. Alras bibberde ik haast uit mijn vel.

Sjoklatteke, die me kouwer en grauwer zag worden, trok m’n klappertanden niet en gaf me tenslotte hààr warme Cécémel te drinken. Werkte prachtig, als antivries. Alleen had zij nou niks warms meer, en wél nog kou.

Dus hobbelde ik in de ‘speeltijd’ het buro van het schoolhoofd binnen, om te vertellen waarom ik zélf niet in vloeibare warmte kon voorzien. Daarop mocht Sjoklatteke uit de les, om thuis een nieuwe lading te halen.

Wat zal Sjoks Mum ogen als schoteltjes gehad hebben, toen dochterlief ruim voor de bel thuis binnenviel ! Gelukkig had ze ook een groot hart, twéé thermossen en megaveel inspiratie qua warme drankjes …

Het regime van de kouwe-drank-bricks moest vallen, wilde ik niet als sneeuwpop eindigen …

Hoewel deze maatregel Spartaans lijkt, was ie oorspronkelijk gewoon probleembesparend.

Want mijn moeder wist waartoe die eigenzinnige motoriek van mij vaak leidde : een zeer nabije studie van de grond en een Sjoklatteke dat dan de netelige taak had me op te krikken. Doffe ellende, die je niet wil vergroten met zompige boekentassen door een gevalletje gesneuvelde thermos.

But desperate times call for desperate measures. Nu we onvrijwillig in een nieuwe ijstijd werden gestort, gold als kersverse strategie : Sjok twee thermossen, ik twee brooddozen. Later werd dit bijgesteld naar boterhammenruil.

Ja, beste lezers, ik was dat kind dat andermans lunch verorberde. Zonder represailles. Onze ouders kenden dit publiek geheim, maar lieten het er verder bij. We zagen er per slot van rekening happy & healthy uit.

Daarbij kwam dat ons beider mums wel opgedaan waren met het culinaire compliment dat ze kregen. Win-win all over. Ik bleef warm, dus m’n moeder beloonde Sjoklatteke’s geniale inval wat graag. Met broodjes ei, die Sjok hemels vond. Anderzijds vond ik de bokes rauwe hesp van Sjoks Mum helemaal niet verkeerd – tot jolijt van Sjoklatteke, die ze graag aan me sleet.

Nu, in ’t donkerst der dagen, hoop ik dat iemand ‘mijn’ Sjoklatteke van ‘hot chocolate’ voorziet. Want zoiets warmt het hart, en dat gevoel gaat niet verloren …

Sjoklatteke(s) for the world !

 

Ode van Bart Peeters aan Luc De Vos vind je ook hier.

Lascaux, waer bestu bleven ?

seo zoekmachine optimalisatie

Dat uitslapen, beste lezer, is aan mijn wieg niet gezongen. Is het m’n waterindustrie niet die me belet horizontaal te gaan, dan zijn ’t wel ‘bijbelkenners’ die me met alle (bel)geweld voor de nakende Apocalyps willen behoeden. Vanzelfsprekend liefst als de wereld zélf nog op één oor ligt. Zeg, zondachochtend, half acht.

But, fair and square : de Eindtijd is géén partij voor een deurbonkend duo op sakosjen-jacht. Dan ligt de kick-start van de dag nog een dik uur eerder. Maar de setting – de buurtjes in PJ – is gigantisch veel leuker.

Goed, wat staat er dus zoal in het rijtje ik-geef-het-slapen-er-aan ?

Ergernis, ellende, ’n opdreunactie van de (door mij niet) uitverkorenen, en een ring-ring-erlebnis (zonder de but I’ve got to sing). Gieren (met dank aan de nu eens niet perfect in de make-up zittende overbuur en d’r unieke volt-kapsel) mag niet ontbreken. Wat kan er nog meer bij *zangmodus* ? Zingen niet, maar mystiek is ook een goeike.

Perfect decor hierbij is het orkaangetinte weer van tegenwoordig en zeebonken van ramen, om die zeeën aan water buitenshuis te houden. En ondergetekende, natuurlijk. Die in bed blij ligt te zijn dat ze d’r niet door hoeft…

Ik, die in weerwil van talloze slaapexperten, de mantra “Slaap nou!” steeds dwingender opdreun. Too demanding. Geen verrassing dus, dat ‘vraag en gij zult krijgen’ niet opgaat.

De repercussie is dat ik wide-awake in bed lig en het uit-knopje van mijn hoofd niet kan vinden.

Maar : ik respecteer m’n onuitgeslapen, kikkerkoele lijf en haar leden en blijf liggen. Want : op zondagmorgen om half acht donderen tegen de huisbaas dat de ‘soffage’ het niet doet is geen optie. Niet stijfbevroren en ‘saggerijnig’ opstaan zit er wél nog in, dus daar ga ik voor.

Om deze affirmatie kracht bij te zetten rol ik me strak in mijn dons en ga aan vuurtjes allerhande denken. Al dat visualiseren scherpt echter wél m’n oor.

Grrrrglll. Dat is het badkamermeubel waarmee de band me soms té nauw is – vooral dan in koude nachten. De ‘sjaz-patat’ van m’n bovenbuur doet me denken aan een mondspoeling bij de tandarts. Moet ik toch weer ‘ns heen, binnenkort …

Intussen voelt ’t niet meer alsof ik op een trilplaat lig, en een doezeltje maakt rentree. ZWWWWWWWWWOOOOINNNNNNG !!!!!!!!!!!!!!

Een kudde bizons dendert m’n (relatief warme) badkamer binnen ! Nou ja, die zijn natuurlijk geprogrammeerd om de kortste weg naar een vuurplaats te vinden …

Na ’n tweede ” ZWWWOEOENGGG !!!! ” besluit ik toch maar poolshoogte te gaan nemen. Met rammelende knoken en een ijskelderlach.

In mijn ijskast die welness hoort te zijn, tref ik een heruitgave van de ijstijd. Verschillende vuurplaatsen met nederzettingen. Lees  : kapstokjes met zuignap en de troepjes die er aan hingen. Mijn eigenhandig aangebrachte Lascaux – een skyline van niet permanente haakjes – is niet meer. 

So much voor niet mogen boren in de tegelwand ! Zucht. Na wat koorddansen is de skyline van de wetroom weer in orde. Héhé, ik heb een lekker dampend bakkie verdiend ! Ik zit er nog aan, als de bizons alweer terug zijn … !

’t Was vast de kou, die me ‘vuur met vuur’ bestrijden ingaf. Ergo : ik plakte de weerbarstige haakjes vast met bison-klustape. Een strak plan, toch, om die àndere zwartgelijnde veestapel de weg te versperren ? Mijn vingers en schaar zeiden JA, maar de haakjes : ho maarrr.

Een paar oorverdovende ZWWWWWWWWWOOOENNGSS later is niet alleen Lascaux verzakt, maar mijn hart erbij.

De door ergernis gegenereerde warmte port mijn celletjes weer an. Ik besluit back-to-basics te gaan met nieuwe napjes. Je doet wat, om bizons buiten de deur te houden, tenslotte.  Zoals het inwendig citeren van een gebruiksaanwijzing  : ” aanbrengen op een schone en droge ondergrond.”

Die zondagmorgen lach ik ijsgroen bij ‘eenvoudig te bevestigen’.

En nu ? Bizons eruit, Lascaux d’r weer in.

Het reserveplan : plàkkende haakjes. Aangebracht door Vadermans. Want die heeft geen schoon-scheef-is-ook-ni-lelijk-oog. Kleuterbizons mogen dan authentiek heten, een badkamersilhouet dat aan de kleuterklas herinnert is nou niet bepaald design …

 

Wod kan er nog meer bij ?

Placht ik wel eens te zeggen – of eigenlijk te zingen, en dan nog vals – als er wat in het honderd loopt … Maar nu !

Mijn huis lijkt wel een iglo !

Het lijkt er op dat ik de schuld niet moet zoeken bij mijn eigenste verwarmingsinstallatie, maar bij de ondertussen al meer dan eens vervloekte  werken …

De “soffage” heeft last van het ik-wil-wel-maar-ik-kan-niet-syndroom…

“Even doorbijten” dacht ik vorige week nog, toen de weerman deze winterprik aankondigde. Doorbibberen lijkt me op het ogenblik waarlijk een beter woord.

Grmbl … ’t Zal me benieuwen wanneer die olie op het vuur komt, die mijn vuurhaard ten huize weer aanzwengelt …

Maar één ding weet ik zeker : Ik hou NIET van jou, winter ! Integendeel … !

N.B. Beste lezer, bedankt voor het doorlezen van mijn geschreven klaagzang … Iets warms voor mijn hart … ;-)