Tagarchief: voorbeeldfunctie

I Can Take It : Swooning Saturday 11

Zou, als en indien. Allemaal gepasseerd. Of nog manifester : niet gepubliceerd.

Zoals mijn column van afgelopen 22 maart. Die zou eerst “Koekeloerepoezewoefkes kunnen het !” gaan heten met Summer Jam erbij ter muzikale kadrering.

Belgenland, de tot Failed State uitgeroepene, had immers een succes geboekt, waarbij zelfs de doorgewinterde nieuwslezers gingen blinken. Daarbij mocht wel een danske geplaceerd.

Maar toen, daarop en daarna.

Toen versplinterde de beschaving, deed monsterlijkheid het licht uit. Een natie, de wereld, duizenden levens – opgeschrikt en veel daarvan voor eeuwig en drie dagen verstoord.

Daarop. Naam en faam weer maar uit ’t raam : daar heb je die underdog. Hallo, donkere onderzoekswolken, en koekeloeren all over the place – naar hoedjes-dragende terroristen, die zich alliassen en vermommingen aanmaten als waren het versch gewassen onderbroeken : elke dag ’n andere.

Daarna : doodmoeie journalisten – die arme Caroline – die bij zichzelf  zo vaak in herhaling moest vallen, dat ze tenslotte die moeilijke namen niet meer over de lippen kreeg en ‘r per update almaar desperater en meer afgepeigerd ging uitzien – pijnlijk toonbeeld soms, die live-televisie.

Twaalf  gesloten-luchtruim-dagen later steken we onze neus weer wat aan het venster. Met ’n mooi beschilderde airbus. Onder applaus vertrekkend vanuit Brussel. In de lucht en te land, want dra draait ook de metro weer op volle toeren.

Slagkracht van Charles Michel ook. Je bent jong, en je wilt wat, maar vast niet dit, als ’s lands eerste …

Caesar wist ’t al, dat we geen Calimero’s zijn, maar Belgen. Keikoppen dus. Of cobblestone(r)s, ook goed. Nu nog de wereld.

Daarom gaat Vlaanderens mooiste, de ‘tour of Flanders’ gewoon door.

Ben ik dan wielerminnend in juli, de voorjaarsklassiekers zeggen me minder. Zit ik dan niet met koffie en gebak kijk-klaar, onder die te trotseren kasseien huis ik nou ook weer niet, dus toch éven dat laatste kwartiertje meepikken.

Tijdens een Sagan-salvo van Michel Wuyts val ik in. De man is kundig en weet best veeeel, maar ik kan gebeurlijk ’n visoen van duct-tape niet onderdrukken … ! Hulde voor José De Cauwer, en heimwee naar wielercommentator Mark Uytterhoeven.

Allebei een ‘uy’ in de naam, maar verder een wereld van verschil. Maar goed.

Voor Sagan blijf je kijken, natuurlijk. Witte ploegtrui of niet, de man geeft het wielrennen net zoveel kleur(tjes) als er te zien op zijn regenboogtrui.

U-hum, gaat het bij de grey ones, want Peter moet nog 10 lange kilometers. Maar er zit zo te horen snee op.

Intussen zie ik m’n andere wielerheld, Van Avermaet, huilend, naast z’n fiets mét sleutelbeenbreuk. Bummer. Heeft ie eindelijk het ‘winning-secret’ gedecodeerd, krijgt ie dit.  Echter, hij is én blijft een knapperd – ondergetekende zou d’r stukken méér overreden uitzien, zelfs zonder kasseien en stalen ros, in het euvele geval dat mijn clavicula voor de bijl gaat.

Weer over naar Wheelie Peter. Hij gààt als ’n speer. Reclame voor die van de witte motor is ie. Kan de rest achter komen, en doet dat ook – ver zelfs. Achter dat grote gat zie ‘k toch ’n blijmakende verrassing. Sep Vanmarcke, Belgenlands klassiekerspecialist, gaat zich verdraaid op het verhoog ‘parkeren’ !

Eventjes later zit datzelfde podium in de sportstudio. “Zijn die niet moe ?!” dacht ieder – en ik.

De heren doen niet aan uitgeteld ; ze geven present. Na ’n inspanning waarvan ik mínstens zeven etmalen zou moeten bijkomen – intussen amechtig uithijgend, met m’n tong languit op m’n schoenen.

Cancellara : zonder winst, maar vast fans rijker, nadat ie Vanmarcke in perfect Nederlands proficiat zei, met aanstaand vaderschap. Vanmarcke, daarom aanstekelijk glunderend, nog verbaasd over zichzelf op z’n derde stek. Tussenin winnaar Sagan, happy as ever.

Eéntje om in te kaderen, die honderdste ! De zon en coureurs, dat geeft gouden randjes, beste lezers.

Ik zeg : Put your hands up !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Strong ? Bij Lan(c)ge nie !

Zit je stevig, beste lezer? Ja ? Ok. Dan ben je klaar voor een torenhoge tegenstelling. Nog net geen confession, maar veel scheelt het niet.

Ik, die een godsgruwelijke hekel heb aan sport, kijk naar de koers. Echtigentechtig. Jaa, de drieweekse, met dat fluogeeltje, dat ubercute “lionneke” erbij en de gestaag aangroeiende schare (anti-)helden.

Hiervoor is ene Mister Indurain aansprakelijk. Ban-esto was in méér dan in één opzicht een feit. 

Dat hij als de weerlicht uit de startblokken kon schieten, was een kwaliteit die hij deelde met een andere held van me.’ t Zal mijn Zuiders temperament wel wezen, maar guttegut, wat was het toentertijd heerlijk zwijmelen…

Een legendarische coureur reed triomfantelijk aan kop.

Vijf opeenvolgende keren.  De zesde keer kreeg ie Krypton-gewijs een klop van de hamer en werd weer gewoon mens. Waardoor ie minuten én de Tour verloor – op eigen terrein dan nog. De teloorgang was helemaal conform zijn status : heroïsch.

Een winnaar is veel mooier als hij kwetsbaar blijkt. Statement onderschreven.

Ieverans* daarna kwam een zenuwachtige  Jaan Ullie. In mijn memorie gegrift als een talent dat, bij een afdaling, plotsklaps vergat hoe je op een fiets moest zitten om overeind te blijven. Bloedstollend spannend én touchant.

Maar : hij speelde het klaar en won. Onovertroffen. Want de volgende edities stond een vleugje menselijkheid dit huzarenstukje in de weg.

En dan braken de 7 vette jaren van een Texaan aan. Meer, meer en meer van hetzelfde : Lance. De man, zijn story : ik kon er maar niet warm voor lopen. Sterker nog, het kon me niet verblotekonten. 

Du moment là, prefereerde ik le paysage en het gehakketak, euh, commentaar van Wuyts en De Cauwer. De moeite die eerstgenoemde moest doen om het woord te krijgen, was een wedstrijd an sich ! 

De heren hadden de mond vol. Over wat er naast de koers gebeurde. Dààr lag de suspence.

Mijnerzijds was vervoering er allang niet meer bij. Of ja, weg van een smakeloos verhaal. 

Sinds EPO opspoorbaar was, volgden de controles, invallen, ondervragingen, beschuldigingen etcetera elkaar soapsgewijs op. Eén naam, telkens weer : Armstrong.

Niet gek, want kanker en bloed en transfusies, dat past samen als een frame op twee wielen.

En dan is het januari 2013.  Zit er een Teflon mannetje, waar niets aan blijft plakken, of het moest EPO zijn, bij Oprah op de biechtstoel.

Op de bank vind je mij terug, met een donsdeken rond beeldbuizend, om toch maar te vergeten dat  ik haast  een ijssculptuur ben door de staking van mijn thermostaat. Niets zo goed als een rondje ergernis om op te warmen !

Strong is niet wat ik zie. Bij lan(c)ge niet ! Wel een afgemeten, gemaakte, emotieloze opvoering, die het verdient te worden vergeten !

Hoe moet dit wel niet voelen voor al die mensen die noodgedwongen door al dat gif haast lichtgeven in het donker, terwijl hun grote voorbeeld, voor de sport, er zich mee liet vollopen ?!

Wat we doen tijdens ons leven, zindert na in de geschiedenis [sic.]**. Voor één kéér, en voor deze man, hoop ik van niet. Teveel eer… !

Eens te meer geldt : een winnaar is veel mooier als hij kwetsbaar blijkt !

—————————————————–

* : ieverans : ergens

**[sic.] :  uitspraak van Bart De Wever, politicus. Die haalde de mosterd hiervoor uit de film “Gladiator”.