Tagarchief: vurige tongen

Nougatientjes-tijd (Swoon 34)

Afgelopen juli was weer Nougatientjestijd. Met het gehijg van allemaal technische trubbels nog in mijn nek, kwam ik bij Gulliver aan. Hèhè, wat een voyage. Pfffffffffhhhhhoe -ppfhoe !

De elastiekjes van m’n zenuwen waren niet geknapt, dus was er wat ruimte voor ’n lach bij de geleverde pech-verhelping.

“Ja, maar, Mevrouw, – gelukkig geen TJEwe zijn al bij u langsgekomen, vandaag.” Ik, nog nét niet snikkend : ” weet ik, maar ik heb alwéér panne ….! ” Mijn cellletjes : ” Blijven ademen en niet huilen, da’s ni goed voor je Franse discours…. ! “

Et alors, daar kwam m’n redder in nood. Ten tweeden male. Hulde aan de dispatch, die  dezelfde technieker van eerder die dag had opgesnord.

Een teddybeer, die, mijn consternatie ziende, mij hartelijk knuffelde. De inmiddels te hoop gelopen buurtjes, die koerden en koutten, maar verder niks ondernamen, zaten hem ook in het oog.

Daarom schalde ie (vr)olijk, op dovemansvolume  : ” Nou, schat, als d’r een derde ronde komt, dan gaan we trouwen, eh ! Wanneer zou ’t passen, denk je ? “. De kletsmajoors stonden abrupt stoep. Deuren klakten. Zonder twijfel ging het specht-getok verder aan de keerzijde, maar ach, je moet je ergens mee vermaken, toch ?

Met een vette knipoog ging de monteur de strijd met Murphy opnieuw aan, en zegevierde. Voel m’n jubel, beste lezers !

Wie ook juichte, was Vadermans. Die zag al, hoe ie taartig en wel, zonder mij ten dis zou zitten. Sneu voor sneu, maar dat ging niet door. Hoera ende joepie !

Op naar Moederszus, dus. Daar werd de taart gesmaakt, en was ’t gezellig. Tot nicht Matinesse, met bombarie, ’n beladen onderwerp toucheerde. Hiermee gooide ze,  vast ongeweten, een delicate knuppel.

Mijn hipster Tante, die wist ’t wel, en laste daarop met Vadermans ‘rookpauze’ in. Vreemd, hoe die onderstroom plots woelig kan worden, en het gezelschap kan opdelen. In drie kampen. Die met schrijnend hart, de genekte gastvrouw, en de stug doorgaande(n).

Enfin, zalig de onwetenden, zekers.

Ik zat ’t maar even uit, wetende dat ik geen azen had, in deze. Met al ’n paar energievretende dagen achter me, geloofde ik ’t wel … Maar ’t voelde als zitten op een Groninger gasbel : instabiel.

Bij de re-entry van Vadermans was het tij nog niet gekeerd. Zijn onzichtbare antennes pikten mijn signalen kennelijk op, want hij trok z’n slimme foon, en schiep te midden alle gespreksdrukte, een You Tube-bubbel. Dierbaar moment.

Ik zette de grey ones aan ’t werk, die met Sia’s Cheap Thrills kwamen aanzetten. Gulliver grinnikte bij het sixties-gehalte van dit clipje, want dat was zijn trouwtijd !

Dus hadden we plezier van something old, (setting clipje), something new (foon), something borrowed (the grey ones) and something blue (gevoel). Mek di beat, jus tek control, tenslotte …

Geniet mee van onze foon-fun, beste lezers !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Make them Sing – Swooning Saturday 10

’t Gebeurt niet alledag dat de trieste werkelijkheid de echte tijd stilzet. De paashaas was door ‘Ik ben Brussel’ even ‘on hold’.

Deze week krijgt ie wél een podium, compleet mét een Franstalig accentje. Omdat Belgenland wel wat chocola kan gebruiken, me dunkt.

Ik zei ’t al eerder, beste lezers, ik ben allesbehalve kerks. Kom ik toch ‘n godshuis in, dan concentreer ik me voluit op de – eerlijk is eerlijk – vaak prachtige architectuur. Zoveel boeiender dan ‘n  – dikwijls – wezenloos mummelende pastoor.

Maar soit, voor deze, en zulk een swingend koor zou je toch ’n uitzondering maken, niet ?

Ik doe ze ’t alvast verre van na – mijn zingen is ampertjes douchebestendig. Echtigentechtig, stembanden zijn geen powerful instrument van me. Snik ende snif. Het enige waarin die stem van mij krachtig is, is kwijtraken. Maar ach, ’t is ook een gave, en je kan, per slot van rekening, niet alles hebben.

Om de wonderbaarlijk hemelse sfeer en het titanenwerk van Mary Clarence nog wat extra in de verf te zetten, ook nog even een clipje dat het startpunt van dit cherubijntjeskoor aangeeft !

De grinnik is gegarandeerd beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Vurige tongen

Dit wordt geen episode ” Groene Vingers “, beste lezer. Dat wil ik die arme Sanseveria’s niet aandoen. Mijn fingerspitzengefühl op dat gebied is namelijk  onbestaande.

Goed, ik weet dat een plant water moet, maar hoeveel en hoe vaak, dat gaat m’n petje vlug te boven. Tja. Dat vakje was niet aangekruist op mijn kwaliteitenlijstje. Maar ik wijk af.

Die andere naam voor Sanseveria’s, Vrouwentongen, vond ik altijd geweldig. Als ezelsbruggetje voor het Pinksterfeest. Aka het feest van die vurige tongen.

Als klein meisje had ik weinig boodschap aan verkondigen, en ik snapte maar niet waarom die Heilige Geest – toch echt een rare snuiter – daar nou per se vlammen bij moest hebben.

Later vlamde vooral mijn ergernis op, tijdens de donderpreken van onze pastoor. Ze sloegen nergens op, duurden een eeuwigheid en het ergst van al : je ontsnapte er niet aan. 

Hij stak ze af in een ruimte die meer leek op het gat van een hellepoort dan op de poort naar het Paradijs waarvan zo nodig kond moest worden gedaan. Brr… !

Gelukkig greep God na verloop van tijd in en kwam er een andere herder.

Toen sloeg de vlam pas echt in de pan. Nee, niet omdat ik op mijn tong moest bijten om mijn ergernis binnenboord te houden. Integendeel.

Maar :  ’s mans homilie was een anachronisme. Zijn tijd verrrr vooruit.  Te ver, voor heel wat parochianen. Maar echt : schwung was er. Het vuur van de overtuiging brandde. Zélfs mét gitzwarte kerkmuren.

Maar trop is te veel en teveel is trop.

Na verloop van tijd balanceerde de Almachtige zijn “moves” dus wat uit. Niet voor niets is Hij een aanhanger van het matigheidsbeginsel.

Het kerkje van mijn vroegste jeugd heeft nu dus weer frisse muren en een gewit plafond. 

De voorganger loopt nu min of meer synchroon met zijn tijd. Weg zijn de donderpreken. Weg ook het gevoel werkelijk in het voorgeborgte van de hel te zijn beland.

Major improvement dus. 

Stiekem hoop ik dat er in die geest ook iets aan het kerkkoor is gedaan. Want echt, een wonder is het, dat toen nooit iemand de dierenbescherming heeft gebeld op verdenking van verregaande mishandeling.

Ik wil wedden dat zelfs Lucifer terugdeinsde voor het oorverdovende kattengejank.

Neenee. Zo’n Pinksterboodschap, daar moet power in, harmonie, overtuiging en lol. Dan wordt volgen ’n pak leuker.

Dit filmpje is het wel zeer levendige bewijs :

Nu ik er op terugkijk, moet ik besluiten dat de Almachtige Vader – Hij maakt geen vergissingen – een les heeft aangereikt wat boodschappen overbrengen betreft.

De inhoud én de wijze waarop ze verteld en dus vertaald wordt, telt. De boodschapper moet daar ook nog een beetje bij matchen. Anders komt je bericht geheid niet aan. O, en  je colère al te expliciet verwoorden is helemaal uit den boze.

Naar mijn blog toe betekent dit dat ik mijn stukjes vaak diverse jasjes aan trek : grappig, ontroerend, beeldend, mijnhaarkomtervanrecht, … naargelang de ik van dàt moment .

Vurig, pittig, excentriek, onderbouwd of niet, maar altijd met een zacht kantje, zonder boze woorden.

En jij, lieve lezer, gaat daar al sinds het prille begin van Ariadnesdraad in mee. Ontelbaar veel keer al heb ik in het reactievak mooie, gevatte, troostende comments ontdekt. Klaar om in te kaderen. Reacties met een zacht kantje.

Toen ik recent als lezer en potentieel reageerder onverwachts een vlijmscherp stuk voor de kiezen kreeg, bedacht ik me dat ik mijn lezers wel eens in de bloemetjes mocht zetten voor de warmte van hun schrijfjes, die bij tijden – eigenlijk altijd – heel uplifting zijn …

Ik tref het met m’n lezerspubliek, dat zonder twijfel Ariadnesdraad nog verfraait !

Fijn Pinksterweekend gewenst, beste lezer, en ik hoop vurig dat de Geest veel bloginspiratie brengt !

————————————————–

Disclaimer : dit stukje lees je het best met de nodige ironie wat geloofsovertuiging betreft. Geen pleidooi pro of contra, maar de gedachtengang van een klein meisje rond religie  …. verteld, vertaald door wie ze nu is.