Tagarchief: # WOT

My sweet little Toet Toet

Soms spant de wereld samen om je blij te maken. Ja echt.

Eerst waren er de prachtige reacties op Vervlogen ik.  Ik werd helemaal warm van de lieve, met zorg samengeschreven commentaartjes.

Maar daar bleef het niet bij. Dit artikeltje werd ook link- en deelwaardig geacht.

Doel van social media en een blog natuurlijk, maar eerlijk is eerlijk : ik bloos er toch een beetje van.  Maar verlegen of niet, ik ben gevleid én blij dat er zoveel mensen zijn (i.c. de lezers van Ariadnesdraad) met een warm hart voor zorg.

Rianne is ook zo iemand. Ze haalde daarom een roodneuzig bedgenootje in huis – Toet. Never a dull moment : dat is de garantie met een Toetertje in huis.

Spice up your life – wie wil dat nou niet ?

Ik vat meteen sympathie op voor deze kleine avonturier die dol is op scharen en helemaal niet bang van ziekenhuizen.

Ziekenhuizen. Gebouwen met stikhete kamers, gangen waar je de weg in kwijtraakt, kerstbomen die slecht versierd aan je arm hangen, verpleegsters met koortsthermometers nét als je in slaap bent gesukkeld en grijsgroene zolderingen.

Plafonds met scheuren in de vorm van een landkaart en gaatjes. Veel gaatjes.

Dat “veel” kan natuurlijk ook liggen aan het feit dat ik er een (jaarlijks) abonnement heb.

Niet leuk, maar je komt wel buiten met het idee dat je wat wil doen voor hospitaalgangers.

Zoals een lid van de Toet-kolonie een nieuwe thuis bieden bijvoorbeeld …

“I’m in !” laat ik wiebelend weten en begin al stilletjes te dromen van m’n mogelijk nieuwe huisgenootje … Toet-toet. Een singing-mood overvalt me. Toot toot.

Waar ken ik die naam nog van ??!!

Nieuwsgierig als ik ben, ging ik vandaag dus kijken. Naar de Toot-Song. Maar voor ik het liedje vond, ontwaarde mijn nog niet helemaal wakker zijnde oog een Toet-bericht.

Tadaaaaaa …. Hoera ende joepie ! Mijn naamkaartje op schoot van een roodneusje ! She is gonna be my sweet little Toot Toot.

Het vreugdedansje is denkbeeldig, wegens een nog grotere houten klaas dan de stropop in het clipje.

Vergeet voortaan de Flintstones-vergaderingen over dansen met de verkeerde dames en het drinken uit gigantische hoorns.

Als ze het over Toot-Toot hebben, dan gaat het over my sweet little Toet-toet.

O yeah … she’s gonna be special ! I won’t mess with her.  Beloofd !

Allemaal Anders

De WOT van vorige week luistert naar de naam Anders

Alles verandert, niets dat hetzelfde blijft … best moeilijk soms.

Niet hetzelfde, dat geldt voor mijn leventje, en ook voor mijzelf. Nog steeds is het wennen, en voelt het abnormaal.

Dromen van een leven dat een ommezwaai maakt, is nog wat anders dan het in het echt beleven ! Mja, anders zegt me zoveel meer dan vroeger. Ik kijk er met heel andere, “nieuwe” ogen naar …

Boeken zijn er al over geschreven, over anders.  Anders (ge)worden, anders zijn, alles wat verandert ….

De synthese van Ronny Mosuse vind ik prachtig ! Ze zegt het allemaal.

Anders. Ten voeten uit.

Enjoy !

De festiviteiten zijn begonnen !

Tumblr

Bron : Weheartit. 

We schrijven Juni. Einde schooljaar komt in zicht. Het vakantieschip meert bijna aan.  Als je over die laatste horde heen raakt. Toetsen.

Examens.  Examenvrees. Lange vakkenlijst. Stress. Whaah, ik ga ’t niet kunnen – Maar jawel gij ! Zuchten en puffen bij een black-out.

Bang zijn dat je langdurige absentie je de das gaat omdoen. Teleblok bellen om samen met die anonieme – aangename –  telefoonstem de echtheid van je doemscenario te checken.

Daarna verder, maar je wel afvragen of  je zoveel tijd in Chemie moet stoppen – het resultaat is toch altijd idem. Hakkenwerk.

Notities waarmee je uren aan de gang bent. Niet per se omdat ze moeilijk zijn. Wél omdat ze hopeloos in de war zijn nadat je ze uit pure frustratie, wanhoop en wat nog meer de grond op hebt gezwierd.

Doordraaien van de niet-aflatende stroom examenvervangende werkjes. En de absurde voorliefde van de opdrachtgevers hiervoor.

Alles en iedereen hartgrondig op de zenuwen werken – jezelf incluis – en dat ook nog wéten! 

Om finaal te denken : hoe heb ik dat toch klaargespeeld ? Terwijl je gezellig aan het feest bent met blije examinatoren – the former monsters of hell.

Juni in de tijd van toen.

Maar in het juni van nu  – met dat attest dat van mij een afgestudeerde maakte op zak – popt vooral de gevleugelde uitspraak van Mr. History up.

De festiviteiten zijn begonnen !

Al in m’n allereerste examentijd poneerde hij deze boute stelling. Nu, wat hem betreft klopte dat als een bus. Hij zag er nog flukser uit dan anders. Want : hij had een zwak voor alles wat routine doorbrak.

Niet moeilijk. Nu kon ie z’n watervlugge alertheid combineren met z’n in ijltempo scannend leesoog en z’n samenvattend vermogen. Nooit geziene  hoeveelheden leesvoer passeerden de revue.

Naslagwerken. Vaktijdschriften. Kranten. Niet ééntje, maar de hele geschreven pers in Belgenland.

Daarna volgden de door hemzelf samengestelde cursusteksten, die hij minutieus controleerde op tikfouten.

De kers op de leestaart waren de reisgidsen, landkaarten en routeplanners.

Kortom, als de examentijd voorbij werd verklaard had hij z’n zaakjes op orde. Ettelijke syllabi waren printklaar en z’n droomreis was in zoverre voorbereid dat ie ze alleen nog maar moest maken.

Ik als eerstejaars daarentegen zag dat toch niet helemaal zo. De domper op m’n feestvreugde was niet de leerstof, maar mijn internaatsbestaan.

Dat internaat.  Ik voelde me er als een vis op het droge. Zes jaar lang. Snif …

Maar gelukkig keerde het tij langzaam in mijn tweede internaatshelft. Want de hogere jaren mochten individueel studeren op de eigen kamer met een ploeg leerkrachten die wacht liepen in de kamergangen.

Voor Mr History betekende dit dat ie bij ieder even binnenviel om via een persoonlijk praatje te peilen uit welke hoek de wind waaide.

Deze ‘gepriviligeerde’ aanpak gaf mijn moraal ’n boost. Helemaal als ik bedacht dat ik de langste tijd intern er nu wel had opzitten.

Verlost van het eeuwig verplichte groepsgedoe belandde ik op slag in vrolijker wateren. Hoera ende joepie !

Ik kon ein-de-lijk ongestoord de ‘studiekost’  die het thuisfront me meegaf – lees : nootjes, M & M’ s, Twix, Snickers en wat ik verder maar lekker vond – verorberen, en heerlijk in cursussen onderduiken die me mijlenver wegvoerden van de zo verfoeide internaatstralala.  

Yep, ik kon me steeds beter vinden in de kreet ” Leve de festiviteiten ! “

Bijkomend surplus was dat Mr. History  de omvang van een catastrofe altijd weer in het juiste perspectief wist te plaatsen. Op voorwaarde dat je er niet met je klak naar had gesmeten dan toch. Anders … !

Hij had een groot gevoel voor de relativiteit der dingen.

Ok, voor hem was Historie het mooist denkbare vak. Maar hij kon zich evengoed voorstellen dat het voor sommigen niet hun  “cup of tea ” was. Geen punt.

Gevolg ? Bijna iedereen die bij hem examen aflegde, haalde het. Dat kwam omdat ie wel degelijk rekening hield met de info die hij op zijn rondje small talk  sprokkelde. Wie moeite deed, kon bij hem wel een potje breken.

Geschiedenis. Echt een bijzonder vakgebied. 

Terugblikkend is het best wat dat iets waarvan menig mens de bibbers krijgt mij juist opgewekt stemde ….

Een goeie instelling is het halve werk, heb ik proefondervindelijk geleerd  !

Succes gewenst aan alle blokkertjes !

Out of the Box

Tumblr

Bron : Weheartit

is het eerste wat bij me opkomt als ik het 21 ste WOT-woord te zien krijg. Conventies.

Ze zitten ingebakken. Maken deel uit van het collectief geheugen.  Je ontsnapt er dus niet aan.  En laat ons eerlijk zijn : het zou een mooi boeltje worden zonder.

Je brein zou te kampen krijgen met een heuse system overload als je je telkenmale zou moeten afvragen wat nu te doen, hoe te reageren ? Guidelines  zijn dus een beetje proactieve bescherming.

Ze ordenen de wereld, of wat daarvoor moet doorgaan. Doen de chaos een leiband om.

Ze scheppen ook verwachtingen. Van – om maar iets te noemen – een gedragscode.

Neem nu die van een verkoopster.

Bij stilzwijgende conventie zijn we deze dames gaan zien als strak in het pak zittend, standaard gemaquilleerd (teveel, maar goed, ze doen het toch maar zo vroeg op de morgen) en altijd paraat om een klant te belagen met de vraag “Kan ik u helpen ?”

Belagen, jawel. Want ofschoon behagen in de bedoeling ligt, lukt dat vaak niet.

Ofcourse ligt dat aan de klant. Aan jou dus. Want in plaats van enthousiast “Ja graag”  te zeggen, en fluks met een waslijst – lees :  een wishlist – voor de dag te komen, zeg je alleen maar “Ik wil even kijken”. Of nog erger : je zegt niks en maakt stante pede rechtsomkeer.

Dergelijke acties kelderen natuurlijk de verkoopcijfers en –  dit vooral – het goeie hum van de verkoopster.  Bovendien, de kans om een goeie daad te stellen ontlopen is not done.  De straf ? Een niewe winkelexpeditie, mét medewerker, dat spreekt.

Zo raak je dus verstrikt in het pashok-net.  Waar een verkoopster je dan onverhoeds bestormt met tenues waarvan je alleen maar gillend wil weglopen. Wat je niet kunt, omdat je jezelf net in iets hebt gewurmd, waar je met geen mogelijkheid meer uit komt.

De “ultimate punishment” voor het niet meegaan in de verkoopsflow is het feit dat de verkoopster, op het moment dat je haar écht nodig hebt om je uit je netelige positie te verlossen – in dit geval een knellend kledingstuk dat pertinent niet van je wil scheiden – nergens te bekennen is.

Of ja, toch wel. Aan de andere kant van het standaard te korte gordijn. Terwijl ze duizendvoudig vraagt “Gaat het, mevrouw ?”.  Evenwel zonder dit te checken, of – stel je voor ! – iets te ondernemen.

Laat me je dit vertellen : voor dit scenario heb je stalen zenuwen nodig. Zelfs een Superwoman als ik durft dan al ‘ns denken dat haar stalen legering een tikkeltje vervuild is.

Zodoende zweette ik aan de vooravond van het voorbije prachtige Pinksterweekend niet alleen van de warmte.

Neenee. Het was de combinatie van de temperatuur, een weg die weg is, én een agenda met een eigen gedacht. Met name het idee “Ach dat doe ik nog wel even tussendoor”. Een instinker, want dat even rekt zich natuurlijk in een wip lenig uit tot neverending. 

Plus een zomers tuniekje dat – op de valreep – naar me knipoogde.

Dilemma. Little yellow-blue dress lonkt. 

Maarre … Ik zie er op dat moment meer uit als een overladen muilezel die de weg kwijt is geraakt in de woestijn. Moe, bezweet en stoffig.  Alleen de kameel ontbreekt nog.

To make matters worse, ontdek ik ook nog dat dit hip boetiekje al over tien minuten de deuren sluit.  Wat te doen ?  Ik kijk spijtig naar mijn schoenen, die er alles behalve super uitzien, en drentel voor het raam …

Lang genoeg om door een verkoopster te worden gespot. Tja, mijn onzichtbaarheidsmantel ligt nog thuis.

Ze komt naar me toe en helpt me mijn vracht wat te herschikken. Ik vertel haar dat ik weg ben van het jurkje, maar ik mijn exacte maat niet ken, maar wél weet dat ik een gruwelijke hekel heb aan passen in een winkel, dat mijn schoenen niet shopfit zijn, en last but not least dat ik eigenlijk te laat ben.

Ze bekijkt me aandachtig. Herkent me van een vorige aankoop. Veert recht. Loopt naar het rek, ondertussen mijn postuur scannend. Plukt “my precious” uit het rek en legt het weg. 

“Breng je spullen even thuis”, zegt ze.  “Vandaag ben ik er wat langer, dus als je wil, kan je straks even testen of ik goed ben in maten schatten.” Knipoog.  Onderweg naar huis bedenk ik beduusd dat ik mijn idee over verkoopsters toch maar wat moest bijstellen.  En ook dat ik het jurkje koop, als ze er dadelijk nog is. 

Ik sta weer terug in de winkel. Zij moet  lachen om mijn verbazing dat ze er nog is.  Een vrolijke, klaterende lach.  Ik word er zélf blij van, van die lach. Helemaal als ik samen met de winkeldame ontdek dat het jurkje als gegoten zit.

Net als ik afreken, begint het te gieten.  Geen doorkomen aan. Ik kijk naar buiten, zij ook.

Ze verdwijnt naar ergens achter en komt terug met koffie en koekjes.

“Drink gezellig een kopje mee, terwijl je wacht tot het overwaait”, zegt ze, mijn bezwaren wegwuivend met een ” in zo’n drache ga ik ook niet rondhupsen ! “

Waaw. Ik kan me zomaar voorstellen dat haar baas met haar een gat in de markt heeft gevonden.

In overeenstemming met de grote lijnen, maar toch apart genoeg om persoonlijk te zijn. Wat zijn ze toch heerlijk, die conventies waar af en toe eens iemand een excentrieke draai aan geeft. Verfrissend als een regenbui !

Out of the box thinking, ik ben er dol op.  Zéker nu het me een schitterend tuniekje heeft opgeleverd !

Under my skin

emelieaura | awesomeness

Bron : Weheartit

“Mag ik Uw snor ontharen, Mevrouw ?” onmiddellijk gevolgd door de geschokte repliek “Dat wil ik niet meer horen hé !” van de lerares.

Een flardje Beautyschool* komt voorbij mijn oor, net op het moment dat ik Onderhuids ontdek als WOT van de week. De link met welness is dus snel gelegd.

Bij het woord onderhuids komen mijn little grey cells instant met het woord poriën en reinigen op de proppen. Peelings, lotions, en gezichtsmaskertjes en zo …

Ow, en voor de inner-beauty I’ve got you under my skin.

Ik zie je zo wenkbrauwfronsen, beste lezer. Whut, Fashion en Beauty on Ariadnesdraad ?!  Haal gerust opgelucht adem. Dit artikeltje wordt een unieke beauty-case.

Due to mijn mythologische connectie zit ik willens nillens opgescheept met een roomblank velletje, dat slechts na straffe onderhandelingen en dito diplomatie iets anders dan Nivea accepteert – en dan nog.

Reviews zijn dus niet mijn niche. Geen betere recensies op dit  gebied dan die van de de ijsprinses aka Swatch-queen.

Onovertroffen is ze, als het een onderbouwde visie en snedig verwoord commentaar op een welness-product betreft.  Je binnen-en-buiten-beauty is meteen ook gegarandeerd, want je móet wel lachen om haar geestige beschrijvingen.

Ik doe er mijn denkbeeldige hoed voor af.

Het werk dat gaat zitten in het testen van al die lakjes en maskertjes doet me zweten. Een onderhuidse actie die ik, als het even kan, liever aan me voorbij laat gaan …

Hoe anders gaat het er bij mij aan toe  !

Bij gebrek aan engelengeduld, behendigheid, het juiste vel, het winnen van de Lotto, een personal make-up artist en weet ik welke toeters en bellen nog meer, drijf ik alle YR*-medewerkers tot wanhoop. Zij zweten in mijn plaats, de “dutskes*”.

Omdat ze maar geen maskertje aan me kwijtraken. Alle huidanalyses ten spijt. (Als die allemaal zouden kloppen, dan zou ik vaker moeten vervellen dan een slang, en nog rapper ook ;-))

Nee, mijn personal beauty-treatment is very basic. Ik weet  niet eens of je het wel zo kunt noemen. Nivea gezicht, camouflagestick, lichte fond-de-teint en lipstick, plus een geurelement dat overeenstemt met mijn humeur. That’s it, folks !

Wie nu al wiebelt – bij het vooruitzicht op de eerste te zijn gebotst die geen overvolle badkamerkast heeft –  zit er naast. Ver. Kilometers.

Ik heb immers een Girly kantje. Ben graag een beetje mee met dat wispelturige ding dat bij conventie mode is gaan heten.

Daarbovenop komt nog dat ik zo af en toe de oorlog verklaar aan mijn zonder weerga weerbarstige vel.

Ow, om het plaatje van de uitpuiling te vervolledigen moet je nog weten dat ik op gezette tijden word overmand door het “visagie”-virus.

Deze schmink-koorts is verantwoordelijk voor het plotse, temporele idee dat ik wel eens wat mag gaan doen aan die finishing touch die make-up heet.

Tja. Natuurlijk hoort daar ook een reinigend productje bij.

Hups, daar heb je het. Voilà, een kast die er uitziet alsof ze een bombardement heeft doorstaan. Een echt labyrint. Gelukkig wel met deurtjes.

Aan al die plamuur- en reinigende gekte komt meestal een eind als mijn velletje protestactie “vries-vel” in gang zet.

Ik hou niet van protestacties, en al helemaal niet van onderhuids getintel. Dus tegenwoordig geef ik mijn poriën hun zin en pas ik voor peelings en masks.

De kast krijgt dus traagjes lege plekken. Jeuj.

Mijn vel en de kast zijn clean. Over naar m’n binnenkant dan.

Mijn hoofd, dat is wat anders. Dat kan soms niet meer ademen door alle droefenis rond me. Mijn eigen tranen gaan dan ondergronds, sluimeren, kruipen “under my skin”.

Tegen de cleansing action die dan volgt zeg ik allesbehalve “Jeuj!” Zo’n niet te ontlopen eruptie van tranen is allesbehalve modieus. En nog lastig weg te werken ook.

Maar ach. De natuur weet wat goed voor je is …

Geen hip maskertje dus, maar good old-fashioned (crying in the) rain !

Zuiverend, dat zeker ! Zowel boven- als onderhuids …

En alle lagen daartussen !

—————————————–

Beautyschool : tv-programma

YR : Yves Rocher

dutskes: sukkelaars

Mooi maar moeilijk

Google Image Result for http://images.lasyk.net/116116.png

Bron : Weheartit

is het eerste wat ik denk als ik zie dat troost het WOT- woord van deze week geworden is.

Gek eigenlijk, als je er over denkt. Troost hoort immers bij het leven, zoals houden van en verdriet hebben dat ook doen.

Noodgewongen op reis doorheen het land van de troostelozen, is dit wat me opvalt als het over troost gaat.

Troost is universeel. Van de Neanderthaler tot de mens nu, iedereen krijgt er mee te maken. Je zou dus denken dat we al tijd genoeg hebben gehad om te oefenen.

Toch blijft het moeilijk. Hoe pak je het aan ? Wat is het beste ? Welke maatschappij brengt het makkelijkst dit vers * in de praktijk ?

Kom dan bie mie om je te warmen
‘k maak een kamer voor u gereed
‘k zal u wiegen in mijn armen
‘k zal u duiken in mijn kleed

De Neanderthaler, die  – niet gehinderd door taal – vast niet piekerde over de vraag of ie nou wel de juiste woorden had gezegd ?

Of de Moderne, die onder zoveel communicatiemiddelen bedolven wordt, dat ie al lang niet meer toekomt aan een écht gesprek over moeilijke dingen. Al helemaal niet in de taal die je voor troost toch wel nodig hebt.

De maatschappij verhardt, klinkt het. Kan wel zijn, maar het leven als Neanderthaler was nou ook niet direct “a walk in the park”.

De haast waarmee tegenwoordig alles gaat – ook verdriet hebben en er weer bovenop raken – maakt het allesbehalve makkelijker.

Om nog te zwijgen van de angst voor de confrontatie met verdriet.

Troost, dat is verdriet onder ogen zien, het je inbeelden, voorstellen, en toch over de angst stappen dat het jou (ook) zal treffen. 

Troost is ook veelzijdig. Want je kan diegene zijn die troost behoeft. Of diegene die troost. Of allebei tegelijk.

Troost is,  net als all things that matter in life, veelvormig. Troost bezit Egidiuskwaliteiten.

Misschien is het die arm die je naar zich toetrekt, om de wereld even buiten te sluiten en zo ruimte te maken voor je verdriet.

Misschien is het de zakdoek, aangereikt op het moment dat je de weg naar de jouwe kwijt bent in een tranenzee. 

Misschien is  het een kopje koffie bij een gesprek over, of juist zwijgen bij dat bakje troost. Samen, dat dan weer wel. 

Of misschien is het bloggen. Omdat dat een vorm van praten is die je kan oppakken of laten rusten. Praten zonder moet, maar met bijzonder steunende reacties. Een vorm van schrijven ook, die helpt om de chaos in je hoofd te stroomlijnen.

Troost is ook onverwacht.

Het zit in woorden en gebaren verpakt die je soms pas na enige tijd als troostrijk herkent. Soms van mensen waarvan je het absoluut niet had gedacht. Dat maakt troost moeilijk,  maar mooi.

Mooi, want troost geeft steun. Helpt een brug te slaan. Over verdriet heen.

En dat maakt het de moeite waard om de kunst van de vertroosting te blijven (be)oefenen !

———————————

* Het origineel is van West-Vlaming Willem Vermandere, van wie ik jammer genoeg geen volledig fragment kan vinden. Maar  : de vertolking van Herman van Veen mag er ook zijn.

My Day Will Come

Het WOT-woord van deze week is toekomstmuziek

Mijn oog ziet het, en zet per direct de radertjes van mijn little grey cells in werking, die als de weerlicht onderstaande tune aandragen.

Met een WOT als deze kun je haast niet om een muzikale aanpak heen.

Maar de betoverende melodieën waarover deze blogger het heeft heb ik al tijden niet meer gehoord. Tja. Ze horen bij het mooie, maar onwaarschijnlijke dat in de toekomst zou kunnen gebeuren.

Zelf maak(te )ik het het spiegelbeeld daarvan mee.

Sinds een aaneenschakeling van maanden klinkt mijn notencollectie dus meer als een treurzang. Symfonie van elementen die elkaar het epitheton “supervals” proberen af te snoepen.

De “angelic chorus” is nog niet voor morgen, want de dirigent (lees : ik) is nog even druk met uitvissen hoe je toonladders aaneenrijgt tot iets waar je oren niet van gaan tuiten.

Mijn muziekstuk heeft wat weinig variatie in zangpartijen.

Je zou kunnen zeggen dat ik in een interlude zit. Eentje die gekenmerkt wordt door “loops” (muzieklussen).

Want de toekomst, dat wat naar je toekomt, heeft een eigen tempo. Dat niet in een vingerknip van larghissimo in prestissimo overgaat. Want : je bepaalt het niet helemaal zelf.

En toch. Ondertussen is er al wat toonruis weggefilterd. Is wachten weer een beetje verwachting geworden.

Want het bewijs dat de dag komt en je er door raakt, heb je al een paar keer geleverd.

My day will come, I will find my way is ietsje zekerder…

Goed voor de schwung in mijn symfonie !

Ontwricht Belgenland

Opnieuw is de WOT brandend actueel. Want Belgenland is ontwricht. Door een crisis die Sierre heet.

Synoniem voor een busongeluk.

Voor het in één klap weg zijn van 28 levens. Synoniem voor het ontwricht zijn van zoveel meer levens dan die 28.

Synoniem ook voor al die levens die tegen wil en dank een omslagpunt zullen hebben. Een vóór en na Sierre.

De definitie van het woord crisis klopt helemaal.

Want er is echt sprake van een ernstige ontwrichting van het staatkundig, sociaal-economisch en/of cultureel leven in Belgenland.

Iedereen is van zijn apetuut. Ook premier Di Rupo. Aangeslagen als ie is, komt hij nu nóg moeilijker dan anders uit zijn woorden in het Nederlands. Voor één keer is er niemand die hier over valt.

Maar quoi que ce soit, zijn boodschap is duidelijk.

Zestien maart 2012 zal géén dag als alle andere zijn.

Deze dag zal er één zijn van nationale rouw. Met vlaggen halfstok en één minuut stilte.

Als steunbetuiging. En erkenning van dit letterlijk en figuurlijk grote verdriet.

Wat heb je nu aan één minuut als getroffen familie ?

Nu, op dit moment waarschijnlijk niet zoveel.

Maar later, als je weer een beetje je gevoel kan en durft toelaten, is het mogelijk troostrijk te weten dat toen jouw wereld stond, het hele land dat ook even deed.

Even tijd maakte voor jouw verdriet.

Hier ten huize Ariadnesdraad is dat alleszins gebeurd. Mijn hart gaat uit naar alle betrokkenen.

Ook naar de volwassenen, die uiteindelijk toch bezig waren met iets heel moois : het verwezenlijken van een onvergetelijke kindervakantie …

Ook naar de broers en zussen, groot en klein. Want : het is aartsmoeilijk om achter te blijven, te zien, te ondergaan, mee te maken. Je eigen verdriet. Maar ook nog eens dat van je ouders.

Aartsmoelijk ook om de vergelijkingen te doorstaan. Bewust en onbewust.

Mijn hart gaat ook uit naar alle ouders. Die misschien, waarschijnlijk nog andere kinderen hebben en dus voor hen de overrompelende taak hebben overeind te blijven.

Die voor altijd pijn zullen hebben als ze kijken naar een kind, dat de leeftijd heeft van hun kind.

Ook gaat mijn hart naar de ontvolkte klassen. Hoe moeilijk zal het zijn om in een klas te zitten met zoveel gaten? Om dit toch belangrijke schooljaar af te ronden en een goeie studiekeuze voor later te maken ?

Mijn hart gaat ook uit naar ieder die steun en toeverlaat was, is en zal zijn. Want makkelijk is dat niet.

Verdriet is confronterend en je bent niet van beton.

Het is te hopen dat al wie op één of andere manier een steun is, de moed en de creativiteit blijft vinden om een steun te blijven…

In deze situatie herken ik ook veel.  Bij het zien van de beelden en berichten komt Living Darfur in mijn hoofd op.

Dit stukje zegt het eigenlijk allemaal :

See the nation through the people’s eyes,
See tears that flow like rivers from the skies.
Where it seems there are only borderlines
Where others turn and sigh,
You shall rise

You may never know,
If you lay low, lay low

Sooner or later we must try… Living

Cura ut valeas

Bron : Google

Via het nieuwsflardje dat me wakker maakt, hoor ik dat 8 maart naast Vrouwendag ook Wereldnierendag is.

Ben nog aan het bedenken dat je toch wel in een hachelijke positie zit als je wacht op een donornier, terwijl ik PC-gewijs op zoek ga naar de nieuwste WOT.

Wat een coherentie ! Verbazend…

Want wat zie ik ? De meest recente WOT luistert naar de naam precair.

Dit woord is hélemaal van toepassing op orgaandonatie.

Een procedure die je écht wel onzeker, bedenkelijk, hachelijk, gevoelig, heikel en twijfelachtig mag noemen.

Op zo’n moment kan je alleen maar hopen op dat tikkeltje geluk en een goeie Florence Nightingale.

Ja. Een Florence.

Om de schok op te vangen van die momenten met de kracht van een aardbeving. Dan heb je iemand nodig die voor je zorgt, omdat je dat even niet zelf kunt …

Gelukkig  doen al mijn organen het nog goed.  

Mijn ruggesteuntje  heeft al wel een paar spreekwoordelijke hartinfarcten  weten te voorkomen.

Mijn Florence, dat is mijn dossierdame.

Als maatschappelijk werker had ze tal van paperasserijen voor me  op het goede spoor gezet. Maar toen ik hiermee bij haar aankwam, was ze toch échtigentechtig flabbergasted.

De situatie versporen zat er niet in, maar aan mij was wel nog iets te doen, vond ze. Dus gooide ze fluks haar hele agenda om.

Om van dat puinhoopje dat voor haar zat, weer een beetje mens te maken.

Nooit eerder heb ik zó hard hulp nodig gehad en ze ook zó prompt gekregen.

Ze praatte me door die zwarte dag heen, waarin ik noodgedwongen heel wat dingen in mijn ééntje moest zien te klaren.

Toen ik haar zei dat ik niet wist hoe ik het zou doen, zei ze heel eenvoudig, maar ook heel beslist : “Je bent wel klein, maar je staat er, als het moet. Het lukt je wel.”

En daar ging ik. In mijn ééntje. Of toch niet helemaal. Want in mijn hoofd zaten deze woorden.  Ik hoorde ze die dag telkens en telkens weer.

Dat hielp om de dag door te komen.

Nu, zoveel maanden later, zitten die woorden er nog steeds. Gebeiteld.

Ik hoor ze nog steeds, op moeilijke momenten. Ze zijn nog altijd even troostrijk …

Voor alle mensen die –  van welke kant ook – met orgaandonatie of een andere ramp te maken krijgen hoop ik dat er een “Florence” is, ergens.

Iemand die even de regie overneemt die jij tijdelijk niet kan voeren.

Op een zorgvolle manier. Zodanig dat je er – ook later nog – door wordt  getroost …

Iemand die er alles aan doet om tegen jou te zeggen : “Pas goed op jezelf, en het allerbeste *!

Cura, ut valeas …

—————————————–

* Pas … allerbeste ! : vrije vertaling van de titel, een afscheidsgroet in het Latijn.

Free … of toch nie ?

Bron : weheartit via Google.

De nieuwe WOT van deze week heet vrij. Met alles wat daarbij komt kijken. Ook vrijheid.

Als je er over denkt, is vrijheid best een contradictio in terminis.

Want vrijheid kost iets, met name een keuze. Je eigenste keuze. Om dàt te gaan doen, met alles wat er – misschien liever niet ? – bijhoort. En niet iets anders. Je bent dus niet vrij zonder meer.

Mijn ‘little grey cells’ worden geredirect naar mijn favoriet citaat.

Vrijheid is niet hetzelfde als ongebondenheid. Vrijheid is het vermogen om keuzes te maken en je aan datgene te binden wat het beste voor je is.”

– Paulo Coelho

Omvattend, en het gaat voor heel veel dingen op. Ook voor bloggen, heb ik gemerkt.

Het allereerste begin van een blog, daarin ben je helemaal vrij. Je neemt er één – of niet. Kost alleen wat lees-, dub-. en denkwerk. Niks moet.

De naam dan. Nou, dat moet nog steeds niet echt. Maar eerlijk : een blog zonder naam, da’s een beetje gekkigheid.

Want tenslotte wil je die producten van je little grey cells niet zillion jaar stof laten vergaren, alleen maar omdat ze niet te vinden zijn.

Anderzijds heb je ook niet het idee dat de resultaten zo fenomenaal zullen zijn dat er – die zillion jaren later – nog naar gezocht zal worden als was het Atlantis, de prachtige verzonken stad.

Nee, zoveel vertrouwen in mythes heb je nu ook weer niet.

Dus kies je een naam als middel tegen vergetelheid.

Als je dan eindelijk tot Ariadnesdraad komt, heeft Vrijheid er zijn eerste robbertje vechten op zitten. Met Censuur. Want je naam moet uniek zijn.

Dictaat van je blogplatform én je brein. Want je eigen blognaam vergeten is not done.

Maar ach, over dit moetje ben je gauw heen. Je hebt immers volledige vrijheid van inhoud.

Jaa. In het begin nog wel. Maar op kousenvoetjes – zo ergens rond het vierde postje – begint een eigen stijltje te ontstaan.

Dit toegiftje – dat je helemaal niet zwaar valt, omdat je niet anders schrijven kan – smokkelt nog iets anders door de detector van de artistieke vrijheid.

Woordgebruik. Vaste uitdrukkingen. Invalshoek. Zinsconstructie. Taalkundige juistheid. Visuele vormgeving ofte templates. Witruimte tussen de leesregels.

Kortom, journalistieke ingrepen die de leesbaarheid verhogen.

Ah ja, want schrijven kan niet zonder zijn maatje lezen.

Hier kom je achter als je blog reacties begint te krijgen. Van regelmatig terugkerende mensen. Joepie !

Regelmatigheid heeft ook verwachting in zijn kielzog.

Want die klikjes, dat zijn sneak-peaks van lezers die het poeder der nieuwsgierigheid niet van zich of konden schudden, en komen kijken of het er al is. Het, dat is : je nieuwste stukje.

Voor jou als auteur is dat “het” natuurlijk de reactie. Wat zou er instaan ? Een verrassing. Die voor iedereen een beetje leuk moet zijn.

Dit leuke-reactie beleid is PR. Daarvan wil je natuurlijk  dat het goed is. Stoorzenders uitfilteren of niet ?

Het antwoord hierop heet moderatie. Moet niet, maar je mening zo strabant poneren dat anderen er nadeel van ondervinden nog minder.

Maar de positieve kant van reacties is natuurlijk dat het je op denksporen zet.

Sporen die je niet verwacht had te zullen vinden. Die best helend kunnen werken, waarvan je leert en vooral : deelt.

Schrijfsporen zoals een WOT, die best diep kunnen zijn. En volledig vrij. Op het onderwerp na dan.

Maar deze inbreuk – ik noem ze inspiratie – is niks vergeleken bij jouw interne inquisitie. Waarover wel en niet bloggen ?

De do’s en dont’s leggen nog iets anders op : zelfdiscipline. Die komt er omdat je – vrijwillig natuurlijk – rekening houdt met het altijd zoekende leesoog van je blogbezoekers.

En ook omdat je jezelf iets te bewijzen hebt. Dat je het echt kan, dat schrijven. Niet een keertje, haast per ongeluk, maar op regelmatige basis.

Regelmatige publicatie dus. Eigenlijk als ultiem verweer  tegen de stille veroveraar tijd. Tijd die, welhaast per definitie, onjuist inschatbaar blijkt.

Voor je het weet heeft dat originele bloguurtje namelijk de omvang van een zee. Mét rustgevende golfslag, dat wél.

Vrijheid. De perfecte mix tussen wensen, willen, moeten en echt dóen.

Of : de keuze om je te binden aan datgene wat goed voor je is.

Bloggen dus.