Tagarchief: zacht kantje

Mr. Leeflust (Swoon 51)

Vooraf : Deze Swoon is een ode aan Leeflust, een bijna-eeuweling met zwier, nu wolkzitter.

2017. Een loodgrijze februari-morgen, een keukentafel en ik. Dat is de setting, beste lezers. Allemaal even troosteloos. ‘Mijne kop’ voelt als het vierarmen-kruispunt : oren, sinussen en ook één oog zitten potdicht. Het enige dat loopt is mijn neus, en tranen. Het doorgaande verkeer bestaat uit een file tissue-propjes.

Oorzaak is het momentum, dat me de fakteurfactor liet trotseren. Sinds mijn correspondentie inclusief vensteromslagen is, vergt dit zo nu en dan vermetelheid. Het is nu dat andere gevaar, het gebroken wit met zwart randje, dat voor stupéfait zorgt.

Leeflust’s tien dagen eerdere “Halloooo, ik ben er nog !” was nu : ik ben niet meer. Ik kijk er daas naar. Mijn oog wordt onweerstaanbaar getrokken naar het bijtend roze Post-itje van Buur dat de ingetogen envelop ontsiert.

“Dit vond ik in de bus, na een paar daagjes weg”. Potverhierenginderenoveral ! Te laat. De gestrenge correctheid van m’n nieuwste wolkzitter indachtig, speelt zich binnenskops de begrafenis van de postbode af. Op het geplogen witte scherm hierbij, nu eens geen wapenfeiten, maar welgemeende tirade. Van MIJ. Want dit brei je niet even recht, n’est-ce pas.

Ook hoofdelijk, hoor ik Leeflust scanderen : “Kijk naar wat je wel nog kan, Ariadne”. Nou. Vooruit. Een reuzemok dampende koffie dan maar. Niet dat ik ze proef, maar de opstijgende warmtekrinkeltjes vertroosten. Een dosis obligate zuivel, en een Exce.drinnetje erachteran.

Now we’re talking ! Vlug condoleren, voor ik weer inzak. Aldoende hoor ik, dat er ’n koffietafel 2.0 komt, omdat er nog liefhebbers waren, voor ‘de postbode schabbernakken’*.

Toentijds. Soms breken mensen binnen in je bestaan op, eh, ‘liefst-niet’ moment. Wat nou, alles in de plooi…? Overhoop is ook mooi. Echtigentechtig.

Ik – pas een half land verderop verhuisd zijnde – was fysiek óp. Alles weigerde dienst, maar ikzelf, noch de dokter, toen nog te leen, begrepen er éne jota van. Dus : ’n batterij opzettelijk ver uiteen geplande onderzoeken, bedrust en ‘kamertje alleen’. Met uitkijk op de badkamer.  Daarin  : ’n gehoofddekseld heertje, zichtbaar moeite hebbend niet te ontploffen. Z’n doodzieke Cupidaatje werd van hot (badkamer) naar her (gang) gesjouwd, namelijk. Kamertekort…

Dat ging zo, tot ik ’t tafereel – plus de lege ruimte naast mijn bed – niet meer kon aanzien, en de verpleging er op aansprak.

“Weet je ’t zeker, ” roloogde witkapje, niet overtuigd.

27 zijnde, wist ik ook wel wat leukers dan ’n haast-hemelende, maar m’n hart was bij dat meneertje, dat straks – kinderloos, net als ik – met een gapend gat kwam te zitten. Moest-ie zich dit alles herinneren, met heisa en beddengeschuif op de voorgrond ? Mooi niet, als ik ’t helpen kon. Met stip iets waarin ik onwrikbaar absoluut was, beste lezers. Zo adopteerden we elkaar, die dag, de 80-er en ik.

Personeel meldde zich prompt kies afwezig. Ik trok dus maar m’n meest fluwelen handschoen aan, en vertelde zo zachtzinnig als kon, dat Piet Hein onafwendbaar onderweg was.

Z’n die-ie-pe zucht en één ontsnapte traan deden konde van de inzinking, maar, ik zag ook iemand die gaandeweg herrees, met lust tot leven. Leeflust.

Precies één week na ’t verscheiden, stond ie weer aan m’n bed ?! Mét ribbelchips paprika. Want was mijn zoutgehalte niet gekelderd, volgens de dokter ?

Was er dan draad doorgeknipt, er werd ook een nieuwtje gesponnen. We hielden contact, en giebelden en grienden wat af. Hij maakte me wegwijs, in m’n nog ampertjes ontdekte woonstee, en ik was dol op mijn levend archief. Samen hadden we ’n geschiedenisboontje. De grote oorlogen kwamen dus voorbij, hoewel heul summier. Want op dit punt was Leeflust   oester. Die ik dan weer niet probeerde open te breken.

Hierover verhalen aan ‘jonge’ mensen vond ie passen als ’n vlag op een modderschuit. Dit verlies nam ik sportief. Wat moet je anders, als iemand haast drie keer jouw leeftijd telt ? Af en toe liet zich tóch iets wetenswaard kennen. Zo begreep, sprak en las ie prima Duits. Maar hij zette de toenmalige Voldemort en zijn groot begane kwaad op zijn manier gevangen – door complete negatie van de taal die ze spraken.

De generatiekloof, ze ís er, maar niet bij deze man – die goed twéé keer mijn opa kon zijn. Deze ware gentleman, met humor en open, twinkelende blik, was zowel verademing, als eer, om te kennen.

Zijn oorlogsattitude om ergens voorbij te kijken, zijnde mijn gammele constructie, en de waardering van mijn vrouwelijke input bij dilemma’s, waren kadootjes. Van hem, aan mij.

Kortom, het was me een hemelsbreed genoegen.

Spontaan kwam Harry Belafonte naar voor als swoontje. Deze maartmaand jarig, en ook 90+, met charisma.

Geniet van Hava Nagila, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


*: iem. schabbernakken : iem. bij ’t nekvel grijpen

Advertenties

Who’s that girl ? (Swoon 50)

Een nieuw jaar gelanceerd. Ouwe struggles ook, want m’n publicatieschema stokt weer – zooo  Januari 2016.

Het Dakar-tempo waarin m’n grijze massa columnpjes vult, is IRL nauwelijks bij te benen.

Zwart op wit is het nog niet zo te zien, beste lezers (lees : inhaalslag reacties) maar ik droom, denk & doe “blog”. Wonder, dat ik in die morgenspiegel nog geen ‘Ariadnesdraad’ op mijn voorhoofd zie gestempeld. Zomaar wat fröbelen doet mijn hoofd niet aan, namelijk : altijd postjes in de maak. Maar: zulk autonoom hoofd is nog best handig. Geen ‘beste concept’-gezeur : gewoon go with the flow.

Vandaag trek ik dus maar ’n sprintje, en laat de springveren van de ‘grey ones’ lekker eigenmachtig werken.

Op de vraag waarover geschreven, popt een republikeins rood mantelpak op. Neeje, niet dat van Trump – die kan zoiets niet forceful & executive aan, dat is linea recta clownesk. Nog niet eens ingezworen is ’t al hommeles met de media, zeg maar de journalistiek. Whatever we may get, dertien in een dozijn beslist niet, met deze man.

Oempppppppppffff, uuche, aiai en ochottekes. Ik gok op vasthouden aan alle takken van alle bomen en de mast – tegelijk. Die gymnastische oefening lijkt nodig, om de eerstvolgende 1460 dagen door te komen. Mijn oogbogen oefenden alvast souplesse bij de megalomane aandacht die de ‘gereputeerde nieuwsgaring’ hieraan gaf …? Was ’t nou net niet die over-aandacht, die van begin af aan, dit roeptoeterend exploot mee op het Presidentiële schild hielp hijsen ? Afwijzende hm.

Mijn celletjes maken ’n 180° bocht en ik zit in ene weer bij ’t felrode mantelpakje met weerstrevende attitude : Angela Merkel. Ha ! Veul beter. Ik verkies Frau Merkel’s ‘Deutsche Gründlichheit’ verre, boven die upcoming American Madness.

Jolige celletjes, als ’t journaille weet te vertellen, dat Angela zich eredoctorandus Leuven én Gent mag noemen. Hoera ende joepie, Sie schaft !

De feministe in mij veert op, uitermate blij. Dat ze even ’n slechtzittend blauw vaan krijgt aangemeten, neem ik voor lief. Knipoog naar de (Amerikaanse) blauwe Democraten, tenslotte. Met niet alledaagse uitdagingen voor én achter me, verfoei ik hartsgrondig vakjes- en stereotiep denken.

Ben de mening toegedaan dat vrouwen, in eender welke discipline, het recht én de kans moeten mogen, om (al dan niet godsgruwelijk) te blunderen. Ook, en vooral, zou ‘k haast zeggen, in de politiek. Wir schaffen das. Was ’t niet beter, ’t zou alvast een vaak verworpen invalshoek hebben. Zo. ik heb gezegd !

En het doctoraats-uitreikende deel van het soms toch best hippe universum heeft warempel verhoord. Nog best cool, die bende van Zeus, als ze geen djak-ken-de regen over je uitstort …

12 januari 2017. Angela Merkel, Belgenlands eredoctorandus. Van Leuven EN Gent, ‘getoogd’ in Brussel. Insert tevreden grinnik. Belgenland, onzegbaar ingewikkeld, maar wél een goed sein gevend.

Een lintje dus voor de (diplomatieke) manier waarop ze aan politiek doet – met ’n menselijk warme kant enerzijds, en de potentie anderzijds, om (door de toekomst) als Grote Persoonlijkheid te worden gezien. Zo’n epitheton ornans roept vragen op.

In dit geval : Who’s that girl  (tekstlink) ?

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

N.B. Dit stuk kadert ook in de #SG17 van Carel, getuige hiervan de cursieve vetjes, rond werken.

Finders, keepers (Swoon 45)

Het moet onderhand een reeksje wezen, mijn boodschap-expedities. Vandaag tijd voor een nieuwe episode, beste lezers.

Tijdens het stormweekend van laatst, kletsen Gulliver en ik gezellig vijf kwartier in een uur weg.

In de 1.0 versie van zichzelf, deed Vadermans dit nooit-van-zen-leven-niet. Toen kon hij ZO gereserveerd klinken, dat de andere kant – nog zonder nummerherkenning – zich werkelijk afvroeg of hij het wel was ???!

We raakten een heul end op scheut, toen ie tenslotte m’n kookmomenten als leidraad nam. Ten huize Ariadnesdraad is het allesbehalve raar, als de kooksessie ter achtster ure ’s avonds nog in volle gang is. Vaak is dat preparatie voor de dag van morgen. Want met een verstoorde motoriek is één zaak zeker : alles gaat ten hemel schreiend traag.

De mise-en-place, het koken – alles in de (braad)pan mikken, niet er naast – en welja, het opeten ook.

Dat laatste is cultureel bepaald. Moeders maakte ’n punt van goed kauwen, en dat komt me, nu m’n eetfabriek soms maar van de noen tot den twaalven draait, prachtig uit.

Tussen het bikken van toen en nu zit ook nog de man mijner toenmalige dromen. Samen eten was nog wat.

Nee, niet omdat we het niet gezellig hadden. Maar de eetslak die ik was, mis-matchte met zijn Speedy Gonzalez-eettempo. Zo lang wij een ‘item’ waren, is de beste man nimmer meer aan zijn bord begonnen, voor het mijne half leeg was. Het zou ’n Kimmetje kunnen zijn : “Liefde is  … pas opscheppen als haar bord haast leeg is”.

Halverwege is top, maar niet als je drie pannen op het vuur hebt, terwijl Dumdiedummetje zingt. Dé siliconenspray voor ’n geolied gesprek, is de looptelefoon, waarin je al roerend kan schallen, dat je rijstebrij blub-blubt, en dus klaar is.

Pannen die niet asfaltzwart zien, omdat je te lang kwekte : dat is je ware. Je begrijpt, beste lezers, dat ik wàt blij ben dat bellen zonder beeld kan. Al zou het die zaterdag best wat geweest zijn, om die woest zwarte wolken te laten zien.

“Gauw dan, voor ’t begint”, zegt Gulliver, die mijn godsgruwelijke hekel aan natte pakken kent – én mijn patent erop.

Prompt schiet ik uit m’n sloffen, m’n jas in. Maar ’t zit me niet mee. In de ene superette is het artikel waarvoor ik dit hondenweer trotseer, opper-dan-op. Ik koop dus maar de komkommer die ook op mijn lijstje stond, om in de aanpalende buurtsuper te ontdekken dat ie hier 20 ct goedkoper is. Geen wereldramp natuurlijk, maar alsnog geen strakke actie ; rap gekocht is geld toe.

Om ’n wit voetje te halen, joelen de grey ones ‘nootmuskaa-aat,’ als ik voorbij het kruidenrek kom. Maar schoon, scheef, of lelijk, ik kan d’r niet bij. Hm. Sja, de vakkenvuller is duidelijk meer dan 152 cm. Dan, als geroepen, is daar opeens Guitige Lach, die met mij de strooibusjes naloopt. We kiezekeuren, en zijn allebei tevree. Zij met het toch wel diverse aanbod, en ik met mijn ‘vangst’.

Fluks de bocht om, want het loopt tegen sluit. Een tulbanddrager stuit me schoudertikkend de opmars. Met ’n “Is dit vijfje van u ?” doorbreekt m’n Belgenlands-Bengaalse medemens het hypnotiserend effect van z’n hoofdtooi. Deze tulband zit wérkelijk pico bello. Ik ruk me los uit de overpeinzing, hoe ie dat voor elkaar krijgt, als ik kopspeldjes ontwaar.

Weer bij de les, zie ik dat we nog de enigen zijn, op een kassa-file na.

Waarin niemand het vijfje kwijt lijkt, dat op de open handpalm voor me ligt. Mijn celletjes racen. Dilemma : vóór mij een imposante kerel, die ik niet zomaar voorbij kom. Achter mij, de kassa, die er als havikken op zal duiken, onnoemelijk veel trammelant genererend. Zo geen zin in.

Tulbander leest mijn hoofd. “Dit lag op de grond, Mevrouw, bij ’t kruidenrek”.

Ik heb daar halt gehouden, m’n artikeltjes tellende. Want die Zilveren Vloot van mij, die lijkt wel verdwaald in het Midden-Oosten …

Ik kijk een meetlat hoger, en zie zacht staande zwarte karbonkels. Wat er ook van zij, hij had ‘r allang, spoetnik-gewijs, met ’t geld vandoor  gekund. Finders keepers, tenslotte. Ik denk nog even aan de losers, weepers, en zeg dan welgemeend : ” Dank u ! “. Wat me ’n stralend witte lach oplevert. Wie ben ik, om een goeie daad te dwarsen.

Weer thuis schiet me ‘toeval is logisch’ door het hoofd als ik het geplooide vijfje zie – dat in zich nog een verrassing draagt : zijn twin !

Welwel. De Goedheiligman heeft me in z’n boek ! Nog wel zónder dat ik mijn schoentje zette.

Ach wat. Dank u, Sinterklaasje !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Het Sinterklaasschoentje

Wie hier al langer meeleest, weet dat Ariadnesdraad een soft spot heeft, voor zachte kantjes én schattige reclame. Dat bleek al eerder, in mijn vorige stukje, en ik ga nog even op hetzelfde elan door.

Op Sint’s verjaardag, en vlak voor ie weer afreist om in Spanje de appeltjes van Oranje te gaan plukken geef ik Goedheiligmans’ hofleverancier podium. Onweerstaanbaar, deze  … Je zou er bij smelten als (een mok) warme chocola.

Hartjes voor hartveroverende reclame !

Zoet plezier en een zachte dag voor ieder gewenst …

Sugary Sweet

Hillary mag dan niet van de sugar-coating zijn, ik vind het wel wat hebben, met de Sint in het land. Ideaal, om de heftige voorbije maand te verzoeten.

Sinds de invoering van suiker als algemeen keukengoed is er ’n hele weg afgelegd. Niet alleen in de keuken, in baksels en desserts, maar ook door de witte korreltjes zélf. Tegenwoordig hebben die zich gebundeld en plachten ze T-man te heten. Dit suikeren mannetje stal mijn hart, omdat ie mij zo deed denken aan een paarlen ventje dat ik in de eerste klas maakte – met veel hulp van de juf.

Hoor het tromgeschal en de bazuinen in dit feit, beste lezers, want het is een uniek knutselstuk. Ik heb het nog steeds, en ik ben er nog steeds een beetje smoor op.

Wat toverstof heeft mijn kereltje nu opnieuw leven in geblazen. Tegenwoordig wacht deze eigenzinnige suikercollectie zijn huisgenootjes thuis op – na een lift naar huis, gaat voor hen op pannenkoekexpeditie, en blaast hierbij vrolijk een suikersnoet bij een klein meisje. Een persoonlijke favoriet, beste lezers.

De laatste tijd gaat ie skaten, met zijn nieuwste schat : rietsuiker. Maar dat is nog wel es een verlieslatend ritje, tot het weer tijd is voor thee !

De wereld om ons heen slaat harten vaak aan gruzelementen. Een paar suikerzoete elementjes, met wat plakkracht kunnen dan heel welkom wezen.

Ariadnesdraad ruimt daarom graag wat plaats in voor het zachte kantje van schattige reclame.

Als pancake lover nog een keer de pannenkoekentocht  en de laatste nieuwe – omtrent rietsuiker.

N.B. Ik weet niet helemaal zeker of alle filmpjes overal getoond worden door YT. Ik hoop ’t wel, en heb in elk geval voor ééntje een sluipweg. Mocht het meest recente spotje niet te bekijken zijn : ik heb ter verzoeting het muziekfragmentje dat erbij hoort, beste lezers.

Zoete zwijmels gewenst !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

A-ha ! x 17

Een goed gedacht vindt altijd volgers, beste lezers. En warm ijs is niet lekker, dus waarom zou je ’t opnieuw uitvinden ? Daarom 17 a -ha-tjes, naar analogie met the crib. 17, omdat hierna mijn celletjes een stakingsaanzegging deden, het ’n leuk getal is, en ik zeventien zijn destijds best apart vond …

Hier komen ze, mijn erlebnisjes !

  • Kwezelkens dansen niet, zegt het spreekwoord. Ze zijn druk met de koeien uit dat ànder zegswijs. Ontspoor de eerste de beste zemelknoper die je treft, es met een opgewekt : “Voor zeuren heb ik geen tijd !” en kijk wat er gebeurt. Span je zelf de viool, knip de snaren dan door met een lachbui om jezelf.
  • Wees gepassioneerd, niet lauw-lauw : er zijn al vijftig tinten grijs ! Dondert niet of dat door de Tour is terwijl je zelf geen trap doet. Blij worden van iets dat je verder ontduikt is een aparte discipline.
  • De schaar van smart wordt stomper, ooit. Maar altijd stukken trager dan het nu waarin je dat nodig hebt. That’s a given.
  • Moeilijk gaat ook, alleen wat – ok, megaveel – trager.
  • Morgen komt altijd. Misschien niet met raad, maar dan toch met hout om pijlen van te maken…
  • Niet is beter bij boos. Maar durf je ’t toch te worden, dan geef je een grens aan, en dat is ook wat. Wees wel groot genoeg voor excuses, in iedere richting : maak of aanvaard geméénd. Dat trekt korte bochten recht !
  • Je kan. Soms omdat je wil, soms omdat je moet. En soms niet, ondanks je beste best. Maar een deconfituurtje ligt zoeter op de maag dan spijt …
  • Laat jezelf dagelijks uit. Neeje, niet alleen als het hondeweer is en de buurtjes vragen of je gaat wandelen, ook op andere ogenblikken is het een warme opstart van je geest.
  • Oefen je in je zorgen thuislaten ; ze willen toch standaard ergens anders heen dan jij, de ambetanterikjes
  • Doe es gek, groet de vuilnisman. Geniet van z’n opperste verbazing. Na een poos groet ie terug, en heb je allebei schik. Leukste milieuzorg.
  • Doe hetzelfde met de buschauffeur. Dé uitzondering is dat nare exemplaar dat niet stopt, je op een haar na mist en prompt ook nog aan zijn claxon blijkt gelijmd. Daar mag je boos op wezen. Hartverzakkingen moeten geen feestje.
  • Draai jezelf bij dilemma in een Gordiaanse knoop, die je vervolgens eigenhandig doorhakt. Je hebt nu twee stukken, waarvan je d’r één kiest om achter te gaan staan. Dat is je besluit. Heb je de acrobatentoer goed uitgevoerd, dan zal je mettertijd merken dat je slotsom je gaat  zitten als goed ingelopen schoenen : pijnvrij.
  • Vraag maar na bij Paulho Coelho : een goede keus maken is niet hetzelfde als opteren voor het leukste.
  • Je kan ‘m niet swatchen en er ook geen stash mee bouwen, maar je lach is je belangrijkste beauty-tool. Hoe mooi is het niet, dat je na jaaaren, weer tegen iemand op botst die zegt :  “Ik herkende je meteen, aan je lach.” Diamantschittering van genoegen, I promise.
  • Maya Angelou zat juist, toen ze stelde dat mensen je vergeten, maar niet het gevoel dat je ze gaf. Dat beklijft. Dus : je hebt ze toch, die onsterfelijkheid .
  • De beste dokter voor je, is deze, waarbij je durft, kan en màg in de clinch gaan. Jij immers bent diegene die hun woeste plannen opvolgt en betààlt. En heus niet van dat doktersloon, dat hem of haar over praktikale obstakels heen laat kijken. Dat geeft je een stem in het kapittel. Gebruik ze. Wijs, dat spreekt… een consult is géén verbale boksmatch.
  • Geduld verzet bergen. Met schuifspeldjes tegelijk. Kijk naar buiten en zie wat tijd kan bouwen… Stunning.

Zo, signed, sealed, delivered, die erlebnis-doos. Zonder die vervelende Pandora nog wel ! Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Make them Sing – Swooning Saturday 10

’t Gebeurt niet alledag dat de trieste werkelijkheid de echte tijd stilzet. De paashaas was door ‘Ik ben Brussel’ even ‘on hold’.

Deze week krijgt ie wél een podium, compleet mét een Franstalig accentje. Omdat Belgenland wel wat chocola kan gebruiken, me dunkt.

Ik zei ’t al eerder, beste lezers, ik ben allesbehalve kerks. Kom ik toch ‘n godshuis in, dan concentreer ik me voluit op de – eerlijk is eerlijk – vaak prachtige architectuur. Zoveel boeiender dan ‘n  – dikwijls – wezenloos mummelende pastoor.

Maar soit, voor deze, en zulk een swingend koor zou je toch ’n uitzondering maken, niet ?

Ik doe ze ’t alvast verre van na – mijn zingen is ampertjes douchebestendig. Echtigentechtig, stembanden zijn geen powerful instrument van me. Snik ende snif. Het enige waarin die stem van mij krachtig is, is kwijtraken. Maar ach, ’t is ook een gave, en je kan, per slot van rekening, niet alles hebben.

Om de wonderbaarlijk hemelse sfeer en het titanenwerk van Mary Clarence nog wat extra in de verf te zetten, ook nog even een clipje dat het startpunt van dit cherubijntjeskoor aangeeft !

De grinnik is gegarandeerd beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Christmas Calling : replay

Je eigenste blogarchief kan een golden thread of inspiration zijn, beste lezers. Zeker als een eerdere situatie zich wéér voordoet en je opnieuw warm wordt van de uitkomst.

So, something old, something new, something borrowed and feeling a bit blue it is. Dat laatste slaat voor de verandering es niet op mezelf, maar op mijn dossierdame. Flo kampt temporeel met ‘an ailing health’.

De ronding die mijn besognes maken, komt er subiet hoekig uit te zien. Ach ende wee. Maar Flo zou geen Flo zijn, als ze niet met ’n onverwachte move in de bocht zou springen. Nog niet fit, maar wel fluks tovert de lieverd de weg weer vrij …

Flootjes heb je nooit genoeg. Daarom met deze ‘pon de replay een eresaluut aan àlle exemplaartjes wereldwijd. Moet kunnen…

Precies één week voor Kerstmis laat ik een bruine omslag achter op het buro van m’n Florence. Want niet alleen zij zet paperasserijen op het juiste spoor, ik ook. Zeker als het jaar op z’n laatste benen loopt. Dan hou ik er nog meer van, als losse eindjes netjes worden ingestopt. Al is het dan in een verfoeid jasje … 

Bruine enveloppes, da’s dikke dislike. Ze representeren vaak een warboel, vergelijkbaar met een breiwerk. Een knopenfestijn.

Dit idee flitst door mijn hoofd als ik aan mijn dossierdame denk. Ik kan me zomaar indenken dat er beslist een kleur briefcover is waar ze niet blij van wordt … Nu maar hopen dat dat niet bruin is ! 

Mijn little grey cells houden ook niet van donker, want ze seinen onmiddellijk deze lichte boodschap door  : “Maar de inhoud maakt veel goed !”

Haha, die celletjes toch ! Het werkt nog ook. Bij thuiskomst is de gedachte dat mijn postale verbiage voor Kerst vlotjes is gegaan frontnieuws in m’n hoofd.

In goeie luim buig ik me vervolgens over de kwestie hoe ik twee  ovengerechten in mijn kerstmenu kan passen … Grondige naloop van diverse schalen, mijn oven, de tijd.

Zodoende verdwijnt de favo kleur van Flo naar de achtergrond. Ik hou de traditie van een goeie daad in ere – ik denk er niet meer aan.

Twee dagen later. Ik ben naast keukenattributen naarstig op zoek naar mijn kerst-hum.

Dat is tussen de spullen die ik had-maar-nu-natuurlijk-niet-kan-vinden, een opkomend cimbaalstuk en het plotse Adieu van Dokter Huis even de weg kwijt.

Geen leuk kerstkado, denk ik nog, als de bel van mijn foon opnieuw klingelt.

Ik kijk er scheef naar, want de nummerherkenning van mijn vaste dumdiedummetje doet ’t niet. De batterij is alvast aan Kerstvakantie begonnen. Tja, dan maar zo opnemen. Je hebt tenslotte geen foon voor ‘staren als ’n koe naar ’n trein’. Ook mijn systeem is stevig geconditioneerd door de wetmatigheid ‘ opnemen als ’t lawaait’.

Dus dat doe ik. Met een “halloooo ?!” die ergens tussen verbaasd en argwanend in zit, schat ik.

“Hallo, met Florence !” klinkt het opgewekt in mijn telefoon-oor.

In mijn hoofd ruzieën “toch weer geen stop-bericht-met-opgewekte-intro” en “de goeie inhoud is aangekomen” om voorrang.

Florence is van veel markten thuis, blijkt andermaal. Niet alleen kan ze van puinhoopjes weer mensen maken, ze kan ook prima blij worden van kerstkaartjes die een foute façade (bruine envelop) hebben. 

Gedachten lezen kan ze ook. Zonder dat ik de vraag hoef te stellen, hoor ik al de gerustelling : ” Ik stop nog niet met werken, hoor ! En jouw kaartje geeft moed …”

Verdraaid, ik word er zélf blij van ! De mist in mijn hoofd trekt op tijdens een aangenaam gesprekje met mooie wens : dat de zachtheid van mijn entourage naar voor mag komen.

En dat, beste lezers, is meteen mijn Kerst- en vroege Nieuwjaarswens voor ieder van jullie. En mocht dat moeilijk zijn : een eigen Florence om hierbij te helpen.

Van harte gegund !

Retrospectief : Novemberepiloog

seo zoekmachine optimalisatie

Vandaag het slotstuk van de serie Retrospectief waarvoor Prinses Op De Kikkererwt me inspiratie aanreikte.

(Voor wie even terug wil lezen, deel I staat hier, deel II tref je ginder.)

Zij schreef dit in een commentaartje  :

Ik vraag me ook af hoe en of je hersteld bent van dat verdriet.

Ik las ’t en dacht : awel, ik ook.  Prachtig blogeffect, als je door lezersinteractie gaat reflecteren. Best uitdagend, want het blijft een spiegelkwestie : wat ikzelf bemerk zien anderen daarom nog niet en vice versa.

Systeemherstel

Hoe staat het nu – na 4 jaar – met m’n novemberverdriet ?

Van lieverlee ga je toch weer plannetjes stoven. Daar is Ariadnesdraad hét bewijs van. Maar wat ’n gevécht tussen hoofd en hart is het om te besluiten, aan het begin van verdriet …

Was er maar een ‘systeemherstel’ ! Maar zolang het leven geen computer is, zit een reset er niet in …

Remonte is  : niet meer verpletterd worden onder het gewicht van verdriet.

Beseffen dat je iemand met 2 levens bent  – pre- en post-catastrofe – helpt. Bijgeval eens lekker laaiend zijn ook.

Calimero & Hercules als gezelschap

Vóór ik ophield m’n moodswings en ‘rare’ reactiepatronen stuk te analyseren, liep ’t voor geen meter.  Toen ik van mezelf mocht ‘afwijken’, gaf dat rust.

Maar ‘verdergaan zonder’ blijft een Herculesjob ; een werk van alledag. Want het verleden is nooit wég, maakt overnieuw  z’n opwachting. Dat ondervind ik, nu ik naast belever weerom toeschouwer ben geworden.

M’n persoonlijke proeve van herstel : verdriet van die ander, bij die ander  laten. D’r niet in meegezogen worden, zonder ’n hork te zijn. Calimero’s ” Ik is klein, maar mijn daden benne groot ” waarmaken. Mét alles wat is gebeurd in het achterhoofd.

Maar hoe gaat dat, jezelf bijeenrapen ?

Eerst : niet. Daarna : met heul veul tijd, slechte dagen en niet weten hoe. Met het nemen van verlies in je social life. Ariadne 2.0 past niet meer bestig in elk vriendschapskader. Pijnlijk, als mensen letterlijk een blokje om doen, om je niet te hoeven kruisen. Of, als ze dat wel doen, je te verstaan geven dat je nog lang niet uit dat ‘tranentenue’ mag.

Zonder toverspreuken, maar mét aanpak

Je treurige ik bijeensprokkelen doe je niet met toverformules, maar door het nemen van bewuste beslissingen. Ook al voelt dat ‘awkward’.

Voor het eerst weer een Kerstboom optuigen (huilen !) bijvoorbeeld. Of weer rood dragen (de verbijsterde gezichten hierop !) …

Iets wat ik heel doordacht deed, is antwoordstrategieën bedenken bij vragen die me verbrijzelden. “Hoe gaat het ?” is een netelige.

Ik wilde niet per se m’n leven aan de straatstenen kwijt, dus moest ik de pieren-uit-de-neus-halers kordaat pareren met m’n vriendelijkste glimlach en een ongracieus ‘wil je niet weten’. Het plaatje hierbij : ’n neuzige apotheker, jezelf aan de betaaldesk en de hele ‘nieuwsbeluste’ wereld achter je, in hetzelfde pand.

Ook geen sinecure is het, als je écht geen puf hebt om te antwoorden. Dan moet je ervoor zorgen dat je zonder zichtbare tranen overtuigend “Goed !” kunt zeggen. En Oostindisch doof zijn voor het gemeesmuilde “kan toch niet ?!”

Over schouders en een zachte kant

Het minst simpele script : wél eerlijk antwoorden, bij diegenen die niet gillend gek van je worden. Dat vereist reputatie opzij zetten. Personality is een ding, helemaal als je tijdens je respons iemand écht ondersnottert.  Echtigentechtig, ’t zijn stevige schouders die zulk een regenbui doorstaan !

Je ‘zacht kantje’ niet kwijt te spelen is innerlijk genezen. Toen ik in de postale verbiage voor Kerst ‘mijn Florence‘ opnam, werd ik overspoeld door erkentelijkheid. Instant voelde ’t alsof ik mijn persoontje weer deels had heroverd ! Hartverwarmend.

Teruglezen en groei zien

Jezelf beter voelen gebeurt steels. Op het moment dat je het net wat minder hard wil. Maar wel door doen. Door het maken van haalbare plannetjes. Zoals lezen. Eerst opgaaf, nu weer oele. En woordtekenen, natuurlijk.

Ok, een blog nemen is misschien niet echt ‘-tje’, maar wel een bijzondere vorm van convalescentie. Iets van mij, dat er kwam in het NA. Het trok de wereld weer open – een zonnetje tussen een zwart zwerk.

De verhalen van anderen, hun interesses en breinhaperingen* – en vooral hun interactie op de mijne – trokken me een nieuw kosmosje in, waarin ik mijn Opgewekte Ik weer tegenkwam. Een onbeschrijflijk kado, beste lezers, dat toch maar mooi staat opgetekend in m’n archieven. Uitstekende remedie voor een slingerend hum, dat zélf zien van hoever je komt.

Vaardigheden aanscherpen en ontdekken

De vraag hoe je iets zult gaan beschrijven, vraagt focus, insteek, blogblik. Je kan de lens net zo scherpstellen als je zelf wil, als je met woorden fotografeert.

Met wat geschreven afstand ‘kijken naar’ biedt opties : de waarheid met een vleugje gefingeerdheid omhullen, of het fictie-gehalte zien in wat is.

Bloggen geeft stem aan mijn gedachten. Mijn denkwerk wordt helderder en de impact ervan gaat verder dan verbaal. Misschien omdat er een oppakken-of-laten-rusten-poort tussen staat ?

Hoe dan ook, het legt fundamenten. Voor herinneringen, én voor verder. Kan en mag dat ? Ja. Het wordt Ja. De toekomst is een poort. Ik duw ze open.

Ik schuif op in de goeie richting. It’s not perfect, but it’s getting closer…

———————————————————

* breinhaperingen : Woordenuitmijnbroekzak is hiervoor inspirator. ** : cursieve tekst is bewerkt. Origineel is te vinden op p. 279 van De vrouwen aan het hof van Maria Jacques.

Vurige tongen

Dit wordt geen episode ” Groene Vingers “, beste lezer. Dat wil ik die arme Sanseveria’s niet aandoen. Mijn fingerspitzengefühl op dat gebied is namelijk  onbestaande.

Goed, ik weet dat een plant water moet, maar hoeveel en hoe vaak, dat gaat m’n petje vlug te boven. Tja. Dat vakje was niet aangekruist op mijn kwaliteitenlijstje. Maar ik wijk af.

Die andere naam voor Sanseveria’s, Vrouwentongen, vond ik altijd geweldig. Als ezelsbruggetje voor het Pinksterfeest. Aka het feest van die vurige tongen.

Als klein meisje had ik weinig boodschap aan verkondigen, en ik snapte maar niet waarom die Heilige Geest – toch echt een rare snuiter – daar nou per se vlammen bij moest hebben.

Later vlamde vooral mijn ergernis op, tijdens de donderpreken van onze pastoor. Ze sloegen nergens op, duurden een eeuwigheid en het ergst van al : je ontsnapte er niet aan. 

Hij stak ze af in een ruimte die meer leek op het gat van een hellepoort dan op de poort naar het Paradijs waarvan zo nodig kond moest worden gedaan. Brr… !

Gelukkig greep God na verloop van tijd in en kwam er een andere herder.

Toen sloeg de vlam pas echt in de pan. Nee, niet omdat ik op mijn tong moest bijten om mijn ergernis binnenboord te houden. Integendeel.

Maar :  ’s mans homilie was een anachronisme. Zijn tijd verrrr vooruit.  Te ver, voor heel wat parochianen. Maar echt : schwung was er. Het vuur van de overtuiging brandde. Zélfs mét gitzwarte kerkmuren.

Maar trop is te veel en teveel is trop.

Na verloop van tijd balanceerde de Almachtige zijn “moves” dus wat uit. Niet voor niets is Hij een aanhanger van het matigheidsbeginsel.

Het kerkje van mijn vroegste jeugd heeft nu dus weer frisse muren en een gewit plafond. 

De voorganger loopt nu min of meer synchroon met zijn tijd. Weg zijn de donderpreken. Weg ook het gevoel werkelijk in het voorgeborgte van de hel te zijn beland.

Major improvement dus. 

Stiekem hoop ik dat er in die geest ook iets aan het kerkkoor is gedaan. Want echt, een wonder is het, dat toen nooit iemand de dierenbescherming heeft gebeld op verdenking van verregaande mishandeling.

Ik wil wedden dat zelfs Lucifer terugdeinsde voor het oorverdovende kattengejank.

Neenee. Zo’n Pinksterboodschap, daar moet power in, harmonie, overtuiging en lol. Dan wordt volgen ’n pak leuker.

Dit filmpje is het wel zeer levendige bewijs :

Nu ik er op terugkijk, moet ik besluiten dat de Almachtige Vader – Hij maakt geen vergissingen – een les heeft aangereikt wat boodschappen overbrengen betreft.

De inhoud én de wijze waarop ze verteld en dus vertaald wordt, telt. De boodschapper moet daar ook nog een beetje bij matchen. Anders komt je bericht geheid niet aan. O, en  je colère al te expliciet verwoorden is helemaal uit den boze.

Naar mijn blog toe betekent dit dat ik mijn stukjes vaak diverse jasjes aan trek : grappig, ontroerend, beeldend, mijnhaarkomtervanrecht, … naargelang de ik van dàt moment .

Vurig, pittig, excentriek, onderbouwd of niet, maar altijd met een zacht kantje, zonder boze woorden.

En jij, lieve lezer, gaat daar al sinds het prille begin van Ariadnesdraad in mee. Ontelbaar veel keer al heb ik in het reactievak mooie, gevatte, troostende comments ontdekt. Klaar om in te kaderen. Reacties met een zacht kantje.

Toen ik recent als lezer en potentieel reageerder onverwachts een vlijmscherp stuk voor de kiezen kreeg, bedacht ik me dat ik mijn lezers wel eens in de bloemetjes mocht zetten voor de warmte van hun schrijfjes, die bij tijden – eigenlijk altijd – heel uplifting zijn …

Ik tref het met m’n lezerspubliek, dat zonder twijfel Ariadnesdraad nog verfraait !

Fijn Pinksterweekend gewenst, beste lezer, en ik hoop vurig dat de Geest veel bloginspiratie brengt !

————————————————–

Disclaimer : dit stukje lees je het best met de nodige ironie wat geloofsovertuiging betreft. Geen pleidooi pro of contra, maar de gedachtengang van een klein meisje rond religie  …. verteld, vertaald door wie ze nu is.