Tagarchief: zomerweer

Pon de replay : Tulpen uit Amsterdam (Swoon 31)

Daar ben ik dan weer, beste lezers !

The heat is on, zegt een zeker lied, waarop m’n blogzin fluks de off-switch indrukte. WordPress deed ook nog even moeilijk, door van reageren een crime te maken. Mogelijks woon(de) ik bij menigeen in de spam-bak – in veelvoud ook nog. Zo ja, excuus. Zo nee, ik kom er aan, want ook met lezen vlotte het even niet. Ik kom er aan, met terugwerkende en vooral lezende kracht, want de temperatuur is gezakt en de zin weer terug.

Voor vandaagse zwijmel even een pon de replay met Tulpen uit Amsterdam. Dit stukje mét liedlink verscheen in ’n iets andere versie eerder op Ariadnesdraad.

Het voert terug naar mijn studententijd …

De tijd waarin de zomers nog langer duurden dan de spreekwoordelijke vijf minuten, ze ook bloedheet konden zijn, en als klap op de vuurpijl nog ’n heel eind vóór de vakantie begonnen.

In dat tijdvak zwoegde en zweette ik.  Neem dat laatste maar letterlijk, want in het studentenhuis waar ik resideerde, waande je je in de tropen. In juni.

Om niet helemaal weg te smelten, sprak ik met mijn overbuur af, die wél een schaduwrijk stekje had, dat ik tijdens de blokperiode haar paleisje – toch al een volle m² groot – de status ‘bewoond’ mocht verlenen. Overdag dan toch.

Studiegenoot had d’r bed al naar de thuisbasis meegenomen, dus ging ik na een dagje lichtjes bakken, in mijn eigenste little castle nog wat braden bij nachte.

Van slapen was geen sprake. Hoogstens kon je je hoofd een paar uur op non-actief zetten.  Maar zelfs deze missie kon enkel slagen mits ijsgekoelde waterflessen.

Na de line-up voor de diepvries trok ik met verhitte tegenzin richting beddenbak.

Rits ! Daar bewoog mijn rolgordijn!

“Goh, dat krijg je nou, als je zo lang studeert dat je little grey cells soep zijn geworden” dacht ik nog laconiek, terwijl ik neerplofte.

Grits! Daar had je het weer … ?!

Oventemperaturen én disturbing noises, dat gaat waarlijk niet samen.

Mijn huiszoeking levert niets op. Net als ik me begin af te vragen of ik niet droom, rinkelt de foon. Ha. Mijn persoonlijke klaagmuur meldt zich.

Ik reik naar de hoorn van mijn lange-afstandslijn als ik de laaaaaaaange staart zie. Het verlengstuk ervan zit bovenop mijn foon. Zijn eigen, bruine, rattige zelf te wezen. Groen strikje om de nek. Signed : Ramses. Whaaaaa !!!!

Neem het van me aan : een op slot zittende deur opengooien met de daver op het lijf is géén sinecure.

Hoe het verder ging ? Door mijn krés*  kwam het hele gebouw in stelling. Zegge en schrijve 300 kamers op 5 verdiepingen.

Dat ik dit durf te schrijven zonder door de grond te zinken komt doordat niet minder dan 8 dames zowat een attaque kregen …

Yepyep. De Ramses-route reikte 12 kamers  ver.

De keuken werd crisisopvang, de rest strijdtoneel.

“Brandt het ergens ?” werd gevraagd. ” Neeje, ’t Is Ramses maar ! We hebben kokers, tunnels en kooien nodig om ‘m te klissen … ! “

’t Was 300 tegen 1 en Ramses legde er zich – na een klopjacht –  tevreden bij neer. In het hok van Rammeke, een minder uitstapgericht dwergkonijn.

De langstaartige had zich monter een uitweg geknaagd uit zijn veel te warme kooi. Onderweg z’n bijt-opties vergrotend via potloden, vlakgummetjes, pc-kabels en waterflessen …

Harry, zijn baasje, had er achteraf heel wat mee te stellen.

Z’n tripje naar thuishaven Amsterdam viel “ietsje” duurder uit dan eerst begroot. Naast de tickets werden potloden, vlakgums, pc-kabels en een gratis vat in rekening gebracht. Plus tulpen uit Amsterdam .

Gelukkig kostten de excuses die hij diende te maken hem alleen wat moeite, en een glimlach, want het waren er aardig wat.

Maar eind goed, al goed.

Menig student kreeg een deliberatie omdat hij, zo sluitend dat het wel waar moest zijn, aan de prof wist te verklaren waarom zijn studie-efforts te niet waren gedaan.

Harry’s mams raakte verlost van haar ergste nachtmerrie. Nou ja, op de onkostenvergoeding na dan.

De “jagers” werden gratis gelaafd.  En ik, ik kreeg rode tulpen. Met vaas en al.

Ideaal als bewijsstuk voor mijn  – in een deuk liggende – entourage. Want er hing toch onmiskenbaar een kaartje aan met daarop een rattenverhaal in een ander handschrift. Goed gek konden ze me dus niet meer verklaren.

’t Zal niet verbazen : sinds toen ben ik niet meer in de buurt te krijgen van alles met een lange staart en knaagtandjes … Nog voor geen miljoen !

Ramses. The King of My Castle. Of anders gezegd : de kortste weg naar tulpen uit Amsterdam!

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

———————————————–

* krés : giiiiiiiiil

Floriaantje : Swooning Saturday 21

Wat doe je bij snertweer ? Gewis dromen van de zon. En vooruitziend bedenken dat ze ook verzengend heet kan zijn, die Lora. Dus kregen mijn zogenaamd zonfilterende hoogbouwramen een extra laagje zilver. Onder de bezielende leiding én co-uitvoering van Vadermans ben ik nu de trotse bezitter – en vooral : gebruiker – van zonnerolletjes !

Lange neus naar wegsmelten ten huize, gebraden vissen in de visbak, gekookte hersentjes of ’n ‘tomatkop’, zeg ik !

Ik is blij, en the grey ones niet minder. Geniet mee van hun happy thoughts, beste lezers. Met glimmende knipoog naar eerder verschenen stukjes.

Floriaantje, zo zwart als roet, ging es wandelen zonder hoed, en het zonnetje scheen op z’n bolletje – daarom droeg ie een parasolletje.

Ja, mijn kinderlijke koppie ontweek al fluks menige culturele angel door het steevast zo te willen horen. Kinderen ervaren de dingen nog wel precies zoals ze die zich vooraf hadden voorgesteld, schijnt ‘t.

Wat doe ik vandaag met de overige coupletten ? Mijn celletjes zingen dit stukje kindernostalgie nog altijd jolig – de sloebertjes, want als ik zélf melodiemix, zetten ze het geluid uit – vaste prik.

Verder ga ik fris en fruitig de deur uit, om te wandelen zonder zélf de hond in het plaatje te zijn. Sinds mijn woonstee uit de herhaling van de loopgravenoorlog is weg-gerenoveerd, en de weg dus niet langer weg is, kan dat weer gewoon.

Zonder hoed natuurlijk, want hoewel ik na de stoom-zomer van 2015 wel een zonnehoedje heb, is dat niet bovenmatig waterproof.

In de hoosbuien van tegenwoordig, zou een eco-vriendelijke douche  – compleet met modellerend shampootje, mijn hoofddeksel in no time weer kunnen shapen, maar dat gaat ‘m alsnog niet worden. De bibbermodus die hieruit voortvloeit, laat vooral groen uitslaan, namelijk. Echtigentechtig, niet opbeurend. Al helemaal niet voor de elastiekjes van mijn goeie hum.

“En dat parasolletje dan ? “, hoor ik nu opperen. Welnu, daar gaat het net zo mee als met m’n pluu. Geskipt uit het script. Net als die prachtige boom voor mijn keukenraam. Nog altijd snik ende snif, hierbij …

Ondanks dat er van Floriaantjes handel en wandel weinig overend blijft, behalve guitige opgewektheid, is de rek van mijn elastiekjes gegarandeerd, beste lezers.

Want pluus en solletjes zijn zomaar even uitgedijd naar heuse zonnewering ! Op het moment van lezing dezer zotte zwans geniet ik heeeeeeeeeeerluuuuuuk van mijn ‘klimaatregeling’. Hoera ende joepie ! Dat het nieuwe groen nog altijd niet verder is gegroeid dan Piereverdriet, is  ’n kleinere catastrofe, eensklaps. Groene rampen buitenluiken is vanaf nu een optie, immers. Na puzzelen en pezen sloegen we de rol-opstand der parelsnoertjes overtuigend – in zesvoud maar liefst – neer.

Die no(i)sy neighbours met hun (verre)kijker en de mij immer vriendelijk toezwaaiende – maar onverbeterlijk laattijdig aangekondigde – glazenwasser annex hersteller hebben voortaan het zilveren nakijken. Ha !

Let de good vibes get a lot stronger, deze zomer !

Voor meer Zwijmelplezier, klik hier.

From Talking Bread To Taking Breath : Swooning Saturdag 16

Het is wat, beste lezers. Zo ben je nog joviaal aan het letterkletsen met je blogvisite over ‘good vibes’ en ‘nooit genoeg daarvan’, en zo beluistervinkt je constellatie je.  Om prompt te vinden dat koortsrillingen ook wel jofele vibraties zijn.

Mijn afweersysteem bleek heulemaal pro laid back. Slow down, relax, take it ea-ea-easy … ! ’t Nam congé, en droeg het dagelijks bestuur over aan pollen, berkestuif en acute snot. Die konden hun geluk niet op.

Dat heb ik geweten : ik had ’t zitten gelijk Flup zijne mutten. Ik kraste als een kraai met teveel houtkrullen op.

Eerst viel de klank uit – tegelijk met m’n geduld. Heesheid mag dan voluptueus zijn, de stoom komt je de oren uit, als je noodgewongen geluidsarm bent. Tenminste, ik moet de aanvechting onderdrukken om niet bij iemand, die voor de 80ste keer “Sorry ?” zegt, óók even de klank uit te zetten.

Sorry is een kikker die niet ver springt, hoor jezelluf. Grmbllll !!!

Eerst de klank foetsie, toen ook ’t zicht maar op de schop. Want eerlijk, ik zàg er niet uit. En zien deed ik, met ogen die traanden als gek, ook al niet bijster. De Niagara-watervallen waren er niets tegen : zelfs inwendig klotste ‘t.

“Oe, dat is niet goe !” zei mijn buurman, zelf pips zijnde, toen ie me trof. We zwegen wijselijk over ons beider hoestsalvo’s die bij nachte nog best voor luchtafweergeschut konden doorgaan.

De dokter trok, na z’n stethoscoop, al snel dezelfde conclusie. Niet goed, maar weinig aan te doen, wegens dubbele luchtpijpontsteking, van virale aard. Dat mijn nou toch wel bewezen hooikoorts de aanstichter is, en het niet besmettelijk is, kan me niet opfleuren.

Mijn afgelopen trampoline-nachten, plus veel te levendige memorie aan m’n pneumatische tijd, zijn hieraan debet. Samen met het feit dat Arts hoestsiroop iets voor mietjes vindt.

Nou, déze Miette staat, na nog ’n onvrijwillige dansnacht, die ‘k ter wille van de buren onderbrak, om wandelende tak te gaan spelen, vóór opening bij de apotheek. Stomverbaasd doet de beste dame mij haar grootste fles Bisol.Von aan de hand.

Ik verpersoonlijk inmiddels ’n errugg benauwde krassende kraai met houtkrullen op. Met weinig kudde geest ook, want de bizons weken niet. Mijn volgende try-out bij kuddebestrijding wordt Bronchosedal, geloof ik.

Onder visioenen van Actifed, waarvan je gegarandeerd K.O. bent, en mijn pneu-chirurg, die destijds in mij ’n probleem trof dat hem zo van slag bracht, dat ie van de anesthesist een klinkende draai om zijn oren kreeg om z’n verstand weer te activeren, ga ik van de medicijnvrouw maar door naar Flex.

Voor eerst-naar-huis-en-daardoor-op-tijd mis ik puf. De vroege warmte van die ochtend draait de luchttoevoer namelijk nog wat meer dicht. De kaars, die Gulliver in het Franse Lourdes voor me zou opsteken, mag goed GROOT zijn. Wat zeg ik, ’n hele kaarsmakerij ware best.

Ruim te vroeg sta ik bij Flex op de stoep. Die vergeet hierom te lachen als ie ziet welk hoopje benauwdheid ik ben. Zijn oogopslag verraadt dat ie terstond doktert op een plan om mijn tracheetjes weer in een opener gelid te wringen.

Krijgt ie tijd voor, want de co-flexer, met wie ik vaak samen fysio heb, wil toch wel weten waarom ie geen weergroet krijgt van me. Vanuit de verte hoor ik Flex zeggen : “Ze is er wel, maar ziekjes”. Daarna ruimt ie baan. Neemt z’n aandachtsverlies sportief op, en ’n kopje koffie toe.

En floeps, daar komt een bezorgd hoofd de hoek omkijken. ’t Was nog best dolletjes, die parlee, al speelde ik dan stommetje. In een gesprek zitten zonder zélf te praten, de ware martial arts van het converseren, beste lezers !

Co-flex verlaat de sceen met een “Vandaag ni te veel doen, zenne !” in mijn richting. We schuddekoppen es, want we zijn non-believers voor wat betreft die helpende kaboutertjes.

Ik word zeven kanten uitgeplooid, en kom hierdoor eindelijk een tikje minder “Under Pressure“. Hèhè, take my Breath is heus werkwoord, beste lezers !

Maar wél opstapje naar deze mooie zwijmel, oef !

Marja is initiatiefneemster van Zwijmelen op Zaterdag.

Blue light by night

blauwe lamp beeldkwaliteit materiaal

In het kader van de # WOT irritatie deel ik opgewekt mijn jongste misnoeginkje, beste lezers. Iets met blauwe lichten en rare vragen

Of hoe je met uitmuntend zomerweer toch tegen de (blauwe) lamp loopt.

Uitgeregend door een voorspelde ‘drache’, besluit ik te schuilen in m’n persoonlijk walhalla, de boekenbank. 

Inmiddels doorweekt als ’n vlot, ben ik wàt blij dat ik d’r kan binnenzeilen in een drukteluw blok van de openingstijd. Weer wat op mijn effen, bemerk ik dat een deel van de verlichting al in slaapmodus is … ??

“De warmte”, weet Carpe Librum, de bib-assist. Ze helpt me mijn leesdroom te vervullen, door met m’n lijstje op de snuf te gaan.  Versta : slaapgebrek compenseren met dikke tomen, want dromen komt er karig aan te pas. De slaapweigering van m’n celletjes is bij warmte des te halsstarriger.

Pfff … Sterrenkijken doet ’t ook al niet.

Perseïdenregen of niet, de wereld is geen groot astronoom aan me kwijt. Meer dan eens ben ik bozig op Janneke Maan, omdat ik ‘m bij gebrek aan ’n geschikte houten hamer maar blíjf zien.

De straatverlichting daarentegen, valt me na een dikke decade nog nauwelijks op.

Idem voor ’t discobal-licht van de ziekenauto. Dat ik die niet zie is een bewuste keus, beste lezer. Sinds ik er ooit es kwam in te liggen met een spontane pneu*, behandel ik Andermans diepste ellende met de grootst mogelijke discretie.

Zie ik dàt blue light flitsen, kan ik alleen maar zot content zijn dat ik het niet ben.  Zo’n doldrieste rit is namelijk periculeus, helemààl als je verpleger klungelt met de zuurstoftoevoer …

Mijn 24/7 oplichtende omgeving heeft me goed getraind – in niet zien wat me niet aangaat.

Al deze lichtgedachten passeren de revue, terwijl ik met Carpe Librum door het halfduister dwaal. Ook hààr hoofd staat naar licht, zo blijkt.

Samenzweerderig klinkt ’t plots : “Seg, wa zijn die blauwe lichten bij u ?

Mijn nikkel valt te laat, om te zeggen dat het de bliksemafleider is, dus kijk ik verstoord op. ??!

Nog prangender nu : “Ja, bij u, op het dak ?”

’t Zal de ‘setting’ wel wezen, maar ik erger me blauw aan deze conversatie, die ‘k geen leuke kant vind opgaan. Geprikkelder dan ik bedoel, hoor ‘k mezelf zeggen : “Vraag ’t de Sint, die host over de daken, ik lig ’s nachts in mijn trammetje !”

Ik moet er niet aan dénken op het dak van mijn hoogbouw te gaan staan. 1000 mm triggert al intense hoogtevrees.

Waardeloos als vraagbaak, beste lezer. En hopeloos gelukkig met dit ‘mankement’.

Ik ben ’t soort mens dat leeft bij dit devies : als ik iets per se weten moet, zullen ze ’t me wel komen vertellen. De min hiervan neem ik voor lief. Alles voor de sereniteit.

Of alles voor de memoires ? In elk geval die van de brandweercommandant, die ooit via mijn keukenraam binnenstapte, stellende dat ik bijzonder proefpersoon was in een grootscheepse  – aangekondigde – evacuatie.

Justement, ja, diegene die straal aan mijn aandacht ontsnapt was. Oepssss…

Dit geheugenflardje en het beteuterd gezicht van Librum blussen mijn ergernisje.

Toeschietelijker nu, zeg ik : Ja luister, kweetni, maar dit weet ik wel : ’s nachts iets weten betekent vaak ook het snel willen vergeten.

Librum bekijkt me langdurig, met het hoofd schuin. Haar repliek : ” Bedankt voor deze wijze les ! “

Wat nou, les ? Blue bayou of niet , ik ben nog steeds clueless waarom dan wel. Grmbll…

Dekselse blue lights by night ook …!

________________________________________________________

* : pneu(mothorax) : klaplong

 

En Espagñol !

Olè !

’t Is eindelijk mooi weer … Zeus en zijn bende hebben ten langen leste de castagnetten die klepperden om goed weer gehoord ! ‘k Geloof dat de oppergod een beetje doof begint te worden …

Te laat voor de Gentse Feesten  van dit jaar, maar nog wel op tijd om deze klassieker van Rembert De Smet boven te halen. 

Naast de Gentse knoop waarin hij z’n tong kan draaien krijgt ie het ook in het Spaans geëxpliceerd !

Lena in een Spaans jasje, da’s dé muzikale omlijsting van het rokjes-terrasjes-en-ijsjesweer dat momenteel de scepter zwaait !

Enjoy !