Spring naar inhoud

De Mecenas

Hungry Bites

Bron : Weheartit.

Nadat de marathon-carrière van m’n rikketik middels kalium bruusk ten eind kwam en ie noodgewongen weer in de maat ging slaan, wuifde Arts me mijn  ziekbed uit, naar huis toe. Met de verzekering dat alles goed zou komen, maar dat ik het nog wel “even” zou voelen.

Vertel mij wat. Eenmaal thuis miste ik alle bravado. Energie nam holiday, zonder mij. Tot iets komen bleek heel uitdagend.

Toen werd het zondag, en schenen er zeven zonnen. Ideaal voor mijn alter ego, Superwoman, om haar slag thuis te halen en mij buitenshuis te krijgen. 

Fit of niet, ik ging. Alleen zo kwam ik van Super’s gezanik af.  Eens “op trot” ging het beter. Ik kreeg er zowaar schik in. Helemaal niet gek, om een beetje rond te cruisen… Het zonnetje bracht warempel de geur van goed weer mee. Feest !

Daar hoort een ijsje bij. Het elastiekje van mijn goeie hum springt op en neer, want ik heb muntgeld op zak … ice cream, here I come  !

Bij het kraampje aangekomen, stapt een vriendelijk lachende man op me toe. “Gaat u ook bezwijken ?” vraagt ie, waarop ik : ”Yep, maar alleen voor het ijsje”.

Gek, de man kent me, terwijl ik niet eens het flauwste idee heb waar vandaan.

“Goed u lachend te zien.” “Van de meeste klanten weet ik niet hoe het ze nadien vergaat, als ze een trieste rit met me maken”.

Het vraagteken op mijn gezicht maakt plaats voor een aha-erlebnis. Eureka ! Mr Cab, zowaar.

Ik weet het weer, hoe het toen ging. Ik ging de moeilijkste rit uit mijn leven maken. Zonder exacte routebeschrijving. “Sorry”, snikte ik alleen maar. “Geeft niks”, zei Cab. 

Tijdens de rit zag hij nog kans om me van een berg zakdoekjes te voorzien, en een bekertje home-made koffie. “Hiermee gaat het beter,” wist hij.  Gelijk had ie. Ik wist mezelf bij elkaar te rapen.

We ploffen bijpratend op een bankje. Jawel, hij doet nog altijd taxiwerk, maar heeft een uurtje vrij. 

Dan ben ik. Ik vraag de vriendelijke reus het muntje even door te geven, wegens zelf te klein. Hij neemt het geldstuk aan en laat het zweven tussen mij en Ijscoman.  Suspence. Dan klinkt het gedecideerd : “Ik ga het u schenken, mevrouwTJE“.  Alle mensen op en rond het kraam applaudiseren. Weigeren is dus geen optie.

Weer ben ik van de kook. Van blijdschap, nu. Mr Cab ziet het, en ziet er ook al blinkend uit. “Leuk u fleurig te zien. Tot de volgende rit !” Hij zwaait, ten afscheid.

Ondertussen bedenk ik dat het wel goed is, zo. Vergeet me zelfs te storen aan mevrouwTJE. Niks geks aan, als je een halve meter groter bent, riposteer ik de emancipatiedrang van Superwoman.

Een goeie daad mag je niet dwarsbomen. Daarom rijd ik, vrolijk likkend, nog ‘s langs de standplaats van Mr. Cab. Zijn duim gaat de hoogte in.

Later thuis, komt het in me op dat we toch een soort van quitte staan.

Hij schonk me het ijsje en ik hem het volledige spiegelbeeld van onze (voor)laatste ontmoeting. Dit keer zal het Cab niet bezwaren. Hij kon immers een verschil maken.  Een leuke twist aan de situatie geven. Eind goed, al goed.

 Heel smakelijk, zo’n ijsco-mecenas. En onbetaalbaar !

Gulliver’s Travel

Pinterest

Bron : Pinterest via Weheartit.

Vrees niet, beste lezer, dit wordt geen literaire uiteenzetting genre “bestseller-résumé”. Ik ben geen kenner. Sterker nog, mijn little grey cells moesten betreffende dit item aangezwengeld om de puntjes op de i te krijgen.

Maar ik voel wel verwantschap. Want ik reis al een veelvoud van maanden tussen twee werelden. De wereld van vroeger en nu. De wereld van Luggnagg, waar verdriet heerst en mensen hun hoofd verliezen, en daarmee alles wat ze zijn.

Dat alles geldt in het kwadraat ² voor mijn vader.

Na een immens omvattende adaptatieperiode gaat ie nu iets nieuws aan : de Gulliver-fase.  Hij gaat op reis.  Uiterlijk alleen, innerlijk met twee.

Naar de plaats waar hij en zij “wij” werden. Waar hij nu “hem met haar in zijn hart” zal worden.

Ergens in maart laat ie voorzichtig zijn reisbootje te water. ” Ha, geweldig “, repliceer ik,” Wanneer vertrek je ? ” Stilte.

Ik sla hem met verstomming – en echtigentechtig, ik sta zélf paf van mijn snelle antwoord.

Maar werkelijk waar, wat een GOED idee. Dit zal hem helpen alles met een ander oog te bekijken en nieuwe invalshoeken te zien. Dus dat zeg ik hem, om de stilte die is gevallen, te doorbreken.

Telefoneren zonder praten is tenslotte een beetje gekkigheid.

Wat belletjes later is alles concreter.

Ja, hij heeft zich ingeschreven. Want ach, door een geldtechnisch gelukje is die single-room-taks toch geen ramp.  We praten z’n garderobe nog even door. 

Hij twijfelt over het formaat van z’n valies, en ik, ik kom aan de weet hoeveel sokken hij nou exact heeft, en dat ie van hemden met streepjes houdt.

Bij de volgende rinkel is de single-room-taks van de baan. Ik hou m’n hart vast voor een melt-down.

Maar de travelling mood survives. Hij heeft een room-mate gevonden, bezoek voor mijn moeder geregeld en Mrs Cook & Clean strijkt ijverig hemden.  Net als ik een beetje bang, vermoed ik, dat hij zich zou bedenken …

Als Dumdiedummetje de volgende keer zingt, heeft ie vertrek en terugkomst geregeld en de formaatknoop van z’n valies doorgehakt.  Het wordt de grootste.

De first fun is in te preparation. Waar. Ik voel me zowaar zélf in vakantiestemming. Er waait een nieuwe wind door de telefoongesprekjes. Speelser. Eéntje van plannetjes stoven.

Tussendoor maken we ook samen een reisje, mijn vader en ik. In de geest. 

We gaan terug naar zijn Banane-broek-tijd. Want stiekem kent hij zijn kamergenoot-op-reis dus al zoo lang. Hij schetst een beeld van de man. Ietwat apart. Precies wat hij nodig heeft. Hoewel mij onbekend, ben ik de man dankbaar, omdat hij drempelverlagend werkt.

Van de kindertijd gaat het naar de busreis van z’n leven. Samen met mijn moeder. Duidelijk een twinkel in z’n stem als ie zegt : “Maar samen slapen deden we natuurlijk niet …”

Alle joy en laughter daargelaten, is het natuurlijk wel een tikje beladen. Wat zal de impact zijn ?  Dat ie met joyeuse gedachten terugkomt, en op leuke dingen kan terugblikken. Hoop ik. Wens ik.

Maar dit is zeker :  ikke onzegbaar blij dat hij niet zo erg op Gulliver wil gaan lijken dat ie misantroop wordt …. pfoe-phoe !

Vandaag vertrekken dus twee ventjes. Op een schitterende dag, naar Frankrijk.

Zonder tuinman, zonder klokken en misschien ook wel zonder bloeiende appelbomen – maar met zin, en mijn fiat.

Save journey !

Min herte, min herte

folding paper figuress Tumblr

Bron: Weheartit

De first clue of change lag in de voorrondes. Gelukkig – voor mijn gemoedsrust – had ik ‘m toen nog niet.

Na twee spelletjes ” bijna, bijna maar nog net niet ” was er geen ontkomen aan een heen-en-weertje casino. Het balletje van de roulette viel op 2 april.

Vooruit maar weer, dacht ik nog, dan ben ik er ook weer een hele poos klaar mee.

Maar mijn “lucky star” begon te dimmen, en de kansen keerden.

De luchtweginfectie waarvan ik maar net op tijd wist op te krikken was seingever van mijn tanend gesternte, weet ik nu.

‘t Zat niet in de planning, maar tjaa. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Plannen is geen bitch, maar een dametje met schietende zinnen. Dat heb ik geweten ook.

Het draaideur-principe waarlangs ik al eerder mijn intern waterreservaat weer op peil bracht klemde. Maar na een wél-of-niet-game raakte ik – nog nablaffend – dan toch eindelijk binnen in het ziekenhuis.

Blaffende honden bijten niet, maar ze worden wel aangeprikt voor bloedstaaltjes.

De heel blauwe arm die ik hier aan overhield was een volgende indice dat het – om het in watertermen te zeggen - geen go with the flow zou worden, dit keer.

De hint daarna was een prep-verpleegster die zich er over bekloeg dat ik toch wel erg weinig haar te kammen had. Mijn haar en ik, we werden er niet vrolijk van, en deden er dus maar het zwijgen toe.

Daarom waarschijnlijk, hoorde ik de stemmetjes in mijn hoofd des te beter.

“Deze getriggerde ontmoeting met Klaas Vaak wordt ietsje anders,” zei Stemmetje.

“Een operatietafel is niet ideaal voor innerlijke discussies,” kwam Ervaring tussen. ” Even diep ademhalen … “

Voorgevoel kreeg dus ongelijk, schiet het door me heen als ik mezelf vroeg, en érrrugg wakker, in de uitslaapkamer ontdek.

Die slaap moet en zal de kamer uit, want alles piept, bliept, flitst en wiewiewwieeeeeeeeeeuwt honderdvoudig harder dan normaal. Door het lawaai nog een graadje wakkerder, ontdek ik dat IK de aanstichter ben van al die herrie ??!

Met 189  slagen kan die arme Dr. Beat me niet volgen en dat laat ie onder luid protest merken. Min herte, min herte !

Nondepatatjes ! Hartbewaking …  !

Mijn hart even niet blijkbaar, maar verder klopt alles : het lawaai, de alu-deken, en het compleet verdwenen zijnde ok-schort.

When the hammer hits home, stoort dat laatste me – verbluffend genoeg – nog het meest. Opluchting, als een vriendelijk gezicht, met blinkende ogen en vurig rood gestifte lippen, er ééntje voor me vindt.

Ik durf het haast niet te bekennen – de grootste mode-misser ooit –  maar ik ben dolbij met het vormeloze, veel te vaak gewassen vod, voorzien van massa’s knoopjes die zijn weggelopen en de stereotiep scheef getrokken lintjes om dit euvel te compenseren.

Waar gaat dit heen, waar gaat dit heen ? Dat vertelt Sparkling Lips me, terwijl ze fluks rond het bed loopt, onderweg links en rechts knopend en strikkend.

” Te lage kalium geeft hartproblemen,” zegt ze, ” en schortjes aantrekken lost ze bij u zowaar op ! “  ‘t Is een feit : het protest van Dr Beat verflauwt.

Ze gniffelt en zoeft weg. Om een hartslag later terug te zijn, met groen licht om me van die vermaledijde flipperkast los te koppelen. Pfeew, zeg !

Het schortje was een goeie voorzet.  Inmiddels draait mijn hart weer een normaal toerental.  Maar ja, voelen doe ik het nog wel. Moe tot in de zoveelste macht …

Ook in het kopje. Verbijsterend, dat idee van zomaar opeens niet meer ; zonder het zelf te weten dan nog ! Het doet wat met je, zeker weten.

Gelukkiglijk week Dametje Plan – op aansturen van mijn beschermengel? – wéér ‘ns af van het originele draaiboek.

Sint-Pieter moet dus nog maar wat wachten aan de hemelpoort, ik blijf nog even !

Eén komt niet alleen …

ziek onder de dekens op bed met een warme kruik   Bron

Ligt het aan een overenthousiaste Geest, die kwistig met rook rondstrooide, of misschien aan Koning Winter die er abusievelijk van uit ging dat we hier in Siberïe zijn, maar het griepmonster kreeg me te pakken.

Het was me wat.  Terwijl Franciscus zich op zijn pauselijke troon installeerde, deed ik hetzelfde, maar dan in mijn bed.

Niets aan te doen, het lijf weigerde dienst. Mijn hoofd dokterde het recept voor gekookte hersentjes uit, en dit onder een “intern”  kabaal, waar de pauselijke fanfare nog wat van kon leren.

Koorts, placht zoiets te heten. Mij eerder totaal onbekend, en aan die discriminatie moest wat gedaan, nietwaar.

Laat me je dit vertellen, beste lezer, het woord visioenen klinkt me nu heel anders in de oren. Neeje, goddelijk waren ze allerminst. Ik mag hopen dat die van Petrus’ opvolger een pak prettiger zijn, en vooral – een stuk productiever.

Hoewel, bij sommige van zijn ondergeschikten mag het wat minder zijn. Zij zien al spoken als er een vrouwelijke voet wordt gewassen. Heiligschennis ! Of nog erger, ze dicteren anderen een seksuele moraal waar ze zich zélf niet eens aan kunnen aka willen houden.

Ach ja, ‘t is de leeftijd zekers. Het verstand van die kerkelijke knakkers komt niet alleen met de jaren, na grondig verroest te zijn verdwijnt het ook weer. Wat blijft, zijn oogkleppen.

Jammer genoeg bleek dit stukje actua géén koortsdroom.

Die “horde oede vrijgezellen” heeft kennelijk nog nooit gehoord van pas met stenen gooien als je volledig, compleet en ook nog eens helemaal zonder zonde bent … !

Ik stoomde. Van ergernis. En van het feit dat het vege lijf mijn hoofd als een fornuis wilde zien – waarop gebakken, gebraden en gestoomd werd. Enfin, alles eigenlijk, waar overmatige warmte bij te pas komt.

Ik wilde wàt graag de eerste steen gooien naar al die ongevraagde vurigheid.

Dokter Huis gebeld dan maar. Voor soelaas.  Versta hieronder : een snelwerkend paardenmiddel. Dat heb ik nodig, om mijn volgende ronde in het casino te halen.

Gelukkig voor mij valt de man snel met mijn deur in huis. In opperbeste stemming – bij het idee dat ik me weer herinner dat ik op zijn patiëntenlijst sta. De recordpoging strandt op zo’n 25 maand. Maar nu ben ik er – gloeiend – bij.

Na deze vaststelling wil ie er alweer vandoor stuiven. Ik stuit zijn opmars door hem mijn luchtpijp in herinnering te brengen. ” Inderdaad ja, juist ! ” feliciteert hij me met mijn juiste diagnose. We lachen allebei.

Het grootst mogelijke gele geschut wordt ingezet. Kanjers van pillen. Ze leggen niet alleen de bacteriële beestjes plat, maar ook nog eens mijn smaakpapillen.

Maar het malen in mijn hoofd stopt niet ; dat wordt dag na dag een graadje erger.

Boze dromen over uitstel doemen op en worden door mij direct weer opgesloten. Tranen slik ik weg ; mijn interne waterregeling gaat al in overdrive, moet je weten …

Klinkt goed gek waarschijnlijk, maar ik wil absoluut het ziekenhuis halen op de gestelde datum.

En ziet, hoera ende joepie : het is gelukt !

Mijn huidige visioenen gaan over doorgeslapen nachten.  Maar hiervoor moet ik eerst nog even door een kunstmatig weggeslapen dagje …

Maar dan, beste lezer, dan mag de inspiratie laten zien dat ze terug is !

Til then !

Witte Rook

Witte rook uit de Sixtijnse kapel. foto Alberto Pizzoli

Afbeelding via Google.

Cupido heeft onverwacht zijn portie aandacht meer dan gehad, en Ariadnesdraad daarentegen bijster weinig.

Ach, ‘t zullen zeker die hogere sferen wel wezen waar het ventje in toeft.

Net als de rest van de wereld, lijkt het, de afgelopen weekjes.

Maar, om het met Franciscus I te zeggen : hier ben ik dan .

De Geest (der inspiratie) zorgde voor Witte Rook. Echtigentechig. Ook bij mezelf.

In een tijd waarin niet de broden en de vissen, maar de rookmelders zich wonderbaarlijk vermenigvuldigen – idem dito met de zenuwcrises als zulk  een onding voor de tigste keer je gehoor met een snerpend “ieeeeeeeeeeeee” aan stukjes scheurt en je nadien maar niet kunt bedenken hoe je het kunt laten ophouden met rinkelen in je hoofd – kijken we met zijn allen naar een Romeinse schoorsteen.

We kijken, kijken … en wachten net zo lang tot ons haar, niet langer vrolijk, erbij neer valt. Oftewel, tot er  ”witte rook”  komt. Daarna bellen we niet de brandweer, maar luiden we de klokken. Paradox.

Oubolligheid mag dan wel de middle name van het Vaticaan zijn, op de kar van abdiceren (Beatrix), kronen (Nobelprijs EU), tronen (Willem-Alexander, strakjes), belonen (veeeeeel later, met rijstpap en gouden lepeltjes) en installeren zijn de “langgerokten” wél gesprongen. Tot zover de trendyness.

Habemus papam is dan al gelukt, maar die gaudium magnum* … da’s nog een ander paar pauselijke mouwen, me dunkt … it’s in the eye of the beholder.

Het kan aan mijn vrouwelijk oog liggen, maar ik zeg dat de afschaffing van het celibaat net zolang gaat duren als de tijd die nodig was om het in te voeren. Vermenigvuldig dat millennium gerust nog een paar keer als je het hebt over vrouwelijk priesterschap.

Dat zal zijn voor als de wereld – met man en muis – is vergaan en geen hond nog interesse heeft, wegens andere dingen aan het hoofd.

Wie wil er nou de hond in het kegelspel zijn?

Geëmancipeerd als ik ben, heb ik iets van : “niet warm, niet willen”. Vrouwen kunnen even goed in een te lange rok rondlopen als mannen. Of aan struisvogelpolitiek doen. Of uitspraken doen waarvan je echte tanden je uit de mond vallen. Hebben er evenveel recht op. Maar niet als noodoplossing, natuurlijk. 

Hoe de Geest ook zijn best doet om dat in het oor van de kerkleiders te blazen, het is nog niet zo ver. Nog geen sede vacante voor dames. Tja, de rook bemoeilijkt de transmissie, waarschijnlijk. Het is nog pontificaal njet in plaats van Amen.

We moeten blij zijn met kleine dingen.

Met een paus dus die niet “Paus de elf-en-dertigste” wil gaan zijn maar weer lekker gewoon bij één begint, die elegant nét niet over zijn eigen voeten valt en er toch niet de kluts bij kwijtraakt, en die in zijn gesprekken goeie middag, goeie avond en smakelijk eten incorporeert als normale frases.

Recht is recht : het deed mijn buis van Eustachius plezier. Jaaha ! Het was ook al weer veel te lang geleden.

De krakkemikkige toestand waarin Johannes Paulus II zich in zijn laatste jaren bevond, maakte het on-mo-ge-lijk wat dan ook van zijn discours te verstaan. In om het even welke taal.

En Benedictus, hoewel zijn naam ook wat zegt over goed je woord kunnen doen, stond zo strak tegenover een menigte dat het zelfs een Romeinse veldheer nog zou doen schuddekoppen …

Nu de rhetorica weer naar een ander niveau is getild kan ik maar hopen dat de rtt tussen God & Co** en de Heilige Vader weer gaat rinkelen … Wat zeg ik, roodgloeiend komt te staan.

In afwachting, want wonderen zijn niet van de rapste, is er hier gaudium magnum over de terugkeer van de inspiratie.

Habemus een blogstuk !

Vivat ! (en bedankt om te komen kijken, ook al stond er steeds weer hetzelfde)

___________________________________________________

* gaudium magnum : met grote vreugde

** God en Co : ik kon jammer genoeg geen geluidsfragment vinden. Maar ook de tekst is de moeite en brandend actueel !

Bow Wow Wow

Afbeelding via Google.

Cupido, dat slecht aangeklede, gevleugelde joch, is weer voor efkes teruggekeerd naar hogere sferen.  Om zijn pijlen aan te scherpen, een pak voor zijn niet-aanhebbende broek te krijgen, of om een strak plan in het hoofd van een adjunct te doen ontstaan.

Of  : om te bekomen van een gemiste pijl die niet zijn doel, maar hemzélf heeft geraakt. Wie zal het zeggen.

In elk geval, de liefde is voor even geen hete aardappel meer. Zwijmelen is geen plicht meer, en je mag ook weer liedjes liken die niet “kiss” in de titel hebben staan.

Zeemzoete ballades die zich per definitie op een brug afspelen ( let maar eens op ! ) mag je weer lekker skippen.

Oef … zalig is het !

Net als je dit doet, kom je deze mountain van een song tegen, natuurlijk.

Wat nou, te veel gezwijmel, mierzoet en geen bruggen ?

‘t Kan allemaal, want het past perfect bij zijn zachte aard …

Bow Wow Wow !

 

Nominated

Ergens in het laatste trimester van vorig jaar hoor ik een glunderende Europese president zeggen : ” Het gaat beter met Europa”.

Het stemmetje in mijn achterhoofd roept: “Ow ja, vast, vanop jouw stoel, maar voor de common man daarentegen…”

Maar toch blijf ik hangen, benieuwd geworden. Naar de big smile van Herman Haiku. Van Rompuy is vergroeid met sérieux, en een glimlach past bij hem als een vlag op een modderschuit.

Him gloating, it’s nothing short of a miracle.

Dat wonder is, dat de Europese Unie de Nobelprijs heeft gewonnen. En uiteraard natuurlijk kan je daar als ” hoofd van ” geen gezicht als een graftak bij opzetten.

Of Europa nou zoveel reden tot feesten heeft, laat ik in het midden. Maar het moet gezegd : de Nobelprijs krijgen is stukken beter dan uitgeroepen worden tot het kneusje der  continenten.

‘t Spel van de nominee’s, best offs en obligate lijstjes en overzichten is begonnen, peins ik schuddekoppend, met een klein gniffeltje er achterna. Prompt vergeet ik het.

Tot ik een poosje later zélf nominee en ontvanger blijk te zijn. Twee keer, dus. Van de Liebster Blog Award. Mijn hart maakt een huppeltje en mijn hoofd vergeet even dat het eigenlijk in een (blog)dip zit.

Ik weet het zeker : ik blink harder dan 10 Europese presidenten en wiebelen doe ik ook, van plezier.

Aah, wat lief !  Ik mag dan niet romantisch zijn in de zeemzoete zin van het woord, met ontbijt op bed en de kliedertoestanden die hier onverbiddellijk bij horen, toch smelt ik.

De witte chocolade en de Olifantenversie met hele hazelnoten doen dat ook. Klaargelegd om mijn trieste bui te bestrijden, zijn ze plotsklaps werkloos geworden.

Je zou ervan gaan dansen, als je zo graag wordt gelezen ! Ja, een goed swingske, op die van Rapalje, dat moet kunnen. Of voor minder dansgerichte knoken, The Boss.

My Hometown verlaten deed ik jaren geleden al. De nieuwe landingsbasis laat ik per trein achter me. Tenminste, als het lukt, en ik niet ‘fyra-eus’ word van alle perikelen. 

Na een zesjarig valiesbestaan als interne en enkele verhuizingen kort na elkaar, zit een “Ik vertrek !” er niet meteen aan te komen. Als ik het al doe, zal het naar een oord zijn met géén kans op sneeuw, en pas als ik mijn weerzin voor het inpakken van koffers heb overwonnen !

Brr… Het samenstellen van die outfits en dan het geprop om alles gepakt te krijgen ! Compact en gecombineerd, het wil nog niet altijd samen !

Dat doorreis-bestaan  noopt je tot het kiezen van een kleurpalet. Liefst ééntje dat bij je ogen en teint past, anders wordt het al snel visueel lawaai. Blauwgroen-combineetjes doen het goed bij me.

Kleedsels van in het jaar nul mogen me dan wel rillingen bezorgen, een die-hard fashionista die elk jaar haar hele garderobe er aan geeft, ben ik niet.

Besloeg mijn kleerkast maar één deurtje, dan viel het me vast makkelijker om mijn ramen,  – die professioneel, maar weinig gewassen worden –  achter me te laten, richting J.K. Rowling om haar te gaan vragen hoe ze een 7 delige boekenreeks, met al die verhaallijnen en stambomen, uit haar pen krijgt.

Dichter bij huis kan ik die meerdelige detectiveschrijver Aspe misschien ‘s vragen of hij denkt dat het gezicht van een schrijver kennen er ook voor zorgt dat ie meer, of anders gelezen wordt. Of misschien heeft een vleugje mysterie ook wel z’n charme ?

Als je het mij vraagt, schetst een goed verhaal zijn eigen beeld, dat los staat van de  beeltenis van diegene die het schrijft, of zelfs in contrast daarmee. Niet zelden roept verbeelding iets anders op dan realiteit .

Een luxeprobleem dat ik even aan de kant schuif. Ik wil tenslotte –  nu en later – minder bezwaard worden door troubles.

Hoe dat dan moet, daar moet ik even voor gaan zitten. Bij een film als Daens, of Nell.

Terecht bekroond, en het bekijken meer dan eens waard!

De plots die daarvoor nodig zijn, die zie ik me nog niet één-twee-drie uit de losse pols schudden. Herman’s haiku’s ook niet.  Woordrekenen in de overtreffende trap past me als een jas op de groei.

Maar groeien van contentement doe ik natuurlijk wel bij waardering ! Dubbelop.

Bedankt voor het pluimpje, beste lezers !

Ik blaas het met plezier weer jullie richting uit … :-)

Zit m’n haar goed ?

Een kwestie waar Beatrix mee worstelde, afgaand op de rapte waarmee ze haar hoofddeksel bij diverse occasies op haar hoofd vastpinde …  Goeie grutjes, ik mag niet denken aan het werk dat haar kapsel vereist.

Zelf ben ik niet matineus. Een full welness treatment in de morgen zit er niet in.

Dat mijn badkamer geen spa is, zit er voor niks tussen.  Ook het ontbreken van een slim hondebeestje met een acute aanval van ijdeltuiterij is het niet.

Neenee, mijn little grey cells zijn hiervoor responsabel.

Ze draaien nog wel ‘s ongevraagd dubbele shift. Modus waaruit alleen maar het mannetje met de houten hamer ze kan halen . De klap die mijn hoofd tot een aambeeld maakt, laat zich ‘s morgens voelen. Ik raak aartsmoeilijk uit standje automatische piloot.

Het opzet is nochtans veelbelovend, al zeg ik het zelf. Weinig mensen zijn zo met het begin van de dag bezig als ondergetekende. In die mate zelfs, dat er de eerste verticale tijd van slapen niks komt, omdat de woordgroep ”niet verslapen” steeds weer opduikt. 

Tegen de tijd dat Klaas Vaak zijn werk doet, lig ik al een eind achter op schema. Hoeveel, dat ontdek ik dan wel weer bij het wakker schrikken … Meestal laat genoeg om de “ik-sta-rustig-op” -fase te skippen, maar vroeg genoeg om geen potten te breken. Wat nou, een element van suspence kruidt toch de dag ?     

Ach, ik heb ervaring met rise and shine en alles wat daar onlosmakelijk mee verbonden lijkt.

Van klabatsboembaf  – toestanden tot outfits die er de avond tevoor blitser uitzien dan het moment waarop ik ze aanschiet. Komt doordat mijn broeken ‘s nachts groeien. Werkelijk waar, beste lezer,  “er beuren rare dingen “.

Dit scenario is verkiesbaar boven de onaangekondigde verhuis van mijn sleutels, het rondcrossen van mijn chaos-organizer in de dwaaltuin die mijn handtas heet, of de onweerstaanbare drang van mijn dumdiedummetje naar een stoombad.

Maar : been there, done that.

Vivat de voorlopende horloges, de telefonische wekdiensten, het make-up weigerende velletje en de no-maintenance-kapsels.  Echt, de wetenschap dat je haar altijd goed zit, scheelt een slok op een borrel.

Uzing wellness, hoor ik je denken. Mispoes.

Want de flow die hierbij hoort wordt ergens in januari verstoord door mijn foon. Die heeft uitstekend geslapen. Blakend van alertheid klingelt ie onophoudelijk.

Hm. Eigelijk geen tijd. Toch neem ik op, want het kan zomaar de taxidienst zijn die ik belde.

Nog voor mijn “Hallo ja,” word ik overspoeld door een woordentsunami. Waaruit ik enkel halooo, Sylvie, moi en hôpital kan plukken.

Hoewel ik geen hoge ogen gooi voor de kruising tussen Frans, jakamakkaans en nog wat anders, doe ik er alles aan om uit te leggen hoe het zit. Net als ik ‘ns lekker wil foeteren op de door mijn ouders in mij geïmporteerde burgerzin, is Moi er opniew. Insert loop here.

Vijfvoudig. Zolang heb ik nodig om de mij ingehamerde beleefdheid overboord te gooien en onvervalst plastische taal te gebruiken, teneinde het voor Moi helder te krijgen dat het welletjes is.

Gelukkig, het werkt.  Het tafellaken tussen mij en Moi is volledig doorgeknipt. Als ik een mentaal post-itje maak, met de bedenking dat ik mijn vader ‘s moet vragen hoeveel tijd dit hem zou kosten, is het weer van dat. 

Een heerschap ditmaal. Dat er een punt van maakt zo vaak mogelijk het woord sexy te gebruiken in zijn verkoopspraatje voor ondergoed. Versta hieronder de niemendalletjes, die om te kunnen promoveren tot lingerie, een godsvermogen kosten.

Ik spreek die testosteron in mijzelf aan om hier een eind aan te maken. Want echt, hierover wil ik mijn vader niet bevragen.

Niet bars genoeg. Herkansing. Nog geen minuut later heb ik een hijgstem aan de lijn die mij verzekert dat ik écht niet buiten een tanga kan.

Nog een graadje erger dan de ongewilde bespreking van “my underwear” vind ik het ongeoorloofde gebruik van mijn naam.

Vurig, zei ie toch? Ik  brand los en leg hem het zwijgen op, door te zeggen dat ie kan terugbellen als hij een even grote pleitbezorger is geworden van pampers als van de lingerie die hieraan voorafgaat.

Als ik inhaak, gonst mijn hoofd. Neeje, ik wil niet wéten wat mijn vader van die laatste oratie vindt … Maar zakelijk als ie is, ziet hij vast wat in lik op stuk.

Mijn haar zit nog goed, maar zelf lig ik na al die telefonades wél een beetje in de kreukels. Helemaal als de taxi laat weten niet te zullen verschijnen … Moet ik weer hebben !

 ’t Is duidelijk. Ik moet in de leer bij Mister Dog.

Wat een flow heeft ie ! Gaat onverstoorbaar zijn eigen gangetje … Sinds ie geen tv meer kan kijken en ook de radiatoren niet meer kan inrichten als braadspit voor worstjes, heeft ie zich met overgave op de pronksector gestort.

Echtigentechtig, je zou voor minder in zo’n badkamer. Met compleet equipment voor hairdressing @ home …  Jaloers ! Maar niet op de rekening achteraf ;-)

Hij checkt en dubbelcheckt. Zit m’n haar goed ?

Yep. Dus krijgt ie als beloning een aaitje. En daarom, de volgende morgen … je raadt het al !

Beatrix in beeld

Astronomische hoed, een kapsel dat bussen lak behoeft, driekwartsmouw en zorgvuldig gepositioneerde handen. Beatrix.

If you try to be an icon, than the icon becomes you.

Dat symbool, dat een ambtstermijn lang het nu met een sprookjeswereld van een paar honderd jaar terug heeft weten te verzoenen, kondigt in drie minuutjes aan dat ze terugtreedt. Rechtdoor gezegd. Overdacht, besloten en goedgekeurd. Ook door haarzelf. Dat zie je.

Wat ik ook zie, in de massa terugblikken waarmee ik daarna een avondlang overspoeld word, is iemand die graag lacht.

Met de jaren meer en meer.  Het keurslijf dat koningschap heet trekt ze aan, loopt ze in en draagt ze uit. Het gaat steeds beter passen.

Misschien omdat ze durft te stellen dat hoofddoekenheisa door haar tenue bij een staatsbezoek “onzin” is. Of – en dat vind ik een hele mooie – omdat ze poneert : ” U kunt wel advies geven, maar ik luister er toch niet naar.” Tja, een female touch. ;-)

Dat wordt dus even wennen. Want ze trekt hem nu toch echt uit, die hermelijnen mantel.

Natuurlijk niet zomaar. In stijl. Met een expositie  die laat zien wat voor pareltjes van indrukken ze bij mensen heeft gemaakt.

Impressies die ook ook nog ‘s excellent verbeeld zijn. Ik doe er m’n hoed voor af …

Beetje vreemd om als niet-onderdaan van Beatrix een portretreeks van Hare Majesteit op Ariadnesdraad te zetten. En toch ga ik het doen.

Want alle inzendingen voor de tentoonstelling Beeld van Beatrix die momenteel loopt te Apeldoorn zijn het bekijken meer dan waard !

Enjoy !

Marthe Waijop

Willy Alferink

Yvonne Klaassens

Klaas Lageweg

Hannah (Artgrrl)

H.M. Koningin Beatrix

Ben van der Geest

Inspirator

Herma Bisseling

Beatrix: de finale

Axel Veenendaal

koningin Beatrix

Beatrix - PixelPoint Silhouet

——————————————————————-

N.B. Alle zorgvuldigheid ten spijt, bestaat de kans dat de namen van de inzenders niet (volledig) of verkeerdelijk zijn weergegeven. Ter rechtzetting van eventuele incorrecties verwijs ik naar de bron.

Knap gezegd

Mijn elektronische brievenbus leest vast stiekem mee op Ariadnesdraad. Ah ja, want er is duidelijk aansluiting …

Pas geleden had ik het nog over bloedtransfusies en de kans om  – ten gevolge van grote hoeveelheden chemiek – licht te gaan geven in het donker. Kortom, de big C in short.

Nu verrast de mailbox me met een cirkel-mail hierover. Toettemie en ik wisselen een blik en duwen samen op de doorstuur-button. Tuurlijk doen we mee !

Maar zo’n enkel doorklikje is toch wat povertjes. Dat moet eleganter kunnen. Het mag wat meer zijn … Misschien een postje ?

Hm. Ja, maar ‘t mag niet te zwaar zijn. Niet dat kanker nu past in de categorie “Gieren-brullen-en-billenkletsen-op-de-koop-toe”, maar ‘t moet – overeenkomstig met het mailberichtje – een tikje hoopvol zijn.

Terwijl de radertjes in mijn hoofd zich in beweging zetten, overzie ik  m’n schrijftafel. Wie m’n schrijfplek ziet bestempelt me zonder pardon als werknemer in de papierverwerkende sector.

Chaotische berg papier. Woordenlijstjes, blogschriftjes en een pennenbak waarin de pen die het lekkerst haar inkt vrijgeeft, standaard onderin zit…

Alle riedeltjesmakende, leuke dingen met schermen en batterijtjes ten spijt, grijp ik onveranderlijk naar het “oldschool” pen en papier als ik maar steeds de verkeerde plek blijf vinden voor wat ik hoop dat de juiste woorden zijn ….

Papiergeritsel en pengekras liggen dikwijls aan de basis. Van het scheppen en ordenen mijner bedenksels.

Ook nu. Ik schrijf om mijn inspiratie aan te zwengelen. Of nee, eigenlijk is het meer pen-racen, schrappen, meerderen, minderen, wikken en beschikken, keuren en scheuren en de snippers net naast de papiermand gooien …

En yep : a little concept is born.

Flitsend als elastiekjes schieten mijn gedachten rond. “I love, I love, I love my Calender Girl”, zingt het opeens onder m’n schedeldak … Ydillisch. 

Het gezicht dat ik hierbij denk, zit in d’r tweede jeugd, heeft blonde krullen, is ultra-energiek en zet een promotie-campagne op touw waar Noël Slangen* nog kan achter komen…

Ligt het aan het veelvoud kalenders hier ten huize, of misschien aan mijn voorliefde voor Britse detectives, waarbij speurneus Jane Tennison ook niet mag ontbreken, maar Calender Girls laat me niet los.

Eureka ! Voor mijn geestesoog ontrolt zich een aula-moment dat van pijnlijk naar prachtig gaat.

Puik ook om de vraag voor aandacht nog ‘s extra in de verf te zetten.

Probeer maar eens niet te luisteren als iemand zijn betoog start met : “Look, I hate Plum Jam” (vanaf 08:40) gevolgd door een boodschap die over heel wat anders gaat dan boterhammensmeersel !

Welsprekendheid die klinkt als een klok !

Ernstig, met een funny twist, gloedvol onderweg nog een paar ouwerwetsigheden neermeppend, wegens goed van de tongriem gesneden. Correctie : van een vurige tongriem.

Mijn little grey cells fluisteren, zeuren, ja zeg maar ” bomen door “. Net zo lang tot ik op zoek ga. Naar de vlammende toespraak van Chris Harper, vertolkt door Helen Mirren.

Ik klik een paar schermen weg  – en ook nog wat halve uren –  maar daar is dan het fameuze flamboyante fragment.

Gelukkig skipt YouTube de mededeling : “ het spijt ons” en prompt hoor ik  het onwaarschijnlijke verband tussen plum jam, naaktrennen en kanker weer uitgelegd worden ….

Knapely said !

———————————————————————

* Noël Slangen : voormalig communiecatie-adviseur

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.