Wereldboekendag (Swoon 58)

Morgen Wereldboekendag.

Je ontdekt nog es wat, als je leest. Een stuk minder druk dan mijn wervelende Boekenfee, maak ik er nu ruim de tijd voor, en stort me op Sonja Barends nieuwste. Ernstig, wat naar binnen gericht, laat het de lezer feitelijkheid(jes) weten, zonder ze daarom volledig uit te (kunnen) diepen. Onnavolgbaar. Een beetje zoals ons hoofd – of in ieder geval het mijne – werkt. In goeie balans, met humorvolle scenes die naadloos in dit boek vervlochten zitten.

Een review voor deze letterkesdag dus. Doe ik toch nog wat met mijn eerder opgedoekte boekenrubriek.

‘Je ziet mij nooit meer terug’* is een boek rond Sonja’s vader David. Ze komt hem op het spoor door een verjaardagskalender, met daarop een gelijknamig meisje : Sonja. En toch ook weer niet, want eh … Barend, wie is dat ?

David Barend zat in Polen in een concentratiekamp. Ergens in ’43 viel hij ten prooi aan de zinsverbijsterende Nazi-ideologie, nadat hij in 1942 thuis werd opgepakt. Het enige dat heel helder over hem is, is de door hemzelf gemaakte lotsvoorspellig : je ziet mij nooit meer terug.

Verder is de beste man in mysteriën gehuld : de archieven, Sonja’s moeder, de wereld : niemand laat iets van tel los. Niet makkelijk, dat summier versus ruim gewetene.

Dus is hij, en blijft hij eeuwig en drie dagen, ik citeer : ” … een verhaal, mijn verhaal, een met mijn fantasie en veronderstellingen aangevulde geschiedenis. Dat verhaal vult mijn hersens, houdt mij bezig, en levert als een accu vreemde brandstof, energie voor wat ik wil, doe en heb gedaan.” (p 282.)

Dit boek laat via de summiere geschiedenis van vader Barend ook Sonja’s moeder zien. Zij is dan weer ruim vertegenwoordigd. Begrijpelijk, ze telde veel meer levensdagen. Niettemin zet dit boek op heel veel manieren aan, om stil te staan bij breed en beperkt. Plus het waarom daarvan, en heus niet alleen inzake informatie(vergaring).

Haar strapatsen zijn herkenbaar, en beeldend verwoord. Hier bijvoorbeeld heb ik echt om gegierd ; zelf pas uit het ziekenhuis was onderstaande situatie nog net dat tikkeltje échter, beste lezers.

Het plaatje : Sonja’s moeder moet op zeker ogenblik toch echt richting ziekenhuis. Natuurlijk niet per ambulance, want veel te veel bekijks (!), aldus moeders … (p.275)

Ik hielp haar met veel moeite de trap af en vouwde haar in mijn veel te lage tweepersoonsauto.

‘Ik wil niet in een rolstoel het ziekenhuis ingereden worden, want de gang zit altijd vol met mensen.’

Ik vond het te gênant on in het ziekenhuis te vragen of er een andere mogelijkheid was dan een rolstoel, maar deed het toch. Twee verpleegsters tilden mijn moeder uit de auto, ze kruisten hun armen tot een zitje, waar ik haar bovenop zette. Op haar troon, een arm om de hals van elke verpleegster, werd ze de lange gang door gedragen. Haar hooggehakte benen bungelden boven de grond.

De wachtenden in de gang keken hun ogen uit.

Ik kwam niet meer bij van de lach. Zie het voor je, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


* : Dit boek komt op korte tijd twee keer aan bod : geheel toevallig. Gelinkt aan (persoonlijke)  boeken-actualiteit, die los staat van welke sponsoring dan ook …

Druk, drukker, drukst … (Swoon 57)

Allereerst : het duimwerk heeft gewerkt; de op is gelukt. Over ’n huis springen doe ik nog niet, en daarom staan lezen en reageren voor nu op een laag pitje. Maar dat zegt niks over hoe hoog jullie in mijn bloggershart zitten. Wel integendeel, beste lezers. Dankjulliewel !

Bij de aanzegging van de meest recente op, klapten de grey ones allemaal luikjes open, met daarop to-do’s. Iets in de zin van : in die week dit, en in de volgende, zeker nog dat doen. Niet raar, na meer dan 20 edities. Mijn alterego Superwoman leefde zich uit op strakke regie.

De ware gannefjes die mijn celletjes zijn, voelen meer voor ‘altijd wat te draaien’. Op rolletjes, dat is té saai, vinden ze. Al heb je dan energiepeil plumpudding.

Zo kon het gebeuren, dat ze ‘geen lasten tillen’ en ‘bib aan huis’ aaneenregen en doorlopend in mijn hoofd voorbij lieten komen.

Ze krijgen haast standaard hun zin, want ik heb geen animo voor kermis onder mijn schedeldak. Aanmelden dus. Driewerf is scheepsrecht, maar ik ging pas bij de vierde poging de boot in. Niet bepaald soepeltjes, maar goed, Bibfee was feit.

Ik ben nogal van boekenlees-turf, en het zeulen ermee beloofde nog wat, strakjes.

Geen betere krakkemikkigheid dan diegene waarvan je geen last hebt. Geef toe, dat staat als een huis, dus overstag.

De wervelwind die zich bij me meldde, was het absolute tegendeel van krakkemikkig. Een onstuitbare driejaars, leesgraag en breed-geïnteresseerd. Onversaagd bovendien, want ze droeg de dikste tomen voor me aan.

Wie bij haar nog leeshonger ervoer, moest het achtste wereldwonder wezen !

Best van al, was nog, dat het geen droge gort was – waardoorheen je je de weg moest slijpen, maar lekker beklijvend leesvoer. Dat moest goed gaan komen ; ik voelde ’t aan mijn water !

Goeie dingen heb je nooit teveel, dus belde ik Bibfee omtrent een reservatie die de bib voor me klaar had staan. Kraakvers thuis, voelde ik me nog lichtelijk brak, namelijk.

De openingsuren niet, maar de gedachte dat ik voor Bibfee ultravroeg uit bed zou moeten schoot wél door mijn hoofd. Ach wat, als ’t voor Dokter Huis kon, dan ook voor haar.

Zei ik al onstuitbare wervelwind ? Daags daarop woei een tornado mijn woonkamer binnen.

In de hurry die ze had, om haar overboekte agenda bij te houden, raasde ze voorbij de stapel retour-boeken, mijn leeslijstje en welja, de openingsuren ook. De vaart voorop lopen dus. En de haan, hij repeteerde het kraaien alvast.

Overnieuw, die boekenmissie. Hoera ende joepie voor mij, niet meer in de vroege morgen.

Als Bibfee wegsnelt, duizelt het me ! Ik voel een jacht die vast niet erger kon zijn, al zat een leger tsee-tsee-vliegen me op de hielen… Phie-ieewwwf.

Ach nou ja, ik ben duidelijk nog niet in de running, druk ik Stemmetje Ongemak weg. Nooit doen, beste lezers. Kraaiende paashanen zijn uiterst ongezellig, en slecht voor de sereniteit.

Weer terug met boekenbuit, meldt Bibfee dat er een saldo openstaat. Haan 1.

Haan twee is mijn “O, ja, da’s die reservatie.” Wat is dat toch met al die omen die je maar niet oppikt, hm?

Haan 3 dan eindelijk, is de ontdekking dat de reservatie van “Je ziet mij nooit meer terug” er niet tussenzit. Een half leven nadat Bibfee is gevlogen. WAAR IS HET ? Ochere ochottekes, laat dit übertoepasselijke voorteken geen waarheid worden …. voel m’n hartverzakking.

POTVERhierenginderenoveral is de gecensureerde transcriptie van mijn verder allesbehalve vriendelijke gesprekje met God. De Verlossing kwam niet van Hem, maar van de alleraardigste bibmedewerker.

Het vervolg laat zich raden. Toen kreeg IK het druk. Exact met dat wat ik zo graag had willen laten. Boeken zeulen, over een hobbelig weggetje, met pijnlijke onderbuik. Niet goed. Maar echt, ik moest frisse lucht. Om niet uiteen te klappen.

Bij thuiskomst hing ik zonder pardon ‘niet storen’ op de deur. In één moeite door stopte ik een kattebelletje in mijn voor de volgende ronde klaarstaande ziekenhuistas met “vermijd stress, A. !”

Het zal me benieuwen, of ik tegen dan nog weet hoeveel energie en geduld al dat aansturen van me vergt, zo post-operatief …

Voorlopig hou ik ’t maar bij “Lekker slapen en morgen gezond weer op !”

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Slurfje water, iemand ? (Swoon 56)

Vandaag ’n re-post in waterlijn, wegens even bijkomen, na m’n kunstmatig slaapje.

Een herwerking van ‘De olifant, de slurf en de flexibel’. Anders gezegd : de link tussen ‘your a woman, I’m a man’ en diameters …. heeeeeeeeeeeeeuuuuuuuuul veeeeeeeeeeeeeeeeeel diameters.

Het verlengstuk waarmee je groenten schoon krijgt, en je gootsteen proper – de kraan-slurf – is op zekere morgen stuk. Daar moet wat mee, want dit attribuut en ik, we zijn erg op elkaar gesteld. Slurfloos is mijn keukeninterieur bovendien kaaltjes.

Nu moet je weten : ik heb niks met techniek. Dingen moeten werken. Punt. Het waarom en hoe, dat is me raadsel. Knap vervelend, af en toe.

Technisch vocabularium versus de rest van m’n woordenschat, dat is zoiets als de ontwikkelingslanden, ten op zichte van de Westerse Wereld.

Hoewel de associatie slurf-flexibel-olifant stààt, betwijfel ik toch de literaire kunde van Mister Plummer.

De grey ones laten daarom het veelbelovende luikje ‘logisch nadenken’ openklappen…

Stap 1 : Probleem ? De ‘slurf’ van mijn keukenkraan is kapot.

Stap 2 : Hoe heet zoiets in technische termen ? Brein doet niets dan  ??????????  doorsturen. Subiet gevolgd door de bedenking, dat ik tegen de loodgieter moeilijk over ‘mijne slurf’ kan beginnen.

Enfin, ik kan dat wel, maar niet als de voorwaarden ‘niet gigantisch uitgelachen worden’ en ‘ondubbelzinnigheid’ in één moeite door ook nog vervuld moeten. Slurven zijn beeldende dingen. ‘k Durf ‘r geen eed op doen dat Mr Plummer alléén maar aan olifanten denkt.

Stap 3 : Wie is technisch, niet dubbelzinnig, en ligt niet in een deuk. Ha. Mijn brein doet weer gezellig mee en stuurt fluks het woord ‘vadermans’ door.

Eureka.

stap 4 : Hulplijn bellen. Hulplijn Vadermans is eerst stil, en zegt dan bloedserieus, als gold het wereldvrede : ” Uwe flexibel is kapot. Zeg de loodgieter maar ….”

Dit citaat pen ik op. Hulplijn is niet verbaasd. Heeft tonnen ervaring, met (vrouwelijk) gebrek aan technisch vernuft. Blijft er stoïcijns kalm onder.

In de loop der jaren heeft-ie geleerd, dat het ab-so-luut not done is, lachen met ‘geen flexibel kennen’.

Zo. Nu kan ik aan de slag. Gewapend met de juiste vakterm.

Stap 5 : Ik bel Mr Plummer. Die is verbaasd dat ik zo exact kan uitleggen wat het probleem is.

Dat probleem is lekker vlug de wereld uit, denk je dan. Nope. 2 weken en 3 flexibels heeft het geduurd. Want bij de leerling-loodgieter heet dat gat in zijn vocabularium niet flexibel, maar diens diameter.

Wat is nou erger? Niet weten wat een flexibel is of als Mr Plummer niet de juiste diameter kunnen kiezen ?

Het Swoontje huist deze week onder een vetrood cursiefje, beste lezers. Bert en Ernie zijn  (onweerstaanbaar) toemaatje !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Alea iacta est* ! (Swoon 55)

Opschrijven garandeert overzicht, beste lezers. Vandaag daarom een helikopterperspectiefje.

Wie mijn ‘vrouwenstuk’ van laatst onder z’n leesoog heeft doorgeschoven, weet, dat ‘r weer een casinootje zit aan te komen. Needs must …

Toen dit verhaal ruim 10 jaar geleden aanving, had ik géén idéé. Blissfully. Met een lonkende Sidonia-crisis, kon nog meer er NIET bij.

‘Zalig de onwetenden’ : inzake het aantal openingen, waarlangs tubetjes naar binnen kunnen gepropt. Tegelijk, wel te verstaan : drukmeting heet zoiets. Gezien de onmetelijke bochten waarin je je hiervoor moet zien te plooien : tortuur.  Pech, als je via ‘uitsluitende’ onderzoeken in dit perpetuum mobile sukkelt.

Door heftige medicijnintoleranties bleef beterschap uit. Toen m’n waterleiding slootwater ging produceren, wist ik : tijd voor ’n radicaaltje.

Ik speelde ijlings stand-in van iemand, die al stond geboekt, bij de arts wiens opinie ik wilde. Met medeweten en uitdrukkelijk fiat. Toch was Dr. Waterwerk ‘not amused’.

Géén Gramschap evenwel, wegens de Oceaan die ik  in z’n spreekkamer demonstreerde. Als er nou één moment was, waarop ik graag was ‘verdampt’….

De zware kanonnen moesten ingezet : het Beau-monde alternatief. En werkelijk waar, na enige tijd, en nachten vol onafgebroken slaap, voelde ik me mooi.

Fraai ging geldtechnish allerminst op. Dus, helloo, again, witte nachten en kangoeroe-wallen.

Ik zette omtrent de situatie niet ’n boompje, maar ’n heus bos op. Links en rechts brandhout makende, van allemaal ziekenhuisprotesten, betreffende betalingsregelingen. Als ik hier per definitie aan vastzat, waren ze conditio sine qua non. Punt.

Nu ze van de verdrinkingsdood waren gered, en weer in Morpheus‘ armen mochten liggen, vonden die celletjes van me, dat ik beloond mocht. Subliem.

Geen frontale confrontaties meer, maar ’n Florence, geparkeerd tussen mezelf en het ziekenhuis. Uit de samengesmolten girl-poweRR onzer kokers kwam consensus, waar amen op werd gezegd.

Oef, lucht. Het volgende huzarenstuk dat ik verrichtte, was de ‘als’-en en ‘wat’-tes opsluiten. In de diepste krochten der grijze massa.

Vastbeslotenheid is kracht. Want er begon iets te bewegen – op dat hogere echelon ‘overheid.’ Van ‘nabij’ ging de geldelijke tussenkomst naar ‘feit’.

Ter vergroting van de feestvreugde, ging mijn corpus ook rustiger wateren bevaren.

Van ontredderd zoeken naar afspraak, ging ’t naar sereen afstel. Het was spelletje ping-pong geworden, waaraan de medisch secretaresse met plezier deelnam. Maar spelersgeluk raakt op, ooit.

En dus is NU de teerling geworpen* : mijn fiche voor de passage in het casino ligt klaar.

The grey ones zeggen dat het goed is. Dik duizend dagen is record, en de vooruitzichten zijn om blij van te worden. Er zit best nog wat positieve rek op … Maar min herte, min herte, dat speelt gevoelsmatig toch de verliespartij.

Ik pendel nog een paar daagjes tussen “Blue, dabadee” en “Why does my heart feel so bad ?”

Duimen jullie mee dat de volgende ronde pas over 2000 dagen hoeft ?

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Hiep hiep hatsjie ! (Swoon 54)

Flex en ik, we go back a loooooooooonnngg time.

’t Begin lag in ’t tea-roompje, waar ik überharkerig zo’ n vermaledijd koffie-roompje in mijn mok wilde mikken. Gehannes. Het dekseltje was oester-vast besloten tot NJET. In ruil voor ‘geen melk overal’ nam ik dus m’n verlies maar …

Diepe zucht, en hand onder de kin. Zie het stripwolkje. Koffieloos gitzwart …

Zat ik dan. Verhuisd naar die prachtige woonstee, met al dat boeiends. Waar ik niks mee kon, omdat ik piepte en kraakte. De pijn werd heftiger, en de grey ones non-actief. Geesteloos .

Vaart, zwier, temperament, vavavoem : dat bén ik – in weerwil van de verstoorde motoriek. ‘t Lekte weg – terwijl ’t vizier der passiviteit almaar scherper stelde.

Dit kon niet zo. Ik liep de vaart voorop, met ’n bewegingsvrijheid die haast compleet was omzwachteld. Er was luttel tijd, tot dat mummie-punt.

Advies klasseren was één. Wat dan wel iets heul anders … Weten wie je daarbij kan helpen de graal. De keerzijde van die clean slate was, heg nog steg kennen. Sterker : niemand erin.

Bij referentiepunt Zero gestrand, moest de telefoongids maar. Je kunt je voorstellen, dat er nog tig middagen, en dito koffiemokken, vergleden, voor ik strategie had.

Toen ik op ener middag chocola probeerde te maken van m’n routeplanning, zat daar zomaar, uit het niets, Ingwia naast me.

Gereserveerd timide, met steelse blikken langszij. Niet zo gek. We waren elkaars spiegel. Ik zag alle emballages die niet open wilden, en zij, zij zag  teleurstelling die ik met sloten koffie doorspoelde. Net als, maar dan met thee.

We raakten aan de klap, en ik vertelde van mijn doel : de fysio vinden die aan dit ‘hopeloosje’ een begin zag. En liefst, in de onmiddellijke toekomst : progressie.

Allengskens raakte Ingwia er stelliger van overtuigd : haar kiné, Flex, was wat, voor mij.

Zij zou vast verhaal doen, en ik moest bellen. Daar ging die nobele onbekende, die zichzelf graag ergens buiten hield, met mijn story.

Ik bewonderde mijn voorspraak. Flex, die Ingwia’s stille inborst langer kende, ook.  Dus ik belde en zei : “Hallo, met Ariadne. Volgens Ingwia ben jij mijn (kinematische) redding. Kan ik een keertje langskomen ?” Dat kon. Een kiné-gewijs interessant geval, waar ie geen weet van had, jeukte Flex beroepsmatig te erg.

“Ingwia meent stellig, dat ik precies in je straatje pas”, rapporteerde ik. De beste aanbeveling bleek niet mijn conditie, maar haar hoog hebben zitten.

Jaaaaaaaaaaaaaren later nu, hebben we gekibbeld, gehuild, gegiebeld, gewrocht, en vooral veul van elkaars leven gezien. Het intrieste, maar ook wat onuitgesproken beter gaat. Zoals dat gaat hebben we al wel es, kort door de bocht, elkaars communicatiehoorn neergepleurd – met een stevige vloek er achteraan. Om daarna groot genoeg te zijn om dat recht te trekken.

Allebei weten we wat niet meer. Hij geen huisbezoeken, ik geen dagen na-pijn.

Dus trotseer ik, met grinta, de elementen. Flex dan weer mij, met godsgeduld. Als ik voor de miljoenste keer wéér es voorbij het laatste momentje afbel, wegens stortbui …

De interesses zijn opgeschaald. Ingwia, Meteo-vista, en welk afspraakslot ik kan kapen als ‘het weer’ tegenzit.

‘Zuster Anna’ vraagt regelmatig: “Hebde nog iets ?” “Neuh, spijtig” switcht soms  in “Hoera, ik heb ’n zieke !” waarop ik dan “Hiep hiep hatsjie !”. In koor giebelen we ‘niet netjes’ er achteraan.

Benieuwd, wat Ingwia mag denken, over de capriolen van het duo dat ze samenstak…

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Birthdaygirl ! (Swoon 53)

Tussen de waan van de dag door, moest er ook nog jarig geworden gewezen zijn, beste lezers.

Daarvoor haal je, her en der, wat in huis. En dan afrekenen in de winkel-lange kassarij.

Iedereen profiteert natuurlijk van dat éne droge intermezzo tussen die gietende snert van de laatste tijd. De bende van Zeus lijkt zich maar één act van zijn repertoor meer te kunnen herinneren : water, en doe ze nog es vol. Tja, het is niet anders.

Voor mij, in zo’n winkelkarretje met zit, zit ’n Zonnetje, dat geen snipje last heeft van dat humeurverpestende regenwater.

Niet moeilijk, ze draagt een verjaardagskroon. Zo’n door de juf bijeen-geniet knutselstuk, dat je de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele dag mag dragen. Zonnestraaltje neemt dit op het woord, want ook nu, al een poos na schooltijd, siert ie haar jarige koppetje. Ze demonstreert aan papa hoe de klas voor haar heeft gezongen – en hoe ze alles heeft begrepen !

?????????? – denk ik …

Algauw zingt de trotse vader met zijn allerschattigste oogappeltje mee. In vlekkeloos Nederlands – terwijl moeders naderhand invalt in wat Arabisch moet zijn.

De kleine miss vind het heer-luk, en ik, die er vlak nakom, mag delen in de feestvreugde !

Haha, zalig toch, die twinkelende oogjes ! Helemaal blij, ik.

De taalinclusie zorgt voor elfendertig coupletten van Happy Birthday. Zekerheidshalve werpt het ouderduo wat zijdelingse blikken, om te kijken of het niemand àl te errugg enerveert. Als dat al zo is, wordt het in ieder geval tactvol gemaskeerd.

De spekjes, waarop ze vol overgave, en met ouderlijk OK, de toehoorders trakteert, verzoeten. Happend zit ieder weer bij ’t moment waarop ie zélf ooit vier werd, waarschijnlijk. Met juffenkroon, dat spreekt…

Als de lekkernijen op zijn, maar de adem voor zingen nog niet, krijg ik een lachend “Sorry,” van paps.

“Welnee”, zeg ik, lekker mee-giebelend. Kon niet gepaster komen immers, nog luttele daagjes, en dan ben ik OOK jarig.

We wisselen nog wat gemeenplaatsen, ze rekenen af en dan, dan ben ik. Zo, die verjaardagskous is gebreid, zou je denken.

Het naadje moest echter nog  ingestopt. Dus houden ze halt bij mijn bocht naar huis.

Wat timide biecht Zonnestraaltjes paps op: “Mevrouw, ze wil absoluut nog ’n keer voor u  zingen, omdat u strakjes ook jarig bent.

Aaaaaaaaaaaawwh, wat lief  ! Kan je geen nee op zeggen, vinden m’n celletjes. Groot gelijk. Maar de ‘grey ones’ hebben nog wel ’n verzoekje. Wie jarig is, mag wensen, niet ?

“Eh”, begin ik dus voorzichtig, “mag ’t in uw taal, Mevrouw ? ” Arabisch, zoals gedacht.

Als je die avond iemand voor ’n driekoppig, glunderend koor hebt zien staan : dat was ik. Met de serieux des hymnes werd ik toegezongen. Misschien wàs ’t dat ook wel. Weet ik veel – ik snapte er geen Griekse Jota van.

Maar hierin ben ik stellig : het was heu-mels prachtig. Meerstemmig ook nog, en mesmerizerend gewoon.

Zelden heb ik me ZO jarig gevoeld, zonder het dan al te zijn !

Duimpje op voor zulk een ‘Toezang’ ! Je moet het maar doen … Helemaal geweldig !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Mr. Niceguy (Swoon 52)

Dit stukje is soort van zwaan-kleef-aan, bij afgelopen woensdag (8/3). Zij het, dat ’n sliknatte ik, J-Lo’s elegantie niet evenaart.

Boodschappen doen. Blijvend avontuur, en dito bron van inspiratie.

Wie dit weer trotseert voor boodschappen halen, zou ’n lintje moeten krijgen. Of beter nog, een droge garderobe. Hm. Ain’t gonna happen.

Daarom sprint de sumo-worstelaar, die ik intussen heus ben, de eerste vijf minuten dat het droog blijft richting discount. Verademing om es niet met m’n zeiknatte spijkerbroek te moeten kampen.

Haal ik dan m’n weerslag thuis, die met m’n lengte is een ander paar droge mouwen. In de super laat ik mijn oog vallen, op voorgesneden soepgroenten. Happy & healthy komt wel weer, vandaag moet ’t vooruitgaan.

Ain’t gonna cooking all day, want ik heb stiekumpjes al ruzie met mijn knorrende maag – en ik wil niet dat ze me dit betaald zet met ’n kletterend cimbaalstukje genaamd migraine.

Maar bummer, ik kom er niet bij. ’t Is te zien dat ’t overgrote mensdeel veel groentjes eet, en dus groot groeit … Of zou het toch ’t hoogtebeleid’ van de supermarkt wezen  ? Hier moet je minimaal 1.80 meten, om überhaupt iets te kunnen scoren.

Aan krimpen van m’n al uiterst compacte compositie wil ik niet. 152 cm – nog éven en ik ben onzichtbaar. Ooh-ooh, wat wil ik dat hierbij inclusieve toverstafje.

Gillend-giftig gekleurde opstapjes, her en der opgesteld, doen niets voor me. Of jawel : mijn toch al niet op punt staande evenwichtsgevoel nog meer verstoren. Lekker dan.

Ik staar de tijd weg, met verlangen naar juliennebalkjes. Pfoe-oeh, dat wordt  el-len-lan-ge weg zo, naar de soep waar ik ze in wil mikken …

Dan intervenieert het hippe universum. Plant pàl voor me Organisatietalent. Een vinnige jongedame, die screent, ziet, pakt en besluit. Ingooien, check, afvinken, weer verder.  Als ze in ene naast me staat, ruik ik mijn kans, om d’r voor m’n soepkarretje te spannen. Braafjes plukt ze, flitsend rap, de pakjes met de langste houdbaarheidsdatum uit de rekken. M’n buit is binnen voor de vraag af is ! Hoera ende joepie : ik kan m’n geluk niet op.

Helaas kan dat niet gezegd, van de andere helft van het setje, waartoe Adjuviaartje behoort. Jongeman Bonenstaak, grimmig verveeld, botsautootje spelend met ’t winkelwagentje. Behalve brokken, maakt ie niets klaar. Blauwe plekken kunnen ‘m gestolen worden. Winkelen, en alles anders, al helemaal. Puh.

“Wa stade gij ier na tegen u eigen te kalleweien, heh ?!” – ventileert ie. Op ‘krijg-nou-wat-er-zit-een vijs-aan-los’-toon. Met mijn soepgroenten nog in handen, draait ze naar hem toe en zegt: “Efkes bezig, voor Mevrouw.”

Ploefffff, ik in dit dispuut. Nietsziend staart Bonenstaak over mij, de Lilliputter, heen. Je m’en fou-geste er achteraan. Bepààld niet charmamt, dit.

Dat heet geen waar, zunne, dat iemand, die me zo attent ‘depanneert,’ de wind van voor krijgt … !

Hét moment om scherp te sneren.

“Hei ja, zeg !” ’t Was voor mij, ik tel ook, al kijk je los over mij heen, omdat ik onder 1m80 blijf !”

En wég zeil ik, all this unpleasantness achter me latend.

Om fluks alweer het volgende obstakel te treffen. ’n Heel praktisch steelpannetje, waarvoor ik wel nog even 30 centimeterkes moet bijkweken. Voor ik klaar ben met denken dat ze ’t net zo goed aan ’t plafond kunnen hangen, doemt opeens Bonenstaak op. Jawel hoor, die – van geweldig leuke Adjuviaartje.

Kan ik misschien iets aangeven, Mevrouw ? Niet vriendelijk, maar stuk-ken beleefder dan zopas. Ik herken ‘m, en zeg daarom nog ietsje bozig : ” Gestuurd om die steelpan te pakken, soms ? ” Al wijzende zie ik pioenrood naar z’n haarwortels oprukken. Warempel, he redeemed himself !

Als ik de steven huiswaarts wend, denk ik vergenoegd aan Adjuviaartje. “Ain’t your mama !”, zal ze gedacht hebben, toen ze Bonenstaak voor me liet opdraven.

Ware girlpoweRR !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.

Be A Woman !

Ik breek even temidden de week in, beste lezers. Met een vrouwenstuk. Want internationale vrouwendag vandaag.

Speaker’s corner voor m’n a-typische dametjes die grey ones heten. Over beautysalons aka wachzalen, klaagmuurtje spelen, vrouwelijke tact versus mannelijk(?) ‘ad rem’, gierende dokters, geestige stress-consulentes en pittige pointe.

Voelt alsof ik die veel te grote olifant ben, in die plots akelig kleine kamer. Je merkt ’t : ik ben nog niet over mijn laatste bezoek heen. De – mijn – horror is een beautyconsulent die op je afstevent alsof je ’t te enteren schip bent. Met de deur nog in de hand – en je hoofd nog niet eens voorbij de etalage, gaat het al over douchegelletjeS ?

Do not be mistaken, beste lezers, Géén zeeploze zondvloed hier. Daarvoor moet, schat ik, de wereld nog een zevental vergaan. Maar, zeep, ’t is mijn achilleshiel.

Letterlijk, want de verstoorde band ermee, gaat terug tot een dubbelkantige voetoperatie. Bloody agony. Overduidelijk, dus moest ik opgemonterd.

Karrevrachten rieten mandjes rukten aan. Meest zeep, en sponzen. Aardigheidjes. De laatste in dat rijtje kreeg woest toegeblaft : ” Stinkekzo, misschien ?????????!!!!!!!!!!!! “ het vermaledijde zeepsel erachteraan.

Omfloerst, het is niet voor mij. Heel wat jaartjes, geduld en tact verder ontgaat me nog steeds  waarom vrouwelijk ad rem voor heisa zorgt, terwijl de mannelijke tegenhanger ervan geen spier doet vertrekken. Au contraire …

Het toneel voor deze bedenking is Dr. Waterwerk’s consult. Nu, daar kom je niet als alles, …. eh…. , vloeiend loopt, zeg maar. Wel bij niet, of te.

Zelf zit ik in de laatste categorie, wat me die nacht op zo’n 6 (!) slaapstoringen is komen te staan. Ik ben bepaald brak. Gelukkig de kangoeroewallen, door giga-slaapschuld, onder een goed gelukte make-up-laag weten te schuiven.

Optisch bedrog is je ware, als je je moreel wil boosten. Very Stylish. Vervolgens ging ik de deur uit en vergat ’t heule pleisterwerk.

Terwijl ik in ’n klein spiegeltje m’n présence verifieer, capteert de over-zittende dame me. Gammele constructie, lijkt haar fiat, om verhaal te houden, over de-zoon-met-dwarslaesie.

Mijn celletjes zetten de verbinding ‘mannelijke grinta’ in. Nodig om de heel ‘leuleke’ karakterschets van zoonlief te doorstaan. Bottomline : alle krakkemikkigen zijn monsters. En bedankt ! Tegenwoordig van geest, slik ik nog net de zegging : ‘omdat ze van mama mogen’ in …

Op naar het volgende level. De details van de verstoorde mannelijke afvloeiing. Beeldend, goddank niet geurtechnisch ondersteund. Aaaaaaaaaarghhhhhhhhhh.

Ik schaam me purper, want de problematiek van ’n handvol rolstoelers, full face ahead, is intussen wel bijtend pijnlijk van alle mystiek ontdaan. Sterker nog : àlleman is in zijn blote kont gezet.

“Mevrou-ouw, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje”. Of het missie-negertjes waren waar je ’n centje in stopt, zo heftig knikken alle wachtzaalzitters.

Oef. Bijtreding. Maar het groepsprotest valt in dove oren.

Ik snak naar dampende koffie, die ik niet mag, en de grootst mogelijke zak ribbelchips paprika, om mijn zoutbalans en mijn ergernis recht te trekken.

Ik ben er klaar mee. Hoelang nog ! “Niet te geloven, dat ik, die niet eens een fluit heb, die piet-praat moet aanhoren. Rauss damit !”

Kommen Sie herein ! nodigt Waterwerk de vrouw in zijn spreekkamer.

Arts en ik hebben nooit eerder ZO gegierd, al komt het me dan op ’n casinootje te staan, binnenkort. Buitengaand houdt een hoffelijk Jongmens de deur. Hij wist lachtranen uit z’n ogen en zegt : “Goddelijke repliek, die wij mannen hadden moeten leveren.”

Thuis neem ik tóch dat chipje bij ’n goed boek. No stress*, van Loretta. Sla open, en kom bij dieetpillen uit.

“De pillen werkten, bij wijze van spreken. Ik werd in een ijltempo dun omdat ik alleen nog maar bewoog. Ik was een dansende derwisj. Ik had het meest onberispelijke huis van de buurt. Het ziekenhuis belde op omdat ze mijn keuken wilden gebruiken als operatiekamer.” (p. 91.)

Schaterbuikpijn. De keuken is nog geen O.K., en ik nog geen derwisj. Komt dus goed…

Pointe : durf lachen met je female foolishness. Maar, chica’s, weet dat het hebben van een vlaggemast ‘loterij’ is, géén verdienste.

You need a woman to be a man, tenslotte. Zo. The grey ones have spoken …


  • Relax ! You May Only Have a Few Minutes Left : originele titel

Mr. Leeflust (Swoon 51)

Vooraf : Deze Swoon is een ode aan Leeflust, een bijna-eeuweling met zwier, nu wolkzitter.

2017. Een loodgrijze februari-morgen, een keukentafel en ik. Dat is de setting, beste lezers. Allemaal even troosteloos. ‘Mijne kop’ voelt als het vierarmen-kruispunt : oren, sinussen en ook één oog zitten potdicht. Het enige dat loopt is mijn neus, en tranen. Het doorgaande verkeer bestaat uit een file tissue-propjes.

Oorzaak is het momentum, dat me de fakteurfactor liet trotseren. Sinds mijn correspondentie inclusief vensteromslagen is, vergt dit zo nu en dan vermetelheid. Het is nu dat andere gevaar, het gebroken wit met zwart randje, dat voor stupéfait zorgt.

Leeflust’s tien dagen eerdere “Halloooo, ik ben er nog !” was nu : ik ben niet meer. Ik kijk er daas naar. Mijn oog wordt onweerstaanbaar getrokken naar het bijtend roze Post-itje van Buur dat de ingetogen envelop ontsiert.

“Dit vond ik in de bus, na een paar daagjes weg”. Potverhierenginderenoveral ! Te laat. De gestrenge correctheid van m’n nieuwste wolkzitter indachtig, speelt zich binnenskops de begrafenis van de postbode af. Op het geplogen witte scherm hierbij, nu eens geen wapenfeiten, maar welgemeende tirade. Van MIJ. Want dit brei je niet even recht, n’est-ce pas.

Ook hoofdelijk, hoor ik Leeflust scanderen : “Kijk naar wat je wel nog kan, Ariadne”. Nou. Vooruit. Een reuzemok dampende koffie dan maar. Niet dat ik ze proef, maar de opstijgende warmtekrinkeltjes vertroosten. Een dosis obligate zuivel, en een Exce.drinnetje erachteran.

Now we’re talking ! Vlug condoleren, voor ik weer inzak. Aldoende hoor ik, dat er ’n koffietafel 2.0 komt, omdat er nog liefhebbers waren, voor ‘de postbode schabbernakken’*.

Toentijds. Soms breken mensen binnen in je bestaan op, eh, ‘liefst-niet’ moment. Wat nou, alles in de plooi…? Overhoop is ook mooi. Echtigentechtig.

Ik – pas een half land verderop verhuisd zijnde – was fysiek óp. Alles weigerde dienst, maar ikzelf, noch de dokter, toen nog te leen, begrepen er éne jota van. Dus : ’n batterij opzettelijk ver uiteen geplande onderzoeken, bedrust en ‘kamertje alleen’. Met uitkijk op de badkamer.  Daarin  : ’n gehoofddekseld heertje, zichtbaar moeite hebbend niet te ontploffen. Z’n doodzieke Cupidaatje werd van hot (badkamer) naar her (gang) gesjouwd, namelijk. Kamertekort…

Dat ging zo, tot ik ’t tafereel – plus de lege ruimte naast mijn bed – niet meer kon aanzien, en de verpleging er op aansprak.

“Weet je ’t zeker, ” roloogde witkapje, niet overtuigd.

27 zijnde, wist ik ook wel wat leukers dan ’n haast-hemelende, maar m’n hart was bij dat meneertje, dat straks – kinderloos, net als ik – met een gapend gat kwam te zitten. Moest-ie zich dit alles herinneren, met heisa en beddengeschuif op de voorgrond ? Mooi niet, als ik ’t helpen kon. Met stip iets waarin ik onwrikbaar absoluut was, beste lezers. Zo adopteerden we elkaar, die dag, de 80-er en ik.

Personeel meldde zich prompt kies afwezig. Ik trok dus maar m’n meest fluwelen handschoen aan, en vertelde zo zachtzinnig als kon, dat Piet Hein onafwendbaar onderweg was.

Z’n die-ie-pe zucht en één ontsnapte traan deden konde van de inzinking, maar, ik zag ook iemand die gaandeweg herrees, met lust tot leven. Leeflust.

Precies één week na ’t verscheiden, stond ie weer aan m’n bed ?! Mét ribbelchips paprika. Want was mijn zoutgehalte niet gekelderd, volgens de dokter ?

Was er dan draad doorgeknipt, er werd ook een nieuwtje gesponnen. We hielden contact, en giebelden en grienden wat af. Hij maakte me wegwijs, in m’n nog ampertjes ontdekte woonstee, en ik was dol op mijn levend archief. Samen hadden we ’n geschiedenisboontje. De grote oorlogen kwamen dus voorbij, hoewel heul summier. Want op dit punt was Leeflust   oester. Die ik dan weer niet probeerde open te breken.

Hierover verhalen aan ‘jonge’ mensen vond ie passen als ’n vlag op een modderschuit. Dit verlies nam ik sportief. Wat moet je anders, als iemand haast drie keer jouw leeftijd telt ? Af en toe liet zich tóch iets wetenswaard kennen. Zo begreep, sprak en las ie prima Duits. Maar hij zette de toenmalige Voldemort en zijn groot begane kwaad op zijn manier gevangen – door complete negatie van de taal die ze spraken.

De generatiekloof, ze ís er, maar niet bij deze man – die goed twéé keer mijn opa kon zijn. Deze ware gentleman, met humor en open, twinkelende blik, was zowel verademing, als eer, om te kennen.

Zijn oorlogsattitude om ergens voorbij te kijken, zijnde mijn gammele constructie, en de waardering van mijn vrouwelijke input bij dilemma’s, waren kadootjes. Van hem, aan mij.

Kortom, het was me een hemelsbreed genoegen.

Spontaan kwam Harry Belafonte naar voor als swoontje. Deze maartmaand jarig, en ook 90+, met charisma.

Geniet van Hava Nagila, beste lezers !

Zwijmelen op Zaterdag is een initiatief van Marja.


*: iem. schabbernakken : iem. bij ’t nekvel grijpen

About proof and pudding

Afgelopen december, na een goed ge(s)maakt jaaroverzicht, jubelden m’n celletjes nog. ” De views gaan gewéldig ! ” En floeps, in ene ging ’t woest slecht. Met mij dan. Ik kelderde net zo hard als de views van nu, maar wat wil je ook, als alle kwalen des werelds plotsklaps hartstochtelijk verknocht aan je blijken …

MAAR : ik zou ik niet wezen, als ik niet af wist te komen van deze belachelijk idolate fanclub. HA. Half staat niet in ondergetekendes woordenboek, dus hier met die houten-hamer-AB-strijd. Voor zij die ’t kennen, genre Actifed – omvallen terwijl je d’r bijstaat. Met nog nét niet de hele wereldvoorraad aan zuivel, om – desondanks –  hierbij overend te blijven. Geen kwarkje was nog voor me veilig, beste lezers.

En ziet : het deed de truc. Hoera ende joepie ! Bewijs : dit eigenste blogstuk. The proof of the pudding is no longer in eating only, but in reading also !

Er is nog wel wat puin te ruimen. Dat yoghurt-kwark complex wil ik absoluut nog kwijt. Gooi ik nou de koelkast open dan zingt die me toe ” In de k(wa)ark , in de k(w)aark, zei de dominee … ” Stevig dichtgooien komt me op  “…. en brengt de boter mee ! ” te staan. Hm. ’t Moet niet gekker worden.  Tonnetje rond blief ik niet, en ’n ijskoud in de keuken ‘binnenstuikende’* dominee, ik zit er niet bepaald op te wachten.

Je moet wat, als je keukenapparatuur eigenzinnige mantra’s begint op te dreunen. Dus zette ik m’n al even eigendenkende celletjes aan het karnen. Het lijnen-spoor bracht me bij de Botermarkt. Daarheen dus met Catootje.

Aldus heb ik de boterveldslag beslecht ; nu alleen nog efkes de chocopudding-oorlog uitvechten.

Want : na al dat opgedrongen bleek, ging ik pertinent voor lobbig donker. Tenminste : dat was ’t plan. Want liep (pun intended) me dat even anders, zeg. Iemand een ideetje hoe je choco-zakjes-pudding van Impe.rial in het gareel krijgt ?

Van arm zinnen je brokjescollectie door een ziftje pleuren – het plan B – geeft niet echt pas in het warme pudding met slagroom-script, me dunkt. En erbij bedenken waarom vanille zich helemaal anders gedraagt doet ook niks constructiefs. Net als hels Cat-oooh-ooh-ooh-tje snerpen, overigens.

Pfoe-pfoe, boeltje geknossel**, voor wat met een reuzenboog uitloopt op warme chocomelk. Op zoete smaak, dat dan weer wel…

Deze culinaire fail heet vlaatje met kuren, beste lezers. Of misschien was het wel ” vlaatje met nood aan een AB-kuurtje ” , wie zal ’t zeggen ?


* binnenstuiken : onverwacht aankomen

** geknossel : geknoei