Het Sinterklaasschoentje

Wie hier al langer meeleest, weet dat Ariadnesdraad een soft spot heeft, voor zachte kantjes én schattige reclame. Dat bleek al eerder, in mijn vorige stukje, en ik ga nog even op hetzelfde elan door.

Op Sint’s verjaardag, en vlak voor ie weer afreist om in Spanje de appeltjes van Oranje te gaan plukken geef ik Goedheiligmans’ hofleverancier podium. Onweerstaanbaar, deze  … Je zou er bij smelten als (een mok) warme chocola.

Hartjes voor hartveroverende reclame !

Zoet plezier en een zachte dag voor ieder gewenst …

Sugary Sweet

Hillary mag dan niet van de sugar-coating zijn, ik vind het wel wat hebben, met de Sint in het land. Ideaal, om de heftige voorbije maand te verzoeten.

Sinds de invoering van suiker als algemeen keukengoed is er ’n hele weg afgelegd. Niet alleen in de keuken, in baksels en desserts, maar ook door de witte korreltjes zélf. Tegenwoordig hebben die zich gebundeld en plachten ze T-man te heten. Dit suikeren mannetje stal mijn hart, omdat ie mij zo deed denken aan een paarlen ventje dat ik in de eerste klas maakte – met veel hulp van de juf.

Hoor het tromgeschal en de bazuinen in dit feit, beste lezers, want het is een uniek knutselstuk. Ik heb het nog steeds, en ik ben er nog steeds een beetje smoor op.

Wat toverstof heeft mijn kereltje nu opnieuw leven in geblazen. Tegenwoordig wacht deze eigenzinnige suikercollectie zijn huisgenootjes thuis op – na een lift naar huis, gaat voor hen op pannenkoekexpeditie, en blaast hierbij vrolijk een suikersnoet bij een klein meisje. Een persoonlijke favoriet, beste lezers.

De laatste tijd gaat ie skaten, met zijn nieuwste schat : rietsuiker. Maar dat is nog wel es een verlieslatend ritje, tot het weer tijd is voor thee !

De wereld om ons heen slaat harten vaak aan gruzelementen. Een paar suikerzoete elementjes, met wat plakkracht kunnen dan heel welkom wezen.

Ariadnesdraad ruimt daarom graag wat plaats in voor het zachte kantje van schattige reclame.

Als pancake lover nog een keer de pannenkoekentocht  en de laatste nieuwe – omtrent rietsuiker.

N.B. Ik weet niet helemaal zeker of alle filmpjes overal getoond worden door YT. Ik hoop ’t wel, en heb in elk geval voor ééntje een sluipweg. Mocht het meest recente spotje niet te bekijken zijn : ik heb ter verzoeting het muziekfragmentje dat erbij hoort, beste lezers.

Zoete zwijmels gewenst !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Over Feniksen en Kaneelvogels (Swoon 43)

De hoeveelste versie van dit stukje je nu voor je hebt, weet ik echtigentechtig niet, beste lezers. Bij de tigste versie ervan, ben ik maar met tellen gestopt. Nee, dit is ’t niet, dacht ik telkens weer. Opnieuw dus maar. Opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Opnieuw beginnen. Exact wat ik sinds het ontstaan van mijn Novemberverdriet dag-aan-dag heb gedaan. Net als al wie er evenzeer door werd getroffen.

Met wisselend succes, en vooral, een zilte zee aan tranen. Al dan niet zichtbare.

Het is vreemd, om dingen te doen, waaraan zij geen deel heeft. Het is be-vreemdend, om haast hààr leeftijd te hebben, verre van oud, en me terzelfdertijd te voelen, alsof in mijn voorbije lustrum, er even ‘n heel honderdjarig leven zit bij-gepropt.

Hoe bizar zal het zijn, om straks even oud te zijn, als de dame op de roze wolk …

Qua buitenissigheid komt er vast een streepje bij, als er, ooit, méér jaren op m’n teller staan dan zij er heeft verzameld. Het zusje, zonder zus – en toch ouder dan.

Enigmatisch is het. Net als in juist déze week het 43ste Swoontje schrijven. Desondanks doe ik het.

Want, de afgelopen 72 maand hebben geleerd, dat de verbijstering steeds weer toeslaat, ongeacht dag of tal.

Als er wordt opgelegd (cfr. Dr. Tinus) dat het na 6 jaar wel es klaar moet zijn, of juist als de andere kant van de lijn haarscherp bij je aanvoelt – en ook nog in woorden giet – wat er aan emoties bij je kolkt.

Dan kan ik de ene inmiddels gepast op z’n plaats zetten*. En de ander terugbellen, om te zeggen : ” Sorry, ik moest eerst even uithuilen”.

Soms voelt ‘t, als de gedaantewissels, van een eerstejaars tovenaarsleerling. Vanuit het ene, de feniks, even in het andere, de kaneelvogel. En op de geslaagde dagen, de twee in één. Ik.

Bestendig tussen hamer en aambeeld. Continu tussen omgevings- en eigen verdriet geklemd.

Gevolg van die giga-omwenteling die alles, mijzelf incluis, voor altijd heeft veranderd. Onherroepelijk. Zonder dat je er even vrij van kan nemen.

Voor al wie ook (November)verdriet heeft : de kracht van een Feniks stuur ik je toe, samen met de zoete troost die deze kaneelvogel in zich heeft. Wholeheartedly.

Want verdriet, dat is tenslotte dat ding met veren.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

______________

* : intussen kwam een nieuw consult voorbij, dat van een leien dakje ging …

Kop tegen kei (Swoon 42)

Afbeeldingsresultaat voor someecards

Noot : De vandaagse zwijmel zit onder het linkje mét ster.

Nu het politieke stof neerdwarrelt, is het weer tijd voor de (dokters)realiteit van alledag. Op het moment van schrijven wees niets erop, dat de tegenstelling ‘empathie versus hork’ ZO zou worden uitgemeten. Ik wuif dus maar even naar de jongste presidentsverkiezing, én mijn input leverende lezers.

Dat m’n constellatie vaklui vergt, is publiek geheim.  Constructief bekeken ben ik ’n heus bouwbedrijf. Er is Die Dokter, voor de bewegende delen, met Flex, als onderaannemer. Verder de loodgieter, en voor de algemene constructie Dokter Huis. En dan nog de aandrijving – die van ’t witte wondertje.

Een hele santenboetiek. Tijd voor ‘stratego’ mijnerzijds.

Genre : ik ga op controle en ik neem mee …

Geduld, analytisch vermogen en zakelijkheid.

Ik heb gewoonweg afspraak met m’n gezondheid. Van punt tot punt, en niet verder. Dit houdt scherp.

Wat is noodzakelijk, nuttig, wenselijk ? If not, say no. Zo hoorde ik mezelf ooit tegen Die Dokter, die van een rugscan droomde, zeggen : “Enne, wat hoopt u te zien, behalve dat ik meer versleten ben dan doorsnee ?” Ik hoorde de Rx-jongens al sakkeren op mijn motoriek, namelijk. We proestten het samen uit, want de beste man zàg zich al plaatjesgewijs gokken, naar ieders leeftijd …

Goed, dat gaat mee. Verder nog een I-pod, ’n tablet en ouwerwetsch notitieblok. Wég klaagzangen, tijd vliegt, en voor je ’t weet heb je ’n blogstuk bijeengewacht.

Best niet in je survivalkit : angry bird en struisvogelpolitiek. Dan krijg je kop-tegen-kei momentjes.

Die vrijdagse mei-morgen ben ik ’n errrugg benauwde, krassende kraai. Malheur, dat ik net nu mijn tracheetjes in oorlog zijn met het allergieseizoen, bij de eetfabriek wordt verwacht.

Hondsberoerd + Wachtkamer = Bedblijven. IJzersterk axioma, maar ik doe ’t maar met Ziek = Dokter, dat staat ook als ’n huis. De wachttijd tot de volgende afspraak beneemt me immers helemààl de adem.

Dan ben je dus, ten arren moede, in ’n verdàcht rustig ziekenhuis. Het héle pc-netwerk is alvast aan vrij begonnen, en pen en papier zijn zo voorbijgestreefd dat ze vanuit de diepste krochten moeten opgediept. Enneuhh, goed notuleren, hoe ging dat ook alweer ?

Ziek + wachten = onbedààrlijk hoesten. Dik 80 helse minuten later ben ik. Ik ben niet blij, en Arts heeft ’n dik erop liggend pesthum.

Spekschieten.

Voor ik de eerste halve zin ver ben en ‘Negatie !’ heb kunnen denken, blaft de andere tafelkant : ” Je moet me dat niet vertellen !!! ” ??? Bizar. Ik knipper, maar blijf in de plooi. Uiterlijk dan, want binnenin zijn fluitketel-allures omgeturnd tot ’n stoomtrein.

Je kunt op m’n koorts-verhitte hoofd ’n eitje koken, maar tóch voelt ’t koud in mijn hart.

Nogmaals onderbroken door “IK WIL ‘T NIE WETEN”, ben ik bluspoeier, en heeft Arts honderd.

Dat gevalletje ontact zit hier potjanstropie poen te scheppen, zonder ook maar één klap uit te voeren. ’t Moet niet zo gek worden, dat ik braaf blijf bij ‘mond snoeren en doorgeven als ’t paard van Troje’. *Wat denkt hij nou !*

Kome wat komt, dit neem ik niet. Ik ben zo goed als ieder ander, en mijn hersens, geld en tijd ook. Van m’n medicus verwacht ik de fijnbesnaardheid, die hoort bij verstand. Punt. Hoe menselijk slecht geluimd ook. Je kan het gesprek anders versporen.

Ik dus, op identieke toon : JAHA, MAAR DAAROM  IS HET NOG WEL ZO ! Ik wil ook niet an waarom ik hier zit, maar het blijft feit.

Sensibel is goed, maar snoeihard beter. Ver-bluf-fend, dat empathie-skippen.

Het register toonladdert eensklaps. Arts neuzelt nog iets als ‘Ik zie, dat je je weg erin gevonden hebt’ en speert weg. Duidelijk niet bedacht, op het vàrken, na z’n spekschot.

Ik gok, dat in de volgende ronde, de struisvogelpolitiek is ingewisseld voor poeslief.

Kan me niet voorstellen dat Arts een nieuwe ‘from-cute-to-gorgeous’ wil …

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Sounds of breaking glass (Swoon 41)

Sincere apologies, beste lezers, voor mijn late opwachting. Deze week hielden slaaptekort en verbijstering me van het blogscherm weg.

Sinds de uurwissel heb ik ruzie met mijn bioritme, dat er lol in schept me voortdurend tegen mezelf te laten racen. Heel Holland mag dan slapen, mij lukt ’t haast niet …Uiteindelijk maakte ik nog best wat klaar. Mét een slaapschuld die vast het BBP van de Verenigde Provinciën omvat.

De verbijstering dan. Die kwam heul toepasselijk via kanaal 270 (!) van mijn zapper : CNN. De president-elect is een slecht geblondeerd, roeptoeterend geval, wiens gedachten zeven kanten tegelijk opschieten. Kortom, een ongeleid projectiel, met straks toegang tot een immens wapenarsenaal. Auwwwwwwtch …

Vreesde ik vorige keer nog voor die afspiegeling op de wereld, vandaag hebben we ’t zittten gelijk Flup zijne mutten.*

Het universum is niet in voor hippe oplossingen. De voorbode kwam via paus Franciscus. Geen vrouwelijke priesters ! Tot Methusalem terugkomt, heeft-ie niks te vrezen, en daarna wacht gewis de apocalyps, dus …

Dat er ter wereld (tegen dan) niet één vrouw te vinden is, die nog wil gelinkt, aan een ouwe-knarren-instituut dat vastzit in de tijd van Nero, is een detail. Idem voor mannen, die nu al niet meer dik in de rij staan.

Gemiste afspraak met de historie. Vast en zeker dove kwartels, die Petrussen, dat ze àl die hanen maar niet horen kraaien. Niet drie keer, maar zonder ophouden.

Het glazen plafond reikt hemelhoog, kennelijk. Geen neerhalen aan. De enige barst is teleurstelling. Snik ende snif …

Geen Madam Secretary, dus, die het tot president schopt en alzo es een vrouwelijke loep kan houden, boven de mondiale desperatie. Wie weet, de verloren sleutel tot een broodnodige kentering.

A Madam President, acting forceful and executive, ’t is niet voor nu. Wellicht ook gestruikeld over een nog nooit gebeurde re-entry in het Witte Huis.

Godsgruwelijk jammer. Tuurlijk, aan Clintons palmares zat net zo goed bitter als honing. Wie met Farizeeërs omgaat …

Maar evengoed : gemiste kans om het axioma “meisjes zijn evenveel waard als jongens” in werking te zien. Net als het addendum “… en mogen er dus ook balkenbrij van maken !”

Baffled was ik, al wist ik niet waardoor het meest : de victorie, of de respons erop.

Bij de aanhangers heb je Vla.dimir, die z’n loopjongetje krijgt, en het lot der dwazen, De Winter en Wilders, die Sint-blij en wel, van mij met hun witte manen door de roetzwarte schoorsteen mogen. En erbovenop : voor eeuwig vast komen te zitten, graag.

In het land der verduisterden heb je Europa. Grijs en wollig als altijd. Met daarin Frankrijk. Een uitgebluste Hollande doet het ergste vermoeden voor dit speerland. Mij valt vooral die lans met een punt van boter op. De beste man ziet zichtbaar alles al als een Grieks lot boven zijn hoofd hangen, quoi.

Neuh, dan Frau Merkel. Die bleef onverstoorbaar in de plooi. Schouwde haar mantelpakjes, trok het roodste rood aan dat ze vinden kon, rechtte haar rug en dacht bij zichzelf : ” Wir schaffen das ! “

Luidop zei ze, klaar en duidelijk, dat er aan samenwerking met Duitsland voorwaarden zaten.

Toch even gegniffeld, bij die in your face confrontatie met dat Republikeins rood. Heerlijke Girlpower !

Maar iets zegt me, dat we nog zwaar weer gaan krijgen, die 1460 dagen van dit presidentschap.

Voor nu geldt : “Er is geen kwaad dat altijd duurt, en evenmin een goed dat nooit eindigt.”

Glazen plafonds én verbijstering geeft 2 clipjes, beste lezers. The sound of breaking glass en Why tell me why van Anita Meyer, nooit zo accuraat als nu.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


de vetjes waren ooit een briefje van Vadermans, dat ik overal meenam toen ik als enig meisje in een jongensklas zat.

afsluitende quote is van Mandela.

* : hebben ….. mutten : we zijn flink de klos

 

Pakkers, potters en grabbelaars (Swoon 40)

Noot : dit is geen lieflijk (September)-stukje. De topic is fysieke integriteit. Maar zolang Trumps de wereld bevolken, moet dit verteld. Ik weet zeker dat hoofse (mannelijke) edelborsten die dit lezen het hiermee eens zijn, en goed 735 woorden later, nog méér. Ik zeg : Courtesy for President !

“Da’s misschien wat laat”, denkt Flex mee, bij het opnieuw inplannen van mijn uitgestelde fysio.

Ik ben blij toe, dat ik niet in z’n ochtendshow zit. Uitgewrongen was ik, gister, na heftige protestacties van de inwendige mens.

Vandaag deplorabel, lichte verbetering. Linksom of rechtsom, Flex is m’n beste kans op griepverbetering. Ik moet en zal er raken, of ik heet geen Ariadne meer.

Ik meld me ter zevender ure. Niet meer dagklaar, maar nog verre van diepduister. Met wat geluk ben ik zelfs het potdonker voor, bij terugkomst.

Al is het dan het énige succes die week, het lukt.  Zonder horrorclowns, kom ik  in het voorportaal mijner woonstee. Aan de sleutelkast staat ’n onfris (gewassen) heerschap. Hij morrelt aan de bel van Buurman, die wel wijzer is, en ‘m laat staan. Ik keer mijn hoepels maar, voor deze pot-roker.

Oef, gelukkig had ik mijn sleutel niet in de aanslag, denk ik bij mijn blokjes rond. Nog één, en nog een, en dan moet ik de knoop in m’n maag echt hakken : hoog water.

Hij staat er nog, en ramt intussen Buurman z’n bel. Dan opent Sesam zich. Mijn werk, en dus stort Potter zich op mij, een volle toot* plantend. Getverderrie, wat is dat toch met  ongewenst pakkend en plakkend mansvolk ??! Waar ergens sluipt handtastelijkheid in het ‘goed fatsoen’ ? Dat kan toch niet, via weldenkende moeders of vaders ?

Als ik ’t een dikke week later aan Gulliver vertel, beslaan zijn oogbogen z’n heeeele voorhoofd.

Maar wat ’n kelk. Onbedwingbare waterkrachten drijven me, en ik ben verbazingwekkend kalm. In de stilte van mijn hoofd hoor ik de celletjes des te beter. “Oppassen !” En ja, ik ‘las’ goed.

Al ligt religie vér achter me, ik leen nog even wat ‘decorum’. Nut moet je niet versmaden, tenslotte.

Dat denkt Potter, net zo duivels als Lucifer, ook. Pakt me bij de schouders, en glijdt doelbewust af, naar de bos hout voor mijn deur. Plet mijn balkon, waarvan ik voel dat het ’n blauwtje loopt.

Als de stok stijf staat, is de uil gaan vliegen. Omdat je nut niet moet versmaden, plant ik NU een elleboog in zijn maag en ben los.

Opeens snap ik de grey ones. Ze dirigeerden me naar de zijkant van de sleutelkast, mét scheeeeeeeeeeeerpe punt. Zonder één kik te geven stort ik me op hem. Voor één keer komt mijn onevenwicht van pas.  Geeft de zwaartekracht een welkom zetje.

Potters rug wordt geschuurd. ’t Was me net zo lief wat anders.

Onverholen woest sis ik : ” Van grabbelaars ben ik niet gediend, uit mijn ogen, potverdulleme !!!!!!! “

Potter is op slag nuchter. Heeft hij zich even in dit onderdeurtje geTrumpeerd. De handen excuserend heffend, weet-ie niet hoe snel ie de lift in moet. Wat dénkt die knakker nou, zeg ??!!

Als de meubelen al gered zijn, doet de Voorzienigheid – eindelijk – ook nog wat. De lampen in de hall zijn aangefloept, en onbewust sta ik zo, dat ik goed in het licht sta. De spiegel in de openstaande lift blikkert heftig.

Rrrrrrrrrr …… de buitendeuren openen. Hercules, de vriendelijke, bovenwonende reus, monstert het tafereel. Duiiiiiiktt de lift in,  Potter bij de lurven vaststekkende. Het rommelt en stommelt tot boven.

Pfiieeee-eeeee-eeeuww.  Ik heb het gehaald. Droog, op méér dan een vlak.

Ik neem een welverdiend kopje koffie, en ben blij met mezelluf. Niét met Kennis, die zegt dat ’t vast goed bedoeld was.

Ja, zeg, hallllllllllllllllloooooooooooo !

Slikken bij mijn blauwe borst. Maar lang niet zo bitter als Potter doet.

Hercules vees hem even bij. Potter liep ’n gegund blauwtje (oog) plus gebroken neus op. Hij mag nog wat snakken. Naar lucht dit keer.

Als de beduusdheid wegebt, voel ik mee, met al wie dit overkomt. Maar ook met de hoofse heerschappen die dergelijke holbewoners tot soortgenoot hebben. Geen reclame, dit.

Tot zover koud bibberen op micro-level.

Op macro-niveau voel ik tegenwoordig eveneens koud zweet parelen, als ik bedenk dat ene Donald. J. ‘aut Caesar, aut nullus’ wil gaan spelen. Chaplin was daar great in, maar dit sujet ?

De hemel beware ons voor dergelijk exploot als Amerikaans President : die afspiegeling op de wereld lijkt me verre van mooi…

 

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.


* toot : dialect voor kus

I’ll Rise, still (Swoon 39)

Vandaag even kijken wat mijn hart zegt over de aanstormende dertig dagen, beste lezers.

Met de elfde maand alweer aan de deur, zet ik me schrap voor de stukjes glas, die weer af en toe extra hard in mijn hart zullen prikken. Niets aan te doen. Novemberverdriet. Van het meerluik van toen tot nu heb ik een hele weg afgelegd.

Maar toch, het blijft balanceren. Vallen. Onderstromen. Opkrabbelen. Opstaan. Doorgaan. Onbedachte voetangels ontwijken. Schimmig gefluisterde opmerkingen niet laten afketsen op je pijne hart. Te hard om niet te denken : ” waarom toch ? ” en te zacht om goed te horen, die pijl van het geniep.

Bovenstaan. Naast laten gaan. Neerleggen. Veel, vaak en steeds opnieuw. Want tegen onverstand valt niet op te tornen.

Denken, weten, voelen én uitstralen : “Ik doe het, en van jou moet ik het nog zien !”

En, als je boos, maar toch nog ‘composed’ genoeg bent, ’t ook nog zeggen. Dat is rouw, in pakweg honderddertig woorden.

Natuurlijk zijn er meerdere situaties te bedenken, waarbij iets snijdends zomaar over je uitgestort wordt. Dat vind ik zo sterk aan Still I Rise van Maya Angelou : universeel toepasbaar.

Mijn Swoontje staat hier. Met Engelse tekst en audiofragment erbij.

Ik kwam dit op het spoor door een docu rond Serena Williams. De langdurigheid waarmee de Williams-zusjes nu al aan de top staan, doet onsportiviteit ontluiken, weet ik.

Bots ik op een match met Williams, dan supporter ik standaard voor de opponent. Dat wil zeggen, als ik me er al toe kan zetten, het uit te zitten.  Tja, niets menselijks is me vreemd, beste lezers. Voorspelbaarheid verveelt stierlijk. Hoe leuk het waarschijnlijk ook is, om het momentum te keren, te sturen, en finaal aan het langste eind te trekken.

Frut voor de toeschouwer die ik ben. Maar, als Serena dan een boontje blijkt te hebben voor Maya Angelou  – en ok, met een pluchen Disney beddewaarts gaat – dan smelt ik zowaar toch.

Want : I am the dream and de hope …

I rise. I rise. I rise.

Still I rise.

Valt weinig anders op te zeggen dan Amen.

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Tranen, lachorkanen en … bananen (Swoon 38)

Vandaag zilte gedachten, van beelden gezien door een waterige lens.

“Schrijf ! schrij – ijffffffffffff !” gillen de grey ones. “Reageeeeeeeeeeer”, is weer een andere sectie boos. De house hold-divisie vindt mijn management maar frut. M’n cerebellumpjes voeren druk dialoog.

Goed nieuws : ik win letter voor letter veld, op mijn te-doen lijst. De inner Mrs. Doubtfire zingt dan ook “I’m coming dear(s) !”.

Hoe ik zo op vuur kom, beste lezers ? Ergens Nieuwjaar 2016 had ik een geklemde nekzenuw, met stralingspijn in het gezicht langs links. ’t Voelde als vuurtje stook, waarop mijn oog vol inzette op bluswerken. Hm. Not very charming, en in duidelijke tegenspraak met dat gezond jaar dat je ieder wenst.

Met de jaarwissel alweer kortbij, vond rechts nu, dat ’t hààr beurt was. Deze week stak m’n pioenroosrode hoofd dus boven ’n berrugg witte tissuetjes uit. Mijn hum was communicerend vat met koorts : kelderde het één, dan klom het ander.

Wat gedaan ?

Niet over je klavier zweven, zoals gepland, maar in de weer wezen met coldpacks.

Als je oog na veel vijven en zessen weer enigszins meedoet, kijk je actua-tv. Belgenlandse begrotingsbesprekingen. De analyse van saaie kout zou kloppen, als die begrotingsverklaring er maar kwàm.

In plaats daarvan vaudeville, bananenrepubliek-waardig. In, zo ongeveer, 14-daagse bedrijven.

Die bananen uit de titel, ze doen nog best veel goeds voor deze kromme klap.

Want, in die tijdspanne kunnen wij Belgenlanders wat ontdekken, zeg. Alleen niet Atlantis – ideaal om het geldtechnisch gat dicht te rijden.

Dat we straffe jongens zijn, dat willen we wee-ee-ten. Of schrijven. Kom maar op met die lachorkanen, want uitgeschreven is het des te hilarischer – als ’t tenminste niet zo herculisch was …

Wij, Belgenlanders, komen d’r in ene achter, dat ons begrotingstekort klein dubbel is van wat eerst was begroot. Onversaagd als we zijn, oogbogen we bij onze  discalculische becijferingsminister, en stropen de mouwen flink op. ’t Valt tenslotte maar een kleine helft tegen.

Het leeuwendeel daarvan halen we op departement Volksgezondheid, al zijn dan haar zakken dichtgenaaid. Bahbah … bananen, zegt deze bezitter van een gammel karkas.

Dat ‘booming Block’ Maggie een krak is, geloof ik prompt. Dat ziekenhuizen het aan hen gepresenteerde kostenplaatje niet  doorrekenen, voor geen meter. Bananen dus.

Goed dat we nog geen eerste minister hebben, die “kopke krabben” zegt, anders zat het etiket Bananenrepliek gebeiteld. Wél ter beschikking : een Vlaamsche Leeuw zingende begrotingsminister, met een kapot telraampje, die “J’en ai marre” zegt.

Aan kolder geen gebrek. Enneuh, daar je kan nooit genoeg van hebben toch ?

Nauwelijks heb ik de frons  van mijn facie, of een zondagse (!) parlementszitting tromroffelt  ‘dat de begroting rond’ is. Een dik miljoen is nog gaan dansen, maar begrotingsevenwicht in 2018 blijft. Want ach, dat is tegen dan wel weer terug van het bal – met pijne voetjes neergezegen zekerst.

En dat we straffe jongens zijn, dat … past soms als een vlag op ’n modderschuit. Eéntje die bananen overvaart.

Tja, als je ’t in een apenlandje over politici hebt die ’t bruin bakken, dan kom je dus bij bananen(lied) uit. (tekstlink)

’t Komt heus goed, want origineel zonnig geel, en geroosterd hapt ’t lekker weg.

Happy eating, beste lezers !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

 

Een Statler & Waldorfje (Swoon 37)

Bloginspiratie komt niet, of juist alom. De muze wierp me ’t veertje toe, waarmee Matroos Beek haar zelfbeeld scheef zag gebreid. Terug dus naar de knutseluurtjes op school, waarvan ik denk : ” Ochotte, raaaaaaaaaaammmmmmp-zaaaaaaaaaaa-ligggggggggg”.

Handwerk is (mijn) horror, beste lezers. Met gestoorde, toen niet eens deftig in de steigers staande motoriek helemààl. Een lefty zijn draagt in deze geenszins bij.

‘Demonstratief linkshandig’, was destijds explosief, voor wat bedoeld was als gezellig theekransje – met Moedersmoeder en diens zus Alies. Moederstante was niet wat je noemt het grootste licht, en megalomaan antiek in denken, bovendien. Op brandweervolume kreette ze dat ‘linksepoten wel van de duvel bezocht’ waren ???????!!!!!!!!!!’

Ku-uccccccccccccccccccccchhh. Krijg dat op je bord tijdens je afternoon-tea.

Nu vind ik het ronduit hilarisch. Toen zette het de traansluizen open.

Arme, arme grootmoeder. Je wil het niet dromen dat je zus, dochter en kleinkind in één-en-hetzelfde incident betrokken zijn. Respectievelijk als oen/kop van Jut.

Zat mijn moeder penibel gewrongen, (mijn) zus was dusdanig verbouwereerd, dat ze zowel de koffie- als de theekan leegkiepte in één mok. Niet goed, niet goed.

Gelukkig was Mit ’n vrouw van de daad. Ze stelpte de watervallen goeddeels, met een vastberaden en overduidelijk woest toegeblaft, “ALLLLLLLLLIEEEESSSSSSSSSSSS, hoe duurrrrrrrrrffffffffffffffffffffde !!!!” Een paardenmiddel, dat zijn effect niet miste, beste lezers !

Haar pàl voor mijn neus geafficheerde afkeer trok veel recht, bij de ‘linksepootclub’ die we thuis waren.

Want, Vadermans was óók meervoudig betrokken partij – hoewel hier stille vennoot. Zijn moeder én broer waren ook geen rechts-schrijvers, namelijk, al wist ik dat toen niet.

Logisch, want Gulliver’s moeder had zoveel ‘handenslaag’ geïncasseerd dat ik ‘r nevernooit heb zien schrijven. Dit trauma spoorde niettemin aan tot ‘een boomstam’ steken voor de herhaling bij haar oudste zoon.

Nonkel trof ’n begripvolle meester, die weliswaar rechts prefereerde, maar de linkse schriftuur waardeerde, wegens mooi. ’t Resulteerde in ‘ongeslagen tweehandige schoonschriftschrijver’. Die, toen ik de schrijffase inging, vurig supporterde, want dat links-zijn had ik, als zijn petekind, toch van hem, zekerst !

Waren ze thuis heulemaal mee, met ‘op het oog gevaarlijk onhandig, maar eigenlijk niet’, op school was ’t nop.

’t Zal ergens rond de zesde klas (groep 8) zijn geweest, dat ik uit mijn weerbarstige motoriek een soortement mandala-tekening had weten te wringen. Mét resultaat, al zeg ik ’t dan zelluf.

Ik dus uitpuffen, én jubelen, binnenin. Enter de goedkeurende juf. Hoerastemming, en zelfbeeld ok.

Toen de co-juf, die zuurtjes keek ? Ja! werd ‘maar’ en “waarom hebde da nu ZO gedaan !”. Pats ! Daar lag m’n prille kunstenaarshart aan diggelen. Naast zelfbeeld, en de façade, want de tranen brandden gemeen.

Tja, de één kon de ander voor ’n kinderhart niet afvallen, natuurlijk. Dus ging het van ‘goed’ naar ‘niet slecht’ naar ‘kan beter’ naar ‘trekt op niks’.  Wegens duobaan dubbelop, uiteraard. Statler en Waldorf waren er schàtjes bij.

Moeders had flink kluif aan het opvijzelen van duchtig verguisd moreel. Mana-mana zeggen was toen (nog) geen sterk punt …

’t Is dit juffen-duo op ingewreven imagoschade komen te staan, die eerstvolgende ouderavond !

Twéé mopperpotten, dan kom je natuurlijk bij Muppets en ’n schouwburgbalkon uit.

Mana mana !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.

Reading Thoughts Reversed (Swoon 36)

Toen de dieren nog spraken, zat ik op ’t hartsgrondig verfoeide internaat. Geen geweldige uitgangspositie. Ter compensatie verslònd ik boeken. In het boek was uit de kostschool, tenslotte.

Om de verplichte boekenlijst malen was d’r niet bij. Wel erover, want ik greep steevast mis in de schoolbib, en de boekenbank thuis, op plus 50 kilometertjes, kon weinig voor me betekenen. Maar was die dijk geslecht, zat ik gebeiteld. Mét boek, en – naar ik nu weet – formidabele inhoudelijke vragenlijst. Ik las, noteerde, schreef en herformuleerde dat ’t een lieve lust was.

Of het Meneer Nederlands ook zo lieflustig was, geen idéé, mààr : hij kreeg zeker weten het volle pond voor zijn ‘goed uitgewerkt en onderbouwd’ – aspiraties.

Het bewijs : z’n openingsrepliek op m’n allereerste boekverslag in zijn opdracht. “Dit is niet alleen in lengte, maar ook in diepte een goed uitgewerkte boekbespreking.”

Spijkers met koppen, want ’t was op ’n haartje na manuscript, beste lezers. 18 kantjes vol. Bijschrift : zo’n 20 leidvragen en nog best groot uitgevallen hanenpoten.

Na de meewarige blikken en snedige opmerkingen bij inlevering, was diep doorvoeld soelaas én van oor tot oor grijnzende voldoening mijn deel.

Ergo : ik bleef heerlijk boekwonen hierna, en lijvige pillen oppennen. Hoera voor doorwrocht – het werd m’n handelsmerk, slechte motoriek of niet.

Zo ging dat, tot ik groot was, en ik niet alleen in boeken, maar ook in het échte leven van alledag ging wonen. Daarin kwamen dikke tomen misericordia voor, die me zo opslorpten, dat ik, wat lezen aanging, nog slechts ’t geheugen van een goudvis overhield. ’t Leesgekwakkel gold, tot die goudvis lucht wilde, en ik een deur – tussen de tristesse en mezelf.

Met Ariadnesdraad was de leeslust terug.

Ik fact-checkte me een slag in de rondte, en genoot er ook nog van.

Dat feiten nalopen gaf input, en daar moest toch wel een boekrubriek inzitten ? Reading Thoughts.

Parmantige naam in eigen categorie. Met, op vandaag, slechts de inhoud van 1(!) artikeltje erin. In aanvang veelbelovend, maar qua uitvoering om te huilen.

Echtigentechtig, ik mis de leidvragen van weleer, om me door het boekbeschrijf te loodsen. Een heus draagvlak om de inhoud én mijn enthousiasme tot iets leuk leesbaars te transformeren.

Wil ik weer die steunende vraagstelling hebben, dan zal ik ze zelf moeten aanleveren. Ben ik groot genoeg voor, maar er is dat addertje. Het sist niet, maar het gonst zeurderig.

Goeie vragen vereist verdieping – inhoud kennen, dus meermaals lezen – kortom, er eens goed voor gaan zitten. Zo’n spreekwoordelijke vijf eeuwtjes. Vadertje tijd is, wee ende helaas, niet zo goedgunstig …

Knelt het schoentje hier al, dan wordt mijn princiepsbeslissing om geen tijd te gunnen aan niet-boeiend, pas écht pijnlijk lopen.

Bovenop komt, dat ik in denken altijd meer wil dan kan. Om over uitvoersnelheid maar stilletjes te zwijgen. I wrote the book is nog wel even een ander chapiter dan ‘I read it’.

Na veel nee-ja-misschiens, laat ik kortelings de categorie RT opgaan in Gericht Schrijven. Hierin huizen al de WOT- Writing On Thursday – en mijn Swoontjes, de Zwijmeltjes op Zaterdag.

Deze schrijfstuurtjes worden dus vervoegd. Het boekbeschrijf van weleer is niet meer, al zal Ariadnesdraad altijd wel plaats hebben voor rake passages.

Reading Thoughts Reversed dus, ofte een blogtechnische swoon met Beth Ditto !

Voor meer zwijmelplezier, klik hier.